ΖΑΧΑΡΙΑΣ 7
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐγένετο ἐν τῷ τετάρτῳ ἔτει, ἐπὶ Δαρείου τοῦ βασιλέως ἐγένετο λόγος Κυρίου πρὸς Ζαχαρίαν τετράδι τοῦ μηνὸς τοῦ ἐνάτου, ὅς ἐστι Χασελεῦ·
1In het vierde jaar van koning Darius, op de vierde dag van de negende maand, de maand Kislew, werd het woord van Jahweh tot Zakarias gericht.
2καὶ ἐξαπέστειλεν εἰς Βαιθὴλ Σαρασὰρ καὶ Ἀρβεσεὲρ ὁ βασιλεὺς καὶ οἱ ἄνδρες αὐτοῦ τοῦ ἐξιλάσασθαι τὸν Κύριον
2Betel had toen Saréser en Régem-Mélek met zijn mannen afgevaardigd, om Jahweh gunstig te stemmen,
3λέγων πρὸς τοὺς ἱερεῖς τοὺς ἐν τῷ οἴκῳ Κυρίου παντοκράτορος καὶ πρὸς τοὺς προφήτας λέγων· εἰσελήλυθεν ὧδε ἐν τῷ μηνὶ τῷ πέμπτῳ τὸ ἁγίασμα, καθότι ἐποίησα ἤδη ἱκανὰ ἔτη.
3en om aan de priesters van het huis van Jahweh der heirscharen en aan de profeten te vragen: Moet ik in de vijfde maand blijven treuren en vasten, zoals ik dat al zoveel jaren gedaan heb?
4καὶ ἐγένετο λόγος Κυρίου τῶν δυνάμεων πρὸς ἐμὲ λέγων·
4Toen werd het woord van Jahweh der heirscharen tot mij gericht.
5εἰπὸν πρὸς ἅπαντα τὸν λαὸν τῆς γῆς καὶ πρὸς τοὺς ἱερεῖς λέγων· ἐὰν νηστεύσητε ἢ κόψησθε ἐν ταῖς πέμπταις ἢ ἐν ταῖς ἑβδόμαις, καὶ ἰδοὺ ἑβδομήκοντα ἔτη μὴ νηστείαν νενηστεύκατέ μοι;
5Spreek tot al het gewone volk en de priesters: Wanneer gij nu al zeventig jaar lang in de vijfde en zevende maand hebt gevast en getreurd, hebt ge dan soms om Mij gevast?
6καὶ ἐὰν φάγητε ἢ πίητε, οὐχ ὑμεῖς ἔσθετε καὶ πίνετε;
6Als gij eet en drinkt, eet en drinkt ge toch ook voor uzelf!
7οὐχ οὗτοι οἱ λόγοι, οὓς ἐλάλησε Κύριος ἐν χερσὶ τῶν προφητῶν τῶν ἔμπροσθεν, ὅτε ἦν Ἱερουσαλὴμ κατοικουμένη καὶ εὐθηνοῦσα καὶ αἱ πόλεις κυκλόθεν αὐτῆς καὶ ἡ ὀρεινὴ καὶ ἡ πεδινὴ κατῳκεῖτο;
7Heeft Jahweh u dat ook niet door de vroegere profeten verkondigd, toen Jerusalem nog bewoond en welvarend was, en de steden om haar heen met de Négeb en Sjefela nog waren bevolkt?
8καὶ ἐγένετο λόγος Κυρίου πρὸς Ζαχαρίαν λέγων·
8En het woord van Jahweh werd tot Zakarias gericht.
9τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· κρίμα δίκαιον κρίνετε καὶ ἔλεος καὶ οἰκτιρμὸν ποιεῖτε ἕκαστος πρὸς τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ
9Zo heeft Jahweh der heirscharen gesproken: “Velt rechtvaardige vonnissen, en bewijst elkander liefde en barmhartigheid;
10καὶ χήραν καὶ ὀρφανὸν καὶ προσήλυτον καὶ πένητα μὴ καταδυναστεύετε, καὶ κακίαν ἕκαστος τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ μὴ μνησικακείτω ἐν ταῖς καρδίαις ὑμῶν.
10verdrukt weduwe noch wees, vreemdeling noch arme; beraamt elkanders ongeluk niet!”
11καὶ ἠπείθησαν τοῦ προσέχειν καὶ ἔδωκαν νῶτον παραφρονοῦντα καὶ τὰ ὦτα αὐτῶν ἐβάρυναν τοῦ μὴ εἰσακούειν
11Maar ze wilden er geen gehoor aan geven; ze waren halsstarrig en verstopten hun oren, om niet te horen;
12καὶ τὴν καρδίαν αὐτῶν ἔταξαν ἀπειθῆ τοῦ μὴ ἐσακούειν τοῦ νόμου μου καὶ τοὺς λόγους, οὓς ἐξαπέστειλε Κύριος παντοκράτωρ ἐν πνεύματι αὐτοῦ ἐν χερσὶ τῶν προφητῶν τῶν ἔμπροσθεν· καὶ ἐγένετο ὀργὴ μεγάλη παρὰ Κυρίου παντοκράτορος.
12Ze maakten een diamant van hun hart, om niet te luisteren naar de vermaning en de bedreigingen, die de geest van Jahweh der heirscharen door zijn vroegere profeten hun gaf. Toen barstte de heftige gramschap van Jahweh der heirscharen los:
13καὶ ἔσται ὃν τρόπον εἶπε καὶ οὐκ εἰσήκουσαν, οὕτως κεκράξονται καὶ οὐ μὴ εἰσακούσω, λέγει Κύριος παντοκράτωρ.
13“Zoals Ik riep, en zij niet hoorden, zo zullen zij roepen en Ik niet horen, spreekt Jahweh der heirscharen;
14καὶ ἐκβαλῶ αὐτοὺς εἰς πάντα τὰ ἔθνη, ἃ οὐκ ἔγνωσαν, καὶ ἡ γῆ ἀφανισθήσεται κατόπισθεν αὐτῶν ἐκ διοδεύοντος καὶ ἐξ ἀναστρέφοντος· καὶ ἔταξαν γῆν ἐκλεκτὴν εἰς ἀφανισμόν.
14Ik zal ze verstrooien onder de volken, die ze niet kennen, en het land zal achter hen worden verwoest, zodat niemand er heengaat of terugkeert!” Zo hebben zij van het heerlijke land een steppe gemaakt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.