1 Korintiers
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Clementine Vulgate…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Al spreek ik de talen van mensen en engelen, Maar ik heb de liefde niet: Ik ben een rinkelend bekken, Of een rammelend cymbaal.
1Si linguis hominum loquar, et angelorum, caritatem autem non habeam, factus sum velut æs sonans, aut cymbalum tinniens.
2Al heb ik de gave der profetie, Al bezit ik alle geheimen en kennis, Al heb ik het volle geloof, dat bergen verzet: Zonder liefde ben ik niets.
2Et si habuero prophetiam, et noverim mysteria omnia, et omnem scientiam: et si habuero omnem fidem ita ut montes transferam, caritatem autem non habuero, nihil sum.
3Al schenk ik weg al wat ik heb, Al geef ik mijn lichaam, om mij te laten verbranden: Zo ik de liefde niet heb, Het dient mij tot niets.
3Et si distribuero in cibos pauperum omnes facultates meas, et si tradidero corpus meum ita ut ardeam, caritatem autem non habuero, nihil mihi prodest.
4De liefde is geduldig, De liefde is goedertieren, De liefde is niet afgunstig, Niet pronkzuchtig, niet verwaand.
4Caritas patiens est, benigna est. Caritas non æmulatur, non agit perperam, non inflatur,
5Zij handelt niet onedel, En zoekt zichzelve niet, Zij laat zich niet verbitteren, En rekent het kwade niet aan.
5non est ambitiosa, non quærit quæ sua sunt, non irritatur, non cogitat malum,
6Over onrecht is zij niet blijde, Maar over de waarheid verheugd.
6non gaudet super iniquitate, congaudet autem veritati:
7Alles bedekt zij, alles gelooft zij, Alles hoopt zij, alles duldt zij.
7omnia suffert, omnia credit, omnia sperat, omnia sustinet.
8De liefde: zij vergaat nimmer! Maar profetieën: zij houden op, En talen: zij zullen verstommen, En kennis: zij zal vergaan.
8Caritas numquam excidit: sive prophetiæ evacuabuntur, sive linguæ cessabunt, sive scientia destruetur.
9Want ons kennen is ten halve, Ons profeteren slechts ten dele;
9Ex parte enim cognoscimus, et ex parte prophetamus.
10Maar komt eens het volmaakte, Het onvolmaakte verdwijnt.
10Cum autem venerit quod perfectum est, evacuabitur quod ex parte est.
11Toen ik een kind was, sprak ik als kind, Voelde ik als kind, dacht ik als kind;
11Cum essem parvulus, loquebar ut parvulus, sapiebam ut parvulus, cogitabam ut parvulus. Quando autem factus sum vir, evacuavi quæ erant parvuli.
12Nu ik een man ben, Leg ik het kinderlijke af. Thans zien wij in een wazige spiegel; Straks aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten halve; Straks ten volle, zoals ik zelf ben gekend.
12Videmus nunc per speculum in ænigmate: tunc autem facie ad faciem. Nunc cognosco ex parte: tunc autem cognoscam sicut et cognitus sum.
13Zo blijven bestaan Geloof, hoop en liefde, Drie in getal; Maar de grootste daarvan is de liefde.
13Nunc autem manent fides, spes, caritas, tria hæc: major autem horum est caritas.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.