Efesiers
Chapter 5

Efesiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Clementine Vulgate…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Weest dus navolgers van God, als zijn geliefde kinderen;
1Estote ergo imitatores Dei, sicut filii carissimi,
2en leeft in liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft gegeven als gave en offer, tot een lieflijke geur voor God.
2et ambulate in dilectione, sicut et Christus dilexit nos, et tradidit semetipsum pro nobis, oblationem et hostiam Deo in odorem suavitatis.
3Van ontucht, alle soort van onreinheid en hebzucht mag onder u zelfs geen sprake meer zijn, zoals dit heiligen betaamt;
3Fornicatio autem, et omnis immunditia, aut avaritia, nec nominetur in vobis, sicut decet sanctos:
4evenmin van vuile taal, zotteklap of spotternij. Deze dingen betamen niet; een dankgebed betaamt veel meer.
4aut turpitudo, aut stultiloquium, aut scurrilitas, quæ ad rem non pertinet: sed magis gratiarum actio.
5Weet wel: geen ontuchtige, onreine of hebzuchtige bezit een erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God; zo iemand staat met een afgodendienaar gelijk.
5Hoc enim scitote intelligentes: quod omnis fornicator, aut immundus, aut avarus, quod est idolorum servitus, non habet hæreditatem in regno Christi et Dei.
6Laat niemand u met holle woorden bedriegen; want daarom juist komt Gods toorn over de kinderen der ongehoorzaamheid.
6Nemo vos seducat inanibus verbis: propter hæc enim venit ira Dei in filios diffidentiæ.
7Wordt dus hun medeplichtigen niet!
7Nolite ergo effici participes eorum.
8Vroeger waart gij duisternis, thans zijt gij licht in den Heer; gedraagt u dan ook als kinderen van het licht.
8Eratis enim aliquando tenebræ: nunc autem lux in Domino. Ut filii lucis ambulate:
9Want de vrucht van het licht bestaat in allerlei goedheid, gerechtigheid en waarheid.
9fructus enim lucis est in omni bonitate, et justitia, et veritate:
10Onderzoekt wat welbehaaglijk is aan den Heer,
10probantes quid sit beneplacitum Deo:
11en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis; maar keurt ze af.
11et nolite communicare operibus infructuosis tenebrarum, magis autem redarguite.
12Want wat door hen in het geheim wordt gedaan, is te schandelijk zelfs om het te noemen.
12Quæ enim in occulto fiunt ab ipsis, turpe est et dicere.
13Alles echter wat afkeurenswaardig is, wordt openbaar gemaakt door het licht; want het licht maakt alles openbaar.
13Omnia autem, quæ arguuntur, a lumine manifestantur: omne enim, quod manifestatur, lumen est.
14Daarom wordt er gezegd: “Ontwaak, gij slaper; Sta op uit de doden, En Christus zal over u lichten!”
14Propter quod dicit: Surge qui dormis, et exsurge a mortuis, et illuminabit te Christus.
15Ziet dus nauwlettend toe, hoe ge u gedraagt: niet als dwazen, maar als wijzen;
15Videte itaque, fratres, quomodo caute ambuletis: non quasi insipientes,
16benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn boos.
16sed ut sapientes: redimentes tempus, quoniam dies mali sunt.
17Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.
17Propterea nolite fieri imprudentes, sed intelligentes quæ sit voluntas Dei.
18Bedrinkt u niet aan de wijn, want dit voert tot losbandigheid; maar wordt vol van den Geest.
18Et nolite inebriari vino, in quo est luxuria, sed implemini Spiritu Sancto,
19Spreekt tot elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen; zingt en juicht in uw hart voor den Heer;
19loquentes vobismetipsis in psalmis, et hymnis, et canticis spiritualibus, cantantes et psallentes in cordibus vestris Domino,
20betuigt zonder ophouden voor alles uw dank aan God en den Vader, in de naam van Jesus Christus onzen Heer.
20gratias agentes semper pro omnibus in nomine Domini nostri Jesu Christi Deo et Patri,
21Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.
21subjecti invicem in timore Christi.
22Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, als aan den Heer.
22Mulieres viris suis subditæ sint, sicut Domino:
23Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het Hoofd is der Kerk, Hij die de Verlosser is van het Lichaam.
23quoniam vir caput est mulieris, sicut Christus caput est Ecclesiæ: ipse, salvator corporis ejus.
24Welnu, zoals de Kerk onderdanig is aan Christus, zo moeten in alles de vrouwen het zijn aan haar mannen.
24Sed sicut Ecclesia subjecta est Christo, ita et mulieres viris suis in omnibus.
25Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals ook Christus de Kerk heeft bemind. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd:
25Viri, diligite uxores vestras, sicut et Christus dilexit Ecclesiam, et seipsum tradidit pro ea,
26om haar te heiligen en te reinigen door het Waterbad, vergezeld van het woord;
26ut illam sanctificaret, mundans lavacro aquæ in verbo vitæ,
27om Zich een heerlijke Kerk te bereiden, zonder vlek of rimpel of iets van die aard, maar heilig en zonder enige smet.
27ut exhiberet ipse sibi gloriosam Ecclesiam, non habentem maculam, aut rugam, aut aliquid hujusmodi, sed ut sit sancta et immaculata.
28Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben als hun eigen lichaam; wie zijn vrouw bemint, heeft zichzelf lief.
28Ita et viri debent diligere uxores suas ut corpora sua. Qui suam uxorem diligit, seipsum diligit.
29Welnu, niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; maar hij voedt en verzorgt het, zoals ook Christus het doet met de Kerk,
29Nemo enim umquam carnem suam odio habuit: sed nutrit et fovet eam, sicut et Christus Ecclesiam:
30omdat we de ledematen zijn van zijn Lichaam.
30quia membra sumus corporis ejus, de carne ejus et de ossibus ejus.
31“Daarom zal de man vader en moeder verlaten, en zich hechten aan zijn vrouw; en die twee zullen één vlees worden”,
31Propter hoc relinquet homo patrem et matrem suam, et adhærebit uxori suæ, et erunt duo in carne una.
32Dit geheim is groot; ik bedoel: zijn verhouding tot Christus en de Kerk.
32Sacramentum hoc magnum est, ego autem dico in Christo et in Ecclesia.
33Maar hoe het ook zij: ieder van u moet zijn vrouw liefhebben als zichzelf, en de vrouw moet eerbied hebben voor den man.
33Verumtamen et vos singuli, unusquisque uxorem suam sicut seipsum diligat: uxor autem timeat virum suum.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.