Maleachi
Chapter 3

Maleachi

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Zie, Ik zend mijn gezant voor Mij uit, om voor Mij de weg te bereiden! Dan komt terstond tot zijn tempel de Heer, dien gij zoekt, de Engel van het Verbond, naar wien gij verlangt. Zie, Hij komt, spreekt Jahweh der heirscharen!
1Ось, я посилаю ангела мого, а він приготовить дорогу передо мною, й негайно за сим прийде в храм свій, що його шукаєте, — Ангел завіту, що його бажаєте; ось, він ійде, говорить Господь Саваот.
2Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen; wie houdt het uit, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van den smelter, als het loog van de blekers;
2Хто ж видержить день приходу його, й хто встоїть, як він явиться? Він бо — огонь розтоплюючий і як те зіллє очищуюче;
3Hij zet zich neer, om het zilver te smelten en te louteren! Dan zal Hij de zonen van Levi reinigen, hen louteren als goud en zilver. Dan offeren zij Jahweh weer in gerechtigheid,
3І засяде він до перетоплювання срібла й очистить синів Левіїних і переплавить їх, як золото й срібло, щоб приносили жертву Господеві в праведностї.
4en de offerande van Juda en Jerusalem zal Jahweh behagen als in de dagen van ouds, als in vroegere jaren.
4Тодї люба буде Господеві жертва Юдина й Ерусалимова, як у давні давна й в давні роки.
5Dan zal Ik ook voor u ten oordeel verschijnen, en onmiddellijk als aanklager optreden tegen de tovenaars, echtbrekers en meinedigen, tegen de verdrukkers van werklieden, weduwen en wezen, tegen hen, die den vreemdeling verstoten, en Mij niet vrezen, spreekt Jahweh der heirscharen.
5Прийду до вас, щоб судити суд, й буду скорим сьвідком проти чарівників, перелюбників і тих, що божаться льживо, що вдержують плату поденного робітника, притїсняють удовиць і сиріт та відпихають од себе приходня й не бояться мене, говорить Господь Саваот.
6Waarachtig: Ik, Jahweh, ben niet veranderd; en gij, zonen van Jakob, zijt dezelfden gebleven.
6Я бо — Господь, я все той самий; через те ви, сини Яковові, й не вигублені.
7Sinds de dagen van uw vaderen zijt gij afgeweken van mijn geboden en hebt ze niet onderhouden. Bekeert u tot Mij, en Ik keer tot u terug, spreekt Jahweh der heirscharen! Gij vraagt: Waarin moeten wij ons bekeren?
7З часу отцїв ваших відступили ви від заповідей моїх та й не певните їх. Вернїтесь же до мене, так і я вернусь до вас, говорить Господь сил небесних. Ви спитаєте: Як нам вертатись?
8Mag een mens dan God tekort doen, dat gij Mij tekort doet? Ge zegt: Waarin hebben wij U tekort gedaan? In de tienden en eerstelingen?
8Хиба ж годиться людинї обкрадати Бога? Ви ж мене обкрадаєте. Спитаєте: В чім же ми тебе обкрадаємо? Десятинами й первоплодами.
9Met vervloeking zijt ge geslagen, heel het volk, en toch blijft ge Mij tekort doen!
9Тяжко ви прокляті, за те, що ви — ввесь люд — мене обкрадаєте.
10Brengt de tienden van alles naar de schuren, opdat er voorraad zij voor mijn huis; dan kunt gij eens de proef met Mij nemen, spreekt Jahweh der heirscharen, of Ik de sluizen des hemels niet voor u open, en geen zegen in overvloed over u uitstort.
10Принесїте всї десятини в кокомори в сьвятинї щоб у мойму дому було що їсти, та хоч тим витребуйте мене, говорить Господь сил небесних: чи тодї не повідчиняю я вам отвори небесні й не пошлю вам благословеннє над міру?
11Ik zal voor u de knaagbek verjagen, en hij zal de vrucht van uw akker niet vernielen; de wijnstok op het veld zal u zijn vrucht niet onthouden, spreekt Jahweh der heirscharen.
11Задля вас я відверну всяку прожер, щоб не пустошила в вас плоду земного, та й виноградина в вас на полї не буде без плоду, говорить Господь Саваот.
12Dan zullen alle volken u gelukkig prijzen; want dan zijt gij een lustoord, spreekt Jahweh der heirscharen!
12І щасливими славити муть вас усї народи, будете бо бажаною землею, говорить Господь сил небесних.
13Uw taal ergert mij, spreekt Jahweh! Ge vraagt: Wat hebben wij dan tegen U onder elkander gezegd?
13Зневажливі передо мною слова ваші, говорить Господь. Скажете: Що ж ми говоримо проти тебе?
14Ge hebt gezegd: Verloren moeite, God te dienen; wat hebben wij er mee gewonnen, zijn gebod te onderhouden, en in rouwgewaad voor Jahweh der heirscharen te gaan?
14А ось, ви мовляєте: Шкода служити Богу, та й що нам за пожиток із того, що ми перестерігали постанови його та ходили сумнї перед лицем Господа сил?
15Neen, we prijzen de opstandigen gelukkig: die kwaad doen, gaat het goed; die God durven tarten, blijven ongemoeid.
15А нинї ми гордих славимо щасливими: красше врядились беззаконники, та й хоч спокушують Бога, а жиють без ушкоди.
16Maar zo spreken zij, die Jahweh vrezen, onder elkander. Jahweh heeft er acht op geslagen, en het gehoord. Er ligt voor zijn aan- schijn een gedenkboek, geschreven ten gunste van hen, die Jahweh vrezen en zijn Naam in gedachtenis houden.
16Та богобоязні ось як говорять один одному: Вважає Господь і чує все, та й перед лицем його списується памяткова книга про тих, що бояться Господа й почитають імя його.
17Zij zullen mijn eigendom zijn. spreekt Jahweh der heirscharen, op de dag, dat Ik handelend optreed: Ik zal Mij hunner ontfermen, zoals een mens zich ontfermt over den zoon, die hem dient.
17Вони будуть моїми, говорить Господь сил небесних, будуть моєю питоменностю того дня, що наведу, й буду любити їх, як милує чоловік сина свого, що його слухає.
18Dan zult ge van inzicht veranderen, en het verschil zien tussen rechtvaardigen en goddelozen, tussen hem, die God dient, en hem die Hem niet dient.
18І знов тодї побачите ріжницю між праведником і безбожником, між тим, хто служить Богу, а тим хто йому не служить.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.