1 ซามูเอล
Chapter 25
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 ซามูเอล 25

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ซามูเอล​สิ้น​ชีวิต ชาว​อิสราเอล​ทั้งหมด​มา​รวม​ตัว​กัน​ไว้​ทุกข์​ให้​เขา และ​ฝัง​เขา​ไว้​ที่​บ้าน​ของ​เขา​ใน​รามาห์ จาก​นั้น​ดาวิด​ออก​เดินทาง​ลง​ไป​ยัง​ถิ่น​ทุรกันดาร​ปาราน
1Intussen stierf Samuël. Heel Israël kwam bijeen voor de dodenklacht, en men begroef hem in zijn huis te Rama. David trok verder, en week naar de woestijn van Maon uit.
2มี​ชาย​คน​หนึ่ง​อยู่​ที่​มาโอน ทรัพย์สิน​ของ​เขา​อยู่​ใน​คารเมล เขา​มั่งคั่ง​มาก มี​แกะ​สาม​พัน​ตัว​และ​แพะ​หนึ่ง​พัน​ตัว ขณะ​นั้น​เขา​กำลัง​ตัด​ขน​แกะ​ที่​คารเมล
2Nu was er in Maon een man, die zijn bedrijf in Karmel had. De man was zeer vermogend, en de eigenaar van drieduizend schapen en duizend geiten. Bij gelegenheid van het scheren der schapen bevond hij zich toen in Karmel.
3ชาย​คน​นั้น​ชื่อ​นาบาล ภรรยา​ชื่อ​อาบีกายิล นาง​มี​ไหว​พริบ​และ​หน้าตา​สวยงาม แต่​สามี​เป็น​คน​หยาบ​กระด้าง​และ​ประพฤติ​ชั่ว เขา​เป็น​คนใน​ตระกูล​คาเลบ
3Hij heette Nabal, zijn vrouw Abigil. Terwijl de vrouw een vlug begrip had en een. knap uiterlijk, was de man hardvochtig en kwaadaardig; het was een Kalebiet.
4ดาวิด​อยู่​ใน​ถิ่น​ทุรกันดาร ได้ยิน​ว่า​นาบาล​กำลัง​ตัด​ขน​แกะ
4Toen nu David in de woestijn vernomen had, dat bij Nabal de schapen geschoren werden,
5จึง​ส่ง​ชาย​หนุ่ม​สิบ​คน​ไป โดย​บอก​ว่า “ขึ้น​ไป​คารเมล หา​นาบาล​และ​ทักทาย​เขา​ใน​นาม​ของ​ฉัน
5zond hij tien knechten met de opdracht: Gaat naar Karmel en vervoegt u bij Nabal; ge moet hem namens mij begroeten en dit tegen mijn broeder zeggen:
6บอก​เขา​ว่า ‘ขอ​ให้​ท่าน​มีอายุ​ยืน ขอ​ให้ท่า​นอ​ยู่​เป็นสุข ขอ​ให้​ครอบครัว​ของ​ท่าน​อยู่​เป็นสุข ขอ​ให้​ทุก​สิ่ง​ที่​ท่าน​มี​อยู่ดี
6De vrede aan u, vrede aan uw gezin, vrede aan allen, die u toebehoren!
7ฉัน​ได้ยิน​ว่า​ท่าน​มี​คน​กำลัง​ตัด​ขน​แกะ คน​เลี้ยง​แกะ​ของ​ท่าน​อยู่​กับ​พวก​เรา พวก​เรา​ไม่​ได้​ทำร้าย​พวก​เขา และ​ตลอด​เวลา​ที่​อยู่​ใน​คารเมล​ก็​ไม่มี​อะไร​ของ​พวก​เขา​หาย​ไป
7Ik heb vernomen, dat men bij u de schapen scheert. Welnu, wij hebben uw herders, die in onze nabijheid waren, niet gehinderd, en nooit, zolang ze in Karmel waren, hebben ze ook maar iets vermist;
8ลอง​ถาม​คน​หนุ่ม​ของ​ท่าน​ดู พวก​เขา​จะ​บอก​ท่าน​เอง ขอ​ให้​ท่าน​เมตตา​คน​หนุ่ม​เหล่า​นี้ เพราะ​เรา​มา​ใน​วัน​ดี​เช่น​นี้ ขอ​โปรด​แบ่ง​สิ่ง​ที่​ท่าน​มี​ให้​คน​รับ​ใช้​ของ​ท่าน​และ​ดาวิด​ลูกชาย​ของ​ท่าน​ด้วย’”
8vraag het uw knechten, en ze zullen het bevestigen. Laat daarom mijn knechten een gunstig onthaal bij u vinden, omdat we op een feestdag komen, en geef aan uw dienaren en aan uw zoon David wat ge kunt missen.
9คน​หนุ่ม​ของ​ดาวิด​ไป​บอก​นาบาล​ตาม​คำ​ของ​ดาวิด​ทุก​ประการ แล้ว​รอ​คำ​ตอบ
9Zo kwamen de knechten van David, brachten Nabal de boodschap namens David over, en wachtten af.
10นาบาล​ตอบ​คน​รับ​ใช้​ของ​ดาวิด​ว่า “ดาวิด​เป็น​ใคร? ลูกชาย​เจสซี​เป็น​ใคร? เดี๋ยว​นี้​คน​รับ​ใช้​ที่​หนี​จาก​นาย​มี​อยู่​มากมาย
10Maar Nabal gaf Davids dienaars ten antwoord: Wie is die David? Wie is die zoon van Jesse? Het wemelt tegenwoordig van knechten, die van hun meester zijn weggelopen!
11จะ​ให้​ฉัน​เอา​ขนมปัง น้ำ และ​เนื้อ​จาก​สัตว์​ที่​ฉัน​ฆ่า​ไว้​สำหรับ​คน​ตัด​ขน​แกะ ไป​ให้​คน​ที่​ไม่รู้​ว่า​มา​จาก​ไหน​หรือ?”
11En dan zou ik mijn brood en mijn water en het vlees, dat ik voor mijn scheerders geslacht heb, gebruiken, om het aan lieden te geven, van wie ik niet eens weet, waar ze vandaan komen?
12คน​หนุ่ม​ของ​ดาวิด​จึง​กลับ​ไป​ตาม​ทาง และ​รายงาน​คำ​ตอบ​ทั้งหมด​ให้​ดาวิด​ฟัง
12Davids knechten maakten dus rechtsomkeer en vertelden hem bij hun terugkomst, hoe ze ontvangen waren.
13ดาวิด​สั่ง​คน​ของ​เขา​ว่า “ทุก​คน​คาด​ดาบ!” ทุก​คน​ก็​คาด​ดาบ ดาวิด​เอง​ก็​คาด​ดาบ มี​ชาย​ประมาณ​สี่​ร้อย​คน​ตาม​ดาวิด​ไป ส่วน​อีก​สอง​ร้อย​คน​อยู่​เฝ้า​สัมภาระ
13Toen beval David zijn mannen: Laat ieder zijn zwaard in de gordel steken! En iedereen stak zijn zwaard in de gordel. Ook David omgordde zich met zijn zwaard, en terwijl tweehonderd man bij de legertros bleven, gingen er ongeveer vierhonderd met David mee.
14แต่​คน​หนุ่ม​คน​หนึ่ง​ไป​บอก​อาบีกายิล ภรรยา​ของ​นาบาล​ว่า “ดาวิด​ส่ง​คน​จาก​ถิ่น​ทุรกันดาร​มา​ทักทาย​นาย​ของ​เรา แต่​นายก​ลับ​ด่าทอ​พวก​เขา
14Intussen had Abigil, Nabals vrouw, van een der knechten de boodschap gekregen: David heeft uit de woestijn boden gezonden, om onzen heer te begroeten; maar hij heeft hen uitgescholden.
15คน​เหล่า​นั้น​ดี​ต่อ​พวก​เรา​มาก ไม่​เคย​ทำร้าย​เรา และ​ตลอด​เวลา​ที่​เรา​ไป​กับ​พวก​เขา​ใน​ทุ่ง​ก็​ไม่มี​อะไร​หาย​ไป​เลย
15Toch zijn die lieden zeer goed voor ons geweest. Toen we buiten waren, hebben we van hen geen hinder ondervonden, en zolang we met hen omgingen, hebben we niets vermist.
16พวก​เขา​เป็น​เหมือน​กำแพง​ป้องกัน​เรา​ทั้ง​กลาง​วัน​กลาง​คืน ตลอด​เวลา​ที่​เรา​อยู่​กับ​พวก​เขา​ขณะ​เลี้ยง​แกะ
16Nacht en dag waren zij voor ons een muur, zolang wij in hun nabijheid de schapen hoedden.
17ตอน​นี้​ท่าน​คิด​ดูเถอะ​ว่า​จะ​ทำ​อย่างไร เพราะ​ภัย​ร้าย​กำลัง​จะ​มา​ถึง​นาย​ของ​เรา​และ​ทุก​คนใน​บ้าน เขา​เป็น​คน​พาล​จน​ไม่มี​ใคร​พูด​กับ​เขา​ได้”
17Welnu, denk eens na, of gij er iets aan kunt doen; want de wraak op onzen heer en heel zijn huis kan niet uitblijven. Hij is nu eenmaal een Belialskind; er valt met hèm niet te praten.
18อาบีกายิล​รีบ​นำ​ขนมปัง​สอง​ร้อย​ก้อน เหล้า​องุ่น​สอง​ภาชนะ แกะ​ห้า​ตัว​ที่​ชำแหละ​เตรียม​ไว้​แล้ว ข้าว​คั่ว​ห้า​เซอาห์ ลูกเกด​หนึ่ง​ร้อย​พวง และ​ขนม​มะเดื่อ​สอง​ร้อย​ก้อน บรรทุก​บน​หลัง​ลา
18Terstond haalde Abigáil tweehonderd broden en twee zakken wijn, vijf toebereide schapen, vijf maten geroosterd graan, en honderd rozijnen-en tweehonderd vijgenkoeken.
19นาง​บอก​คน​หนุ่ม​ของ​นาง​ว่า “นำ​หน้า​ไป​ก่อน ฉัน​จะ​ตาม​ไป” แต่​นาง​ไม่​ได้​บอก​นาบาล​สามี
19Zij liet dat alles op ezels laden, en zonder iets aan haar man te vertellen, sprak zij tot haar knechten: Gaat mij vooruit; ik kom achter u aan.
20ขณะ​ที่​นาง​ขี่​ลา​ลง​มา​ตาม​ทาง​ลับ​สายตา​หลัง​ภูเขา ดาวิด​กับ​คน​ของ​เขา​ก็​ลง​มา​ทาง​นั้น​และ​พบ​กับ​นาง
20Toen zij nu, rijdend op haar ezel, langs een holle weg de bergen afdaalde, kwam David met zijn mannen aan de andere kant naar beneden, zodat ze hen moest ontmoeten.
21ก่อน​หน้า​นั้น​ดาวิด​พูด​ว่า “ฉัน​เสีย​แรง​เปล่า​ที่​คอย​ปกป้อง​ทุก​สิ่งของ​ชาย​คน​นี้​ใน​ถิ่น​ทุรกันดาร ไม่​ให้​อะไร​ของ​เขา​หาย​ไป​เลย เขา​กลับ​ตอบแทน​ความ​ดี​ของ​ฉัน​ด้วย​ความ​ชั่ว
21David dacht juist: Dus heb ik voor niets op alles gepast, wat dien kerel in de woestijn toebehoort! Van al zijn eigendom is er niet het minste vermist, en nu gaat hij mij goed met kwaad vergelden!
22ขอ​พระเจ้า​ทรง​ลงโทษ​ศัตรู​ของ​ดาวิด​อย่าง​หนัก​ยิ่ง หาก​ก่อน​รุ่ง​เช้า​ฉัน​ยัง​ปล่อย​ให้​ผู้​ที่​ปัสสาวะ​รด​กำแพง​สัก​คนใน​บรรดา​คน​ของ​เขา​มี​ชีวิต​อยู่”
22God mag David zo doen en nog erger, als er morgenvroeg van al de zijnen nog één mannelijk wezen over is!
23เมื่อ​อาบีกายิล​เห็น​ดาวิด นาง​รีบ​ลง​จาก​ลา หมอบ​ลง​ต่อ​หน้า​ดาวิด​จน​หน้า​ถึง​พื้น
23Zodra Abigáil David zag, gleed zij van haar ezel en boog zich eerbiedig voor David ter aarde neer.
24นาง​หมอบ​แทบ​เท้า​ของ​เขา​และ​กล่าว​ว่า “เจ้า​นาย​ของ​ดิฉัน ขอ​ให้​ความ​ผิด​ตก​อยู่​ที่​ดิฉัน​เถอะ ขอ​ให้​ผู้รับ​ใช้​คน​นี้​ได้​พูด​กับ​ท่าน โปรด​ฟัง​คำ​ของ​ดิฉัน
24Ze bleef aan zijn voeten liggen en sprak: Heer, op mij rust de schuld! Maar laat uw dienstknecht tot u spreken, en luister naar de worden van uw dienstmaagd
25ขอ​เจ้า​นาย​อย่า​ใส่ใจ​นาบาล​คน​พาล​ผู้​นี้ ชื่อ​ของ​เขา​บอก​นิสัย​ของ​เขา นาบาล เป็น​ชื่อ​ของ​เขา และ​เขา​ก็​โง่​เขลา​จริง ๆ ส่วน​ดิฉัน​ผู้รับ​ใช้​ของ​ท่าน​ไม่​เห็น​คน​หนุ่ม​ที่​ท่าน​ส่ง​มา
25Laat mijn heer zich toch niet storen aan dien deugnietmvan een Nabal; want zoals hij heet, zo is hij: “dwaas” is zijn naam en dwaasheid is zijn faam. Ik, uw dienares, heb de knechten niet gezien, die mijn heer had gestuurd.
26ดัง​นั้น​เจ้า​นาย​ของ​ดิฉัน พระยาห์เวห์​ทรง​พระชนม์​อยู่​แน่ และ​ท่าน​ก็​ยัง​มี​ชีวิต​อยู่​แน่ เพราะ​พระยาห์เวห์​ทรง​ยับยั้ง​ท่าน​ไม่​ให้​มีความ​ผิด​จาก​การ​ทำให้​นองเลือด และ​ไม่​ให้​แก้​แค้น​ด้วย​มือ​ตนเอง ขอ​ให้​ศัตรู​ของ​ท่าน​และ​คน​ที่​คิด​ร้าย​ต่อ​ท่าน​เป็น​เหมือน​นาบาล
26Welnu, mijn heer, zowaar Jahweh leeft: Jahweh heeft niet toegelaten, dat ge u in bloedschuld verwikkelde en u zelf met de vuist recht verschafte. Moge het met Nabal gaan als met al uw vijanden en met allen, die uw ongeluk willen!
27ขอ​ให้​ของ​ขวัญ​ที่​ผู้รับ​ใช้​ของ​ท่าน​นำ​มา​นี้​มอบ​ให้​ชาย​หนุ่ม​ที่​ติดตาม​เจ้า​นาย​ของ​ดิฉัน
27Aanvaard dit huldeblijk, dat uw dienstmaagd voor mijn heer heeft meegebracht, en laat het gegeven worden aan de knechten, die mijn heer op zijn schreden volgen.
28โปรด​ยก​โทษ​ความ​ผิด​ของ​ดิฉัน​ด้วย พระยาห์เวห์​จะ​ทรง​ทำให้​วงศ์​วาน​ของ​ท่าน​มั่นคง​แน่ เพราะ​ท่าน​ทำ​ศึก​ของ​พระยาห์เวห์ และ​จะ​ไม่​พบ​ความ​ชั่ว​ใน​ตัว​ท่าน​ตลอด​ชีวิต
28Wil zo de onachtzaamheid van uw dienstmaagd vergeven. Waarachtig, Jahweh zal het huis van mijn heer bestendigen; want mijn heer voert Jahweh’s krijg, en heel uw leven is er geen kwaad in u gevonden!
29แม้​มี​คน​ลุก​ขึ้น​ไล่​ตาม​และ​เอา​ชีวิต​ท่าน ชีวิต​ของ​ท่าน​จะ​ถูก​รวบ​ไว้​ใน​ห่อ​แห่ง​ชีวิต​กับ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​ของ​ท่าน แต่​พระองค์​จะ​เหวี่ยง​ชีวิต​ศัตรู​ของ​ท่าน​ออก​ไปราว​กับ​สิ่ง​ที่​พุ่ง​จาก​กระเปาะ​ของ​สาย​เหวี่ยง​หิน
29Wel is er iemand opgestaan, om u te vervolgen en uw leven te belagen; maar dank zij Jahweh, uw God, zal het leven van mijn heer geborgen zijn in de buidel des levens4, terwijl het leven van uw vijanden wordt weggeslingerd uit de holte van de slinger.
30เมื่อ​พระยาห์เวห์​ทรง​ทำความ​ดี​ทุก​อย่าง​ที่​ตรัส​ไว้​เกี่ยว​กับ​ท่าน และ​ทรง​ตั้ง​ท่าน​เป็น​ผู้นำ​เหนือ​อิสราเอล
30En wanneer Jahweh aan mijn heer al het goed zal hebben volbracht, dat Hij hem heeft beloofd, wanneer Hij u tot leider van Israël zal hebben gesteld,
31ท่าน​จะ​ไม่​ต้อง​เสียใจ​หรือ​รู้สึก​ผิด​ใน​ใจ​ที่​ฆ่า​คน​โดย​ไม่มี​เหตุ​หรือ​แก้​แค้น​ด้วย​ตนเอง เมื่อ​พระยาห์เวห์​ทรง​ทำ​ดี​ต่อ​ท่าน​แล้ว โปรด​ระลึก​ถึง​ผู้รับ​ใช้​คน​นี้​ด้วย”
31moge het dan nooit voor u, mijn heer, een reden tot ongerustheid en gewetenswroeging zijn, dat mijn heer nodeloos bloed heeft vergoten en zichzelf recht heeft verschaft! En wanneer Jahweh mijn heer voorspoed zal hebben geschonken, laat hij dan aan zijn dienstmaagd denken.
32ดาวิด​ตอบ​อาบีกายิล​ว่า “สรรเสริญ​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่ง​อิสราเอล ผู้ทรง​ส่ง​ท่าน​มา​พบ​ฉัน​วัน​นี้!
32Toen sprak David tot Abigáil: Gezegend zij Jahweh, de God van Israël, die u heden op mijn weg gezonden heeft!
33ความ​รอบคอบ​ของ​ท่าน​น่า​สรรเสริญ และ​ขอ​ให้​ท่าน​ได้​รับ​พร เพราะ​วัน​นี้​ท่าน​ยับยั้ง​ฉัน​ไม่​ให้​มีความ​ผิด​จาก​การ​ทำให้​นองเลือด และ​ไม่​ให้​แก้​แค้น​ด้วย​มือ​ตนเอง
33Gezegend uw doorzicht en gezegend gijzelf, dat gij mij heden verhinderd hebt, mij in bloedschuld te verwikkelen en mijzelf met de vuist recht te verschaffen.
34พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่ง​อิสราเอล​ผู้ทรง​ยับยั้ง​ฉัน​ไม่​ให้​ทำร้าย​ท่าน​ทรง​พระชนม์​อยู่​แน่ หาก​ท่าน​ไม่​รีบ​มา​พบ​ฉัน ก่อน​รุ่ง​เช้า​คง​ไม่มี​ผู้​ที่​ปัสสาวะ​รด​กำแพง​สัก​คนใน​บรรดา​คน​ของ​นาบาล​เหลือ​อยู่”
34Want zowaar Jahweh leeft, de God van Israël, die mij verhinderd heeft, u kwaad te doen: waart gij mij niet aanstonds tegemoet gekomen, dan was er bij de dageraad geen man van Nabal overgebleven!
35ดาวิด​รับ​สิ่ง​ที่​นาง​นำ​มา​แล้ว​กล่าว​ว่า “กลับ​บ้าน​ไป​อย่าง​สงบ​เถอะ ฉัน​ฟัง​คำ​ของ​ท่าน​และ​รับคำ​ขอ​ของ​ท่าน​แล้ว”
35En David nam van haar aan, wat zij voor hem had meegebracht, en hij sprak tot haar: Ga in vrede naar huis! Zie, ik heb naar uw verzoek geluisterd en ben u gunstig gestemd.
36อาบีกายิล​กลับ​ไป​หา​นาบาล เขา​กำลัง​จัด​งาน​เลี้ยง​ที่​บ้าน​อย่าง​งาน​เลี้ยง​ของ​กษัตริย์ เขา​รื่นเริง​มาก​เพราะ​เมา​หนัก นาง​จึง​ไม่​บอก​อะไร​เขา​จน​รุ่ง​เช้า
36Toen Abigáil naar Nabal terugkeerde, was er waarachtig in zijn huis een feest als een koningsmaal. En daar Nabal zeer vrolijk was en zwaar beschonken, vertelde zij hem vóór de volgende morgen niet het minste of geringste.
37เช้า​วัน​ต่อ​มา เมื่อ​นาบาล​สร่าง​เมา ภรรยา​จึง​เล่า​เรื่อง​เหล่า​นี้​ให้​เขา​ฟัง ใจ​ของ​เขา​เหมือน​ตาย​ไป และ​ตัว​เขา​ก็​นิ่ง​ราวกับ​ก้อน​หิน
37Maar toen de volgende morgen Nabal zijn roes had uitgeslapen, en zijn vrouw hem vertelde, wat er gebeurd was, stokte zijn hart en hij werd als een steen.
38ราว​สิบ​วัน​ต่อ​มา พระยาห์เวห์​ทรง​ลงโทษ​นาบาล เขา​จึง​ตาย
38En een dag of tien later sloeg Jahweh hem, en Nabal stierf.
39เมื่อ​ดาวิด​ได้ยิน​ว่า​นาบาล​ตาย​แล้ว เขา​กล่าว​ว่า “สรรเสริญ​พระยาห์เวห์ ผู้ทรง​ว่า​ความ​ให้​ฉัน​พ้น​จาก​ความ​อัปยศ​ที่​นาบาล​ก่อ และ​ทรง​ยับยั้ง​ผู้รับ​ใช้​ของ​พระองค์​ไม่​ให้​ทำ​ชั่ว พระยาห์เวห์​ทรง​ให้​ความ​ชั่ว​ของ​นาบาล​ตกลง​บน​หัว​เขา​เอง” แล้ว​ดาวิด​ส่ง​คน​ไป​พูด​เรื่อง​แต่งงาน​กับ​อาบีกายิล เพื่อ​รับ​นาง​มา​เป็น​ภรรยา
39Toen David vernam, dat Nabal dood was, zeide hij: Gezegend zij Jahweh, die de mij aangedane smaad op Nabal heeft gewroken, zijn dienaar van een misstap weerhield en de fout van Nabal op zijn eigen hoofd heeft doen neerkomen! En David zond boden naar Abigáil, om haar voor zich tot vrouw te vragen.
40คน​รับ​ใช้​ของ​ดาวิด​มาหา​อาบีกายิล​ที่​คารเมล กล่าว​ว่า “ดาวิด​ส่ง​พวก​เรา​มา​รับ​ท่าน​ไป​เป็น​ภรรยา​ของ​เขา”
40De dienaren van David kwamen dus bij Abigáil in Karmel, en zeiden tot haar: David heeft ons tot u gezonden; want hij wil u tot vrouw nemen.
41นาง​ลุก​ขึ้น​หมอบ​กราบ​จน​หน้า​ถึง​พื้น​แล้ว​กล่าว​ว่า “ดิฉัน​ผู้รับ​ใช้​ยินดี​เป็น​คน​รับ​ใช้ คอย​ล้าง​เท้า​ให้​คน​รับ​ใช้​ของ​เจ้า​นาย”
41Zij stond op, boog zich diep ter aarde, en sprak: Hier hebt ge uw dienstmaagd tot slavin, om de voeten van mijns meesters knechten te wassen.
42อาบีกายิล​รีบ​ลุก​ขึ้น​ขี่​ลา โดย​มี​สาว​ใช้​ห้า​คน​ติดตาม นาง​ตาม​คน​ของ​ดาวิด​ไป​และ​เป็น​ภรรยา​ของ​เขา
42En aanstonds maakte Abigáil zich gereed; ze ging op haar ezel zitten, en door haar vijf dienstmaagden gevolgd, reed zij achter de boden van David aan. En ze werd zijn vrouw.
43ดาวิด​รับ​อาหิโนอัม​ชาว​ยิสเรเอล​เป็น​ภรรยา​ด้วย ทั้ง​สอง​จึง​เป็น​ภรรยา​ของ​เขา
43Daarenboven huwde David Achinóam uit Jizreël, zodat ze beiden zijn vrouw waren.
44ส่วน​ซาอูล​ยก​มีคาล​ลูกสาว​ของ​ตน​ซึ่ง​เป็น​ภรรยา​ของ​ดาวิดให้​ปัลที ลูกชาย​ของ​ลาอิช ชาว​กัลลิม
44Saul had echter zijn dochter Mikal, Davids vrouw, aan Palti gegeven, den zoon van Láisj uit Gallim.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.