1 Makkabeeen 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Daarom trok Johannes uit Gézer, om zijn vader Sjimon mede te delen, wat Kendebéus had uitgericht.
1ΚΑΙ ἀνέβη Ἰωάννης ἐκ Γαζάρων καὶ ἀπήγγειλε Σίμωνι τῷ πατρὶ αὐτοῦ ἃ συνετέλει Κενδεβαῖος.
2Toen riep Sjimon zijn twee oudste zonen Judas en Johannes, en sprak tot hen: Ik, mijn broers en het huis van mijn vader, wij hebben van onze jeugd tot heden toe voor Israël gestreden, en meermalen is het ons gelukt, Israël te bevrijden.
2καὶ ἐκάλεσε Σίμων τοὺς δύο υἱοὺς αὐτοῦ τοὺς πρεσβυτέρους Ἰούδαν καὶ Ἰωάννην καὶ εἶπεν αὐτοῖς· ἐγὼ καὶ οἱ ἀδελφοί μου καὶ ὁ οἶκος τοῦ πατρός μου ἐπολεμήσαμεν τοὺς πολεμίους Ἰσραὴλ ἀπὸ νεότητος ἕως τῆς σήμερον ἡμέρας, καὶ εὐωδώθη ἐν ταῖς χερσὶν ἡμῶν ρύσασθαι τὸν Ἰσραὴλ πλεονάκις.
3Nu echter ben ik oud geworden, maar gij zijt door Gods genade nog in de kracht van uw jaren. Neemt dus mijn plaats in en die van mijn broer. Trekt uit ten strijde voor ons volk en moge de hulp van de Hemel u vergezellen!
3νῦν δὲ γεγήρακα, καὶ ὑμεῖς δὲ ἐν τῶ ἐλέει ἱκανοί ἐστε ἐν τοῖς ἔτεσι· γίνεσθε ἀντ᾿ ἐμοῦ καὶ τοῦ ἀδελφοῦ μου καὶ ἐξελθόντες ὑπερμαχεῖτε ὑπὲρ τοῦ ἔθνους ἡμῶν, ἡ δὲ ἐκ τοῦ οὐρανοῦ βοήθεια ἔστω μεθ᾿ ὑμῶν.
4Daarop deed Johannes uit de bevolking een keuze van twintigduizend man voetvolk en ruiterij. Dezen trokken tegen Kendebéus op, en overnachtten te Modin.
4καὶ ἐπέλεξεν ἐκ τῆς χώρας εἴκοσι χιλιάδας ἀνδρῶν πολεμιστῶν καὶ ἱππεῖς, καὶ ἐπορεύθησαν ἐπὶ τὸν Κενδεβαῖον καὶ ἐκοιμήθησαν ἐν Μωδεΐν.
5De volgende morgen rukten zij uit, en gingen de vlakte in; en zie: daar stond tegenover hen een groot leger van voetvolk en ruiters, die alleen door een beek van hen waren gescheiden.
5καὶ ἀναστάντες τὸ πρωΐ ἐπορεύοντο εἰς τὸ πεδίον, καὶ ἰδοὺ δύναμις πολλὴ εἰς συνάντησιν αὐτοῖς, πεζικὴ καὶ ἱππεῖς, καὶ ἦν χειμάρρους ἀναμέσον αὐτῶν.
6Toen hij zich met zijn leger tegen hen had opgesteld, en bemerkte, dat zijn mannen er tegen opzagen, de beek over te steken, trok hij er zelf het eerst overheen. Toen de soldaten dit zagen, trokken ze achter hem aan.
6καὶ παρενέβαλε κατὰ πρόσωπον αὐτῶν αὐτὸς καὶ ὁ λαὸς αὐτοῦ. καὶ εἶδε τὸν λαὸν δειλούμενον διαπερᾶσαι τὸν χειμάρρουν καὶ διεπέρασε πρῶτος· καὶ εἶδον αὐτὸν οἱ ἄνδρες καὶ διεπέρασαν κατόπισθεν αὐτοῦ.
7Aanstonds verdeelde hij zijn troepen; en daar de vijandelijke ruiterij zeer talrijk was, plaatste hij de zijne tussen het voetvolk.
7καὶ διεῖλε τὸν λαὸν καὶ τοὺς ἱππεῖς ἐν μέσῳ τῶν πεζῶν· ἡ δὲ ἵππος τῶν ὑπεναντίων πολλὴ σφόδρα.
8Maar zodra zij op de trompetten bliezen, werd Kendebéus met zijn leger op de vlucht geslagen. Velen hunner werden gewond en gedood; de overigen vluchtten naar de vesting.
8καὶ ἐσάλπισαν ταῖς ἱεραῖς σάλπιγξι, καὶ ἐτροπώθη Κενδεβαῖος καὶ ἡ παρεμβολὴ αὐτοῦ, καὶ ἔπεσον ἐξ αὐτῶν τραυματίαι πολλοί· οἱ δὲ καταλειφθέντες ἔφυγον εἰς τὸ ὀχύρωμα.
9Ook Judas, de broer van Johannes, werd toen gewond. Maar Johannes zette de achtervolging voort tot aan Kedron. dat Kendebéus versterkt had.
9τότε ἐτραυματίσθη Ἰούδας ὁ ἀδελφὸς Ἰωάννου· Ἰωάννης δὲ κατεδίωξεν αὐτοὺς ἕως ἦλθεν εἰς Κεδρών, ἣν ᾠκοδόμησε.
10Nu vluchtten zij naar de vestingen in het gebied van Asjdod; maar hij stak de stad in brand, en er sneuvelden van hen ongeveer tweeduizend man. Daarna keerde hij behouden naar Judea terug.
10καὶ ἔφυγον ἕως εἰς τοὺς πύργους τοὺς ἐν τοῖς ἀγροῖς Ἀζώτου, καὶ ἐνεπύρισεν αὐτὴν ἐν πυρί, καὶ ἔπεσον ἐξ αὐτῶν εἰς ἄνδρας δισχιλίους καὶ ἀπέστρεψεν εἰς γῆν Ἰούδα μετ᾿ εἰρήνης.
11Intussen was Ptoleméus, de zoon van Aboébus, tot bevelhebber over de vlakte van Jericho aangesteld. Hij bezat veel zilver en goud,
11Καὶ Πτολεμαῖος ὁ τοῦ Ἀβούβου ἦν καθεσταμένος στρατηγὸς εἰς τὸ πεδίον Ἱεριχὼ καὶ ἔσχεν ἀργύριον καὶ χρυσίον πολύ·
12omdat hij een schoonzoon van den hogepriester was.
12ἦν γὰρ γαμβρὸς τοῦ ἀρχιερέως.
13Maar hij werd eerzuchtig en hunkerde er naar, zich van het land meester te maken. Hij smeedde dus een verraderlijk plan tegen Sjimon en zijn zonen, om hen uit de weg te ruimen.
13καὶ ὑψώθη ἡ καρδία αὐτοῦ, καὶ ἠβουλήθη κατακρατῆσαι τῆς χώρας καὶ ἐβουλεύετο δόλῳ κατὰ Σίμωνος καὶ τῶν υἱῶν αὐτοῦ ἆραι αὐτούς.
14Nu was Sjimon gewoon, de steden in het land af te reizen, om te weten, wat ze nodig hadden. Zo ging hij ook naar Jericho, vergezeld van zijn zonen Mattitja en Judas; het was de elfde maand van het jaar 177, welke maand Sjebat genoemd wordt
14Σίμων δὲ ἦν ἐφοδεύων τὰς πόλεις τὰς ἐν τῇ χώρᾳ καὶ φροντίζων τῆς ἐπιμελείας αὐτῶν· καὶ κατέβη εἰς Ἱεριχὼ αὐτὸς καὶ Ματταθίας καὶ Ἰούδας οἱ υἱοὶ αὐτοῦ ἔτους ἑβδόμου καὶ ἑβδομηκοστοῦ καὶ ἑκατοστοῦ ἐν μηνὶ ἑνδεκάτῳ (οὗτος ὁ μὴν Σαβάτ).
15De zoon van Aboébus ontving hen als een verrader in de kleine vesting Dok, die hij gebouwd had, en waar hij een groot drinkgelag voor hen had aangericht, maar ook zijn handlangers verborgen hield.
15καὶ ὑπεδέξατο αὐτοὺς ὁ τοῦ Ἀβούβου εἰς τὸ ὀχυρωμάτιον τὸ καλούμενον Δὼκ μετὰ δόλου, ὃ ᾠκοδόμησε, καὶ ἐποίησεν αὐτοῖς πότον μέγαν καὶ ἐνέκρυψεν ἐκεῖ ἄνδρας.
16Toen Sjimon en zijn zonen dan ook dronken waren, kwamen Ptoleméus en zijn mannen te voorschijn, grepen hun wapens, overvielen Sjimon in de eetzaal, en vermoordden hem met zijn twee zonen en enkelen van hun gevolg.
16καὶ ὅτε ἐμεθύσθη Σίμων καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ, ἐξανέστη Πτολεμαῖος καὶ οἱ παρ᾿ αὐτοῦ καὶ ἐλάβοσαν τὰ ὅπλα αὐτῶν καὶ ἐπεισήλθοσαν τῷ Σίμωνι εἰς τὸ συμπόσιον καὶ ἀπέκτειναν αὐτὸν καὶ τοὺς δύο υἱοὺς αὐτοῦ καί τινας τῶν παιδαρίων αὐτοῦ.
17Zo maakte hij zich aan grote trouweloosheid schuldig, en vergold goed met kwaad.
17καὶ ἐποίησεν ἀθεσίαν μεγάλην, καὶ ἀπέδωκε κακὰ ἀντὶ ἀγαθῶν.
18Ptoleméus stelde den koning hiervan schriftelijk in kennis, in de hoop, dat hij hem hulptroepen zou zenden, en hun land met de steden aan hem zou overdragen.
18καὶ ἔγραψε ταῦτα Πτολεμαῖος καὶ ἀπέστειλε τῷ βασιλεῖ, ὅπως ἀποστείλῃ αὐτῷ δυνάμεις εἰς βοήθειαν καὶ παραδῷ αὐτῷ τὴν χώραν αὐτῶν καὶ τὰς πόλεις.
19Bovendien zond hij een andere groep naar Gézer uit, om Johannes te doden. Ook liet hij de bevelhebbers schriftelijk uitnodigen, bij hem te komen, omdat hij hun zilver, goud en andere geschenken wilde geven.
19καὶ ἀπέστειλεν ἑτέρους εἰς Γάζαρα ἆραι τὸν Ἰωάννην, καὶ τοῖς χιλιάρχοις ἀπέστειλεν ἐπιστολὰς παραγενέσθαι πρὸς αὐτόν, ὅπως δῷ αὐτοῖς ἀργύριον καὶ χρυσίον καὶ δόματα,
20Zelfs zond hij anderen uit, om Jerusalem en de tempelberg te veroveren.
20καὶ ἑτέρους ἀπέστειλε καταλαβέσθαι τὴν Ἱερουσαλὴμ καὶ τὸ ὄρος τοῦ ἱεροῦ.
21Maar er was iemand vooruit gelopen, om Johannes in Gézer te melden, dat zijn vader en zijn broers waren vermoord, en dat hij er mannen op uit had gestuurd, om ook hem te vermoorden.
21καὶ προδραμών τις ἀπήγγειλεν Ἰωάννῃ εἰς Γάζαρα ὅτι ἀπώλετο ὁ πατὴρ αὐτοῦ καὶ οἱ ἀδελφοὶ αὐτοῦ καὶ ὅτι ἀπέσταλκε καὶ σὲ ἀποκτεῖναι.
22Bij dit bericht ontstelde hij hevig. Hij liet echter de mannen, die hem kwamen vermoorden, dadelijk bij hun aankomst gevangen nemen en doden; want hij wist nu, dat zij hem wilden vermoorden.
22καὶ ἀκούσας ἐξέστη σφόδρα καὶ συνέλαβε τοὺς ἄνδρας τοὺς ἐλθόντας ἀπολέσαι αὐτὸν καὶ ἀπέκτεινεν αὐτούς, ἐπέγνω γὰρ ὅτι ἐζήτουν αὐτὸν ἀπολέσαι.
23De verdere geschiedenis van Johannes, met zijn oorlogen en heldendaden, het opbouwen der muren en al wat hij deed,
23Καὶ τὰ λοιπὰ τῶν λόγων Ἰωάννου καὶ τῶν πολέμων αὐτοῦ καὶ τῶν ἀνδραγαθιῶν αὐτοῦ, ὧν ἠνδραγάθησε, καὶ τῆς οἰκοδομῆς τῶν τειχέων, ὧν ᾠκοδόμησε, καὶ τῶν πράξεων αὐτοῦ,
24ziet, dat alles is opgetekend in de kronieken van zijn hogepriesterschap, van het ogenblik af, dat hij zijn vader opvolgde als hogepriester.
24ἰδοὺ ταῦτα γέγραπται ἐπὶ βιβλίῳ ἡμερῶν ἀρχιερωσύνης αὐτοῦ, ἀφ᾿ οὗ ἐγενήθη ἀρχιερεὺς μετὰ τὸν πατέρα αὐτοῦ.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.