エレミヤ 42
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1その時、軍隊のすべての隊長たち、カレアの子ヨハナン、ホシャヤの子エザヌヤ、および小さい者から大きい者まで、すべての民が近づいて来て、
1Nu traden alle legeroversten met Jochanan den zoon van Karéach, en Azarja den zoon van Hosjaäja, met heel het volk, van klein tot groot,
2預言者エレミヤに言った。「どうか、私たちの願いを受け入れ、あなたの神、主に、残された私たちすべてのために祈ってください。ご覧のとおり、多くの者の中から、私たちはわずかしか残っていません。
2op den profeet Jeremias toe, en zeiden tot hem: Doe toch wat wij u vragen, en smeek voor ons tot Jahweh, uw God, voor ons allen die zijn overgebleven; want wij zijn nog maar een kleine rest van de grote menigte, zoals ge met eigen ogen kunt zien.
3あなたの神、主が、私たちの歩むべき道と、行うべきことを示してくださるようにしてください。」
3Laat Jahweh, uw God, ons de weg doen kennen, die wij hebben te volgen, en de beslissing, die wij moeten nemen.
4預言者エレミヤは彼らに言った。「分かりました。私はあなたがたの言葉どおり、あなたがたの神、主に祈ります。主があなたがたに答えられることは、何であってもあなたがたに告げます。何一つ隠しません。」
4De profeet Jeremias gaf hun ten antwoord: Goed dan! Ik zal voor u tot Jahweh bidden, zoals ge verzocht hebt; en al wat Jahweh u antwoordt, zal ik u mededelen, zonder iets te verzwijgen.
5すると彼らはエレミヤに言った。「もし私たちが、あなたの神、主があなたを遣わして私たちに告げられるすべての言葉のとおりに行わないなら、主が私たちに対する真実で忠実な証人となられますように。
5Ze verzekerden Jeremias: Jahweh zij onze waarachtige en getrouwe getuige, dat wij alles zullen doen, wat Jahweh, uw God, door u ons beveelt.
6良くても悪くても、私たちは、私たちがあなたを遣わして尋ねる神、主の声に聞き従います。私たちの神、主の声に聞き従うなら、私たちは幸いを得るからです。」
6Of het ons goed schijnt of kwaad: naar de stem van Jahweh onzen God, tot wien wij u zenden, zullen we luisteren, opdat het ons goed gaat; waarachtig, naar de stem van Jahweh zullen we horen!
7十日後、主の言葉がエレミヤに臨んだ。
7Tien dagen later werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht.
8そこで彼はカレアの子ヨハナン、彼とともにいた軍隊のすべての隊長たち、および小さい者から大きい者まで、すべての民を呼び、
8Toen riep hij Jochanan, den zoon van Karéach, met al de legeroversten die bij hem waren, en heel het volk van klein tot groot om zich heen,
9彼らに言った。「あなたがたが、願いを御前に申し上げるために私を遣わした、イスラエルの神、主はこう言われる。
9en zeide tot hen: Zo spreekt Jahweh, Israëls God, tot wien ge mij hebt gezonden, om Hem uw bede voor te dragen!
10『あなたがたがこの地にとどまって住むなら、わたしはあなたがたを建てて、打ち壊さず、植えて、引き抜かない。わたしがあなたがたにもたらした災いのために心を痛めているからだ。
10Als ge rustig in dit land blijft wonen, dan bouw Ik u op, en breek u niet af, dan plant Ik u neer, en ruk u niet uit, want Ik heb spijt van het onheil, dat Ik u heb berokkend.
11あなたがたが恐れているバビロンの王を恐れてはならない。彼を恐れてはならない』と、主は言われる。『わたしがあなたがたとともにいて、あなたがたを救い、彼の手から救い出すからだ。
11Weest niet bang voor den koning van Babel, voor wien ge beducht zijt; vreest hem niet, is de godsspraak van Jahweh; want Ik ben met u, om u te verlossen, en u uit zijn macht te bevrijden.
12わたしはあなたがたにあわれみを与える。彼はあなたがたをあわれみ、あなたがた自身の地に帰らせる。
12Ik zal u bij hem genade doen vinden; hij zal zich uwer ontfermen, en u op uw eigen grond laten wonen.
13しかし、あなたがたが自分たちの神、主の声に聞き従わず、「私たちはこの地に住まない」と言い、
13Maar als ge zegt: Wij willen niet in dit land blijven wonen, niet luisteren naar Jahweh, uw God;
14「いや、私たちはエジプトの地へ行こう。そこでは戦争を見ることも、ラッパの音を聞くことも、パンに飢えることもない。私たちはそこに住もう」と言うなら』、
14neen, we willen naar het land van Egypte, waar wij geen oorlog meer zien, geen krijgsbazuin horen, geen broodsgebrek hebben; dáár willen we wonen:
15ユダの残りの者よ、今、主の言葉を聞け。イスラエルの神、万軍の主はこう言われる。『あなたがたがどうしてもエジプトへ入ろうと顔を向け、そこへ行って寄留するなら、
15hoort dan ook het woord van Jahweh, Juda’s rest! Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Wanneer ge blijft bij uw plan, om naar Egypte te trekken, om daar te gaan wonen,
16あなたがたが恐れている剣は、エジプトの地であなたがたに追いつく。あなたがたが心配している飢饉も、エジプトであなたがたの後を追う。あなたがたはそこで死ぬ。
16dan zal het zwaard, waarvoor ge beducht zijt, u daar in het land van Egypte achterhalen; zal de honger, waarvoor ge zo bang zijt, u daar in Egypte achtervolgen, en daar zult ge sterven.
17エジプトへ行って寄留しようと顔を向ける者は皆、剣と飢饉と疫病によって死ぬ。わたしが彼らにもたらす災いから、一人も残らず、だれも逃れることはない。』
17Alle mannen, die koppig vasthouden, naar Egypte te trekken, om daar te gaan wonen, zullen sterven door het zwaard, de honger en pest, en niemand van hen zal het onheil ontvluchten, het onheil ontsnappen, dat Ik hun zal berokkenen!
18イスラエルの神、万軍の主はこう言われる。『わたしの怒りと憤りがエルサレムの住民に注がれたように、あなたがたがエジプトへ入る時、わたしの憤りはあなたがたに注がれる。あなたがたは恐怖の的、驚きの的、呪いの的、そしりの的となり、二度とこの場所を見ることはない。』
18Want zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Zoals Ik mijn grimmige toorn over de bewoners van Jerusalem heb uitgestort, zo zal Ik mijn woede aan u koelen, als ge naar Egypte durft gaan; dan wordt ge een vloek en een afschrik, een verwensing en spot, en nimmer zult ge deze plaats meer aanschouwen!
19ユダの残りの者よ、主はあなたがたについて、『エジプトへ行ってはならない』と語られた。私が今日、あなたがたに厳しく警告したことを確かに知りなさい。
19Het is Jahweh, die tot u spreekt, Juda’s rest! Trekt niet op naar Egypte! Denkt er aan, dat ik u heden gewaarschuwd heb, en dat ge uw leven verspeelt.
20あなたがたは自分自身を欺いた。あなたがたは私を自分たちの神、主のもとへ遣わし、『私たちのために、私たちの神、主に祈ってください。私たちの神、主が言われることをすべて私たちに告げてください。私たちはそれを行います』と言った。
20Zelf hebt ge mij tot Jahweh, uw God, gezonden, en gezegd: Smeek voor ons tot Jahweh, onzen God; verkondig ons al wat Jahweh, onze God, zal zeggen; en wij zullen er naar handelen.
21私は今日、あなたがたに告げた。しかし、あなたがたは、あなたがたの神、主が私を遣わして告げさせたことに、何一つ聞き従わなかった。
21Ik heb het u heden verkondigd. Luistert ge niet naar de stem van Jahweh, uw God, naar al wat Hij mij voor u heeft gelast:
22それゆえ今、あなたがたが行って寄留したいと願っている場所で、剣と飢饉と疫病によって死ぬことを確かに知りなさい。」
22denkt er dan aan, dat ge sterven zult door het zwaard, door honger en pest, op de plaats, waar ge wilt heen gaan, om er te wonen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.