ゼカリヤ書
Chapter 10

ゼカリヤ書

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1春の雨の時に、主に雨を求めよ。 主は雷雲を造り、 すべての人に雨を降らせ、 野には草を生えさせる。
1In de lente vragen zij Jahweh om regen. En Jahweh jaagt de onweerswolken bijeen; Hij zal hun slagregens schenken, Aan allen groen op het veld.
2テラフィム は空しいことを語り、 占い師たちは偽りを見、 偽りの夢を語った。 彼らの慰めはむなしい。 それゆえ、人々は羊のようにさまよい、 羊飼いがいないために苦しめられている。
2Waarachtig, de terafim hebben bedrogen, De waarzeggers leugen geschouwd, Lege dromen verkondigd, Met ijdele beloften gepaaid; Daarom werden zij als schapen verstrooid, Geslagen, omdat er geen herder was.
3私の怒りは羊飼いたちに向かって燃え、 私は雄やぎたちを罰する。 万軍の主はご自分の群れ、ユダの家を顧み、 戦いの中の威厳ある馬のようにされるからだ。
3Tegen de herders is mijn woede ontstoken, En op de bokken zal Ik Mij wreken! Maar Jahweh der heirscharen heeft zijn kudde, Juda’s huis weer bezocht; Hij maakt van hen een edel ros, Afgericht voor de strijd.
4彼から隅のかしら石が出て、 彼から天幕の杭が出て、 彼から戦いの弓が出て、 彼からすべての支配者がともに出る。
4Van Hem de hoeksteen, de tentpaal en strijdboog, Van Hem gaan alle leiders gezamenlijk uit.
5彼らは勇士のようになり、 戦いで通りの泥を踏みつける。 主が彼らとともにおられるので、彼らは戦う。 馬に乗る者たちは恥を受ける。
5Ze zullen de helden vertrappen Als slijk op de wegen in de strijd; Ze zullen strijden, omdat Jahweh hen helpt, En de ruiters beschamen.
6「私はユダの家を強くし、 ヨセフの家を救う。 私は彼らを連れ戻す。 私が彼らをあわれむからだ。 彼らは、私に捨てられたことがなかったかのようになる。 私は彼らの神、主であり、 彼らに答えるからだ。
6Het huis van Juda maak Ik sterk, Het huis van Josef zal Ik redden; Ik breng ze terug, omdat Ik Mij hunner ontferm. Weer zullen ze zijn. als had Ik ze nimmer verworpen; Want Ik ben Jahweh, hun God: Ik zal hen verhoren!
7エフライムは勇士のようになり、 その心はぶどう酒を飲んだ時のように喜ぶ。 その子どもたちも見て喜び、 その心は主にあって楽しむ。
7Efraïm zal zijn als een held, Zijn hart zal vrolijk zijn als van wijn; Zijn zonen zullen het vol vreugde aanschouwen, En hun hart zal zich in Jahweh verheugen.
8私は彼らに合図し、集める。 私が彼らを贖ったからだ。 彼らは以前のように増える。
8Ik fluit ze bijeen, en verzamel ze weer; Ik koop ze vrij, ze worden weer talrijk als vroeger!
9私は彼らを諸国民の間に種のようにまく。 彼らは遠い国々で私を思い出す。 子どもたちとともに生き延び、帰って来る。
9Ik heb hen onder de volken verstrooid, Maar in verre landen zullen ze Mijner gedenken, En kinderen verwekken: dan keren ze terug.
10私は彼らをエジプトの地から再び連れ出し、 アッシリアから集める。 私は彼らをギルアデとレバノンの地へ連れて行く。 そこにも彼らのための場所が足りなくなる。
10Ik leid ze uit het land van Egypte, breng ze uit Assjoer bijeen, Voer ze naar het land van Gilad en Libanon: Maar dat zal te klein voor hen zijn!
11主は苦難の海を渡り、 海の波を打たれる。 ナイル川のすべての深みは干上がり、 アッシリアの誇りは引き下ろされ、 エジプトの王笏は去る。
11Ze trekken door de Onheil-zee, en slaan op haar golven; De kolken van de Nijl liggen droog! De trots van Assjoer ligt op de grond, Egypte’s schepter moet wijken:
12私は彼らを主にあって強くする。 彼らは主の御名によって歩む」 と主は言われる。
12Door Jahweh maak Ik hen sterk, In zijn Naam trekken zij op, is de godsspraak van Jahweh!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.