Zaccharias Propheta
Chapter 7

Zaccharias Propheta

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Zaccharias Propheta 7

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Et factum est in anno quarto Darii regis, factum est verbum Domini ad Zachariam, in quarta mensis noni, qui est Casleu.
1In het vierde jaar van koning Darius, op de vierde dag van de negende maand, de maand Kislew, werd het woord van Jahweh tot Zakarias gericht.
2Et miserunt ad domum Dei Sarasar et Rogommelech, et viri qui erant cum eo, ad deprecandam faciem Domini:
2Betel had toen Saréser en Régem-Mélek met zijn mannen afgevaardigd, om Jahweh gunstig te stemmen,
3ut dicerent sacerdotibus domus Domini exercituum, et prophetis, loquentes: Numquid flendum est mihi in quinto mense, vel sanctificare me debeo, sicut jam feci multis annis?
3en om aan de priesters van het huis van Jahweh der heirscharen en aan de profeten te vragen: Moet ik in de vijfde maand blijven treuren en vasten, zoals ik dat al zoveel jaren gedaan heb?
4Et factum est verbum Domini exercituum ad me, dicens:
4Toen werd het woord van Jahweh der heirscharen tot mij gericht.
5Loquere ad omnem populum terræ, et ad sacerdotes, dicens: Cum jejunaretis, et plangeretis in quinto et septimo per hos septuaginta annos, numquid jejunium jejunastis mihi?
5Spreek tot al het gewone volk en de priesters: Wanneer gij nu al zeventig jaar lang in de vijfde en zevende maand hebt gevast en getreurd, hebt ge dan soms om Mij gevast?
6et cum comedistis et bibistis, numquid non vobis comedistis et vobismetipsis bibistis?
6Als gij eet en drinkt, eet en drinkt ge toch ook voor uzelf!
7numquid non sunt verba quæ locutus est Dominus in manu prophetarum priorum, cum adhuc Jerusalem habitaretur ut esset opulenta, ipsa et urbes in circuitu ejus, et ad austrum, et in campestribus habitaretur?
7Heeft Jahweh u dat ook niet door de vroegere profeten verkondigd, toen Jerusalem nog bewoond en welvarend was, en de steden om haar heen met de Négeb en Sjefela nog waren bevolkt?
8Et factum est verbum Domini ad Zachariam, dicens:
8En het woord van Jahweh werd tot Zakarias gericht.
9Hæc ait Dominus exercituum, dicens: Judicium verum judicate, et misericordiam et miserationes facite, unusquisque cum fratre suo.
9Zo heeft Jahweh der heirscharen gesproken: “Velt rechtvaardige vonnissen, en bewijst elkander liefde en barmhartigheid;
10Et viduam, et pupillum, et advenam, et pauperem nolite calumniari: et malum vir fratri suo non cogitet in corde suo.
10verdrukt weduwe noch wees, vreemdeling noch arme; beraamt elkanders ongeluk niet!”
11Et noluerunt attendere, et averterunt scapulam recedentem, et aures suas aggravaverunt ne audirent.
11Maar ze wilden er geen gehoor aan geven; ze waren halsstarrig en verstopten hun oren, om niet te horen;
12Et cor suum posuerunt ut adamantem, ne audirent legem, et verba quæ misit Dominus exercituum in spiritu suo per manum prophetarum priorum: et facta est indignatio magna a Domino exercituum.
12Ze maakten een diamant van hun hart, om niet te luisteren naar de vermaning en de bedreigingen, die de geest van Jahweh der heirscharen door zijn vroegere profeten hun gaf. Toen barstte de heftige gramschap van Jahweh der heirscharen los:
13Et factum est sicut locutus est, et non audierunt: sic clamabunt et non exaudiam, dicit Dominus exercituum.
13“Zoals Ik riep, en zij niet hoorden, zo zullen zij roepen en Ik niet horen, spreekt Jahweh der heirscharen;
14Et dispersi eos per omnia regna quæ nesciunt: et terra desolata est ab eis, eo quod non esset transiens et revertens: et posuerunt terram desiderabilem in desertum.
14Ik zal ze verstrooien onder de volken, die ze niet kennen, en het land zal achter hen worden verwoest, zodat niemand er heengaat of terugkeert!” Zo hebben zij van het heerlijke land een steppe gemaakt.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.