マタイ 9
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1イエスは舟に乗って向こう岸へ渡り、ご自分の町に来られた。
1En Hij steeg in de boot, voer over, en kwam in zijn woonplaats aan.
2見よ、人々が体の麻痺した人を寝床に載せて、イエスのもとに運んで来た。イエスは彼らの信仰を見て、その人に言われた。 「子よ、元気を出しなさい。あなたの罪は赦されている。」
2En zie, men bracht Hem een lamme, die op een bed was gelegd. Toen Jesus hun geloof zag, sprak Hij tot den lamme: Wees welgemoed, mijn zoon; uw zonden zijn u vergeven.
3見よ、律法学者たちの何人かが心の中で、「この男は神を冒涜している」と言った。
3En zie, enige schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Hij lastert God.
4イエスは彼らの思いを知って言われた。 「なぜ心の中で悪いことを考えているのか。
4Maar Jesus kende hun gedachten, en sprak: Waarom denkt gij kwaad in uw harten?
5『あなたの罪は赦されている』と言うのと、『起きて歩きなさい』と言うのと、どちらが易しいか。
5Wat is gemakkelijker te zeggen: De zonden zijn u vergeven; of: Sta op en wandel?
6しかし、人の子が地上で罪を赦す権威を持っていることを、あなたがたが知るために――」 それから、体の麻痺した人に言われた。 「起きて寝床を取り上げ、自分の家に帰りなさい。」
6Welnu, opdat gij moogt weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde, om zonde te vergeven, (hier sprak Hij tot den lamme:) sta op, neem uw bed, en ga naar huis.
7その人は起き上がり、自分の家に帰って行った。
7En hij stond op, en ging naar huis.
8群衆はこれを見て驚き、このような権威を人々にお与えになった神をあがめた。
8De menigte, die het zag, werd door vrees bevangen, en verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf.
9イエスはそこから進んで行き、マタイという人が収税所に座っているのをご覧になった。そして、 「私について来なさい」 と言われた。するとマタイは立ち上がり、イエスに従った。
9Toen Jesus vandaar verder ging, zag Hij een man, Matteüs genaamd, bij het tolhuis zitten. Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op, en volgde Hem.
10イエスが家で食卓に着いておられると、見よ、大勢の徴税人や罪人が来て、イエスや弟子たちと一緒に食卓に着いた。
10En zie, terwijl Jesus in het huis aan tafel aanlag, kwamen vele tollenaars en zondaars met Hem en zijn leerlingen aanliggen.
11パリサイ人たちはこれを見て、弟子たちに言った。「なぜあなたがたの先生は、徴税人や罪人と一緒に食事をするのか。」
11Toen de farizeën dit zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?
12イエスはこれを聞いて、彼らに言われた。 「健康な人に医者は必要ない。必要なのは病人である。
12Jesus hoorde het, en sprak: De gezonden hebben geen geneesheer nodig, wel de zieken.
13『私が望むのはあわれみであって、いけにえではない』とはどういう意味か、行って学びなさい。 私が来たのは義人を招くためではなく、罪人を悔い改めに招くためである。」
13Gaat, en leert wat het zeggen wil: “Barmhartigheid wil Ik, en geen offerande.” Ik ben niet gekomen, om de rechtvaardigen, maar om de zondaars te roepen.
14それから、ヨハネの弟子たちがイエスのもとに来て言った。「私たちとパリサイ人はたびたび断食するのに、なぜあなたの弟子たちは断食しないのですか。」
14Nu kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe, en zeiden: Waarom vasten wij en de farizeën, en vasten uw leerlingen niet?
15イエスは彼らに言われた。 「花婿が一緒にいる間、花婿の友人たちは悲しむことができるだろうか。しかし、花婿が彼らから取り去られる日が来る。そのとき、彼らは断食する。
15Jesus sprak tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, dat de bruidegom van hen wordt weggenomen; dan zullen ze vasten.
16だれも、縮んでいない布切れを古い衣服に当てることはしない。その継ぎ切れが衣服を引き裂き、破れがもっとひどくなるからである。
16Niemand zet een lap nieuw laken op een oud kleed; want de opgezette lap trekt het kleed uiteen, en er ontstaat nog groter scheur.
17また、新しいぶどう酒を古い革袋に入れる人はいない。そんなことをすれば、革袋は裂け、ぶどう酒は流れ出て、革袋も使えなくなる。新しいぶどう酒は新しい革袋に入れる。そうすれば、どちらも保たれる。」
17Ook doet men geen nieuwe wijn in oude zakken; anders bersten de zakken, de wijn loopt weg, en de zakken gaan verloren. Maar nieuwe wijn doet men in nieuwe zakken; dan blijven beide behouden.
18イエスが彼らにこれらのことを話しておられると、見よ、一人の指導者が来て、イエスを拝み、言った。「私の娘がたった今、死にました。けれども、おいでになって娘の上に手を置いてください。そうすれば生き返ります。」
18Terwijl Hij zo tot hen sprak, zie, daar kwam een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo juist is mijn dochter gestorven; maar kom, leg haar de hand op, en ze zal leven.
19イエスは立ち上がり、弟子たちと共に彼について行かれた。
19Jesus stond op, en volgde hem met zijn leerlingen.
20見よ、十二年間、出血が続いていた女が後ろから近づき、イエスの衣の裾 に触れた。
20En zie, een vrouw, die twaalf jaar lang aan een bloedvloeiing leed, trad achter Hem aan, en raakte de zoom van zijn kleed aan.
21彼女は、「あの方の衣に触れるだけで、私は癒される」と心の中で言っていたからである。
21Want ze zei bij zichzelf: Als ik alleen maar zijn kleed aanraak, ben ik genezen.
22イエスは振り向いて彼女を見て、言われた。 「娘よ、元気を出しなさい。あなたの信仰があなたを癒した。」 その時から、女は癒された。
22Jesus keerde Zich om, zag haar, en sprak: Wees welgemoed, mijn dochter; uw geloof heeft u gered. Van dat ogenblik af was de vrouw genezen.
23イエスは指導者の家に入り、笛を吹く者たちと騒いでいる群衆をご覧になった。
23En toen Jesus in het huis van den overste kwam, en de fluitspelers zag en het luidruchtige volk, zeide Hij:
24そして彼らに言われた。 「そこを空けなさい。少女は死んだのではなく、眠っているのだから。」 人々はイエスをあざ笑った。
24Gaat heen; want het meisje is niet dood, maar het slaapt. Men lachte Hem uit.
25しかし、群衆が外に出されると、イエスは中に入り、少女の手を取られた。すると少女は起き上がった。
25Nadat de menigte verwijderd was. trad Hij binnen, en vatte haar bij de hand. En het meisje stond op.
26この知らせは、その地方全体に広まった。
26De roep hierover verspreidde zich door heel die streek.
27イエスがそこから進んで行かれると、二人の目の見えない人が、「ダビデの子よ、私たちをあわれんでください」と叫びながら、ついて来た。
27Toen Jesus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, die riepen: Heb medelijden met ons, Zoon van David.
28イエスが家に入られると、目の見えない人たちが近づいて来た。イエスは彼らに言われた。 「私にこれができると信じるか。」 彼らは答えた。「はい、主よ。」
28En toen Hij thuis was gekomen, kwamen de blinden naar Hem toe, en Jesus sprak tot hen: Gelooft gij, dat Ik het doen kan? Ze zeiden: Ja, Heer.
29そこでイエスは彼らの目に触れ、言われた。 「あなたがたの信仰のとおりになるように。」
29Nu raakte Hij hun ogen aan, en sprak: U geschiede naar uw geloof.
30すると、彼らの目は開かれた。イエスは彼らを厳しく戒めて、 「だれにもこのことを知られないようにしなさい」 と言われた。
30En hun ogen werden geopend. Jesus gebood hun ten strengste: Let er op, dat niemand het te weten komt.
31しかし彼らは出て行き、その地方全体にイエスの評判を広めた。
31Maar zodra ze waren heengegaan, maakten ze Hem bekend in heel die streek.
32彼らが出て行くと、見よ、悪霊につかれて口の利けない人が、イエスのもとに連れて来られた。
32Terwijl ze weggingen, zie, daar bracht men Hem een stomme, die bezeten was.
33悪霊が追い出されると、口の利けなかった人が話し始めた。群衆は驚いて言った。「イスラエルで、このようなことが見られたことは一度もない。」
33En toen de duivel was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De menigte stond verbaasd, en zeide: Zo iets is nog nooit in Israël gezien.
34しかし、パリサイ人たちは言った。「彼は悪霊どもの支配者によって、悪霊を追い出しているのだ。」
34Maar de farizeën zeiden: Door den vorst der duivels drijft Hij de duivels uit.
35イエスはすべての町や村を巡り、諸会堂で教え、御国の福音を宣べ伝え、民のあらゆる病気とあらゆる患いを癒された。
35Nu trok Jesus alle steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen, preekte het Evangelie van het rijk, en genas alle ziekten en kwalen.
36イエスは群衆を見ると、深くあわれまれた。彼らが苦しめられ、 羊飼いのいない羊のように散らされていたからである。
36Bij het zien van de scharen had Hij medelijden met hen; want ze waren uitgeput, en lagen daar als schapen zonder herder.
37そこで弟子たちに言われた。 「収穫は多いが、働き手が少ない。
37Toen zei Hij tot zijn leerlingen: De oogst is groot, maar werklieden zijn er weinig.
38だから、収穫の主に、収穫の場へ働き手を送り出してくださるよう祈りなさい。」
38Vraagt dus den Heer van de oogst, dat Hij werklieden zendt in zijn oogst.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.