Efesiers 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Gij kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders in den Heer; want dit is uw plicht.
1Filii, obedite parentibus vestris in Domino: hoc enim justum est.
2“Eer uw vader en uw moeder;” dit is het eerste gebod, waaraan de belofte verbonden is:
2Honora patrem tuum, et matrem tuam, quod est mandatum primum in promissione:
3“opdat het u goed moge gaan, en ge lang moogt leven op aarde.”
3ut bene sit tibi, et sis longævus super terram.
4En gij vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt ze op in de tucht en in de vermaning des Heren.
4Et vos patres, nolite ad iracundiam provocare filios vestros: sed educate illos in disciplina et correptione Domini.
5Gij slaven, weest aan uw aardse meesters met vrees en siddering onderdanig: in de eenvoud uws harten, zoals aan Christus;
5Servi, obedite dominis carnalibus cum timore et tremore, in simplicitate cordis vestri, sicut Christo:
6niet uit ogendienarij, als zij die mensen willen behagen; maar als slaven van Christus, die van harte de wil van God volbrengen,
6non ad oculum servientes, quasi hominibus placentes, sed ut servi Christi, facientes voluntatem Dei ex animo,
7en die met goede wil hun dienst verrichten, als dienden ze den Heer en niet de mensen.
7cum bona voluntate servientes, sicut Domino, et non hominibus:
8Gij weet immers, dat ieder, die het goede doet, door den Heer zal worden beloond; hij moge slaaf zijn of vrij.
8scientes quoniam unusquisque quodcumque fecerit bonum, hoc recipiet a Domino, sive servus, sive liber.
9En gij meesters, behandelt hen op dezelfde wijze, en laat het dreigen achterwege. Want gij weet, dat hùn en ùw meester in de hemel is, en dat bij Hem geen aanzien van personen bestaat.
9Et vos domini, eadem facite illis, remittentes minas: scientes quia et illorum et vester Dominus est in cælis: et personarum acceptio non est apud eum.
10Ten slotte! Weest sterk in den Heer en in zijn sterke kracht!
10De cetero, fratres, confortamini in Domino, et in potentia virtutis ejus.
11Legt aan de wapenrusting Gods, om stand te kunnen houden tegen de listen des duivels.
11Induite vos armaturam Dei, ut possitis stare adversus insidias diaboli:
12Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht.
12quoniam non est nobis colluctatio adversus carnem et sanguinem, sed adversus principes, et potestates, adversus mundi rectores tenebrarum harum, contra spiritualia nequitiæ, in cælestibus.
13Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de boze dag, en pal te blijven staan, na alles te hebben volbracht.
13Propterea accipite armaturam Dei, ut possitis resistere in die malo, et in omnibus perfecti stare.
14Op dan! Uw lenden omgord met de waarheid, en het pantser der gerechtigheid om;
14State ergo succincti lumbos vestros in veritate, et induti loricam justitiæ,
15de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor de blijde Boodschap van vrede;
15et calceati pedes in præparatione Evangelii pacis,
16het schild des geloofs steeds voor u uit, om al de vurige pijlen van den Boze te kunnen smoren;
16in omnibus sumentes scutum fidei, in quo possitis omnia tela nequissimi ignea extinguere:
17grijpt naar de helm van het heil en het zwaard van den Geest: en dit is het woord van God.
17et galeam salutis assumite, et gladium spiritus (quod est verbum Dei),
18Blijft bidden in den Geest ten allen tijde met gebed en smeking in allerlei vorm; draagt daarbij zorg, om ook met grote volharding voor alle heiligen te blijven bidden.
18per omnem orationem et obsecrationem orantes omni tempore in spiritu: et in ipso vigilantes in omni instantia et obsecratione pro omnibus sanctis:
19Bidt ook voor mij, dat mij het rechte woord gegeven wordt, wanneer ik mijn mond ga openen, om vrijmoedig het geheim van het evangelie te verkondigen;
19et pro me, ut detur mihi sermo in apertione oris mei cum fiducia, notum facere mysterium Evangelii:
20daarvoor ben ik een gezant in boeien! Bidt, dat ik vrijmoedig daarover blijf spreken, zoals het mijn plicht is.
20pro quo legatione fungor in catena, ita ut in ipso audeam, prout oportet me loqui.
21Túchicus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in den Heer, zal u volledig inlichten, hoe het mij gaat en wat ik doe, opdat ook gij goed op de hoogte zult blijven.
21Ut autem et vos sciatis quæ circa me sunt, quid agam, omnia vobis nota faciet Tychicus, carissimus frater, et fidelis minister in Domino:
22Daarom juist zend ik hem naar u toe, opdat gij alles over ons te weten zoudt komen, en hij uw harten bemoedigen mag.
22quem misi ad vos in hoc ipsum, ut cognoscatis quæ circa nos sunt, et consoletur corda vestra.
23Vrede, liefde en geloof aan de broeders, van God den Vader en van den Heer Jesus Christus.
23Pax fratribus, et caritas cum fide a Deo Patre et Domino Jesu Christo.
24De genade zij met allen, die een onverwoestbare liefde toedragen aan Jesus Christus onzen Heer.
24Gratia cum omnibus qui diligunt Dominum nostrum Jesum Christum in incorruptione. Amen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.