Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Toen Demétrius vernomen had, dat Nikánor en zijn leger in de strijd waren gevallen, zond hij Bakchides en Alkimus voor de tweede maal naar Judea, en wel aan het hoofd van de rechtervleugel.
1ΚΑΙ ἤκουσε Δημήτριος ὅτι ἔπεσε Νικάνωρ καὶ αἱ δυνάμεις αὐτοῦ ἐν πολέμῳ, καὶ προσέθετο τὸν Βακχίδην καὶ τὸν Ἄλκιμον ἐκ δευτέρου ἀποστεῖλαι εἰς γῆν Ἰούδα καὶ τὸ δεξιὸν κέρας μετ᾿ αὐτῶν.
2Zij sloegen de weg in naar Galilea, belegerden Massalot in het gebied van Arbéla, veroverden het en vermoordden er velen.
2καὶ ἐπορεύθησαν ὁδὸν τὴν εἰς Γάλγαλα καὶ παρενέβαλον ἐπὶ Μαισαλὼθ τὴν ἐν Ἀρβήλοις καὶ προκατελάβοντο αὐτὴν καὶ ἀπώλεσαν ψυχὰς ἀνθρώπων πολλάς.
3Daarop sloegen zij in de eerste maand van het jaar 152 het beleg om Jerusalem.
3καὶ τοῦ μηνὸς τοῦ πρώτου ἔτους τοῦ δευτέρου καὶ πεντηκοστοῦ καὶ ἑκατοστοῦ παρενέβαλον ἐπὶ Ἱερουσαλήμ·
4Zij braken echter weer op, en trokken met twintigduizend man voetvolk en tweeduizend ruiters naar Beréa,
4καὶ ἀπῇραν καὶ ἐπορεύθησαν εἰς Βερέαν ἐν εἴκοσι χιλιάσιν ἀνδρῶν καὶ δισχιλίᾳ ἵππῳ.
5omdat Judas met drieduizend uitstekende soldaten in Elasa lag.
5καὶ Ἰούδας ἦν παρεμβεβληκὼς ἐν Ἐλασά, καὶ τρισχίλιοι ἄνδρες ἐκλεκτοὶ μετ᾿ αὐτοῦ.
6Maar toen de Joden nu de geweldige overmacht zagen, begonnen er velen bang te worden, en vluchtten weg uit het legerkamp, zodat er nog slechts achthonderd man van hen overbleven.
6καὶ εἶδον τὸ πλῆθος τῶν δυνάμεων ὅτι πολλοί εἰσι, καὶ ἐφοβήθησαν σφόδρα· καὶ ἐξερρύησαν πολλοὶ ἀπὸ τῆς παρεμβολῆς, οὐ κατελείφθησαν ἐξ αὐτῶν ἀλλ᾿ ἢ ὀκτακόσιοι ἄνδρες.
7Zo moest Judas het aanzien, hoe zijn leger uiteen viel op het ogenblik, dat hij gedwongen werd, slag te leveren. Hij was zeer terneergeslagen, omdat hij geen tijd had, hen weer te verzamelen.
7καὶ εἶδεν Ἰούδας ὅτι ἀπερρύη ἡ παρεμβολὴ αὐτοῦ καὶ ὁ πόλεμος ἔθλιβεν αὐτόν, καὶ συνετρίβη τῇ καρδίᾳ, ὅτι οὐκ εἶχε καιρὸν συναγαγεῖν αὐτούς,
8En in zijn vertwijfeling riep hij de overgeblevenen toe: Vooruit; trekken wij tegen onze vijanden op; misschien zijn we hun toch nog de baas!
8καὶ ἐξελύθη καὶ εἶπε τοῖς καταλειφθεῖσιν· ἀναστῶμεν καὶ ἀναβῶμεν ἐπὶ τοὺς ὑπεναντίους ἡμῶν, ἐὰν ἄρα δυνώμεθα πολεμῆσαι αὐτούς.
9Men poogde nog, hem hiervan af te brengen, en zeide: Dat kunnen we niet! We moeten nu ons eigen leven maar redden. Later kunnen we dan met onze broeders terugkeren, en tegen hen vechten; nu zijn wij met veel te weinig man.
9καὶ ἀπέστρεφον αὐτὸν λέγοντες· οὐ μὴ δυνώμεθα, ἀλλ᾿ ἢ σῴζωμεν τὰς ἑαυτῶν ψυχὰς τὸ νῦν καὶ ἐπιστρέψωμεν μετὰ τῶν ἀδελφῶν ἡμῶν καὶ πολεμήσωμεν πρὸς αὐτούς, ἡμεῖς δὲ ὀλίγοι.
10Maar Judas sprak: Dàt zal nooit gebeuren; nooit gaan we voor hen op de vlucht! Wanneer ons uur is gekomen, laat ons dan moedig voor onze broeders sterven, en geen vlek op onze roem laten kleven.
10καὶ εἶπεν Ἰούδας· μή μοι γένοιτο ποιῆσαι τὸ πρᾶγμα τοῦτο, φυγεῖν ἀπ᾿ αὐτῶν, καὶ εἰ ἤγγικεν ὁ καιρὸς ἡμῶν, καὶ ἀποθάνωμεν ἐν ἀνδρείᾳ χάριν τῶν ἀδελφῶν ἡμῶν καὶ μὴ καταλίπωμεν αἰτίαν τῇ δόξῃ ἡμῶν.
11Daarop trokken de troepen de legerplaats uit. De Syriërs stelden zich tegen hen op; hun ruiterij was in tweeën gesplitst, en aan de spits van het leger trokken de slingeraars en boogschutters met alle dappere voorvechters.
11καὶ ἀπῇρεν ἡ δύναμις ἀπὸ τῆς παρεμβολῆς καὶ ἔστησαν εἰς συνάντησιν αὐτοῖς, καὶ ἐμερίσθη ἡ ἵππος εἰς δύο μέρη, καὶ οἱ σφενδονῆται καὶ οἱ τοξόται προεπορεύοντο τῆς δυνάμεως, καὶ οἱ πρωταγωνισταὶ πάντες οἱ δυνατοί·
12Bakchides bevond zich op de rechtervleugel. Van twee kanten rukten nu de slaglinies vooruit onder het schetteren van de trompetten.
12Βακχίδης δὲ ἦν ἐν τῷ δεξιῷ κέρατι. καὶ ἤγγισεν ἡ φάλαγξ ἐκ τῶν δύο μερῶν καὶ ἐφώνουν ταῖς σάλπιγξι,
13Ook Judas' mannen bliezen op de trompetten, zodat de aarde dreunde van het lawaai der legers. En van de morgen tot de avond woedde de slag.
13καὶ ἐσάλπισαν οἱ παρὰ Ἰούδᾳ καὶ αὐτοὶ ταῖς σάλπιγξι· καὶ ἐσαλεύθη ἡ γῆ ἀπὸ τῆς φωνῆς τῶν παρεμβολῶν, καὶ ἐγένετο ὁ πόλεμος συνημμένος ἀπὸ πρωΐθεν ἕως ἑσπέρας.
14Zodra Judas bemerkte, dat Bakchides zich met de kern van het leger op de rechtervleugel bevond, schaarden alle dappere mannen zich om hem heen,
14καὶ εἶδεν Ἰούδας ὅτι Βακχίδης καὶ τὸ στερέωμα τῆς παρεμβολῆς ἐν τοῖς δεξιοῖς, καὶ συνῆλθον αὐτῷ πάντες οἱ εὔψυχοι τῇ καρδίᾳ,
15verpletterden de rechtervleugel en zetten ze achterna tot het gebergte van Azor.
15καὶ συνετρίβη τὸ δεξιὸν κέρας ἀπ᾿ αὐτῶν, καὶ ἐδίωκεν ὀπίσω αὐτῶν ἕως Ἀζώτου ὄρους.
16Maar toen de soldaten op de linkervleugel zagen, dat de rechter verslagen was, zwenkten zij om, en gingen snel achter Judas en de zijnen aan.
16καὶ εἰς τὸ ἀριστερὸν κέρας εἶδον ὅτι συνετρίβη τὸ δεξιὸν κέρας, καὶ ἐπέστρεψαν κατὰ πόδας Ἰούδα καὶ τῶν μετ᾿ αὐτοῦ ἐκ τῶν ὄπισθεν.
17Nu ontspon zich een verschrikkelijk gevecht, en aan beide zijden vielen ze bij hopen.
17καὶ ἐβαρύνθη ὁ πόλεμος, καὶ ἔπεσον τραυματίαι πολλοὶ ἐκ τούτων καὶ ἐκ τούτων.
18Ook Judas viel; en nu sloeg de rest op de vlucht.
18καὶ Ἰούδας ἔπεσε, καὶ οἱ λοιποὶ ἔφυγον.
19Maar Jonatan en Sjimon wisten hun broer Judas nog mee te nemen, en begroeven hem in het graf van zijn vaderen te Modin.
19καὶ ᾖραν Ἰωνάθαν καὶ Σίμων Ἰούδαν τὸν ἀδελφὸν αὐτῶν καὶ ἔθαψαν αὐτὸν ἐν τῷ τάφῳ τῶν πατέρων αὐτοῦ ἐν Μωδεΐν.
20Daar beweenden ze hem, en heel Israël hield voor hem een plechtige dodenklacht. Dagen lang bleven ze treuren en roepen:
20καὶ ἔκλαυσαν αὐτὸν καὶ ἐκόψαντο αὐτὸν πᾶς Ἰσραὴλ κοπετὸν μέγαν καὶ ἐπένθουν ἡμέρας πολλὰς καὶ εἶπον·
21Hoe is de held gevallen, De redder van Israël!
21πῶς ἔπεσε δυνατὸς σῴζων τὸν Ἰσραήλ;
22De verdere geschiedenis van Judas, van zijn oorlogen en de heldendaden, die hij verrichtte, en van zijn grootheid, is niet verder beschreven. Dat zou te veel zijn geweest.
22καὶ τὰ περισσὰ τῶν λόγων Ἰούδα καὶ τῶν πολέμων καὶ τῶν ἀνδραγαθιῶν, ὧν ἐποίησε, καὶ τῆς μεγαλωσύνης αὐτῶν οὐ κατεγράφη, πολλὰ γὰρ ἦν σφόδρα.
23Na de dood van Judas doken in heel het gebied van Israël de afvalligen weer op, terwijl ook alle misdadigers het hoofd opstaken.
23Καὶ ἐγένετο, μετὰ τὴν τελευτὴν Ἰούδα ἐξέκυψαν οἱ ἄνομοι ἐν πᾶσι τοῖς ὁρίοις Ἰσραήλ, καὶ ἀνέτειλαν πάντες οἱ ἐργαζόμενοι τὴν ἀδικίαν.
24En omdat met hen nu ook het land afviel van God, begon er in die tijd een ontzettende hongersnood te woeden.
24ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις ἐγενήθη λιμὸς μέγας σφόδρα, καὶ ηὐτομόλησεν ἡ χώρα μετ᾿ αὐτῶν.
25Bakchides deed een keuze uit die goddeloze mannen, en stelde hen aan, om het land te besturen.
25καὶ ἐξέλεξε Βακχίδης τοὺς ἀσεβεῖς ἄνδρας καὶ κατέστησεν αὐτοὺς κυρίους τῆς χώρας.
26Dezen gingen op zoek naar de vrienden van Judas, en brachten ze voor Bakchides, die hen bestrafte en hoonde.
26καὶ ἐξεζήτουν καὶ ἐξηρεύνων τοὺς φίλους Ἰούδα καὶ ἦγον αὐτοὺς πρὸς Βακχίδην, καὶ ἐξεδίκει ἐν αὐτοῖς καὶ ἐνέπαιζεν αὐτοῖς.
27Zo brak er een heftige vervolging in Israël uit, zoals er sinds het optreden van den laatsten profeet niet meer was geweest.
27καὶ ἐγένετο θλῖψις μεγάλη ἐν τῷ Ἰσραήλ, ἥτις οὐκ ἐγένετο ἀφ᾿ ἧς ἡμέρας οὐκ ὤφθη προφήτης ἐν αὐτοῖς.
28Daarom sloten alle aanhangers van Juda zich aaneen, en zeiden tot Jonatan:
28καὶ ἠθροίσθησαν πάντες οἱ φίλοι Ἰούδα καὶ εἶπον τῷ Ἰωνάθαν·
29Sinds de dood van uw broer Judas is er niemand, die evenals hij te velde kan trekken tegen de vijanden, tegen Bakchides en allen, die ons volk haten.
29ἀφ᾿ οὗ ὁ ἀδελφός σου Ἰούδας τετελεύτηκε, καὶ ἀνὴρ ὅμοιος αὐτῷ οὐκ ἔστιν ἐξελθεῖν πρὸς τοὺς ἐχθροὺς καὶ Βακχίδην, καὶ ἐν τοῖς ἐχθραίνουσιν τοῦ ἔθνους ἡμῶν·
30Daarom kiezen wij heden u, om in zijn plaats ons opperhoofd en onze aanvoerder te zijn en onze oorlog uit te vechten.
30νῦν οὖν σε ᾑρετισάμεθα σήμερον τοῦ εἶναι ἀντ᾿ αὐτοῦ ἡμῖν εἰς ἄρχοντα καὶ ἡγούμενον τοῦ πολεμῆσαι τὸν πόλεμον ἡμῶν.
31Zo nam Jonatan toen de leiding op zich, en trad in de plaats van zijn broer Judas.
31καὶ ἐπεδέξατο Ἰωνάθαν ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ τὴν ἥγησιν καὶ ἀνέστη ἀντὶ Ἰούδα τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ.
32Toen Bakchides hiervan kennis kreeg, stelde hij alle pogingen in het werk, om hem te doden.
32Καὶ ἔγνω Βακχίδης καὶ ἐζήτει αὐτὸν ἀποκτεῖναι.
33Maar zodra Jonatan en zijn broer Sjimon met heel zijn aanhang dit vernamen, vluchtten zij naar de woestijn van Tekóa en legerden zich bij de waterput Asfar.
33καὶ ἔγνω Ἰωνάθαν καὶ Σίμων ὁ ἀδελφὸς αὐτοῦ· καὶ πάντες οἱ μετ᾿ αὐτοῦ καὶ ἔφυγον εἰς τὴν ἔρημον Θεκωὲ καὶ παρενέβαλον ἐπὶ τὸ ὕδωρ λάκκου Ἀσφάρ.
no verse 34 in this text
34καὶ ἔγνω Βακχίδης τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων καὶ ἦλθεν αὐτὸς καὶ πᾶν τὸ στράτευμα αὐτοῦ πέραν τοῦ Ἰορδάνου.
35Hij liet echter zijn broer Johannes aan het hoofd van de tros wegtrekken, om de Nabateërs, zijn vrienden, te verzoeken, hun omvangrijke bagage bij hen in veiligheid te mogen brengen.
35καὶ ἀπέστειλεν Ἰωνάθαν τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ ἡγούμενον τοῦ ὄχλου καὶ παρεκάλεσε τοὺς Ναβαταίους φίλους αὐτοῦ παραθέσθαι αὐτοῖς τὴν ἀποσκευὴν αὐτῶν τὴν πολλήν.
36Maar de zonen van Jámbri rukten uit Medeba op, namen Johannes met heel zijn tros gevangen en trokken er mee weg.
36καὶ ἐξῆλθον υἱοὶ Ἰαμβρὶ ἐκ Μηδαβὰ καὶ συνέλαβον Ἰωάννην καὶ πάντα, ὅσα εἶχε, καὶ ἀπῆλθον ἔχοντες.
37Enige tijd later berichtte men Jonatan en zijn broer Sjimon, dat de zonen van Jámbri een grote bruiloft zouden vieren, en dat zij de bruid, de dochter van een vooraanstaanden Kanaäniet, met groot gevolg van Nadabat zouden komen afhalen.
37μετὰ δὲ τοὺς λόγους τούτους ἀπήγγειλαν τῷ Ἰωνάθαν καὶ Σίμωνι τῷ ἀδελφῷ αὐτοῦ ὅτι οἱ υἱοὶ Ἰαμβρὶ ποιοῦσι γάμον μέγαν καὶ ἄγουσι τὴν νύμφην ἀπὸ Ναδαβάθ, θυγατέρα ἑνὸς τῶν μεγάλων μεγιστάνων Χαναὰν μετὰ παραπομπῆς μεγάλης.
38Toen dachten zij aan het bloed van hun broer Johannes, trokken op en verscholen zich in een bergspleet.
38καὶ ἐμνήσθησαν Ἰωάννου τοῦ ἀδελφοῦ αὐτῶν καὶ ἀνέβησαν καὶ ἐκρύβησαν ὑπὸ τὴν σκέπην τοῦ ὄρους.
39Zij bleven daar op de uitkijk liggen, en zie: daar naderde een grote rumoerige stoet; daar kwam de bruidegom aan met zijn vrienden en broers, en ging rijk uitgedost de anderen tegemoet met pauken en andere muziekinstrumenten.
39καὶ ᾖραν τοὺς ὀφθαλμοὺς αὐτῶν καὶ εἶδον καὶ ἰδοὺ θροῦς καὶ ἀποσκευὴ πολλή, καὶ ὁ νυμφίος ἐξῆλθε καὶ οἱ φίλοι αὐτοῦ καὶ οἱ ἀδελφοὶ αὐτοῦ εἰς συνάντησιν αὐτῶν μετὰ τυμπάνων καὶ μουσικῶν καὶ ὅπλων πολλῶν.
40Nu sprongen zij uit hun schuilplaats op hen af, en sloegen hen neer; velen bleven zwaargewond liggen, terwijl de overigen naar de bergen vluchtten. Daarna maakten zij zich meester van al hun have en goed.
40καὶ ἐξανέστησαν ἐπ᾿ αὐτοὺς ἀπὸ τοῦ ἐνέδρου οἱ περὶ τὸν Ἰωνάθαν καὶ ἀπέκτειναν αὐτούς, καὶ ἔπεσον τραυματίαι πολλοί, καὶ οἱ ἐπίλοιποι ἔφυγον εἰς τὸ ὄρος· καὶ ἔλαβον πάντα τὰ σκῦλα αὐτῶν.
41De bruiloft was in droefheid veranderd, de tonen van hun muziek in gejammer!
41καὶ μετεστράφη ὁ γάμος εἰς πένθος καὶ ἡ φωνὴ μουσικῶν αὐτῶν εἰς θρῆνον.
42Zo wreekten zij het bloed van hun broer. Daarna trokken ze terug naar het moeras van de Jordaan.
42καὶ ἐξεδίκησαν τὴν ἐκδίκησιν αἵματος ἀδελφοῦ αὐτῶν καὶ ἀπέστρεψαν εἰς τὸ ἕλος τοῦ Ἰορδάνου.
43Op het bericht hiervan begaf Bakchides zich met een aanzienlijke legermacht naar de oevers van de Jordaan, juist op een sabbat.
43καὶ ἤκουσε Βακχίδης καὶ ἦλθε τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων ἕως τῶν κρηπίδων τοῦ Ἰορδάνου ἐν δυνάμει πολλῇ.
44Toch sprak Jonatan tot zijn mannen: Op, we moeten vandaag voor ons leven vechten; want het ziet er heden slechter uit dan ooit.
44καὶ εἶπεν Ἰωνάθαν τοῖς παρ᾿ αὐτοῦ· ἀναστῶμεν νῦν καὶ πολεμήσωμεν ὑπὲρ τῶν ψυχῶν ἡμῶν, οὐ γάρ ἐστι σήμερον ὡς ἐχθὲς καὶ τρίτην ἡμέραν·
45Ziet, van voren en van achteren bedreigt ons de strijd; links en rechts hebben we de Jordaan met zijn water, en de moerassen met struiken. Er is geen ontkomen meer aan!
45ἰδοὺ γὰρ ὁ πόλεμος ἐξεναντίας ἡμῶν καὶ ἐξόπισθεν ἡμῶν, τὸ δὲ ὕδωρ τοῦ Ἰορδάνου ἔνθεν καὶ ἔνθεν καὶ ἕλος καὶ δρυμός, οὐκ ἔστι τόπος τοῦ ἐκκλῖναι·
46Roept dus luid de Hemel aan, opdat gij uit de handen van onze vijanden moogt worden gered!
46νῦν οὖν κεκράξατε εἰς οὐρανόν, ὅπως διασωθῆτε ἐκ χειρὸς ἐχθρῶν ὑμῶν.
47En de strijd brandde los; en reeds strekte Jonatan zijn hand uit, om Bakchides te treffen, toen deze door een achterwaartse beweging hem wist te ontwijken.
47καὶ συνῆψεν ὁ πόλεμος· καὶ ἐξέτεινεν Ἰωνάθαν τὴν χεῖρα αὐτοῦ πατάξαι τὸν Βακχίδην, καὶ ἐξέκλινεν ἀπ᾿ αὐτοῦ εἰς τὰ ὀπίσω.
48Daarop sprongen Jonatan en zijn mannen in de Jordaan en zwommen naar de overzijde; maar de Syriërs durfden hen niet over de Jordaan achtervolgen.
48καὶ ἐνεπήδησεν Ἰωνάθαν καὶ οἱ μετ᾿ αὐτοῦ εἰς τὸν Ἰορδάνην καὶ διεκολύμβησαν εἰς τὸ πέραν, καὶ οὐ διέβησαν ἐπ᾿ αὐτοὺς τὸν Ἰορδάνην.
49Op die dag vielen er aan de kant van Bakchides ongeveer duizend man.
49καὶ διέπεσον παρὰ Βακχίδου τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ εἰς χιλίους ἄνδρας.
50Daarop keerde deze naar Jerusalem terug. Nu begon hij in Judea versterkte steden te bouwen: de vestingen namelijk te Jericho, Emmaus, Bet-Choron, Betel, Timnata, Faraton en Tefon, alle voorzien van hoge muren, poorten en grendels;
50καὶ ἐπέστρεψεν εἰς Ἱερουσαλήμ, καὶ ᾠκοδόμησαν πόλεις ὀχυρὰς ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ, τὸ ὀχύρωμα τὸ ἐν Ἱεριχὼ καὶ τὴν Ἀμμαοὺς καὶ τὴν Βαιθωρὼν καὶ τὴν Βαιθὴλ καὶ τὴν Θαμναθὰ Φαραθωνὶ καὶ τὴν Τεφὼν ἐν τείχεσιν ὑψηλοῖς καὶ πύλαις καὶ μοχλοῖς·
51en in elk daarvan legde hij een bezetting, om Israël te bestoken.
51καὶ ἔθετο φρουρὰν ἐν αὐτοῖς τοῦ ἐχθραίνειν τῷ Ἰσραήλ.
52Daarenboven versterkte hij de stad Bet-Soer, Gézer en de burcht, die hij van troepen en proviand voorzag.
52καὶ ὠχύρωσε τὴν πόλιν τὴν ἐν Βαιθσούρᾳ καὶ τὴν Γάζαρα καὶ τὴν ἄκραν καὶ ἔθετο ἐν αὐταῖς δυνάμεις καὶ παραθέσεις βρωμάτων.
53Vervolgens liet hij de zonen van de voornaamste inwoners als gijzelaars pakken, en in de burcht van Jerusalem in verzekerde bewaring houden.
53καὶ ἔλαβε τοὺς υἱοὺς τῶν ἡγουμένων τῆς χώρας ὅμηρα καὶ ἔθετο αὐτοὺς ἐν τῇ ἄκρᾳ ἐν Ἱερουσαλὴμ ἐν φυλακῇ.
54In de tweede maand van het jaar 153 gaf Alkimus bevel, de muur van de binnenste tempelvoorhof neer te halen, en daardoor het werk der profeten te vernielen. En juist was men met het slopingswerk begonnen,
54Καὶ ἐν ἔτει τρίτῳ καὶ πεντηκοστῷ καὶ ἑκατοστῷ μηνὶ τῷ δευτέρῳ ἐπέταξεν Ἄλκιμος καθαιρεῖν τὸ τεῖχος τῆς αὐλῆς τῶν ἁγίων τῆς ἐσωτέρας· καὶ καθεῖλε τὰ ἔργα τῶν προφητῶν καὶ ἐνήρξατο τοῦ καθαιρεῖν.
55toen Alkimus door een beroerte werd getroffen, zodat zijn onderneming mislukte. Door verlamming werd hem het spreken belet, zodat hij geen woord meer kon zeggen, of beschikkingen treffen over zijn huis.
55ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἐπλήγη Ἄλκιμος καὶ ἐνεποδίσθη τὰ ἔργα αὐτοῦ, καὶ ἀπεφράγη τὸ στόμα αὐτοῦ, καὶ παρελύθη καὶ οὐκ ἐδύνατο ἔτι λαλῆσαι λόγον καὶ ἐντείλασθαι περὶ τοῦ οἴκου αὐτοῦ.
56Zo vond Alkimus toen onder hevige pijnen de dood.
56καὶ ἀπέθανεν Ἄλκιμος ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ μετὰ βασάνου μεγάλης.
57En toen Bakchides vernam, dat Alkimus was gestorven, keerde hij naar den koning terug. Het land van Juda genoot nu twee jaren rust.
57καὶ εἶδε Βακχίδης ὅτι ἀπέθανεν Ἄλκιμος, καὶ ἀπέστρεψε πρὸς τὸν βασιλέα. καὶ ἡσύχασεν ἡ γῆ Ἰούδα ἔτη δύο.
58Daarna echter smeedden alle afvalligen het volgende plan: Jonatan en zijn aanhang wonen thans rustig en voelen zich onbezorgd, zoals ge ziet. Wij moeten Bakchides laten komen, om hen allen in één nacht gevangen te nemen.
58Καὶ ἐβουλεύσαντο πάντες οἱ ἄνομοι λέγοντες· ἰδοὺ Ἰωνάθαν καὶ οἱ παρ᾿ αὐτοῦ ἐν ἡσυχίᾳ κατοικοῦσι πεποιθότες· νῦν οὖν ἄξομεν τὸν Βακχίδην, καὶ συλλήψεται αὐτοὺς πάντας ἐν νυκτὶ μιᾷ.
59Zij gingen dus naar hem toe, en legden hem hun plannen voor.
59καὶ πορευθέντες συνεβουλεύσαντο αὐτῷ.
60Toen rukte hij met een groot leger binnen, en zond in het geheim brieven aan al zijn bondgenoten in Judea, om Jonatan en zijn aanhang gevangen te nemen. Zij slaagden er echter niet in, omdat hun plan bekend was geworden.
60καὶ ἀπῇρε τοῦ ἐλθεῖν μετὰ δυνάμεως πολλῆς καὶ ἀπέστειλεν ἐπιστολὰς λάθρᾳ πᾶσι τοῖς συμμάχοις αὐτοῦ τοῖς ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ, ὅπως συλλάβωσι τὸν Ἰωνάθαν καὶ τοὺς μετ᾿ αὐτοῦ· καὶ οὐκ ἐδύναντο, ὅτι ἐγνώσθη αὐτοῖς ἡ βουλὴ αὐτῶν.
61Maar de Joden namen ongeveer vijftig landgenoten, die het kwaad hadden aangestookt, gevangen en doodden hen.
61καὶ συνέλαβον ἀπὸ τῶν ἀνδρῶν τῆς χώρας τῶν ἀρχηγῶν τῆς κακίας εἰς πεντήκοντα ἄνδρας καὶ ἀπέκτειναν αὐτούς.
62Daarop nam Jonatan met Sjimon en hun aanhang de wijk naar Bet-Bassi in de woestijn; wat er verwoest was bouwde hij weer op, en versterkte de stad.
62καὶ ἐξεχώρησεν Ἰωνάθαν καὶ Σίμων καὶ οἱ μετ᾿ αὐτοῦ εἰς Βαιθβασὶ τὴν ἐν τῇ ἐρήμῳ καὶ ᾠκοδόμησε τὰ καθῃρημένα αὐτῆς, καὶ ἐστερέωσαν αὐτήν.
63Toen Bakchides dit vernam, verzamelde hij zijn gehele legermacht, en riep ook zijn aanhang in Judea onder de wapenen.
63καὶ ἔγνω Βακχίδης καὶ συνήγαγε πᾶν τὸ πλῆθος αὐτοῦ καὶ τοῖς ἐκ τῆς Ἰουδαίας παρήγγειλε·
64Hij trok op, sloeg het beleg om Bet-Bassi en bestormde het lange tijd, waarbij hij gebruik maakte van belegeringswerktuigen.
64καὶ ἐλθὼν παρενέβαλεν ἐπὶ Βαιθβασὶ καὶ ἐπολέμησεν αὐτὴν ἡμέρας πολλὰς καὶ ἐποίησε μηχανάς.
65Maar Jonatan liet zijn broer Sjimon in de stad achter, en doorkruiste met een klein troepje het land.
65καὶ ἀπέλιπεν Ἰωνάθαν Σίμωνα τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ ἐν τῇ πόλει καὶ ἐξῆλθεν εἰς τὴν χώραν καὶ ἐξῆλθεν ἐν ἀριθμῷ.
66Hij versloeg Odomera met diens broeders, en de zonen van Fasiron in hun kampementen. Door dit aanvankelijk succes nam zijn leger in aantal toe.
66καὶ ἐπάταξεν Ὁδομηρὰ καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ καὶ τοὺς υἱοὺς Φασιρὼν ἐν τῷ σκηνώματι αὐτῶν, καὶ ἐξήρξατο τύπτειν καὶ ἀναβαίνειν ἐν ταῖς δυνάμεσι.
67Intussen had Sjimon met zijn mannen een uitval uit de stad gedaan, en de belegeringswerktuigen in brand gestoken.
67καὶ Σίμων καὶ οἱ μετ᾿ αὐτοῦ ἐξῆλθον ἐκ τῆς πόλεως καὶ ἐνεπύρισαν τὰς μηχανάς·
68Nu vielen zij Bakchides aan, en hij werd door hen verslagen. In zijn ergernis over de mislukking van zijn beraamde veldtocht,
68καὶ ἐπολέμησαν πρὸς τὸν Βακχίδην, καὶ συνετρίβη ὑπ᾿ αὐτῶν. καὶ ἔθλιβον αὐτὸν σφόδρα, ὅτι ἦν ἡ βουλὴ αὐτοῦ καὶ ἡ ἔφοδος αὐτοῦ κενή.
69werd hij woedend op de afvalligen, die hem hadden aangeraden, het land binnen te rukken, en doodde velen van hen. En hij besloot, naar zijn land terug te trekken.
69καὶ ὠργίσθη θυμῷ τοῖς ἀνδράσι τοῖς ἀνόμοις τοῖς συμβουλεύσασιν αὐτῷ ἐλθεῖν εἰς τὴν χώραν καὶ ἀπέκτειναν ἐξ αὐτῶν πολλοὺς καὶ ἐβουλεύσατο τοῦ ἀπελθεῖν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ.
70Toen Jonatan dit hoorde, zond hij gezanten naar hem toe, om vrede met hem te sluiten en uitlevering der gevangenen te verkrijgen.
70καὶ ἐπέγνω Ἰωνάθαν καὶ ἀπέστειλε πρὸς αὐτὸν πρέσβεις τοῦ συνθέσθαι πρὸς αὐτὸν εἰρήνην καὶ ἀποδοῦναι αὐτοῖς τὴν αἰχμαλωσίαν.
71Bakchides stemde toe, willigde zijn voorstel in, en gaf hem de verzekering onder ede, dat hij hem zijn leven lang geen kwaad meer zou doen.
71καὶ ἀπεδέξατο καὶ ἐποίησε κατὰ τοὺς λόγους αὐτοῦ καὶ ὤμοσεν αὐτῷ μὴ ἐκζητῆσαι αὐτῷ κακὸν πάσας τὰς ἡμέρας τῆς ζωῆς αὐτοῦ·
72Ook gaf hij hem de krijgsgevangenen terug, die hij vroeger uit het land Juda had weggevoerd. Daarop keerde hij terug naar zijn land, en betrad nooit meer hun gebied.
72καὶ ἀπέδωκεν αὐτῷ τὴν αἰχμαλωσίαν, ἣν ᾐχμαλώτευσε τὸ πρότερον ἐκ γῆς Ἰούδα, καὶ ἀποστρέψας ἀπῆλθεν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ καὶ οὐ προσέθετο ἔτι ἐλθεῖν εἰς τὰ ὅρια αὐτῶν.
73Nu rustte het zwaard in Israël. Jonatan vestigde zich in Mikmas; hij begon zijn volk te besturen, en de goddelozen uit Israël te verdrijven.
73καὶ κατέπαυσε ρομφαία ἐξ Ἰσραήλ· καὶ ᾤκησεν Ἰωνάθαν ἐν Μαχμάς. καὶ ἤρξατο Ἰωνάθαν κρίνειν τὸν λαὸν καὶ ἠφάνισε τοὺς ἀσεβεῖς ἐξ Ἰσραήλ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.