ΣΕΙΡΑΧ
Chapter 8
Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΜΗ διαμάχου μετὰ ἀνθρώπου δυνάστου, μήποτε ἐμπέσῃς εἰς τὰς χεῖρας αὐτοῦ.
1Begin geen twist met een grote; Waarom zoudt ge u tegen hem keren? Strijd niet met iemand, die sterker is; Waarom in zijn handen vallen?
2μὴ ἔριζε μετὰ ἀνθρώπου πλουσίου, μήποτε ἀντιστήσῃ σου τὴν ὁλκήν· πολλοὺς γὰρ ἀπώλεσε τὸ χρυσίον καὶ καρδίας βασιλέων ἐξέκλινε.
2Twist niet met iemand die rijk is; Hij zou een prijs voor u betalen, om u te verderven. Want het goud heeft velen overmoedig gemaakt, Zelfs het hart van vorsten verleid.
3μὴ διαμάχου μετὰ ἀνθρώπου γλωσσώδους καὶ μὴ ἐπιστοιβάσῃς ἐπὶ τὸ πῦρ αὐτοῦ ξύλα.
3Strijd niet tegen een grote mond; Want het is hout werpen op het vuur.
4μὴ πρόσπαιζε ἀπαιδεύτῳ, ἵνα μὴ ἀτιμάζωνται οἱ πρόγονοί σου.
4Heb geen omgang met een dwaas; Anders gaan hoogstaande lieden u verachten.
5μὴ ὀνείδιζε ἄνθρωπον ἀποστρέφοντα ἀπὸ ἁμαρτίας· μνήσθητι ὅτι πάντες ἐσμὲν ἐν ἐπιτιμίοις.
5Maar veracht niemand, die zich van zijn zonde bekeert; Bedenk, dat wij allen schuldig zijn.
6μὴ ἀτιμάσῃς ἄνθρωπον ἐν γήρᾳ αὐτοῦ, καὶ γὰρ ἐξ ἡμῶν γηράσκουσι.
6Spot nooit met iemand om zijn ouderdom, Want ook wij worden oud.
7μὴ ἐπίχαιρε ἐπὶ νεκρῷ, μνήσθητι ὅτι πάντες τελευτῶμεν.
7Wees niet verheugd over iemands dood; Bedenk, dat wij allen eens sterven.
8μὴ παρίδῃς διήγημα σοφῶν, καὶ ἐν ταῖς παροιμίαις αὐτῶν ἀναστρέφου· ὅτι παρ᾿ αὐτῶν μαθήσῃ παιδείαν καὶ λειτουργῆσαι μεγιστᾶσι.
8Versmaad de raad der wijzen niet, Maar houd u bezig met hun spreuken; Van hen toch kunt ge wijsheid leren, Om sterk te staan tegenover vorsten.
9μὴ ἀστόχει διηγήματος γερόντων, καὶ γὰρ αὐτοὶ ἔμαθον παρὰ τῶν πατέρων αὐτῶν· ὅτι παρ᾿ αὐτῶν μαθήσει σύνεσιν καὶ ἐν καιρῷ χρείας δοῦναι ἀπόκρισιν.
9Veracht de verhalen der ouden niet, Die zij hoorden van hun vaderen; Van hen toch kunt ge wijsheid leren, Om antwoord te geven in tijd van nood.
10μὴ ἔκκαιε ἄνθρακας ἁμαρτωλοῦ, μὴ ἐμπυρισθῇς ἐν πυρὶ φλογὸς αὐτοῦ.
10Kom niet te dicht bij de kolen der zondaars; Anders wordt ge verbrand door hun gloed.
11μὴ ἐξαναστῇς ἀπὸ προσώπου ὑβριστοῦ, ἵνα μὴ ἐγκαθίσῃ ὡς ἔνεδρον τῷ στόματί σου.
11Loop niet weg voor den spotter; Laat hem niet zitten als iemand, die u een hinderlaag legt.
12μὴ δανείσῃς ἀνθρώπῳ ἰσχυροτέρῳ σου· καὶ ἐὰν δανείσῃς, ὡς ἀπολωλεκὼς γίνου.
12Geef niet te leen aan iemand, die machtiger is, En als ge het doet, beschouw het dan als verloren.
13μὴ ἐγγυήσῃ ὑπὲρ δύναμίν σου· καὶ ἐὰν ἐγγυήσῃ, ὡς ἀποτίσων φρόντιζε.
13Blijf geen borg boven uw vermogen; Maar blijft ge borg, reken dan op betalen.
14μὴ δικάζου μετὰ κριτοῦ, κατὰ γὰρ τὴν δόξαν αὐτοῦ κρινοῦσιν αὐτῷ.
14Begin geen proces met een rechter; Want hij kan uitspraak doen, zoals hij wil.
15μετὰ τολμηροῦ μὴ πορεύου ἐν ὁδῷ, ἵνα μὴ βαρύνηται κατὰ σοῦ· αὐτὸς γὰρ κατὰ τὸ θέλημα αὐτοῦ ποιήσει, καὶ τῇ ἀφροσύνῃ αὐτοῦ συναπολῇ.
15Ga niet op reis met een waaghals; Ge zoudt grote ongelukken kunnen belopen. Want hij doet, wat hem invalt, En ge gaat door zijn dwaasheid te gronde.
16μετὰ θυμώδους μὴ ποιήσῃς μάχην καὶ μὴ διαπορεύου μετ᾿ αὐτοῦ τὴν ἔρημον· ὅτι ὡς οὐδὲν ἐν ὀφθαλμοῖς αὐτοῦ αἷμα, καὶ ὅπου οὐκ ἔστι βοήθεια, καταβαλεῖ σε.
16Begin geen strijd met een driftkop, En rijd niet met hem de woestijn in; Want bloed heeft voor hem geen waarde, En hij brengt u om, zonder dat iemand u redt.
17μετὰ μωροῦ μὴ συμβουλεύου, οὐ γὰρ δυνήσεται λόγον στέξαι.
17Pleeg geen overleg met een dwaas; Hij kan uw plannen toch niet geheim houden.
18ἐνώπιον ἀλλοτρίου μὴ ποιήσῃς κρυπτόν, οὐ γὰρ γινώσκεις τί τέξεται.
18Doe in andermans bijzijn niet wat geheim moet blijven; Want ge weet niet, wat hij zal doen.
19παντὶ ἀνθρώπῳ μὴ ἔκφαινε σὴν καρδίαν, καὶ μὴ ἀναφερέτω σοι χάριν.
19Leg uw hart niet bloot aan iedereen, Maar stoot ook vriendelijkheid niet af.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.