Efesiers 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Gij kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders in den Heer; want dit is uw plicht.
1Figliuoli, ubbidite nel Signore a' vostri padri e madri, perciocchè ciò è giusto.
2“Eer uw vader en uw moeder;” dit is het eerste gebod, waaraan de belofte verbonden is:
2Onora tuo padre, e tua madre (che è il primo comandamento con promessa),
3“opdat het u goed moge gaan, en ge lang moogt leven op aarde.”
3acciocchè ti sia bene, e tu sii di lunga vita sopra la terra.
4En gij vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt ze op in de tucht en in de vermaning des Heren.
4E voi , padri, non provocate ad ira i vostri figliuoli; ma allevateli in disciplina, ed ammonizion del Signore.
5Gij slaven, weest aan uw aardse meesters met vrees en siddering onderdanig: in de eenvoud uws harten, zoals aan Christus;
5Servi, ubbidite a' vostri signori secondo la carne, con timore, e tremore, nella semplicità del cuor vostro, come a Cristo.
6niet uit ogendienarij, als zij die mensen willen behagen; maar als slaven van Christus, die van harte de wil van God volbrengen,
6Non servendo all'occhio, come per piacere agli uomini; ma, come servi di Cristo, facendo il voler di Dio d'animo;
7en die met goede wil hun dienst verrichten, als dienden ze den Heer en niet de mensen.
7servendo con benivoglienza, come a Cristo, e non come agli uomini;
8Gij weet immers, dat ieder, die het goede doet, door den Heer zal worden beloond; hij moge slaaf zijn of vrij.
8sapendo che del bene che ciascuno, o servo o franco ch'egli sia, avrà fatto, egli ne riceverà la retribuzion dal Signore.
9En gij meesters, behandelt hen op dezelfde wijze, en laat het dreigen achterwege. Want gij weet, dat hùn en ùw meester in de hemel is, en dat bij Hem geen aanzien van personen bestaat.
9E voi , signori, fate par pari inverso loro, rallentando le minacce; sapendo che il Signore, e vostro, e loro, è ne' cieli; e che dinanzi a lui non v' è riguardo alla qualità delle persone.
10Ten slotte! Weest sterk in den Heer en in zijn sterke kracht!
10NEL rimanente, fratelli miei, fortificatevi nel Signore, e nella forza della sua possanza.
11Legt aan de wapenrusting Gods, om stand te kunnen houden tegen de listen des duivels.
11Vestite tutta l'armatura di Dio, per poter dimorar ritti, e fermi contro alle insidie del diavolo.
12Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht.
12Poichè noi non abbiamo il combattimento contro a sangue e carne; ma contro a' principati, contro alle podestà, contro a' rettori del mondo, e delle tenebre di questo secolo, contro agli spiriti maligni, ne' luoghi celesti.
13Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de boze dag, en pal te blijven staan, na alles te hebben volbracht.
13Perciò, prendete tutta l'armatura di Dio, acciocchè possiate contrastare nel giorno malvagio; e dopo aver compiuta ogni cosa, restar ritti in piè.
14Op dan! Uw lenden omgord met de waarheid, en het pantser der gerechtigheid om;
14Presentatevi adunque al combattimento, cinti di verità intorno a' lombi, e vestiti dell'usbergo della giustizia;
15de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor de blijde Boodschap van vrede;
15ed avendo i piedi calzati della preparazione dell'evangelo della pace.
16het schild des geloofs steeds voor u uit, om al de vurige pijlen van den Boze te kunnen smoren;
16Sopra tutto, prendendo lo scudo della fede, col quale possiate spegnere tutti i dardi infocati del maligno.
17grijpt naar de helm van het heil en het zwaard van den Geest: en dit is het woord van God.
17Pigliate ancora l'elmo della salute; e la spada dello Spirito, che è la parola di Dio.
18Blijft bidden in den Geest ten allen tijde met gebed en smeking in allerlei vorm; draagt daarbij zorg, om ook met grote volharding voor alle heiligen te blijven bidden.
18Orando in ogni tempo, con ogni maniera di preghiera, e supplicazione, in Ispirito; ed a questo stesso vegliando, con ogni perseveranza, ed orazione per tutti i santi.
19Bidt ook voor mij, dat mij het rechte woord gegeven wordt, wanneer ik mijn mond ga openen, om vrijmoedig het geheim van het evangelie te verkondigen;
19E per me ancora, acciocchè mi sia data parola con apertura di bocca, per far conoscere con libertà il misterio dell'evangelo.
20daarvoor ben ik een gezant in boeien! Bidt, dat ik vrijmoedig daarover blijf spreken, zoals het mijn plicht is.
20Per lo quale io sono ambasciatore in catena; acciocchè io l'annunzii francamente, come mi convien parlare.
21Túchicus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in den Heer, zal u volledig inlichten, hoe het mij gaat en wat ik doe, opdat ook gij goed op de hoogte zult blijven.
21OR acciocchè ancora voi sappiate lo stato mio, e ciò che io fo, Tichico, il caro fratello, e fedel ministro nel Signore, vi farà assapere il tutto.
22Daarom juist zend ik hem naar u toe, opdat gij alles over ons te weten zoudt komen, en hij uw harten bemoedigen mag.
22Il quale io ho mandato a voi a questo stesso fine, acciocchè voi sappiate lo stato nostro, e ch'egli consoli i cuori vostri.
23Vrede, liefde en geloof aan de broeders, van God den Vader en van den Heer Jesus Christus.
23Pace a' fratelli, e carità con fede, da Dio Padre, e dal Signor Gesù Cristo.
24De genade zij met allen, die een onverwoestbare liefde toedragen aan Jesus Christus onzen Heer.
24La grazia sia con tutti quelli che amano il Signor nostro Gesù Cristo, in purità incorruttibile. Amen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.