1 Самуїлова 27
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І сказав Давид в серцї свойму: Попадусь я таки колись Саулові в руки, й нїчо не поможе менї, хиба втечу в Филистійську землю. Тодї покине Саул шукати мене по всьому займищу Ізрайлевому і я спасуся з рук його.
1Maar David dacht bij zichzelf: Op een of andere dag val ik toch nog in handen van Saul. Er blijft voor mij dus niets anders over, dan dat ik de wijk neem naar het Filistijnenland; dan zal Saul het wel opgeven, nog langer heel Israël naar mij af te zoeken, en ben ik uit zijn greep gered.
2І зібравсь Давид, та й пійшов із шістьма сотнями чоловіка, що були з ним, до Анхуза, сина Маохового, царя Гетського.
2Dus trok David op, en met de zeshonderd man die bij hem waren, liep hij over naar Akisj, den zoon van Maok, en koning van Gat.
3І пробував Давид з людьми своїми ув Анхуза в Гетї, кожен з родиною своєю: Давид з обома жінками своїми, Ахиноамою з Езрееля й Абигеєю, жінкою Набала Кармелїйця
3Zo vestigde David zich bij Akisj in Gat, hij en zijn mannen, elk met zijn gezin, en David met zijn twee vrouwen: Achinóam uit Jizreël, en Abigáil, de vrouw van Nabal uit Karmel.
4Довідавшися ж Саул, що Давид утїк у Гет, покинув за ним гонитись.
4En toen Saul vernam, dat David naar Gat was gevlucht, vervolgde hij hem niet langer.
5Давид же прохав Анхуза: Коли буде ласка твоя до мене, то укажеш, може, менї місце на пробуваннє в которому з малих міст твоїх; про що бо раб твій жити має при тобі в головному городї?
5Nu deed David aan Akisj het voorstel: Als ik bij u in de gunst sta, laat men mij dan een woonplaats aanwijzen in een van de steden van het platteland, om mij daar te vestigen; want waarom zou uw dienaar bij u in de hofstad wonen?
6І вказав Анхуз йому ще того ж дня Секелаг; тим остався Секелаг при царях Юдиних і по сей день.
6Akisj wees hem toen Sikelag aan; vandaar dat Sikelag tot op heden toe aan de koningen van Juda behoort.
7Давид пробув у займищі Филистійському рік і чотири місяцї.
7De tijd, die David in het land der Filistijnen doorbracht, bedroeg een jaar en vier maanden. Gedurende die tijd
8І виходив Давид із людьми своїми, і нападав на Гессуріїв та Гирзіїв і Амаликіїв, що здавна жили в тій землї аж до Суру й до Египту.
8trok David er met zijn mannen geregeld op uit, om strooptochten te houden bij de Gesjoerieten, de Girzieten en de Amalekieten, die de bewoners van de landstreek waren, welke zich uitstrekt van Télem tot Sjoer, en verder naar Egypte.
9А нападаючи Давид на ті займища, не зоставляв нї чоловіка, нї жінки живими, брав вівцї, корови, осли, верблюди та одежу і вертався і приходив до Анхуза.
9Had David het land geteisterd, dan liet hij man noch vrouw in leven, maar met een buit van schapen, runderen, ezels, kamelen en kledingstukken keerde hij terug, en meldde zich bij Akisj.
10І каже було Анхуз Давидові: На кого тепер нападали? А Давид відказував: На полуденню сторону в Юдеї, або на полуденню сторону Ерахмеелї, чи на полуденню сторону Кенеї.
10Vroeg Akisj dan: “Bij wie hebt ge vandaag een inval gedaan?” dan zeide David: In de Négeb van Juda, of in de Négeb van Jerachmeël, of in de Négeb van de Kenieten.
11І не лишав Давид в живих нї чоловіка, нї жінки і не приводив у Гет, міркуючи так: вони б сьвідкували проти нас і розказували: От як чинив Давид! Сим робом справлявся він, аж покіль державсь у країнї Филистійській.
11Mannen en vrouwen, die hij anders naar Gat moest brengen, liet David dus niet in leven; want hij dacht: Anders verraden ze mij en zeggen: Dat en dat heeft David gedaan! Zo ging hij al de tijd te werk, dat hij op Filistijnse bodem vertoefde.
12І звірявся Анхуз Давидові, думаючи: Він зробився ненависним своїм землякам в Ізраїлї, тим і буде менї слугою до віку.
12En Akisj had veel vertrouwen in David; want hij dacht: Hij heeft zich gehaat gemaakt bij zijn volk Israël; hij zal nu altijd mijn dienaar blijven.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.