2 Самуїлова 14
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як же постеріг Йоаб, син Саруї, що цареве серце звернулось до Абессалома,
1Toen dan ook Joab, de zoon van Seroeja, bemerkte, dat het hart van den koning naar Absalom trok,
2Послав Йоаб у Текою, звелїв покликати звідти мудру молодицю та й каже їй: Зробись, наче б ти була в смутку, й надїнь жалібну одежину, ненамащуйся олїєю й повертайся так, нїби ти вже давно побиваєшся по мертвому;
2liet hij uit Tekóa een vrouw komen, die als zeer schrander bekend stond. Hij zeide tot haar: Ge moet u voordoen, alsof ge in de rouw zijt. Trek rouwkleren aan, en gebruik geen zalfolie, zodat ge eruit ziet als een vrouw, die al jarenlang een dode betreurt.
3І йди до царя й промов до його так і так. І вложив їй Йоаб ув уста, що має говорити.
3Vervoeg u dan bij den koning, en spreek tot hem als volgt. En Joab legde haar de woorden in de mond.
4Молодиця з Текої прийшла перед царя, припала, кланяючись, лицем до землї, та й каже: Поможи менї, царю, ой ратуй мене!
4Bij den koning toegelaten, wierp de vrouw uit Tekóa zich vol eerbied op de grond en sprak: Help mij, o koning!
5І спитав її царь: Що тобі? Відказує вона: Ох, я вдовиця, мій чоловік помер;
5De koning vroeg haar wat er aan scheelde. Zij hernam: Ach, ik ben een weduwvrouw. Toen mijn man stierf,
6У служебки ж твоєї та було два сини; й посварились вони один з одним на полі, а не буо при тому нїкого, щоб їх розвести; от і кинувсь один на свого брата та й убив його.
6had uw dienstmaagd twee zonen; op het veld kregen ze samen twist, en omdat er niemand was, die tussenbeide kon komen, sloeg de een den ander dood.
7І се вся рідня піднялась проти твоєї служебки та й домагаєсь: Видай нам братогубника, ми вбємо його за братню душу, що він згубив, і наслїдника його викоренимо! Так вони завзялись ізгасити й останню искорку, що менї зісталась, щоб мойму чоловікові нї ймення нї потомків на землї не зоставити.
7En nu eist de hele familie van uw dienstmaagd: Lever den broedermoordenaar uit! We willen zijn leven voor dat van zijn broer, dien hij vermoord heeft, en willen ook den erfgenaam uit de weg ruimen! Zo willen ze de vonk uitdoven, die mij nog rest, en gunnen mijn man naam noch nakroost op aarde.
8І відказав царь молодицї: Йди в супокою до дому, я прикажу, що треба.
8De koning zei tot de vrouw: Ga maar naar huis; ik zal uitspraak doen in uw zaak.
9Молодиця ж із Текої каже цареві: На менї, мій царю й пане, лежати ме вина й на моїй родинї, царь же й престол його буде неповинний.
9Maar de vrouw uit Tekóa zeide tot den koning: Ja maar, mijn heer en koning, de bloedschuld komt op mij neer en op mijn familie; de koning en zijn troon hebben er geen hinder van.
10І відказав царь: Того, хто буде противен тобі, приведи перед мене, він більше не торкне тебе.
10De koning antwoordde: Als iemand iets van u wil, moet ge hem maar naar mij toe sturen; dan zal hij het niet meer wagen, u lastig te vallen.
11Вона ж йому: Нехай царь, про Господа, Бога свого, памятає, щоб кровопомстників не прибувало ще більш і не погубили сина мого. А він їй: Як певно, що Бог жив, нї волосина в сина твого не впаде з голови!
11Toen zeide de vrouw: Laat de koning bij Jahweh, uw God, verzekeren, dat de bloedwreker geen kwaad zal stichten, en dat mijn zoon niet uit de weg wordt geruimd! En hij beloofde: Zowaar Jahweh leeft; geen haar van uw zoon zal gekrenkt worden.
12Тодї молодиця: Дозволь же твоїй служебцї промовити мойму цареві й панові ще слово! І відказав: промов.
12Nu sprak de vrouw: Mag uw dienstmaagd mijn heer en koning nog iets zeggen? Hij antwoordde: Spreek.
13І каже молодиця: Чого в тебе таке на умі проти люду Божого? Вирекши царь такий вирок, обвиноватив сам себе, бо свого вигнанника не кличе царь назад.
13En de vrouw hernam: Waarom zijt gij dan iets dergelijks van plan met het volk van God? Nu de koning deze beslissing heeft genomen, verklaart hij als het ware zichzelf schuldig, wanneer hij niet laat terugkeren dien hij verstoten heeft.
14Ми ж мусимо померти й будемо як та вода, що вилито на землю, нїхто бо її не візьме назад, а Бог не бажає погубити душу, й мислить, як би не відкинути від себе й того, що його відкинули.
14Want wij sterven toch; en evenmin als water, dat op de grond gemorst is, nog teruggehaald kan worden, zo geeft God geen leven terug. Laat de koning dus maatregelen nemen, om den verstotene niet langer van zich te verwijderen.
15Тепер же я прийшла, сказати мойму цареві й панові се слово, тому що люде завдали менї страху; от служебка твоя й думає: поставлю я се перед царем, може царь уволить волю раби своєї;
15De reden, waarom ik den koning dit alles ben komen vertellen, is, dat de mensen mij bang maakten. Toen dacht uw dienstmaagd: Laat ik eens met den koning gaan praten; misschien doet de koning wel wat zijn dienstmaagd vraagt.
16І певно, що царь вислухає й визволить рабу свою з людських рук, що задумали мене й сина мого заразом із наслїддя Божого викоренити.
16De koning zal wel luisteren en zijn dienstmaagd redden uit de greep van den man, die mij zowel als mijn zoon wil uitstoten uit het erfdeel van God.
17Тим раба твоя подумала: Слово мого царя й пана заспокоїть мене, бо мій царь і пан рівня ангелові Божому, бо він і добре й ледаче вислуховує; й нехай Господь, Бог твій, буде з тобою!
17Daarom dacht uw dienstmaagd: Het woord van mijn heer en koning zal wel een geruststelling zijn; want mijn heer en koning is als een engel van God, die geduldig naar alles wil luisteren. Moge Jahweh, uw God, met u zijn!
18І озвався царь і рече до молодицї: Не втаюй від мене того, про що в тебе поспитаю. І відказала молодиця: Нехай тільки промовить мій царь і пан.
18De koning hernam en sprak tot de vrouw: Verzwijg nu eens niet, wat ik u thans ga vragen. De vrouw antwoordde: Mijn heer en koning spreke.
19І питає Давид: Чи не Йоаба рука з тобою в цїй справі? І відказала молодиця: Так певно, як ти жив, мій царю й пане; неможливо звернути нї праворуч, нї лїворуч із того, що промовив царь мій й пан; так, се твій слуга Йоаб дав менї наказ і він усї ті слова вложив в уста рабі твоїй.
19De koning vroeg: Heeft Joab hier soms de hand in gehad? De vrouw antwoordde: Zo waar gij leeft, mijn heer en koning, rechts noch links is er een uitweg, als mijn heer en koning iets vraagt! Ja, uw dienaar Joab was het, die mij de opdracht gaf; hij was het ook, die al deze woorden in de mond van uw dienares heeft gelegd.
20Щоб прикладом дати речі таке лице, навчив мене слуга твій Йоаб; та мій пан такий мудрий як Божий ангел, і знає все, що на землї.
20Uw dienaar Joab heeft dat gedaan, om de zaak een ander voorkomen te geven; maar mijn heer is zo wijs als een engel van God, die alles weet, wat er op aarde gebeurt.
21І рече царь Йоабові: Нехай буде по твоєму! Йди ж та поклич назад молодика Абессалома до дому.
21Toen sprak de koning tot Joab: Goed dan! Ik doe wat ge me voorstelt; ge kunt den jongen Absalom terughalen.
22І впав Йоаб ниць на землю, благословляючи царя, й каже: Тепер знає твій раб, що царь і пан мій милостивий до мене, бо царь уволив волю раба свого.
22Joab wierp zich vol eerbied op de grond, wenste den koning geluk en zeide: Nu weet uw dienaar, mijn heer en koning, dat ik bij u in de gunst sta, omdat de koning gedaan heeft, wat uw dienaar hem vroeg.
23І пустивсь Йоаб у дорогу в Гессур і привів Абессалома назад у Ерусалим.
23En Joab vertrok, ging naar Gesjoer en bracht Absalom naar Jerusalem terug.
24Царь же заявив: Нехай собі вертається в господу, менї ж на очі не попадається. І вернувсь Абессалом у господу й не показувавсь на очі цареві.
24Maar de koning beval: Hij mag zich naar zijn woning begeven, maar mij niet onder de ogen komen! Absalom begaf zich dus naar zijn woning, en kwam den koning niet onder de ogen.
25Такого вродливого, як Абессалом не було в усьому Ізраїлї та й такого вихвалюваного як він: від пяти до тїмя на голові не було на ньому хиби.
25Nu was er in heel Israël niemand, die zozeer om zijn schoonheid geprezen werd als Absalom; van top tot teen viel er niets op hem aan te merken.
26Як він стриг на голові волоссє, а стригся він що року, бо волосся в його було стільки, що йому було важко, то волоссє з голови його важило двістї секлів по царській вазї.
26Eens per jaar liet hij zijn hoofdhaar knippen; want dan was het zo’n vracht, dat hij het wel moest laten korten. Als hij dan zijn hoofdhaar liet knippen, woog het tweehonderd sikkel, naar koninklijk gewicht.
27Було ж ув Абессалома три сини й одна дочка, на ймя Тамара, вона була женщина вельми вродлива.
27Absalom had drie zonen gekregen; bovendien een dochter, die Tamar heette en een zeer mooie vrouw was.
28Оце же Абессалом жив у Ерусалимі два роки, не показуючись на очі цареві.
28Toen Absalom twee jaar in Jerusalem gewoond had, zonder den koning onder de ogen te zijn gekomen,
29Тодї ж послав Абессалом покликати Йоаба, щоб його до царя послати, та Йоаб затявсь прийти. І послав він удруге, але він не схотїв прийти.
29ontbood hij Joab met de bedoeling, hem tot den koning te zenden. Maar deze wilde niet bij hem komen. Hij ontbood hem nog eens, maar hij weigerde weer.
30І каже він кметям своїм: Дивітесь, оце Йоабове поле межує з моїм, і вродив у його ячмінь; ійдїте й пустїть його пожаром. І пустили Абессаломові слуги поле пожаром.
30Daarom zeide hij tot zijn dienaren: Naast het land van mij ligt een stuk land van Joab, waarop hij gerst heeft staan; gaat dat in brand steken. Toen de dienaren van Absalom het stuk land in brand hadden gestoken,
31Піднявсь тодї Йоаб, прийшов до Абессалома в господу й питає: Чому твої кметї пустили на пожар моє поле?
31begaf Joab zich eindelijk naar de woning van Absalom en zeide tot hem: Waarom hebben uw dienaren mijn akker in brand gestoken?
32І відказав Абессалом Йоабові: Я ж посилав по тебе кажучи: прийди сюди; я пошлю тебе до царя сказати: за чим я вернувсь із Гессуру? Лучче було б менї пробувати там і далїй. Я хочу побачити лице царя. Коли я винуватий, то вбий мене.
32Absalom gaf Joab ten antwoord: Wel, ik heb u laten verzoeken, eens bij me te komen. Ik wilde u aan den koning laten vragen: Waarom ben ik eigenlijk uit Gesjoer gekomen? Het zou beter voor me zijn, als ik daar was gebleven. Nu wil ik ofwel door den koning ontvangen worden, óf hij moet me maar doden, als ik nog schuld heb.
33От і пійшов Йоаб до царя й сказав йому се, й він звелїв кликнути Абессалома. І прийшов той перед царя й кинувсь перед царем ниць на землю. І поцїлував царь Абессалома.
33Joab ging dus naar den koning, en toen hij hem alles verteld had, liet hij Absalom roepen. Deze begaf zich naar den koning, en boog zich voor den koning ter aarde neer. En de koning kuste Absalom.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.