Efesiers 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Weest dus navolgers van God, als zijn geliefde kinderen;
1Siate adunque imitatori di Dio, come figliuoli diletti.
2en leeft in liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft gegeven als gave en offer, tot een lieflijke geur voor God.
2E camminate in carità, siccome ancora Cristo ci ha amati, e ha dato sè stesso per noi, in offerta e sacrificio a Dio, in odor soave.
3Van ontucht, alle soort van onreinheid en hebzucht mag onder u zelfs geen sprake meer zijn, zoals dit heiligen betaamt;
3E come si conviene a santi, fornicazione, e niuna immondizia, ed avarizia, non sia pur nominata fra voi;
4evenmin van vuile taal, zotteklap of spotternij. Deze dingen betamen niet; een dankgebed betaamt veel meer.
4nè disonestà, nè stolto parlare, o buffoneria, le quali cose non si convengono; ma più tosto, ringraziamento.
5Weet wel: geen ontuchtige, onreine of hebzuchtige bezit een erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God; zo iemand staat met een afgodendienaar gelijk.
5Poichè voi sapete questo: che niun fornicatore, nè immondo, nè avaro, il quale è idolatra, ha eredità nel regno di Cristo, e di Dio.
6Laat niemand u met holle woorden bedriegen; want daarom juist komt Gods toorn over de kinderen der ongehoorzaamheid.
6Niuno vi seduca con vani ragionamenti; perciocchè per queste cose vien l'ira di Dio, sopra i figliuoli della disubbidienza.
7Wordt dus hun medeplichtigen niet!
7Non siate adunque loro compagni.
8Vroeger waart gij duisternis, thans zijt gij licht in den Heer; gedraagt u dan ook als kinderen van het licht.
8Perciocchè già eravate tenebre, ma ora siete luce nel Signore; camminate come figliuoli di luce
9Want de vrucht van het licht bestaat in allerlei goedheid, gerechtigheid en waarheid.
9(poichè il frutto dello Spirito è in ogni bontà, e giustizia, e verità),
10Onderzoekt wat welbehaaglijk is aan den Heer,
10provando ciò che è accettevole al Signore.
11en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis; maar keurt ze af.
11E non partecipate le opere infruttuose delle tenebre, anzi più tosto ancora riprendetele.
12Want wat door hen in het geheim wordt gedaan, is te schandelijk zelfs om het te noemen.
12Perciocchè egli è disonesto pur di dire le cose che si fanno da coloro in occulto.
13Alles echter wat afkeurenswaardig is, wordt openbaar gemaakt door het licht; want het licht maakt alles openbaar.
13Ma tutte le cose, che sono condannate sono manifestate dalla luce; perciocchè tutto ciò che è manifestato è luce.
14Daarom wordt er gezegd: “Ontwaak, gij slaper; Sta op uit de doden, En Christus zal over u lichten!”
14Perciò dice: Risvegliati, tu che dormi, e risorgi da' morti, e Cristo ti risplenderà.
15Ziet dus nauwlettend toe, hoe ge u gedraagt: niet als dwazen, maar als wijzen;
15Riguardate adunque come voi camminate con diligente circospezione; non come stolti, ma come savi;
16benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn boos.
16ricomperando il tempo, perciocchè i giorni sono malvagi.
17Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.
17Perciocchè, non siate disavveduti, ma intendenti qual sia la volontà del Signore.
18Bedrinkt u niet aan de wijn, want dit voert tot losbandigheid; maar wordt vol van den Geest.
18E non v'inebbriate di vino, nel quale vi è dissoluzione; ma siate ripieni dello Spirito;
19Spreekt tot elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen; zingt en juicht in uw hart voor den Heer;
19parlando a voi stessi con salmi, ed inni, e canzoni spirituali, cantando, e salmeggiando col cuor vostro al Signore.
20betuigt zonder ophouden voor alles uw dank aan God en den Vader, in de naam van Jesus Christus onzen Heer.
20Rendendo del continuo grazie d'ogni cosa a Dio e Padre, nel nome del Signor nostro Gesù Cristo.
21Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.
21Sottoponendovi gli uni agli altri nel timor di Cristo.
22Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, als aan den Heer.
22MOGLI, siate soggette a' vostri mariti, come al Signore.
23Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het Hoofd is der Kerk, Hij die de Verlosser is van het Lichaam.
23Poichè il marito è capo della donna, siccome ancora Cristo è capo della Chiesa, ed egli stesso è Salvatore del corpo.
24Welnu, zoals de Kerk onderdanig is aan Christus, zo moeten in alles de vrouwen het zijn aan haar mannen.
24Ma altresì, come la Chiesa è soggetta a Cristo, così le mogli debbono esser soggette a' lor mariti in ogni cosa.
25Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals ook Christus de Kerk heeft bemind. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd:
25Mariti, amate le vostre mogli, siccome ancora Cristo ha amata la Chiesa, e ha dato sè stesso per lei;
26om haar te heiligen en te reinigen door het Waterbad, vergezeld van het woord;
26acciocchè, avendo la purgata col lavacro dell'acqua, la santificasse per la parola;
27om Zich een heerlijke Kerk te bereiden, zonder vlek of rimpel of iets van die aard, maar heilig en zonder enige smet.
27per farla comparire davanti a sè, gloriosa, non avendo macchia, nè crespa, nè cosa alcuna tale; ma santa ed irreprensibile.
28Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben als hun eigen lichaam; wie zijn vrouw bemint, heeft zichzelf lief.
28Così debbono i mariti amare le loro mogli, come i lor propri corpi: chi ama la sua moglie ama sè stesso.
29Welnu, niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; maar hij voedt en verzorgt het, zoals ook Christus het doet met de Kerk,
29Perciocchè niuno giammai ebbe in odio la sua carne, anzi la nudrisce, e la cura teneramente, siccome ancora il Signore la Chiesa.
30omdat we de ledematen zijn van zijn Lichaam.
30Poichè noi siamo membra del suo corpo, della sua carne, e delle sue ossa.
31“Daarom zal de man vader en moeder verlaten, en zich hechten aan zijn vrouw; en die twee zullen één vlees worden”,
31Perciò, l'uomo lascerà suo padre, e sua madre, e si congiungerà con la sua moglie, e i due diverranno una stessa carne.
32Dit geheim is groot; ik bedoel: zijn verhouding tot Christus en de Kerk.
32Questo mistero è grande; or io dico, a riguardo di Cristo, e della Chiesa.
33Maar hoe het ook zij: ieder van u moet zijn vrouw liefhebben als zichzelf, en de vrouw moet eerbied hebben voor den man.
33Ma ciascun di voi così ami la sua moglie, come sè stesso; ed altresì la moglie riverisca il marito.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.