ΣΕΙΡΑΧ 1
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΠΑΣΑ σοφία παρὰ Κυρίου καὶ μετ᾿ αὐτοῦ ἐστιν εἰς τὸν αἰῶνα.
1De wijsheid van Jesus Sirach. Eerste afdeling. De wijsheid in de practijk van het leven. Eerste reeks. De wijsheid en onze plichten jegens God en mensen. Inleiding. Het zedelijk karakter van de wijsheid. Alle wijsheid komt van den Heer, En bij Hem blijft zij tot in eeuwigheid.
2ἄμμον θαλασσῶν καὶ σταγόνας ὑετοῦ καὶ ἡμέρας αἰῶνος τίς ἐξαριθμήσει;
2Het zand van de zee, de druppels van de regen, En de dagen der eeuwen, wie kan ze tellen?
3ὕψος οὐρανοῦ καὶ πλάτος γῆς καὶ ἄβυσσον καὶ σοφίαν τίς ἐξιχνιάσει;
3De hoogte des hemels, de breedte der aarde, En de diepte van de oceanen, wie zal ze doorgronden?
4προτέρα πάντων ἔκτισται σοφία καὶ σύνεσις φρονήσεως ἐξ αἰῶνος [5 πηγὴ σοφίας λόγος Θεοῦ ἐν ὑψίστοις, καὶ αἱ πορεῖαι αὐτῆς ἐντολαὶ αἰώνιοι].
4Maar vóór alle dingen werd de wijsheid geschapen, En van eeuwigheid bestaat de verstandige kennis.
6ρίζα σοφίας τίνι ἀπεκαλύφθη; καὶ τὰ πανουργεύματα αὐτῆς τίς ἔγνω; [7 ἐπιστήμη σοφίας τίνι ἐφανερώθη; καὶ τὴν πολυπειρίαν αὐτῆς τίς συνῆκε;]
6De wortel der wijsheid, wien werd ze geopenbaard, En haar raadsbesluiten, wie kan ze kennen?
8εἷς ἐστι σοφὸς φοβερὸς σφόδρα καθήμενος ἐπὶ τοῦ θρόνου αὐτοῦ.
8Eén is er wijs, bovenmate vreeswekkend: De Heer, die op zijn troon is gezeten!
9Κύριος αὐτὸς ἔκτισεν αὐτὴν καὶ εἶδε καὶ ἐξηρίθμησεν αὐτὴν καὶ ἐξέχεεν αὐτὴν ἐπὶ πάντα τὰ ἔργα αὐτοῦ,
9Hij heeft haar geschapen, gezien en geteld, Over al zijn werken haar uitgestort.
10μετὰ πάσης σαρκὸς κατὰ τὴν δόσιν αὐτοῦ, καὶ ἐχορήγησεν αὐτὴν τοῖς ἀγαπῶσιν αὐτόν.
10Zij toeft dus bij allen, naar gelang Hij ze gaf; Hij deelt haar mee aan wie Hem beminnen.
11φόβος Κυρίου δόξα καὶ καύχημα καὶ εὐφροσύνη καὶ στέφανος ἀγαλλιάματος.
11De vreze des Heren is eer en roem; Zij is blijdschap en een vreugdekrans.
12φόβος Κυρίου τέρψει καρδίαν καὶ δώσει εὐφροσύνην καὶ χαρὰν καὶ μακροημέρευσιν.
12De vreze des Heren verheugt het hart; Zij geeft blijdschap, vreugde en lengte van dagen.
13τῷ φοβουμένῳ τὸν Κύριον εὖ ἔσται ἐπ᾿ ἐσχάτων, καὶ ἐν ἡμέρᾳ τελευτῆς αὐτοῦ εὑρήσει χάριν.
13Wie den Heer vreest, gaat het goed aan het einde; Op de dag van zijn dood zal hij genade vinden.
14ἀρχὴ σοφίας φοβεῖσθαι τὸν Κύριον, καὶ μετὰ πιστῶν ἐν μήτρᾳ συνεκτίσθη αὐτοῖς.
14Het begin der wijsheid is den Heer te vrezen; Reeds vóór de geboorte wordt zij de vromen ingeschapen.
15μετὰ ἀνθρώπων θεμέλιον αἰῶνος ἐνόσσευσε καὶ μετὰ τοῦ σπέρματος αὐτῶν ἐμπιστευθήσεται.
15Bij de mensen heeft zij een eeuwige woonstee gevestigd, En zich toevertrouwd aan hun geslacht.
16πλησμονὴ σοφίας φοβεῖσθαι τὸν Κύριον καὶ μεθύσκει αὐτοὺς ἀπὸ τῶν καρπῶν αὐτῆς·
16De volheid der wijsheid is den Heer te vrezen, En dronken maakt zij met haar vruchten.
17πάντα τὸν οἶκον αὐτῆς ἐμπλήσει ἐπιθυμημάτων καὶ τὰ ἀποδοχεῖα ἀπὸ τῶν γεννημάτων αὐτῆς.
17Heel haar huis vult zij op met haar schatten, En haar voorraadschuren met haar vruchten.
18στέφανος σοφίας φόβος Κυρίου ἀναθάλλων εἰρήνην καὶ ὑγίειαν ἰάσεως.
18De kroon der wijsheid is de vreze des Heren; Zij laat vrede bloeien en blakende welstand.
19καὶ εἶδε καὶ ἐξηρίθμησεν αὐτήν, ἐπιστήμην καὶ γνῶσιν συνέσεως ἐξώμβρησε καὶ δόξαν κρατούντων αὐτῆς ἀνύψωσε.
19Zij doet kennis en verstandig inzicht stromen, En brengt, die haar trouw blijven, hoog in ere.
20ρίζα σοφίας φοβεῖσθε τὸν Κύριον, καὶ οἱ κλάδοι αὐτῆς μακροημέρευσις. [21 φόβος Κυρίου ἀπωθεῖται ἁμαρτήματα, παραμένων δὲ ἀποστρέψει ὀργήν].
20De wortel der wijsheid is den Heer te vrezen, En haar takken zijn lengte van dagen.
no verse 21 in this text
21De vreze des Heren houdt de zonde verre; Wie daaraan vasthoudt, wendt de gramschap af.
22οὐ δυνήσεται θυμὸς ἄδικος δικαιωθῆναι, ἡ γὰρ ροπὴ τοῦ θυμοῦ αὐτοῦ πτῶσις αὐτῷ.
22Wie ten onrechte toornig wordt, krijgt geen gelijk; Want de onstuimigheid van zijn toorn brengt hem ten val.
23ἕως καιροῦ ἀνθέξεται μακρόθυμος, καὶ ὕστερον αὐτῷ ἀναδώσει εὐφροσύνη·
23Maar de lankmoedige wacht, tot zijn tijd is gekomen; En daarna wordt blijdschap zijn deel.
24ἕως καιροῦ κρύψει τοὺς λόγους αὐτοῦ, καὶ χείλη πιστῶν ἐκδιηγήσεται σύνεσιν αὐτοῦ.
24Tot het goede ogenblik houdt hij zijn woorden in; Daarom loven de lippen der braven zijn doorzicht.
25ἐν θησαυροῖς σοφίας παραβολὴ ἐπιστήμης, βδέλυγμα δὲ ἁμαρτωλῷ θεοσέβεια.
25In de schatten der wijsheid zijn wijze spreuken; Maar voor den zondaar is godsvrucht een gruwel.
26ἐπεθύμησας σοφίαν διατήρησον ἐντολάς, καὶ Κύριος χορηγήσει σοι αὐτήν.
26Begeert ge dus wijsheid, onderhoud de geboden; En de Heer zal ze u schenken.
27σοφία γὰρ καὶ παιδεία φόβος Κυρίου, καὶ ἡ εὐδοκία αὐτοῦ πίστις καὶ πρᾳότης.
27Want wijsheid en tucht zijn de vreze des Heren; Trouw en deemoed vinden zijn welbehagen.
28μὴ ἀπειθήσῃς φόβῳ Κυρίου καὶ μὴ προσέλθῃς αὐτῷ ἐν καρδίᾳ δισσῇ.
28Wees dus niet ongehoorzaam aan de vreze des Heren, En treed haar niet tegen met een weifelend hart.
29μὴ ὑποκριθῇς ἐν στόμασιν ἀνθρώπων καὶ ἐν τοῖς χείλεσί σου πρόσεχε.
29Huichel ook niet tegenover de mensen, Maar geef acht op uw lippen;
30μὴ ἐξύψου σεαυτόν, ἵνα μὴ πέσῃς καὶ ἐπαγάγῃς τῇ ψυχῇ σου ἀτιμίαν, καὶ ἀποκαλύψει Κύριος τὰ κρυπτά σου καὶ ἐν μέσῳ συναγωγῆς καταβαλεῖ σε, ὅτι οὐ προσῆλθες φόβῳ Κυρίου, καὶ ἡ καρδία σου πλήρης δόλου.
30Verhef u niet, opdat ge niet valt, En geen schande brengt over uzelf. Want de Heer zal uw geheimen onthullen, En in de kring der gemeente u doen vallen, Omdat ge niet wandelt naar de vreze des Heren, En uw hart vol bedrog is.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.