Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Toen Sjimon dus hoorde, dat Trúfon een groot leger op de been had gebracht, om Juda binnen te vallen en het te vernietigen,
1ΚΑΙ ἤκουσε Σίμων ὅτι συνήγαγε Τρύφων δύναμιν πολλὴν τοῦ ἐλθεῖν εἰς γῆν Ἰούδα καὶ ἐκτρῖψαι αὐτήν.
2en hij zag, dat het volk bang en angstig was geworden, ging hij naar Jerusalem, om een volksvergadering te houden.
2καὶ εἶδε τὸν λαὸν ὅτι ἐστὶν ἔντρομος καὶ ἔμφοβος, καὶ ἀνέβη εἰς Ἱερουσαλὴμ καὶ ἤθροισε τὸν λαὸν
3Daar sprak hij hun moed in en zeide: Gij weet, wat ik, mijn broers en het huis van mijn vader hebben gedaan voor de wet en het heiligdom, en wat voor oorlogen en rampen wij hebben doorstaan.
3καὶ παρεκάλεσεν αὐτοὺς καὶ εἶπεν αὐτοῖς· αὐτοὶ οἴδατε ὅσα ἐγὼ καὶ οἱ ἀδελφοί μου καὶ ὁ οἶκος τοῦ πατρός μου ἐποιήσαμεν περὶ τῶν νόμων καὶ τῶν ἁγίων, καὶ τοὺς πολέμους καὶ τὰς στενοχωρίας, ἃς εἴδομεν.
4Voor deze zaak zijn al mijn broers voor Israël gesneuveld; ik alleen ben nog overgebleven.
4τούτου χάριν ἀπώλοντο οἱ ἀδελφοί μου πάντες χάριν τοῦ Ἰσραήλ, καὶ κατελείφθην ἐγὼ μόνος.
5Maar ik denk er niet aan, mijn leven te sparen, onder welke benarde omstandigheden ook; want ik ben niet beter dan mijn broers.
5καὶ νῦν μή μοι γένοιτο φείσασθαί μου τῆς ψυχῆς ἐν παντὶ καιρῷ θλίψεως, οὐ γάρ εἰμι κρείσσων τῶν ἀδελφῶν μου.
6Wraak zal ik nemen voor mijn volk en het heiligdom, voor onze vrouwen en kinderen; want uit haat hebben alle heidenen samengespannen, om ons te verdelgen.
6πλὴν ἐκδικήσω περὶ τοῦ ἔθνους μου καὶ περὶ τῶν ἁγίων καὶ περὶ τῶν γυναικῶν καὶ τῶν τέκνων ἡμῶν, ὅτι συνήχθησαν πάντα τὰ ἔθνη ἐκτρῖψαι ἡμᾶς ἔχθρας χάριν.
7Toen het volk deze woorden hoorde, laaide de moed weer op, en het juichte:
7καὶ ἀνεζωοπύρησε τὸ πνεῦμα τοῦ λαοῦ ἅμα τῷ ἀκοῦσαι τῶν λόγων τούτων,
8Gij zijt onze aanvoerder in de plaats van Judas en van uw broer Jonatan.
8καὶ ἀπεκρίθησαν φωνῇ μεγάλῃ λέγοντες· σὺ εἶ ἡμῶν ἡγούμενος ἀντὶ Ἰούδα καὶ Ἰωνάθαν τοῦ ἀδελφοῦ σου·
9Neem gij de leiding in onze krijg; wij zullen alles doen, wat gij beveelt.
9πολέμησον τὸν πόλεμον ἡμῶν, καὶ πάντα, ὅσα ἂν εἴπῃς ἡμῖν, ποιήσομεν.
10Nu riep hij alle strijdbare mannen op, liet de muren van Jerusalem zo gauw mogelijk opbouwen, en versterkte de stad aan alle kanten.
10καὶ συνήγαγε πάντας τοὺς ἄνδρας τοὺς πολεμιστὰς καὶ ἐτάχυνε τοῦ τελέσαι τὰ τείχη Ἱερουσαλὴμ καὶ ὠχύρωσεν αὐτὴν κυκλόθεν.
11Bovendien zond hij Jonatan, den zoon van Absalom, met een voldoend aantal soldaten naar Jóppe; deze joeg de inwoners weg en hield de stad bezet.
11καὶ ἀπέστειλεν Ἰωνάθαν τὸν τοῦ Ἀβεσσαλώμου καὶ μετ᾿ αὐτοῦ δύναμιν ἱκανὴν εἰς Ἰόππην, καὶ ἐξέβαλε τοὺς ὄντας ἐν αὐτῇ καὶ ἔμεινεν ἐκεῖ ἐν αὐτῇ.
12Intussen was Trúfon met een groot leger van Ptolemáis opgerukt, om het land Juda binnen te vallen; hij had Jonatan als krijgsgevangene meegenomen.
12Καὶ ἀπῇρε Τρύφων ἀπὸ Πτολεμαΐδος μετὰ δυνάμεως πολλῆς εἰσελθεῖν εἰς γῆν Ἰούδα, καὶ Ἰωνάθαν μετ᾿ αὐτοῦ ἐν φυλακῇ.
13Daarom sloeg Sjimon zijn kamp op bij Chadid, aan de rand van de vlakte.
13Σίμων δὲ παρενέβαλεν ἐν Ἀδιδὰ κατὰ πρόσωπον τοῦ πεδίου.
14Toen Trúfon vernam, dat Sjimon de plaats van zijn broer Jonatan had ingenomen, en van plan was, de strijd tegen hem te beginnen, zond hij een gezantschap naar hem toe, en liet hem zeggen:
14καὶ ἐπέγνω Τρύφων ὅτι ἀνέστη Σίμων ἀντὶ Ἰωνάθαν τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ καὶ ὅτι συνάπτειν αὐτῷ μέλλει πόλεμον, καὶ ἀπέστειλε πρὸς αὐτὸν πρέσβεις λέγων·
15Wij houden uw broer Jonatan vast, omdat hij bij de uitoefening van zijn ambt schulden heeft gemaakt ten koste van de koninklijke schatkist.
15περὶ ἀργυρίου, οὗ ὤφειλεν Ἰωνάθαν ὁ ἀδελφός σου εἰς τὸ βασιλικὸν δι᾿ ἃς εἶχε χρείας, συνέχομεν αὐτόν·
16Wij laten hem vrij, als gij ons honderd talenten zilver zendt en bovendien twee van zijn zoons als gijzelaars; want anders valt hij na zijn vrijstelling weer van ons af.
16καὶ νῦν ἀπόστειλον ἀργυρίου τάλαντα ἑκατὸν καὶ δύο τῶν υἱῶν αὐτοῦ ὅμηρα, ὅπως μὴ ἀφεθεὶς ἀποστατήσῃ ἀφ᾿ ἡμῶν, καὶ ἀφήσομεν αὐτόν.
17Ofschoon Sjimon het listige van hun voorstel doorzag, liet hij het geld en de knapen toch halen, om zich niet erg gehaat te maken bij het volk,
17καὶ ἔγνω Σίμων ὅτι δόλῳ λαλοῦσι πρὸς αὐτόν, καὶ πέμπει τοῦ λαβεῖν τὸ ἀργύριον καὶ τὰ παιδάρια, μήποτε ἔχθραν ἄρῃ μεγάλην πρὸς τὸν λαὸν
18dat anders zou zeggen: Omdat hij het geld en de knapen niet heeft willen geven, is Jonatan omgekomen.
18λέγων· ὅτι οὐκ ἀπέστειλα αὐτῷ τὸ ἀργύριον καὶ τὰ παιδάρια, καὶ ἀπώλετο.
19Hij zond dus de knapen en de honderd talenten; maar Trúfon brak zijn woord, en liet Jonatan niet los.
19καὶ ἀπέστειλε τὰ παιδάρια καὶ τὰ ἑκατὸν τάλαντα, καὶ διεψεύσατο καὶ οὐκ ἀφῆκε τὸν Ἰωνάθαν.
20Nu brak Trúfon op, om naar Judea te trekken, en het te verwoesten. Daarvoor maakte hij een omweg over Adóra. Maar overal waar hij heentrok, trad Sjimon met zijn leger hem in de weg.
20καὶ μετὰ ταῦτα ἦλθε Τρύφων τοῦ ἐμβατεῦσαι εἰς τὴν χώραν καὶ ἐκτρῖψαι αὐτήν, καὶ ἐκύκλωσεν ὁδὸν τὴν εἰς Ἄδωρα. καὶ Σίμων καὶ ἡ παρεμβολὴ αὐτοῦ ἀντιπαρῆγεν αὐτῷ εἰς πάντα τόπον, οὗ ἂν ἐπορεύετο.
21De burchtbezetting zond echter een boodschap naar Trúfon, om hem er toe te bewegen, toch door de woestijn naar hen toe te komen, en hen van levensmiddelen te voorzien.
21οἱ δὲ ἐκ τῆς ἄκρας ἀπέστελλον πρὸς Τρύφωνα πρεσβευτὰς κατασπεύδοντας αὐτὸν τοῦ ἐλθεῖν πρὸς αὐτοὺς διὰ τῆς ἐρήμου καὶ ἀποστεῖλαι αὐτοῖς τροφάς.
22Daarom liet Trúfon zijn gehele ruiterij er op uit rukken. Maar er viel in de nacht zoveel sneeuw, dat men door de sneeuw niet vooruit kon. Nu trok hij maar af, en ging naar Gilad;
22καὶ ἡτοίμασε Τρύφων πᾶσαν τὴν ἵππον αὐτοῦ ἐλθεῖν ἐν τῇ νυκτὶ ἐκείνῃ, καὶ ἦν χιὼν πολλὴ σφόδρα, καὶ οὐκ ἦλθε διὰ τὴν χιόνα· καὶ ἀπῇρε καὶ ἦλθεν εἰς τὴν Γαλααδῖτιν.
23en toen hij in de nabijheid van Báskama kwam, liet hij Jonatan vermoorden, die daar ook begraven werd.
23ὡς δὲ ἤγγισε τῆς Βασκαμᾶ, ἀπέκτεινε τὸν Ἰωνάθαν, καὶ ἐτάφη ἐκεῖ.
24Daarop maakte Trúfon rechtsomkeer, en ging terug naar zijn land.
24καὶ ἐπέστρεψε Τρύφων καὶ ἀπῆλθεν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ.
25Nu liet Sjimon het gebeente van zijn broer Jonatan weghalen, en begroef het in Modin, de stad van zijn vaderen.
25Καὶ ἀπέστειλε Σίμων καὶ ἔλαβε τὰ ὀστᾶ Ἰωνάθαν τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ καὶ ἔθαψεν αὐτὰ ἐν Μωδεΐν πόλει τῶν πατέρων αὐτοῦ.
26Heel Israël hield een plechtige dodenklacht over hem, en men beweende hem dagen lang.
26καὶ ἐκόψαντο αὐτὸν πᾶς Ἰσραὴλ κοπετὸν μέγαν καὶ ἐπένθησαν αὐτὸν ἡμέρας πολλάς.
27Vervolgens liet Sjimon op het graf van zijn vader en van zijn broers een gedenkteken oprichten, van voren en achteren van gepolijste steen, en zo hoog, dat het uit verte te zien was.
27καὶ ᾠκοδόμησε Σίμων ἐπὶ τὸν τάφον τοῦ πατρὸς αὐτοῦ καὶ τῶν ἀδελφῶν αὐτοῦ καὶ ὕψωσεν αὐτὸν τῇ ὁράσει λίθῳ ξεστῷ ἐκ τῶν ὄπισθεν καὶ ἐκ τῶν ἔμπροσθεν.
28Daarop plaatste hij zeven pyramiden tegenover elkander: voor zijn vader en moeder en voor zijn vier broers.
28καὶ ἔστησεν ἐπ᾿ αὐτὰ ἑπτὰ πυραμίδας, μίαν κατέναντι τῆς μιᾶς τῷ πατρὶ καὶ τῇ μητρὶ καὶ τοῖς τέσσαρσιν ἀδελφοῖς.
29Hier omheen ontwierp hij een sierlijke en hoge zuilengang, en op de zuilen liet hij, tot een eeuwig aandenken, wapenrustingen aanbrengen en naast de wapenrustingen gebeeldhouwde schepen; want het moest door alle zeevarenden gezien kunnen worden.
29καὶ ταύταις ἐποίησε μηχανήματα περιθεὶς στύλους μεγάλους καὶ ἐποίησεν ἐπὶ τοῖς στύλοις πανοπλίας εἰς ὄνομα αἰώνιον καὶ παρὰ ταῖς πανοπλίαις πλοῖα ἐπιγεγλυμμένα εἰς τὸ θεωρεῖσθαι ὑπὸ πάντων τῶν πλεόντων τὴν θάλασσαν.
30Dit was het grafmonument, dat hij in Modin oprichtte, en en dat nu nog bestaat.
30οὗτος ὁ τάφος ὃν ἐποίησεν ἐν Μωδεΐν, ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
31Intussen was Trúfon op verraderlijke wijze tegen den jongen koning Antiochus te werk gegaan, en had hem laten vermoorden.
31Ὁ δὲ Τρύφων ἐπορεύετο δόλῳ μετὰ Ἀντιόχου τοῦ βασιλέως τοῦ νεωτέρου καὶ ἀπέκτεινεν αὐτὸν
32Hij trad in zijn plaats als koning op, zette zich de kroon van Azië op het hoofd, en bracht veel onheil over het land.
32καὶ ἐβασίλευσεν ἀντ᾿ αὐτοῦ καὶ περιέθετο διάδημα τῆς Ἀσίας καὶ ἐποίησε πληγὴν μεγάλην ἐπὶ τῆς γῆς.
33Maar Sjimon ging voort met het bouwen van vestingen in Judea; hij voorzag ze van hoge torens, zware muren, poorten en grendels, en liet in de vestingen levensmiddelen opslaan.
33καὶ ᾠκοδόμησε Σίμων τὰ ὀχυρώματα τῆς Ἰουδαίας, καὶ περιετείχισε πύργοις ὑψηλοῖς καὶ τείχεσι μεγάλοις καὶ πύλαις καὶ μοχλοῖς καὶ ἔθετο βρώματα ἐν τοῖς ὀχυρώμασι.
34Tevens koos Sjimon enkele mannen uit, die hij naar koning Demétrius zond, om te verkrijgen, dat het land zou worden ontzien, daar Trúfon niets anders gedaan had dan roven.
34καὶ ἐπέλεξε Σίμων ἄνδρας καὶ ἀπέστειλε πρὸς Δημήτριον τὸν βασιλέα τοῦ ποιῆσαι ἄφεσιν τῇ χώρᾳ, ὅτι πᾶσαι αἱ πράξεις Τρύφωνος ἦσαν ἁρπαγαί.
35Koning Demétrius willigde zijn verzoek in, en zond hem een schriftelijk antwoord van de volgende inhoud:
35καὶ ἀπέστειλεν αὐτῷ Δημήτριος ὁ βασιλεὺς κατὰ τοὺς λόγους τούτους καὶ ἀπεκρίθη αὐτῷ καὶ ἔγραψεν αὐτῷ ἐπιστολὴν τοιαύτην·
36Koning Demétrius, aan Sjimon, den hogepriester en vriend van de koningen, aan de oudsten en aan het volk der Joden: heil!
36‘Βασιλεὺς Δημήτριος Σίμωνι ἀρχιερεῖ καὶ φίλῳ βασιλέων καὶ πρεσβυτέροις καὶ ἔθνει Ἰουδαίων χαίρειν.
37De gouden kroon en de palmtak, die gij hebt gezonden, hebben wij ontvangen. Wij zijn bereid, om een duurzame vrede met u te sluiten, en zullen aan onze ambtenaren berichten, dat zij u moeten vrijstellen van belasting.
37τὸν στέφανον τὸν χρυσοῦν καὶ τὴν βαΐνην, ἣν ἀπεστείλατε, κεκομίσμεθα καὶ ἕτοιμοί ἐσμεν τοῦ ποιεῖν ὑμῖν εἰρήνην μεγάλην καὶ γράφειν τοῖς ἐπὶ τῶν χρειῶν τοῦ ἀφιέναι ὑμῖν ἀφέματα.
38Wat wij vroeger voor u hebben bepaald, blijft van kracht; ook moogt gij de vestingen, die gij gebouwd hebt, behouden.
38καὶ ὅσα ἑστήκαμεν πρὸς ὑμᾶς, ἕστηκε, καὶ τὰ ὀχυρώματα, ἃ ᾠκοδομήκατε, ὑπαρχέτω ὑμῖν.
39Al uw misstappen en tekortkomingen, tot op de dag van vandaag, schelden wij u kwijt. Bovendien zullen de kroongelden, die gij moet opbrengen, en de andere cijnzen, die er in Jerusalem worden geheven, niet langer verplicht zijn.
39ἀφίεμεν δὲ ἀγνοήματα καὶ τὰ ἁμαρτήματα ἕως τῆς σήμερον ἡμέρας καὶ τὸν στέφανον, ὃν ὠφείλετε, καὶ εἴ τι ἄλλο ἐτελωνεῖτο ἐν Ἱερουσαλήμ, μηκέτι τελωνείσθω.
40En wanneer er onder u mochten worden gevonden, die geschikt zijn, om in onze lijfwacht te worden opgenomen, dan kunnen zij worden ingeschreven. Er moet dus vrede tussen ons zijn.
40καὶ εἴ τινες ἐπιτήδειοι ὑμῶν γραφῆναι εἰς τοὺς περὶ ἡμᾶς, ἐγγραφέσθωσαν, καὶ γινέσθω ἀναμέσον ἡμῶν εἰρήνη’. 41 ἔτους ἑβδομηκοστοῦ καὶ ἑκατοστοῦ ᾔρθη ὁ ζυγὸς τῶν ἐθνῶν ἀπὸ τοῦ Ἰσραήλ,
41Zo werd in het jaar het juk der heidenen van Israël weggenomen,
no verse 41 in this text
42en het volk begon in oorkonden en contracten te schrijven: In het eerste jaar van Sjimon, den hogepriester, veldheer en vorst der Joden.
42καὶ ἤρξατο ὁ λαὸς Ἰσραὴλ γράφειν ἐν ταῖς συγγραφαῖς καὶ συναλλάγμασιν ἔτους πρώτου ἐπὶ Σίμωνος ἀρχιερέως μεγάλου καὶ στρατηγοῦ καὶ ἡγουμένου Ἰουδαίων.
43In die tijd sloeg Sjimon het beleg om Gézer en sloot het met zijn leger in. Hij liet een belegeringstoren opstellen, bracht die dicht bij de stad, en wist een der stadstorens zo te havenen, dat hij hem kon innemen.
43Ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις παρενέβαλε Σίμων ἐπὶ Γάζαρα καὶ ἐκύκλωσεν αὐτὴν παρεμβολαῖς καὶ ἐποίησεν ἑλεπόλεις καὶ προσήγαγε τῇ πόλει καὶ ἐπάταξε πύργον ἕνα καὶ κατελάβετο.
44Toen sprongen de soldaten van de belegeringstoren de stad in en verwekten grote verwarring.
44καὶ ἐξήλλοντο οἱ ἐν τῇ ἑλεπόλει εἰς τὴν πόλιν, καὶ ἐγένετο κίνημα μέγα ἐν τῇ πόλει.
45Nu kwamen de inwoners met vrouwen en kinderen op de muren, scheurden hun klederen en smeekten Sjimon met luider stem, dat hij vrede zou sluiten.
45καὶ ἀνέβησαν οἱ ἐν τῇ πόλει σὺν ταῖς γυναιξὶ καὶ τοῖς τέκνοις ἐπὶ τὸ τεῖχος διερρηχότες τὰ ἱμάτια αὐτῶν καὶ ἐβόησαν φωνῇ μεγάλῃ ἀξιοῦντες Σίμωνα δεξιὰς αὐτοῖς δοῦναι
46Zij riepen: Behandel ons niet naar onze misdaden, maar volgens uw barmhartigheid.
46καὶ εἶπαν· μὴ ἡμῖν χρήσῃ κατὰ τὰς πονηρίας ἡμῶν, ἀλλὰ κατὰ τὸ ἔλεός σου.
47En Sjimon liet zich verbidden, en bestreed hen niet verder. Maar hij joeg hen de stad uit, liet de huizen reinigen, waarin zich afgodsbeelden bevonden, en hield toen zijn intocht onder het zingen van lofzang en danklied.
47καὶ συνελύθη Σίμων αὐτοῖς καὶ οὐκ ἐπολέμησεν αὐτούς· καὶ ἐξέβαλεν αὐτοὺς ἐκ τῆς πόλεως, καὶ ἐκαθάρισε τὰς οἰκίας, ἐν αἷς ἦν τὰ εἴδωλα, καὶ οὕτως εἰσῆλθεν εἰς αὐτὴν ὑμνῶν καὶ εὐλογῶν.
48Al wat onrein was ruimde hij op, en liet er mensen wonen, die de wet onderhielden; hij herstelde de vestingwerken en liet er een huis voor zich bouwen.
48καὶ ἐξέβαλεν ἐξ αὐτῆς πᾶσαν ἀκαθαρσίαν καὶ κατῴκισεν ἐκεῖ ἄνδρας, οἵτινες τὸν νόμον ποιοῦσι, καὶ προσωχύρωσεν αὐτὴν καὶ ᾠκοδόμησεν ἑαυτῷ ἐν αὐτῇ οἴκησιν.
49Ondertussen bleef voor de bewoners van de burcht in Jerusalem elk contact met de buitenwereld, en iedere koop en verkoop afgesloten. Zij leden derhalve groot gebrek, en velen van hen kwamen om van honger.
49οἱ δὲ ἐκ τῆς ἄκρας ἐν Ἱερουσαλὴμ ἐκωλύοντο ἐκπορεύεσθαι καὶ εἰσπορεύεσθαι εἰς τὴν χώραν καὶ ἀγοράζειν καὶ πωλεῖν καὶ ἐπείνασαν σφόδρα, καὶ ἀπώλοντο ἐξ αὐτῶν ἱκανοὶ τῇ λιμῷ.
50Toen smeekten zij Sjimon om vrede, en hij schonk hun de vrede. Maar hij joeg hen de burcht uit, en reinigde die van de ontering.
50καὶ ἐβόησαν πρὸς Σίμωνα δεξιὰς λαβεῖν, καὶ ἔδωκεν αὐτοῖς· καὶ ἐξέβαλεν αὐτοὺς ἐκεῖθεν καὶ ἐκαθάρισε τὴν ἄκραν ἀπὸ τῶν μιασμάτων.
51En op de drie en twintigste dag van de tweede maand in het jaar 171 hield hij zijn plechtige intocht onder gejuich en het wuiven van palmen, onder het spelen van citers, cymbalen en harpen, en het zingen van hymnen en liederen: Want de grote vijand was uit Israël verdreven!
51καὶ εἰσῆλθον εἰς αὐτὴν τῇ τρίτῃ καὶ εἰκάδι τοῦ δευτέρου μηνὸς ἔτους ἑνὸς καὶ ἑβδομηκοστοῦ καὶ ἑκατοστοῦ μετὰ αἰνέσεως καὶ βαΐων καὶ ἐν κινύραις καὶ ἐν κυμβάλοις καὶ ἐν νάβλαις καὶ ἐν ὕμνοις καὶ ἐν ᾠδαῖς, ὅτι συνετρίβη ἐχθρὸς μέγας ἐξ Ἰσραήλ.
52En Sjimon bepaalde, dat men deze dag elk jaar in vreugde zou vieren. Hij versterkte de tempelberg naast de burcht, en ging daar met de zijnen wonen.
52καὶ ἔστησε κατ᾿ ἐνιαυτὸν τοῦ ἄγειν τὴν ἡμέραν ταύτην μετ᾿ εὐφροσύνης. καὶ προσωχύρωσε τὸ ὄρος τοῦ ἱεροῦ τὸ παρὰ τὴν ἄκραν· καὶ ᾤκει ἐκεῖ αὐτὸς καὶ οἱ παρ᾿ αὐτοῦ.
53En omdat Sjimon ondervonden had, dat zijn zoon Johannes een volwassen man was geworden, stelde hij hem aan tot bevelhebber over alle troepen. Deze ging zich toen in Gézer vestigen.
53καὶ εἶδε Σίμων τὸν Ἰωάννην υἱὸν αὐτοῦ, ὅτι ἀνήρ ἐστι, καὶ ἔθετο αὐτὸν ἡγούμενον τῶν δυνάμεων πασῶν· καὶ ᾤκει ἐν Γαζάροις.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.