ゼカリヤ書 9
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1宣告。 主の言葉はハデラクの地に臨み、 ダマスコの上にとどまる。 人の目も、 イスラエルのすべての部族の目も、主に向けられているからだ。
1Een godsspraak: Het woord van Jahweh is over het land van Chadrak gekomen, Het zet zich in Damascus neer: Want Jahweh behoren de steden van Aram,
2その境にあるハマトにも、 知恵に富むツロとシドンにも臨む。
2Met Chamat, dat er aan grenst, Met Tyrus en Sidon, Die zo wijs willen zijn.
3ツロは自分のために要塞を築き、 銀をちりのように、 純金を通りの泥のように積み上げた。
3Tyrus heeft zich een vesting gebouwd, Zilver opgehoopt als stof, En goud als slijk op de straten:
4見よ、主は彼女の所有を奪い、 その海の力を打たれる。 彼女は火に焼き尽くされる。
4Toch zal de Heer het veroveren, Zijn bolwerk in de zee verpletteren, Dan wordt het verteerd door het vuur.
5アシュケロンはそれを見て恐れ、 ガザも見て激しく苦しむ。 エクロンも、その望みが裏切られるので苦しむ。 王はガザから滅び、 アシュケロンには住む者がいなくなる。
5Asjkelon aanschouwt het vol angst, Gaza krimpt ineen van ontzetting, Ekron ziet zijn verwachting bedrogen. Gaza zal geen koning meer hebben, Asjkelon onbewoond blijven liggen,
6異国の民がアシュドドに住み、 私はペリシテ人の誇りを断ち滅ぼす。
6In Asjdod zal de Bastaard wonen. Zo breek Ik de trots der Filistijnen,
7私はその口から血を取り除き、 その歯の間から忌まわしいものを取り除く。 その者も、われわれの神のために残りの者となり、 ユダの氏族の長のようになり、 エクロンはエブス人のようになる。
7Haal zijn bloed uit zijn mond, Zijn gruwelen tussen zijn tanden uit. Dan valt ook hij onzen God ten buit: Hij wordt een geslacht, dat tot Juda behoort, En Ekron als de Jeboesiet.
8私は軍勢を防ぐため、私の家の周りに陣を敷き、 敵の軍勢が二度と行き来できないようにする。 虐げる者は、もう彼らの中を通らない。 今、私は自分の目で見ているからだ。
8Dan sla Ik mijn legerplaats op Als een wachtpost voor mijn huis Tot afweer van hen, die komen en gaan. Dan zal geen dwingeland Hem meer overvallen: Want met eigen ogen zie Ik toe!
9シオンの娘よ、大いに喜べ。 エルサレムの娘よ、喜び叫べ。 見よ、あなたの王があなたのもとに来られる。 この方は義なる方で、救いを携え、 へりくだって、ろばに乗っている。 しかも、ろばの子である子ろばに乗っている。
9Juich van vreugde, dochter van Sion, Jubel, Jerusalems dochter: Zie, uw Koning komt naar u toe! Hij is Rechtvaardig en een Verlosser, Nederig, op een ezel gezeten, Op een veulen, het jong van een ezelin!
10私はエフライムから戦車を、 エルサレムから馬を断ち滅ぼす。 戦いの弓も断ち滅ぼされる。 彼は諸国民に平和を語る。 その支配は海から海まで、 大河から地の果てまで及ぶ。
10Uit Efraïm neemt Hij de strijdwagens weg, De paarden uit Jerusalem; De oorlogsboog wordt in stukken gebroken. Vrede zal Hij de volken verkonden; Van zee tot zee zal Hij heersen, Van de Rivier tot de grenzen der aarde!
11また、あなたについては、 あなたの契約の血のゆえに、 私は水のない穴から、あなたの捕らわれ人を解放した。
11En gij? Om het bloed van uw verbond Heb Ik uw gevangenen bevrijd Uit de put zonder water.
12望みを持つ捕らわれ人たちよ、 要塞に帰れ。 今日も私は、あなたに二倍のものを返すと告げる。
12Zij keren terug naar de Burcht, Gevangenen, die nog hopen kunnen: Ook nu nog blijf Ik bij u!
13私はユダを自分の弓として張り、 エフライムを矢として弓につがえた。 シオンよ、私はあなたの子らを奮い立たせ、 ギリシアよ、あなたの子らに立ち向かわせる。 私はあなたを勇士の剣のようにする。
13Dubbel zal Ik het u vergelden: Waarachtig, Juda span Ik als mijn boog, En Efraïm leg Ik daarop als pijl. Uw zonen, Sion, vuur Ik aan, Tegen de kinderen van Kewan: Ik maak van u een heldenzwaard!
14主は彼らの上に現れ、 その矢は稲妻のようにひらめく。 主なる神は角笛を吹き、 南からのつむじ風とともに進まれる。
14Jahweh zal boven hen verschijnen, Zijn pijl zal vliegen als de bliksem, De Heer Jahweh blaast de bazuin. Hij schiet uit als een orkaan uit het zuiden:
15万軍の主は彼らを守られる。 彼らは投石用の石で敵を滅ぼし、打ち負かす。 彼らはぶどう酒に酔ったように飲み、騒ぐ。 鉢のように満たされ、 祭壇の四隅のようになる。
15Jahweh der heirscharen zal hen dekken Als met een schild! Dan zullen de stenen uit zijn slinger Hun vlees verslinden, En aan hun bloed zich bedrinken. Ze worden verhit als door wijn, Raken vol als een offerschaal, En als de hoeken van een altaar.
16その日、彼らの神、主は、 ご自分の民を群れのように救われる。 彼らは王冠の宝石のように、 主の地の上に高く掲げられる。
16Dan zal Jahweh, hun God, hen verlossen, Hen weiden als zijn kudde op die dag; Want omdat zij geen herder hadden, Waren zij over zijn land verstrooid.
17その恵みはなんと大きく、 その美しさはなんとすばらしいことか。 穀物は若者たちを栄えさせ、 新しいぶどう酒はおとめたちを栄えさせる。
17Hoe goed zal het zijn, En hoe heerlijk! Het koren zal den jongeman, De wijn de maagden doen bloeien;
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.