1 Самуїлова
Chapter 10
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Самуїлова 10

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І взяв Самуїл олїйню посудинку та й полив з неї голову йому, потім поцїлував його й промовив: Сим помазав тебе Господь у князї над народом своїм Ізраїлем. Царювати меш над людом Господнїм і визволиш його з потали ворогів його, що окружили його; а ось тобі й ознака, що Господь помазав тебе в царі над своїм наслїддєм:
1Toen nam Samuël een pul met olie, goot die leeg over zijn hoofd, omhelsde hem en sprak: Hiermede heeft Jahweh u gezalfd tot leider van zijn volk Israël. Gij zijt het, die het volk van Jahweh moet beschermen en het bevrijden uit de macht van zijn vijandige buren. En dit is het teken. dat Jahweh u tot leider van zijn erfdeel gezalfd heeft:
2Як пійдеш від мене, зустрінешся коло гробу Рахилиного на гряницї Беняминовій, в Зелзасї, з двома чоловіками, що скажуть тобі: Ослицї, що ти ходив шукати, знайшлись, та панотцеві твойму байдуже тепер про ослицї; він журиться про вас і каже: Що сталось із моїм сином?
2Als ge zo aanstonds van mij zijt vertrokken, zult ge tegen de middag dicht bij het graf van Rachel op het grondgebied van Benjamin twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: De ezelinnen, die ge waart gaan zoeken, zijn terecht; uw. vader heeft dat geval van de ezelinnen al vergeten, maar hij maakt zich ongerust over u en vraagt zich af: Wat kan ik voor mijn zoon doen?
3Як же пійдеш звідти далїй і прийдеш до Тавор-дуба, зустрїнуть тебе там три чоловіка, що йти муть у Бетель до Бога. Один нести ме троє козенят, один три буханцї хлїба, а один бурдюк вина.
3Als ge vandaar verder trekt en de eik van Debora bereikt, zullen u daar drie mannen tegemoet komen, die opgaan naar God te Betel: de een met drie lammeren, de ander met drie ronde broden en de derde met een zak wijn.
4Вони тебе повитають і дадуть тобі два буханцї хлїба, і ти приймеш від них.
4Ze zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die gij van hen moet aannemen.
5Потім прийдеш на горбок Божий, де стоїть залога Филистійська, і як увійдеш там у місто, зустрінеш громаду пророків, що сходити муть з вижини, і перед ними арфа, бубен, сопілка і гуслї, а вони пророкують;
5Daarna moet ge naar Giba van God gaan, waar de stadhouder der Filistijnen woont; zodra ge de stad binnenkomt, zult ge een troep profeten ontmoeten, die met harpen en tamboerijnen, met fluiten en citers voorop, van de hoogte afkomen en aan het profeteren zijn.
6І зійде на тебе дух Господень, що й ти, як вони, будеш пророкувати, і відмінишся в иншого чоловіка.
6Dan zal de geest van Jahweh zich van u meester maken, zodat ge met hen gaat profeteren en een ander mens wordt.
7І як здїйсняться сї ознаки, тодї чини, що може рука твоя; бо з тобою Бог.
7Wanneer nu deze tekenen zijn uitgekomen, kunt ge voorlopig doen, wat u het beste lijkt; want God is met u.
8І прийдеш перш мене в Галгал, бо й я прийду туди до тебе, щоб там принести всепаленнє і мирну жертву. Сїм день дожидай, покіль прийду до тебе і зʼясую тобі, що чинити.
8Daarna moet ge mij voorgaan naar Gilgal, waar ik naar u toe zal komen, om brandoffers op te dragen en vredeoffers te brengen. Zeven dagen lang moet ge mijn komst afwachten; dan zal ik u mededelen, wat ge moet doen.
9Як же Саул обернувся, щоб ійти від Самуїла, дав йому Бог инше серце, і всї ознаки сповнились того ж дня.
9Zodra hij zich had omgekeerd en van Samuël was heengegaan, maakte God van hem een ander mens, en kwamen al die tekenen nog diezelfde dag uit.
10Як прийшли вони туди на узгіррє, зустріла його громада пророків, і найшов на його дух Божий, і він пророкував між ними.
10En toen hij verder naar Giba ging, kwam hem een groep profeten tegemoet. Nu maakte de geest Gods zich van hem meester, en hij begon in hun kring te profeteren.
11Як убачав же його, хто знав його перше, як він однаково з иншими пророками пророкує, питали одно одного: Що се зробилось із Кисовим сином? Чи то ж і Саул у пророках?
11En allen, die hem van vroeger kenden en zagen, dat hij zowaar met de profeten meedeed, vroegen elkander: Wat is er nu met den zoon van Kisj gebeurd? Behoort ook Saul bij de profeten?
12І відказував один другому: А тим хто батько? З сього повстала приповідка: Чи то ж і Саул у пророках?
12Maar een van hen gaf ten antwoord: Maar wat betekent hun vader dan wel? Daarom werd het een spreekwoord: “Behoort ook Saul bij de profeten.”
13Як же перестав пророкувати, прийшов він на узгіррє.
13Toen hij opgehouden had met profeteren, en in Giba was teruggekomen,
14І поспитав дятько Саулів у його і в слуги його: Куди ви ходили? Каже: Шукати ослиць, а як нїде не знайшли, кинулись до Самуїла.
14vroeg de oom van Saul aan hem en zijn knecht: Waar zijt gij geweest? Hij antwoordde: De ezelinnen zoeken; en toen we zagen, dat ze nergens te vinden waren, zijn we naar Samuël gegaan.
15І каже Саулів дядько: Розкажи менї, що вам казав Самуїл.
15De oom van Saul hernam: Vertel me eens, wat Samuël u gezegd heeft.
16Відказав Саул дядькові: Сказав нам, що ослицї знайшлись. А про те, що Самуїл сказав про царство, не признавсь йому.
16Saul gaf zijn oom ten antwoord: Hij heeft ons verzekerd, dat de ezelinnen terecht waren. Maar de geschiedenis van het koningschap, waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.
17І поскликав Самуїл нарід до Господа в Массифу,
17Nu riep Samuël het volk bijeen naar Jahweh in Mispa,
18І промовив синам Ізрайлевим: Тако глаголе Господь, Бог Ізрайлїв: Я вивів Ізраїля з Египту, і визволив вас із потали в Египтїїв і в усїх царств, що вас тїснили.
18en hij sprak tot de Israëlieten: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb Israël uit Egypte geleid, en u bevrijd uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken, die u verdrukten.
19Ви ж тепер покинули вашого Бога, що був помочником вашим у всїх ваших нуждах і тїснотах, та й сказали: Царя постав над нами! Оце ж ставайте перед Господом по поколїннях і по родинах ваших.
19Maar gij hebt heden den God miskend, die u verloste van al uw plagen en rampen; want gij hebt geroepen: Neen, stel een koning over ons aan! Het zij zo; treedt volgens uw stammen en families voor het aanschijn van Jahweh.
20І звелїв Самуїл приступати всїм поколїнням Ізрайлевим, і впав жереб на поколїннє Беняминове.
20Eerst liet Samuël dus alle Israëlietische stammen aantreden; en aangewezen werd de stam Benjamin.
21Тодї звелїв поколїнню Беняминовому приступати по родинам, і вказав жереб родину Матріївську. Тодї звелїв родинї Матріївській приступати чоловік за чоловіком, і вказав жереб Саула Кисенка. Тільки ж його шукали, та й не знайшли.
21Daarna liet hij de families van de stam Benjamin aantreden; en aangewezen werd de familie Matri. Tenslotte de familie Matri, man voor man; en aangewezen werd Saul, de zoon van Kisj. Men ging hem zoeken, maar hij was nergens te vinden.
22І поспитали ще раз Господа: Чи він же прийде? І відказав Господь: Він сховавсь дома.
22Daarom raadpleegde men Jahweh andermaal: Is de man wel hierheen gekomen? En Jahweh antwoordde: Hij zit verborgen bij de legertros.
23І побігли туди й привели його. І як увійшов між люде, перевисшував кожного цїлою головою.
23Ze haalden hem er vlug vandaan. En toen ze hem in het midden van het volk hadden geplaatst, en hij met kop en schouder boven al het volk uitstak,
24І промовив Самуїл до всього люду: Ви бачите, кого вибрав Господь; не має він нїкого до пари. І кликнув увесь нарід: Нехай жиє царь!
24sprak Samuël tot geheel het volk: Ziet gij niet, wien Jahweh heeft uitverkoren; hij heeft zijns gelijke niet onder heel het volk! En heel het volk begon te juichen en te roepen: Leve de koning!
25І виложив Самуїл перед народом права царські, списав їх у книзї та й положив перед Господом. І відпустив Самуїл увесь люд, кожного в домівку його.
25En nadat Samuël voor het volk het koningsrecht had uiteengezet en het in een boek had opgeschreven, dat hij voor Jahweh neerlegde, liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren.
26Пійшов і Саул додому в Гиву і провожали його хоробрійші, що порушив Господь серця їм;
26Ook Saul ging huiswaarts naar Giba. En de dapperen, die Jahweh daartoe had aangezet, sloten zich bij hem aan.
27Деякі негідники мовляли: Чи сьому то спасати нас? і нехтували ним, і не принесли йому нїякого гостинця. Але він наче б не замічав того.
27Maar de Belialskinderen meenden: Hoe zou die ons kunnen bevrijden? En omdat ze hem minachtten, brachten ze hem geen geschenken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.