ゼカリヤ書
Chapter 7

ゼカリヤ書

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ダレイオス王の第四年、第九の月、すなわちキスレウの月の四日に、主の言葉がゼカリヤに臨んだ。
1In het vierde jaar van koning Darius, op de vierde dag van de negende maand, de maand Kislew, werd het woord van Jahweh tot Zakarias gericht.
2ベテルの人々は、シャレツェル、レゲム・メレク、およびその部下たちを遣わして、主の恵みを求めさせ、
2Betel had toen Saréser en Régem-Mélek met zijn mannen afgevaardigd, om Jahweh gunstig te stemmen,
3万軍の主の家の祭司たちと預言者たちに尋ねさせた。「私はこれまで長年行ってきたように、第五の月に泣き、身を慎むべきでしょうか。」
3en om aan de priesters van het huis van Jahweh der heirscharen en aan de profeten te vragen: Moet ik in de vijfde maand blijven treuren en vasten, zoals ik dat al zoveel jaren gedaan heb?
4すると万軍の主の言葉が私に臨んだ。
4Toen werd het woord van Jahweh der heirscharen tot mij gericht.
5「この地のすべての民と祭司たちに告げよ。『あなたがたがこの七十年間、第五の月と第七の月に断食して嘆いた時、本当に私のために断食したのか。まことに私のためだったのか。
5Spreek tot al het gewone volk en de priesters: Wanneer gij nu al zeventig jaar lang in de vijfde en zevende maand hebt gevast en getreurd, hebt ge dan soms om Mij gevast?
6あなたがたが食べる時、自分たちのために食べ、飲む時、自分たちのために飲んでいるのではないか。
6Als gij eet en drinkt, eet en drinkt ge toch ook voor uzelf!
7エルサレムとその周囲の町々に人が住んで繁栄し、南の地と低地にも人が住んでいた時、主がかつての預言者たちを通して告げられたのは、これらの言葉ではないか。』」
7Heeft Jahweh u dat ook niet door de vroegere profeten verkondigd, toen Jerusalem nog bewoond en welvarend was, en de steden om haar heen met de Négeb en Sjefela nog waren bevolkt?
8主の言葉がゼカリヤに臨んだ。
8En het woord van Jahweh werd tot Zakarias gericht.
9「万軍の主はこう言われる。『真実に基づいて裁き、互いに慈しみとあわれみを示せ。
9Zo heeft Jahweh der heirscharen gesproken: “Velt rechtvaardige vonnissen, en bewijst elkander liefde en barmhartigheid;
10やもめ、みなしご、寄留者、貧しい者を虐げてはならない。心の中で、互いに悪を企んではならない。』
10verdrukt weduwe noch wees, vreemdeling noch arme; beraamt elkanders ongeluk niet!”
11しかし彼らは聞くことを拒み、背を向け、耳をふさいで聞こうとしなかった。
11Maar ze wilden er geen gehoor aan geven; ze waren halsstarrig en verstopten hun oren, om niet te horen;
12彼らは、律法と、万軍の主がその霊によってかつての預言者たちを通して送られた言葉を聞かないように、その心を火打ち石のように堅くした。それゆえ、万軍の主から激しい怒りが下った。
12Ze maakten een diamant van hun hart, om niet te luisteren naar de vermaning en de bedreigingen, die de geest van Jahweh der heirscharen door zijn vroegere profeten hun gaf. Toen barstte de heftige gramschap van Jahweh der heirscharen los:
13『私が呼んでも彼らが聞かなかったように、彼らが呼んでも私は聞かない』と万軍の主は言われた。
13“Zoals Ik riep, en zij niet hoorden, zo zullen zij roepen en Ik niet horen, spreekt Jahweh der heirscharen;
14『私は、彼らの知らなかったすべての国々の間に、つむじ風で彼らを散らした。その後、地は荒れ果て、行き来する者もいなくなった。彼らは麗しい地を荒れ果てさせた。』」
14Ik zal ze verstrooien onder de volken, die ze niet kennen, en het land zal achter hen worden verwoest, zodat niemand er heengaat of terugkeert!” Zo hebben zij van het heerlijke land een steppe gemaakt.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.