1 ซามูเอล
Chapter 10
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 ซามูเอล 10

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ซามูเอล​นำ​ขวด​น้ำมัน​มา​เท​ลง​บน​ศีรษะ​ซาอูล จูบ​เขา แล้ว​กล่าว​ว่า “พระยาห์เวห์​ทรง​เจิม​เธอ​ให้​เป็น​ผู้นำ​เหนือ​มรดก​ของ​พระองค์​แล้ว​ไม่ใช่​หรือ?
1Toen nam Samuël een pul met olie, goot die leeg over zijn hoofd, omhelsde hem en sprak: Hiermede heeft Jahweh u gezalfd tot leider van zijn volk Israël. Gij zijt het, die het volk van Jahweh moet beschermen en het bevrijden uit de macht van zijn vijandige buren. En dit is het teken. dat Jahweh u tot leider van zijn erfdeel gezalfd heeft:
2วัน​นี้​เมื่อ​จาก​ฉัน​ไป เธอ​จะ​พบ​ชาย​สอง​คน​ข้าง​หลุม​ศพ​ราเชล​ที่​เศล​ซาห์ ตรง​ชายแดน​เบนยามิน พวก​เขา​จะ​บอก​ว่า ‘พบ​ลา​ที่​เธอ​ตาม​หา​แล้ว พ่อ​ของ​เธอ​เลิก​ห่วง​ลา แต่​กำลัง​ห่วง​เธอ พูด​ว่า “ฉัน​จะ​ทำ​อะไร​เพื่อ​ลูกชาย​ได้​บ้าง?”’
2Als ge zo aanstonds van mij zijt vertrokken, zult ge tegen de middag dicht bij het graf van Rachel op het grondgebied van Benjamin twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: De ezelinnen, die ge waart gaan zoeken, zijn terecht; uw. vader heeft dat geval van de ezelinnen al vergeten, maar hij maakt zich ongerust over u en vraagt zich af: Wat kan ik voor mijn zoon doen?
3“จาก​นั้น​เดิน​ต่อ​ไป​ถึง​ต้น​โอ๊ก​แห่ง​ทาโบร์ เธอ​จะ​พบ​ชาย​สาม​คน​กำลัง​ขึ้น​ไป​หา​พระเจ้า​ที่​เบธเอล คน​หนึ่ง​อุ้ม​ลูก​แพะ​สาม​ตัว คน​หนึ่ง​ถือ​ขนมปัง​สาม​ก้อน อีก​คน​ถือ​เหล้า​องุ่น​หนึ่ง​ภาชนะ
3Als ge vandaar verder trekt en de eik van Debora bereikt, zullen u daar drie mannen tegemoet komen, die opgaan naar God te Betel: de een met drie lammeren, de ander met drie ronde broden en de derde met een zak wijn.
4พวก​เขา​จะ​ทักทาย​และ​ให้​ขนมปัง​สอง​ก้อน​แก่​เธอ จง​รับ​ไว้
4Ze zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die gij van hen moet aannemen.
5“ต่อ​ไป​เธอ​จะ​ถึง​เนิน​เขา​ของ​พระเจ้า ที่​นั่น​มี​กอง​ทหาร​ชาว​ฟีลิสเตีย​ประจำ​อยู่ เมื่อ​เข้า​เมือง เธอ​จะ​พบ​กลุ่ม​ผู้เผยพระวจนะ​ลง​มา​จาก​สถาน​บูชา​บน​ที่​สูง มี​คน​ถือพิณ​ลูต กลอง​รำมะนา ปี่ และ​พิณ​ฮาร์ป​เดิน​นำ​หน้า​พวก​เขา พวก​เขา​จะ​กำลัง​เผย​พระวจนะ
5Daarna moet ge naar Giba van God gaan, waar de stadhouder der Filistijnen woont; zodra ge de stad binnenkomt, zult ge een troep profeten ontmoeten, die met harpen en tamboerijnen, met fluiten en citers voorop, van de hoogte afkomen en aan het profeteren zijn.
6แล้ว​พระวิญญาณ​ของ​พระยาห์เวห์​จะ​เสด็จ​ลง​มา​เหนือ​เธอ​อย่าง​ทรง​พลัง เธอ​จะ​เผย​พระวจนะ​ร่วม​กับ​พวก​เขา​และ​กลาย​เป็น​คน​อีก​คน​หนึ่ง
6Dan zal de geest van Jahweh zich van u meester maken, zodat ge met hen gaat profeteren en een ander mens wordt.
7เมื่อ​หมาย​สำคัญ​เหล่า​นี้​เกิด​ขึ้น​กับ​เธอ จง​ทำ​สิ่ง​ที่​เหมาะ​กับ​โอกาส​นั้น เพราะ​พระเจ้า​ทรง​อยู่​กับ​เธอ
7Wanneer nu deze tekenen zijn uitgekomen, kunt ge voorlopig doen, wat u het beste lijkt; want God is met u.
8“จง​ลง​ไป​กิลกาล​ก่อน​ฉัน ฉัน​จะ​ตาม​ลง​ไป​เพื่อ​ถวาย​เครื่องบูชา​เผา​ทั้ง​ตัว​และเครื่องบูชา​แห่ง​สันติ เธอ​ต้อง​รอ​เจ็ด​วัน​จนกว่า​ฉัน​จะ​มา​และ​บอก​ว่า​จะ​ต้อง​ทำ​อะไร”
8Daarna moet ge mij voorgaan naar Gilgal, waar ik naar u toe zal komen, om brandoffers op te dragen en vredeoffers te brengen. Zeven dagen lang moet ge mijn komst afwachten; dan zal ik u mededelen, wat ge moet doen.
9เมื่อ​ซาอูล​หัน​หลัง​เดิน​จาก​ซามูเอล พระเจ้า​ประทาน​จิตใจ​ใหม่​แก่​เขา และ​หมาย​สำคัญ​ทั้งหมด​นั้น​ก็​เกิด​ขึ้น​ใน​วัน​เดียวกัน
9Zodra hij zich had omgekeerd en van Samuël was heengegaan, maakte God van hem een ander mens, en kwamen al die tekenen nog diezelfde dag uit.
10เมื่อ​พวก​เขา​มา​ถึง​เนิน​เขา กลุ่ม​ผู้เผยพระวจนะ​มาพบ​ซาอูล พระวิญญาณ​ของ​พระเจ้า​ก็​เสด็จ​ลง​มา​เหนือ​เขา​อย่าง​ทรง​พลัง เขา​จึง​เผย​พระวจนะ​อยู่​ท่ามกลาง​พวก​เขา
10En toen hij verder naar Giba ging, kwam hem een groep profeten tegemoet. Nu maakte de geest Gods zich van hem meester, en hij begon in hun kring te profeteren.
11คน​ที่​เคย​รู้จัก​ซาอูล​เห็น​เขา​เผย​พระวจนะ​ร่วม​กับ​ผู้เผยพระวจนะ ต่าง​พูด​กัน​ว่า “เกิด​อะไร​ขึ้น​กับ​ลูกชาย​ของ​คีช? ซาอูล​ก็​เป็น​หนึ่ง​ใน​ผู้เผยพระวจนะ​ด้วย​หรือ?”
11En allen, die hem van vroeger kenden en zagen, dat hij zowaar met de profeten meedeed, vroegen elkander: Wat is er nu met den zoon van Kisj gebeurd? Behoort ook Saul bij de profeten?
12ชาย​คน​หนึ่ง​ใน​ที่​นั้น​ตอบ​ว่า “แล้ว​ใคร​เป็น​พ่อ​ของ​พวก​เขา​เล่า?” ด้วย​เหตุ​นี้​จึง​มี​คำ​กล่าว​ว่า “ซาอูล​ก็​เป็น​หนึ่ง​ใน​ผู้เผยพระวจนะ​ด้วย​หรือ?”
12Maar een van hen gaf ten antwoord: Maar wat betekent hun vader dan wel? Daarom werd het een spreekwoord: “Behoort ook Saul bij de profeten.”
13เมื่อ​ซาอูล​เผย​พระวจนะ​เสร็จ เขา​ก็​ขึ้น​ไป​ยัง​สถาน​บูชา​บน​ที่​สูง
13Toen hij opgehouden had met profeteren, en in Giba was teruggekomen,
14ลุง​ของ​ซาอูล​ถาม​เขา​กับ​คน​รับ​ใช้​ว่า “พวก​เธอ​ไป​ไหน​มา?” ซาอูล​ตอบ​ว่า “ไป​ตาม​หา​ลา พอ​หาไม่​พบ​ก็​ไป​หา​ซามูเอล”
14vroeg de oom van Saul aan hem en zijn knecht: Waar zijt gij geweest? Hij antwoordde: De ezelinnen zoeken; en toen we zagen, dat ze nergens te vinden waren, zijn we naar Samuël gegaan.
15ลุง​ถาม​ว่า “ซามูเอล​บอก​อะไร​เธอ เล่า​ให้​ฟัง​หน่อย”
15De oom van Saul hernam: Vertel me eens, wat Samuël u gezegd heeft.
16ซาอูล​ตอบ​ลุง​ว่า “เขา​บอก​ชัด​ว่า​พบ​ลา​แล้ว” แต่​ซาอูล​ไม่​ได้​บอก​เรื่อง​ราช​อาณาจักร​ที่​ซามูเอล​พูด​กับ​เขา
16Saul gaf zijn oom ten antwoord: Hij heeft ons verzekerd, dat de ezelinnen terecht waren. Maar de geschiedenis van het koningschap, waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.
17ซามูเอล​เรียก​ประชาชน​มา​ประชุม​ต่อ​พระพักตร์​พระยาห์เวห์​ที่​มิส​ปาห์
17Nu riep Samuël het volk bijeen naar Jahweh in Mispa,
18แล้ว​กล่าว​แก่​ชาว​อิสราเอล​ว่า “พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​อิสราเอล​ตรัส​ว่า ‘เรา​นำ​อิสราเอล​ขึ้น​จาก​อียิปต์ ช่วย​พวก​เจ้า​ให้​พ้น​เงื้อม​มือ​ชาว​อียิปต์​และ​อาณาจักร​ทั้ง​หลาย​ที่​กดขี่​พวก​เจ้า’
18en hij sprak tot de Israëlieten: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb Israël uit Egypte geleid, en u bevrijd uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken, die u verdrukten.
19แต่​วัน​นี้พวก​คุณ​ปฏิเสธ​พระเจ้า​ของ​ตน ผู้ทรงช่วย​พวก​คุณ​ให้​พ้น​จาก​ภัย​พิบัติ​และ​ความ​ทุกข์​ยาก​ทั้ง​ปวง พวก​คุณ​กลับ​บอก​พระองค์​ว่า ‘ไม่! ตั้ง​กษัตริย์​ปกครอง​เรา​เถิด!’ บัดนี้​จง​เข้า​มา​ยืน​ต่อ​พระยาห์เวห์​ตาม​เผ่า​และ​ตาม​หน่วย​พันของ​พวก​คุณ”
19Maar gij hebt heden den God miskend, die u verloste van al uw plagen en rampen; want gij hebt geroepen: Neen, stel een koning over ons aan! Het zij zo; treedt volgens uw stammen en families voor het aanschijn van Jahweh.
20ซามูเอล​ให้​ทุก​เผ่า​ของ​อิสราเอล​เข้า​มา และ​เผ่า​เบนยามิน​ก็​ถูก​เลือก
20Eerst liet Samuël dus alle Israëlietische stammen aantreden; en aangewezen werd de stam Benjamin.
21เขา​ให้​ครอบครัว​ต่าง ๆ ของ​เผ่า​เบนยามิน​เข้า​มา ครอบ​ครัว​มัต​รี​ถูก​เลือก แล้ว​ซาอูล​บุตร​คีช​ถูก​เลือก แต่​เมื่อ​คน​ไป​หา​เขา​ก็​ไม่​พบ
21Daarna liet hij de families van de stam Benjamin aantreden; en aangewezen werd de familie Matri. Tenslotte de familie Matri, man voor man; en aangewezen werd Saul, de zoon van Kisj. Men ging hem zoeken, maar hij was nergens te vinden.
22พวก​เขา​จึง​ทูล​ถาม​พระยาห์เวห์​อีก​ว่า “ชาย​คน​นั้น​มา​ที่​นี่​หรือ​ยัง?” พระยาห์เวห์​ตรัส​ตอบ​ว่า “เขา​ซ่อน​อยู่​ท่ามกลาง​สัมภาระ”
22Daarom raadpleegde men Jahweh andermaal: Is de man wel hierheen gekomen? En Jahweh antwoordde: Hij zit verborgen bij de legertros.
23พวก​เขา​วิ่ง​ไป​พา​ซาอูล​ออก​มา เมื่อ​เขา​ยืน​อยู่​ท่ามกลาง​ประชาชน เขา​สูง​กว่า​ทุก​คน​ตั้งแต่​ช่วง​บ่า​ขึ้น​ไป
23Ze haalden hem er vlug vandaan. En toen ze hem in het midden van het volk hadden geplaatst, en hij met kop en schouder boven al het volk uitstak,
24ซามูเอล​กล่าว​แก่​ประชาชน​ว่า “เห็น​ผู้​ที่​พระยาห์เวห์​ทรง​เลือก​ไหม? ใน​หมู่​ประชาชน​ไม่มี​ใคร​เหมือน​เขา” ประชาชน​ทั้งหมด​จึง​โห่​ร้อง​ว่า “ขอ​ให้​กษัตริย์​ทรง​พระ​เจริญ!”
24sprak Samuël tot geheel het volk: Ziet gij niet, wien Jahweh heeft uitverkoren; hij heeft zijns gelijke niet onder heel het volk! En heel het volk begon te juichen en te roepen: Leve de koning!
25ซามูเอล​บอก​ประชาชน​ถึง​กฎ​เกณฑ์​ของ​ราช​อาณาจักร เขียน​ลง​ใน​หนังสือ​แล้ว​นำ​ไป​วาง​ไว้​ต่อ​พระพักตร์​พระยาห์เวห์ จาก​นั้น​ส่ง​ทุก​คน​กลับ​บ้าน
25En nadat Samuël voor het volk het koningsrecht had uiteengezet en het in een boek had opgeschreven, dat hij voor Jahweh neerlegde, liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren.
26ซาอูล​ก็​กลับ​บ้าน​ที่​กิเบอาห์​ด้วย มี​ทหาร​ที่​พระเจ้า​ทรง​ดลใจ​ไป​กับ​เขา
26Ook Saul ging huiswaarts naar Giba. En de dapperen, die Jahweh daartoe had aangezet, sloten zich bij hem aan.
27แต่​คน​อันธพาล​บาง​คน​พูด​ว่า “คน​นี้​จะ​ช่วย​เรา​ได้​อย่างไร?” พวก​เขา​ดู​หมิ่น​ซาอูล​และ​ไม่​ได้​นำ​ของ​บรรณาการ​มา​ให้ แต่​ซาอูล​นิ่ง​เงียบ
27Maar de Belialskinderen meenden: Hoe zou die ons kunnen bevrijden? En omdat ze hem minachtten, brachten ze hem geen geschenken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.