ナホム書
Chapter 3

ナホム書

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1血に染まった都には災いだ。 それは偽りと略奪に満ち、 獲物が尽きることはない。
1Wee de bloedstad, Heel en al leugen, Volgepropt met geweld, Nooit verzadigd van roof!
2むちの音、 車輪のとどろく音、 跳ねる馬、 躍り進む戦車。
2Hoor, het klappen der zwepen, Het knarsen der wielen, Jachtende paarden, hotsende wagens,
3突進する騎兵、 きらめく剣、 光る槍。 倒された者は数知れず、 死体は山をなし、 亡骸は尽きない。 人々はその死体につまずく。
3Galopperende ruiters. Flikkerende zwaarden, bliksemende lansen, Hopen gewonden, en stapels van doden; Ontelbare lijken, Men struikelt erover.
4これは、姿美しく人を惑わす娼婦の、 数多くの淫行のためである。 彼女は魔術を操り、 淫行によって国々を、 魔術によって諸族を売り渡す。
4Dat komt van de eindeloze ontucht der deerne, Van de bevallige tovenares, Die de volken in haar ontucht verstrikte, En stammen in haar toverkunsten.
5「見よ、私はあなたに立ち向かう」と、 万軍の主は言われる。 「私はあなたの裾を顔の上までまくり上げ、 諸国民にあなたの裸を、 諸王国にあなたの恥を見せる。
5Zie, Ik kom op u af, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen: Ik licht uw slippen omhoog Tot over uw hoofd. Ik laat de volken uw naaktheid zien, En koninkrijken uw schaamte;
6私は忌まわしい汚物をあなたに投げつけ、 あなたを卑しいものとし、 見世物にする。
6Ik werp vuil op u neer, Maak u tot schande en schouwspel.
7あなたを見る者は皆、あなたから逃げて言う。 『ニネベは荒れ果てた。 だれが彼女のために嘆くだろう。』 私はどこで、 あなたを慰める者たちを捜せばよいのか。」
7Dan zal al, die u ziet, van u vluchten, En zeggen: Ninive ligt verwoest! Wie zal haar beklagen, Waar zoek ik troosters voor haar?
8あなたは、幾筋もの川の中にあり、 水に囲まれていたノ・アモン より優れているのか。 その防壁は海、 城壁も海 であった。
8Of zijt gij beter dan No-Amon Dat troont aan de Nijl, van water omringd, Wiens bolwerk de zee, Wiens muren de wateren waren?
9クシュとエジプトが、 彼女の限りない力であった。 プトとリビアは、 彼女を助ける者たちであった。
9Koesj en Egypte waren zijn eindeloze kracht, Poet en de Lybiërs zijn helpers:
10それでも彼女は連れ去られ、 捕囚となった。 その幼い子どもたちは、 あらゆる通りの角で打ち砕かれた。 人々は彼女の名高い者たちのためにくじを引き、 その有力者たちは皆、鎖につながれた。
10Toch moest het heen, Moest het in ballingschap gaan! Toch werden zijn kinderen te pletter geslagen Op alle hoeken der straten, Het lot over zijn edelen geworpen, Alle aanzienlijken in boeien geklonken.
11あなたも酔い、 身を隠す。 あなたも敵を避けるために、 とりでを捜し求める。
11Gij ook zult u dronken drinken, En worden beneveld; Ook gij zult op zoek moeten gaan Naar een schuilplaats tegen den vijand!
12あなたのすべての要塞は、 初なりの実をつけたいちじくの木のようになる。 揺すれば、その実は 食べる者の口に落ちる。
12Al uw vestingen zijn als de vijg Met vroegrijpe vruchten: Wanneer men ze schudt, Vallen ze den eter in de mond!
13見よ、あなたの中にいる兵士たちは女のようだ。 あなたの国の門は、敵に向かって大きく開かれ、 火がそのかんぬきを焼き尽くした。
13Zie, uw volk in uw kring is als vrouwen De poorten van uw land Staan wagenwijd voor uw vijanden open, Het vuur heeft uw grendels verteerd.
14包囲に備えて水をくめ。 要塞を強くせよ。 粘土の中に入り、 練り土を踏め。 れんが窯を補強せよ。
14Put water voor de belegering, Versterk uw burchten; Treed de klei, en kneed het leem, Grijp de vorm voor de tichels!
15そこで火があなたを焼き尽くし、 剣があなたを断ち滅ぼす。 それはいなごのように、 あなたを食い尽くす。 バッタのように増えよ。 いなごのように増えよ。
15Daar zal het vuur u verteren, Het zwaard u verslinden: U verteren als de sprinkhaan, U verslinden als de knaagbek. Al zijt ge talrijk als de sprinkhaan,
16あなたは商人を、 空の星よりも多くした。 バッタは食い荒らし、 飛び去る。
16Uw kooplieden in groter getal Dan de sterren aan de hemel: De knaagbek ontpopt, en vliegt heen.
17あなたの護衛たちはいなごのようであり、 役人たちはいなごの群れのようだ。 寒い日には城壁に群がるが、 太陽が昇ると飛び去る。 その行方を、 だれも知らない。
17Uw leiders zijn als de sprinkhaan, uw beambten een zwerm, Die als het koud is, in de muren gaan schuilen; Maar komt de zon, dan vliegen ze heen: Men kent de plaats niet, waar ze blijven!
18アッシリアの王よ、 あなたの羊飼いたちは眠り、 貴族たちは横たわっている。 あなたの民は山々に散らされ、 彼らを集める者は一人もいない。
18Uw herders dommelen, koning van Assjoer, Uw vorsten slapen: Uw volk is op de bergen verstrooid, Niemand brengt het bijeen.
19あなたの傷は癒やしがたく、 深手は治ることがない。 あなたについての知らせを聞く者は皆、 あなたのことで手をたたく。 あなたの絶え間ない残虐さに、 苦しまなかった者がいるだろうか。
19Geen heil voor uw plaag, Ongeneeslijk uw wonde:Wie van u hoort, klapt om u in de handen; Wie immers had niet steeds van uw boosheid te lijden?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.