Jacobus 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Welnu dan, gij rijken; weent en jammert om de rampen, die u bedreigen.
1А нуте ж ви, багаті, плачте ридаючи над злиднями вашими, що надходять.
2Uw rijkdom is verrot, uw gewaden zijn verteerd door de mot;
2Багатство ваше згнило, і шати ваші міль поїла.
3uw goud en zilver is verroest, en hun roest zal tegen u getuigen en ook wegvreten uw vlees; vuur hebt gij u als een schat opgehoopt voor het einde der dagen.
3Золото ваше та срібло поржавіло, і ржа їх на сьвідченнє проти вас буде, і зʼїсть тїло ваше, як огонь.
4Ziet, het achterstallige loon der arbeiders, die uw akkers hebben gemaaid, schreeuwt luid tegen u op; de kreten der maaiers dringen door in de oren des Heren Sabaót.
4Ось, плата робітників, що порали ниви ваші, задержана од вас, голосить; і голосїннє женцїв до ушей Господа Саваота дійшло.
5Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, uw harten vetgemest voor de dag van het slachten.
5Розкошували ви на землї та буяли; повгодовували серця ваші, мов на день заколення.
6Den gerechte hebt gij gevonnist, vermoord, ofschoon hij uw vijand niet is.
6Осудили ви, убили праведного; він не противив ся вам.
7Broeders, weest dan geduldig tot ‘s Heren komst. Ziet, de landman wacht op de kostelijke vrucht van de akker, maar oefent daarbij het geduld, totdat deze de vroege en late regen ontvangt.
7Терпіть же оце, браттє моє, аж до приходу Господнього. Ось, ратай жде доброго овощу з землї, дожидаючись терпіливо його, доки прийме дощ раннїй і пізнїй.
8Weest gij ook geduldig, en laat uw harten niet wankelen; want de komst van den Heer is nabij.
8Терпіть же й ви, утвердїте серця ваші, бо прихід Господень наближуєть ся.
9Klaagt niet, broeders, tegen elkander, opdat gij niet geoordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur!
9Не зітхайте один на одного, браттє, щоб вас не осуджено: ось, суддя перед дверима стоїть.
10Broeders, neemt in lijden en dulden een voorbeeld aan de profeten, die gesproken hebben in ‘s Heren naam.
10За взір тяжкої муки і довгого терпіння прийміть, браттє моє, пророків, що глаголали імям Господнїм.
11Ziet, de geduldigen prijzen we zalig; gij hebt van Jobs geduld gehoord, gij kent ook de uitkomst, die de Heer heeft geschonken, “omdat de Heer vol medelijden is en ontferming.”
11Ось, ми звемо блаженними, хто терпів. Про терпіннє Йовове чули ви, і кончину Господню видїли; бо Господь вельми милосерний і благий.
12Vóór alles, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch met een andere eed. Maar uw ja zij ja, en uw neen zij neen, opdat ge niet bezwijken moogt onder het oordeel.
12Перше ж усього, браттє моє, не кленїтесь нї небом, нї землею, нї иншою якою клятьбою; а нехай буде в вас: так, так, нї, нї, щоб не впали ви в осуд.
13Is iemand van u in lijden: hij bidde; is hij verheugd: hij zinge een lofzang.
13Хто між вами тяжко страдає? нехай молить ся; хто радїє? нехай сьпіває.
14Is iemand van u ziek: hij roepe de priesters der Kerk; laat hen dan over hem bidden, en hem zalven met olie in de naam des Heren.
14Чи хто нездужає між вами, нехай призове пресвитерів церкви, і нехай молять ся над ним, помазавши його оливою в імя Господнє;
15En het gelovig gebed zal den zieke behouden, de Heer zal hem opbeuren; en mocht hij zonden hebben begaan, dan zullen ze hem vergeven worden.
15і молитва віри спасе болящого, і підійме його Господь; а коли гріхи вчинив, відпустять ся йому.
16Belijdt dus elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezen moogt worden. Veel vermag het krachtdadig gebed van een rechtvaardige.
16Визнавайте один одному гріхи, і молїте ся один за одного, щоб сцїлитись вам. Много бо може молитва праведного ревна.
17Elias was een mens, juist zoals wij; hij bad, dat het niet regenen zou, en het regende niet op de aarde drie jaren en zes maanden lang;
17Ілия був чоловік подобний нам страстями, а помоливсь молитвою, щоб не було дощу, то й не було дощу на землї три роки і шість місяцїв.
18en weer bad hij, en de hemel schonk regen, en de aarde bracht haar vruchten voort.
18А знов помолив ся, то й дало небо дощ, і земля зростила овощ свій.
19Mijn broeders, wanneer iemand van u is afgedwaald van de waarheid, en een ander brengt hem tot inkeer;
19Браттє, коли хто з вас заблудить від правди, і наверне хто його,
20weet dan, dat hij, die een zondaar van zijn dwaalweg bekeert, diens ziel van de dood zal redden, en een menigte zonden bedekken.
20нехай знає, що навернувший грішника від блудної дороги його спасе душу від смерти і покриє множество гріхів.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.