ΖΑΧΑΡΙΑΣ
Chapter 1

ΖΑΧΑΡΙΑΣ

Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΖΑΧΑΡΙΑΣ 1

Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΕΝ τῷ ὀγδόῳ μηνί, ἔτους δευτέρου ἐπὶ Δαρείου, ἐγένετο λόγος Κυρίου πρὸς Ζαχαρίαν τὸν τοῦ Βαραχίου, υἱὸν Ἀδδὼ τὸν προφήτην λέγων·
1In de achtste maand van het tweede jaar van Darius werd het woord van Jahweh tot den profeet Zakarias, den zoon van Berekja, zoon van Iddo gericht:
2ὠργίσθη Κύριος ἐπὶ τοὺς πατέρας ὑμῶν ὀργὴν μεγάλην,
2Jahweh is hevig vergramd geweest op uw vaderen.
3καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτούς· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἐπιστρέψατε πρός με, λέγει Κύριος τῶν δυνάμεων, καὶ ἐπιστραφήσομαι πρὸς ὑμᾶς, λέγει Κύριος τῶν δυνάμεων.
3Maar nu moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Bekeert u tot Mij, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen: en Ik. keer tot u terug, spreekt Jahweh der heirscharen!
4καὶ μὴ γίνεσθε καθὼς οἱ πατέρες ὑμῶν, οἷς ἐνεκάλεσαν αὐτοῖς οἱ προφῆται ἔμπροσθεν λέγοντες· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἀποστρέψατε ἀπὸ τῶν ὁδῶν ὑμῶν τῶν πονηρῶν καὶ ἀπὸ τῶν ἐπιτηδευμάτων ὑμῶν τῶν πονηρῶν, καὶ οὐκ εἰσήκουσαν, καὶ οὐ προσέσχον τοῦ εἰσακοῦσαί μου, λέγει Κύριος.
4Weest niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten hebben gepredikt: “Zo spreekt Jahweh der heirscharen; bekeert u toch van uw slecht gedrag en uw boze werken!” Maar zij hebben niet willen horen, niet naar Mij willen luisteren, is de godsspraak van Jahweh.
5οἱ πατέρες ὑμῶν ποῦ εἰσι καὶ οἱ προφῆται; μὴ τὸν αἰῶνα ζήσονται;
5En waar zijn nu uw vaderen; leven de profeten soms eeuwig?
6πλὴν τοὺς λόγους μου καὶ τὰ νόμιμά μου δέχεσθε, ὅσα ἐγὼ ἐντέλλομαι ἐν πνεύματί μου τοῖς δούλοις μου τοῖς προφήταις, οἳ κατελάβοσαν τοὺς πατέρας ὑμῶν. καὶ ἀπεκρίθησαν καὶ εἶπαν· καθὼς παρατέτακται Κύριος παντοκράτωρ τοῦ ποιῆσαι ἡμῖν κατὰ τὰς ὁδοὺς ἡμῶν καὶ κατὰ τὰ ἐπιτηδεύματα ἡμῶν, οὕτως ἐποίησεν ἡμῖν.
6Maar hebben mijn bedreigingen en mijn beslissingen, waarmee Ik de profeten, mijn dienaars, belast had, uw vaderen niet getroffen, zodat ze tot inkeer kwamen, en zeiden: Zoals Jahweh der heirscharen om ons gedrag en onze werken ons heeft gedreigd, zo heeft Hij ook met ons gedaan!
7Τῇ τετράδι καὶ εἰκάδι, τῷ ἑνδεκάτῳ μηνί οὗτός ἐστιν ὁ μὴν Σαβάτ ἐν τῷ δευτέρῳ ἔτει ἐπὶ Δαρείου, ἐγένετο λόγος Κυρίου πρὸς Ζαχαρίαν τὸν τοῦ Βαραχίου υἱὸν Ἀδδὼ τὸν προφήτην λέγων·
7Op de vier en twintigste dag van de elfde maand, de maand Sjebat in het tweede jaar van Darius, werd het woord van Jahweh tot den profeet Zakarias, den zoon van Berekjáhoe, zoon van Iddo gericht.
8ἑώρακα τὴν νύκτα καὶ ἰδοὺ ἀνὴρ ἐπιβεβηκὼς ἐπὶ ἵππον πυρρόν, καὶ οὗτος εἱστήκει ἀνὰ μέσον τῶν ὀρέων τῶν κατασκίων, καὶ ὀπίσω αὐτοῦ ἵπποι πυρροὶ καὶ ψαροὶ καὶ ποικίλοι καὶ λευκοί.
8Ik schouwde die nacht een visioen. Zie, een man was op een rood paard gezeten; het stond tussen de bergen aan de Afgrond, en daarachter stonden zwarte, gevlekte en witte paarden.
9καὶ εἶπα· τί οὗτοι, Κύριε; καὶ εἶπε πρός με ὁ ἄγγελος ὁ λαλῶν ἐν ἐμοί· ἐγὼ δείξω σοι τί ἐστι ταῦτα.
9Ik zeide: Wat hebben ze te betekenen, heer? En de engel, die tot mij sprak, gaf ten antwoord: Ik zal u tonen, wat ze betekenen.
10καὶ ἀπεκρίθη ὁ ἀνὴρ ὁ ἐφεστηκὼς ἀνὰ μέσον τῶν ὀρέων, καὶ εἶπε πρός με· οὗτοί εἰσιν οὓς ἐξαπέστειλε Κύριος περιοδεῦσαι τὴν γῆν.
10Toen nam de man, die tussen de bergen stond, het woord en sprak: Dit zijn de boden, die Jahweh heeft uitgezonden, om de aarde te doorkruisen.
11καὶ ἀπεκρίθησαν τῷ ἀγγέλῳ Κυρίου τῷ ἐφεστῶτι ἀνὰ μέσον τῶν ὀρέων καὶ εἶπον· περιωδεύσαμεν πᾶσαν τὴν γῆν, καὶ ἰδοὺ πᾶσα ἡ γῆ κατοικεῖται καὶ ἠσυχάζει.
11Daarop zeiden de ruiters tot den engel van Jahweh, die tussen de bergen stond: Wij hebben de aarde doorkruist; zie de hele aarde is stil en rustig!
12καὶ ἀπεκρίθη ὁ ἄγγελος Κυρίου καὶ εἶπε· Κύριε παντοκράτωρ, ἕως τίνος οὐ μὴ ἐλεήσῃς τὴν Ἱερουσαλὴμ καὶ τὰς πόλεις Ἰούδα, ἃς ὑπερεῖδες τοῦτο ἑβδομηκοστὸν ἔτος;
12Toen sprak de engel van Jahweh: Jahweh der heirscharen; hoe lang moet het nog duren, eer Gij U ontfermt over Jerusalem en de steden van Juda, waarop Gij nu reeds zeventig jaren vergramd zijt?
13καὶ ἀπεκρίθη Κύριος παντοκράτωρ τῷ ἀγγέλῳ τῷ λαλοῦντι ἐν ἐμοὶ ρήματα καλὰ καὶ λόγους παρακλητικούς.
13Nu richtte Jahweh welwillende en troostvolle woorden tot den engel, die tot mij sprak.
14καὶ εἶπε πρός με ὁ ἄγγελος ὁ λαλῶν ἐν ἐμοί· ἀνάκραγε λέγων· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἐζήλωκα τὴν Ἱερουσαλὴμ καὶ τὴν Σιὼν ζῆλον μέγαν
14En de engel, die tot mij sprak, zeide tot mij: Verkondig: zo spreekt Jahweh der heirscharen! Ik ben voor Jerusalem en Sion in brandende liefde ontvlamd,
15καὶ ὀργὴν μεγάλην ἐγὼ ὀργίζομαι ἐπὶ τὰ ἔθνη τὰ συνεπιτιθέμενα, ἀνθ᾿ ὧν μὲν ἐγὼ ὠργίσθην ὀλίγα, αὐτοὶ δὲ συνεπέθεντο εἰς κακά.
15maar tegen de vermetele naties in heftige gramschap ontstoken; want terwijl Ik maar een weinig vergramd was, hebben zij de rampen vergroot.
16διὰ τοῦτο τάδε λέγει Κύριος· ἐπιστρέψω ἐπὶ Ἱερουσαλὴμ ἐν οἰκτιρμῷ, καὶ ὁ οἶκός μου ἀνοικοδομηθήσεται ἐν αὐτῇ, λέγει Κύριος παντοκράτωρ, καὶ μέτρον ἐκταθήσεται ἐπὶ Ἱερουσαλὴμ ἔτι.
16Daarom spreekt Jahweh! Ik heb Mij vol ontferming tot Jerusalem gekeerd: mijn huis zal daar worden herbouwd, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen; en het meetsnoer zal over Jerusalem worden gespannen!
17καὶ εἶπε πρός με ὁ ἄγγελος ὁ λαλῶν ἐν ἐμοί· ἔτι ἀνάκραγε λέγων· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἔτι διαχυθήσονται πόλεις ἐν ἀγαθοῖς, καὶ ἐλεήσει Κύριος ἔτι τὴν Σιὼν καὶ αἱρετιεῖ τὴν Ἱερουσαλήμ.
17Verkondig nog verder: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Mijn steden zullen weer overvloeien van zegen: Jahweh zal zich weer over Sion erbarmen, en Jerusalem weer uitverkiezen!
no verse 18 in this text
18Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar waren vier horens.
no verse 19 in this text
19Ik zei tot den engel, die tot mij sprak: Wat hebben die te betekenen? Hij antwoordde mij: Dat zijn de horens, die Juda, Israël en Jerusalem hebben verstrooid.
no verse 20 in this text
20Daarop liet Jahweh mij vier werklieden schouwen.
no verse 21 in this text
21Ik zeide: Wat komen die doen? Hij sprak: Dàt waren de vier horens. die Juda zodanig hebben verstrooid, dat niemand zijn hoofd meer kon opheffen; maar zij zijn gekomen, om de bijlen te wetten en de horens der volken af te slaan, die hun horen tegen het land van Juda hebben opgestoken, om het te verstrooien.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.