エレミヤ 37
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ヨシヤの子ゼデキヤは、バビロンの王ネブカドネザルがユダの地の王としたエホヤキムの子コニヤに代わって王となった。
1Sedekias, de zoon van Josias, was door Nabukodonosor, den koning van Babel, tot koning over het land van Juda aangesteld, en regeerde in plaats van Konjáhoe, den zoon van Jojakim.
2しかし、彼も、その家来たちも、この地の民も、主が預言者エレミヤを通して語られた言葉に聞き従わなかった。
2Hij met zijn hovelingen noch het mindere volk luisterden naar de woorden van Jahweh, die door den profeet Jeremias werden verkondigd.
3ゼデキヤ王は、シェレムヤの子エフカルと祭司マアセヤの子ゼパニヤを預言者エレミヤのもとに遣わして言わせた。「どうか、私たちのために、私たちの神、主に祈ってください。」
3Niettemin zond koning Sedekias eens Jehoekal, den zoon van Sjelemja, en den priester Sefanjáhoe, den zoon van Maäseja, naar den profeet Jeremias met het verzoek: Bid voor ons tot Jahweh, onzen God!
4その時、エレミヤは民の間を自由に出入りしていた。人々はまだ彼を牢獄に入れていなかったからである。
4Het was in de tijd, dat Jeremias nog niet gevangen was gezet, maar zich vrij onder het volk bewoog,
5ファラオの軍隊がエジプトから出て来た。エルサレムを包囲していたカルデア人は、その知らせを聞くと、エルサレムから退いた。
5en dat de Chaldeën, die Jerusalem belegerden, van Jerusalem waren weggetrokken, toen ze hoorden, dat er een leger van Farao uit Egypte was opgerukt.
6その時、主の言葉が預言者エレミヤに臨んで言われた。
6Nu werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
7「イスラエルの神、主はこう言われる。『わたしに尋ねるためにあなたがたを遣わしたユダの王に、こう告げよ。「見よ、あなたがたを助けるために出て来たファラオの軍隊は、自分たちの国エジプトへ帰る。
7Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Dit moet ge den koning van Juda zeggen, die u hierheen heeft gezonden, om mij te raadplegen: Zie, het leger van Farao, dat is uitgetrokken om u te helpen, keert naar zijn land, naar Egypte, terug.
8カルデア人は再び来て、この町と戦い、これを占領し、火で焼く。」』
8Dan komen de Chaldeën terug; ze zullen deze stad weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan.
9主はこう言われる。『「カルデア人は必ず私たちから去って行く」と言って、自分たちを欺いてはならない。彼らは去って行かないからだ。
9Zo spreekt Jahweh: Maakt uzelf maar niets wijs met te denken: De Chaldeën zijn voorgoed van ons weg; want dat zijn ze niet.
10たとえ、あなたがたと戦うカルデア人の全軍を打ち破り、その中に負傷者しか残らなかったとしても、彼らはそれぞれ自分の天幕から立ち上がり、この町を火で焼く。』」
10Neen, al zoudt gij het hele leger der Chaldeën verslaan, die tegen u strijden, zodat er maar enkele gewonden in hun tenten bleven liggen, dan zouden die opstaan, en deze stad in vlammen doen opgaan.
11カルデア人の軍隊がファラオの軍隊を恐れてエルサレムから退いた時、
11Terwijl het leger der Chaldeën dus voor de krijgsmacht van Farao van Jerusalem was weggetrokken,
12エレミヤは自分の分け前を受け取るため、民の間を通ってベニヤミンの地へ行こうと、エルサレムを出た。
12wilde Jeremias eens Jerusalem uitgaan, en zich naar het land van Benjamin begeven, om daar onder zijn familie een erfenis te verdelen.
13彼がベニヤミンの門に来ると、そこにハナンヤの孫で、シェレムヤの子であるイリヤという衛兵の隊長がいた。彼は預言者エレミヤを捕らえて言った。「おまえはカルデア人のもとへ脱走しようとしている。」
13Maar toen de profeet Jeremias bij de Benjaminpoort was gekomen, hield de wachtmeester, een zekere Jiri-ja, de zoon van Sjelemja, zoon van Chananja, hem aan, en zeide: Ge wilt overlopen naar de Chaldeën!
14エレミヤは言った。「それは偽りです。私はカルデア人のもとへ脱走しようとしているのではありません。」 しかし、イリヤは彼の言うことを聞かず、エレミヤを捕らえて高官たちのもとへ連れて行った。
14Jeremias antwoordde: Dat is gelogen; ik loop niet over naar de Chaldeën! Maar zonder naar Jeremias te luisteren, greep Jiri-ja hem vast, en bracht hem voor de aanvoerders.
15高官たちはエレミヤに怒り、彼を打ち、書記ヨナタンの家にある牢獄に入れた。その家を牢獄にしていたからである。
15De aanvoerders, die woedend op Jeremias waren, lieten hem geselen, en zetten hem gevangen in het huis van den schrijver Jehonatan, dat men tot kerker had ingericht.
16エレミヤは地下牢の中の独房に入り、そこに長い間とどまった。
16Men bracht Jeremias in een gewelfde kelder, waar hij lange tijd verbleef.
17その後、ゼデキヤ王は人を遣わして彼を連れ出させ、王宮でひそかに尋ねた。「主からの言葉が何かあるか。」 エレミヤは答えた。「あります。あなたはバビロンの王の手に渡されます。」
17Eens liet koning Sedekias hem halen, om hem in zijn paleis in het geheim te ondervragen. Hij zeide: Is er soms een woord van Jahweh? Jeremias antwoordde: Ja! En hij vervolgde: Gij zult in de macht van den koning van Babel worden overgeleverd!
18また、エレミヤはゼデキヤ王に言った。「私があなたや、あなたの家来たちや、この民に対して、どのような罪を犯したので、あなたがたは私を牢獄に入れたのですか。
18En Jeremias voegde koning Sedekias nog toe: Wat heb ik tegen u, uw hovelingen en dit volk toch misdaan, dat gij mij in de gevangenis zet?
19『バビロンの王は、あなたにもこの地にも攻めて来ない』と預言した、あなたの預言者たちは今どこにいるのですか。
19Waar zijn nu uw profeten, die u hebben voorspeld: De koning van Babel rukt niet op tegen u en tegen dit land!
20わが主である王よ、今どうかお聞きください。私の願いを受け入れてください。私を再び書記ヨナタンの家へ戻さないでください。そこで死ぬことのないようにしてください。」
20Wees mij terwille, mijn heer en koning, en laat mijn smeken gehoor bij u vinden: Stuur mij niet terug naar het huis van den schrijver Jehonatan; anders zal ik daar sterven.
21そこでゼデキヤ王は命じ、エレミヤを衛兵の庭に置かせた。町のパンがすべてなくなるまで、パン職人の通りから毎日パン一個が彼に与えられた。こうしてエレミヤは衛兵の庭にとどまった。
21Toen zette men Jeremias op last van koning Sedekias gevangen in de gevangen-hof, en gaf hem dagelijks een brood uit de Bakkerstraat, totdat er geen brood in de stad meer was. Zo bleef Jeremias dus in de gevangen-hof.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.