1 ซามูเอล
Chapter 14
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 ซามูเอล 14

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1วัน​หนึ่ง​โยนาธาน​บุตร​ซาอูล​บอก​ชาย​หนุ่ม​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ให้​ว่า “ไป​กัน​เถอะ ข้าม​ไป​ยัง​กอง​ทหาร​ฟีลิสเตีย​ที่​ประจำ​อยู่​อีก​ฝั่ง​หนึ่ง” แต่​เขา​ไม่​ได้​บอก​พ่อ
1Op zekere dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tot zijn wapendrager: Laat ons oversteken naar de Filistijnenpost daar aan de overkant! Hij had er echter niets van aan zijn vader verteld.
2ซาอูล​อยู่​ที่​ชาย​ขอบ​กิเบอาห์​ใต้​ต้น​ทับทิม​ที่​มิกรอน มี​คน​อยู่​กับ​เขา​ราว​หก​ร้อย​คน
2Saul bevond zich toen aan de rand van Giba onder de granaatappelboom op de dorsvloer. Zijn gevolg bestond uit ongeveer zeshonderd man;
3ใน​จำนวน​นั้น​มี​อาหิยาห์ ผู้​สวม​เอโฟด เขา​เป็น​บุตร​ของ​อาหิทูบ​ผู้​เป็น​พี่​น้อง​กับ​อีคาโบด อาหิทูบ​เป็น​บุตร​ของ​ฟีเนหัส หลาน​ของ​เอลี​ปุโรหิต​ของ​พระยาห์เวห์​ที่​ชิโลห์ ประชาชน​ไม่รู้​ว่า​โยนาธาน​ไป​แล้ว
3en Achija, de zoon van Achitoeb, die de broer was van I-Kabod, den zoon van Pinechas, zoon van Eli, den priester van Jahweh in Sjilo, droeg de efod. Ook het volk wist niet, dat Jonatan was heengegaan.
4สอง​ข้าง​ช่องเขา​ที่​โยนาธาน​ตั้งใจ​ใช้​ข้าม​ไป​หาก​อง​ทหาร​ฟีลิสเตีย​มีหน้า​ผา​หิน​ข้าง​ละ​แห่ง แห่ง​หนึ่ง​ชื่อ​โบเซส อีก​แห่ง​ชื่อ​เสเนห์
4Tussen de passen, waarlangs Jonatan een doortocht zocht naar de Filistijnenpost, bevond zich aan weerszijden een rotspunt; de een heette Boses, de andere Senne;
5หน้าผา​ด้าน​หนึ่ง​อยู่​ทาง​เหนือ​หัน​หน้า​หา​มิคมาช อีก​ด้าน​อยู่​ทาง​ใต้​หัน​หน้า​หา​เกบา
5de ene rotspunt stond noordelijk tegenover Mikmas, de andere zuidelijk tegenover Géba.
6โยนาธาน​บอก​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ว่า “ข้าม​ไป​หาก​อง​ทหาร​ของ​พวก​ที่​ไม่​ได้​เข้า​สุหนัต​กัน​เถอะ บางที​พระยาห์เวห์​อาจ​ทรง​ช่วย​เรา เพราะ​พระยาห์เวห์​ทรง​ช่วย​ให้​รอด​ได้ ไม่​ว่า​จะ​ใช้​คน​มาก​หรือ​คน​น้อย”
6Jonatan zeide dus tot zijn wapendrager: Laat ons oversteken naar de post van die onbesnedenen. Misschien wil Jahweh voor ons ingrijpen; want het maakt voor Jahweh geen verschil, of Hij met een groot of met een klein aantal de zege verleent.
7ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ตอบ​ว่า “ทำ​ตาม​ที่​ท่าน​ตั้งใจ​เถอะ ไป​เถอะ ผม​พร้อม​ไป​กับ​ท่าน”
7De wapendrager antwoordde hem: Doe wat uw hart u ingeeft; ik sta tot uw beschikking, en ik doe wat gij wilt.
8โยนาธาน​กล่าว​ว่า “เรา​จะ​ข้าม​ไป​ให้​พวก​เขา​เห็น​ตัว
8Jonatan sprak af: Welnu, als we naar die mannen oversteken, moeten we ons aan hen laten zien.
9ถ้า​พวก​เขา​บอก​ว่า ‘รอ​อยู่​นั่น​จนกว่า​เรา​จะ​ไป​หา’ เรา​ก็​จะ​ยืน​อยู่​ที่​เดิม ไม่​ขึ้น​ไป
9Roepen ze ons toe: “Halt, totdat we bij u zijn, dan blijven we beneden staan en klimmen niet naar hen op”.
10แต่​ถ้า​พวก​เขา​บอก​ว่า ‘ขึ้น​มา​หา​เรา’ เรา​จะ​ขึ้น​ไป เพราะ​นั่น​เป็น​หมาย​สำคัญ​ว่า​พระยาห์เวห์​ทรง​มอบ​พวก​เขา​ไว้​ใน​มือ​เรา​แล้ว”
10Maar roepen ze: “Kom op!” dan gaan we naar boven; want dat is voor ons het teken, dat Jahweh ze aan ons heeft overgeleverd.
11ทั้ง​สอง​จึง​เผย​ตัว​ต่อ​กอง​ทหาร​ฟีลิสเตีย ชาว​ฟีลิสเตีย​พูด​ว่า “ดูสิ ชาว​ฮีบรู​ออก​มา​จาก​หลุม​ที่​ซ่อน​ตัว​แล้ว!”
11Toen beiden zich nu aan de Filistijnse wachtpost vertoonden, riepen de Filistijnen: Kijk eens, er komen Hebreën uit de holen gekropen, waarin ze zich verborgen hadden!
12ทหาร​กอง​นั้น​ตะโกน​บอก​โยนาธาน​กับ​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ว่า “ขึ้น​มา​หา​เรา​สิ แล้ว​เรา​จะ​ให้​พวก​เจ้า​ดู​อะไร​บาง​อย่าง!” โยนาธาน​บอก​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ว่า “ตาม​ฉัน​ขึ้น​มา พระยาห์เวห์​ทรง​มอบ​พวก​เขา​ไว้​ใน​มือ​อิสราเอล​แล้ว”
12En de mannen van de wachtpost daagden Jonatan en zijn wapendrager uit met de kreet: Kom op! dan zullen we jullie eens laten zien! Nu sprak Jonatan tot zijn wapendrager: Volg me; want Jahweh heeft ze aan Israël overgeleverd.
13โยนาธาน​ใช้​มือ​กับ​เท้า​ปีน​ขึ้น​ไป ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ตาม​ไป ศัตรู​ล้ม​ลง​ต่อ​หน้า​โยนาธาน แล้ว​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ก็​ฆ่า​พวก​เขา​ตาม​หลัง
13Gevolgd door zijn wapendrager kroop hij op handen en voeten naar boven. En waar Jonatan verscheen, vielen de Filistijnen neer, en achter hem gaf zijn wapendrager hun de genadeslag.
14การ​โจมตี​ครั้ง​แรก​ของ​โยนาธาน​กับ​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ทำให้​ตาย​ราว​ยี่สิบ​คน ใน​บริเวณ​พื้นที่​ขนาด​ประมาณ​ครึ่ง​ร่อง​ไถ​ของ​ทุ่ง​หนึ่ง​เอเคอร์
14Deze eerste nederlaag, die Jonatan met zijn wapendrager hun toebracht, kostte hun ongeveer twintig man op een terrein van een halve morgen land.
15คน​ทั้ง​ค่าย​และ​ใน​ทุ่ง​ต่าง​ตัว​สั่น​ด้วย​ความ​กลัว ทั้ง​กอง​ทหาร​ประจำ​การ​และ​กอง​ปล้น​สะดม​ก็​กลัว แผ่น​ดิน​ยัง​สั่น​สะเทือน เกิด​ความ​ตื่น​ตระหนก​อย่าง​ยิ่ง
15Maar de schrik sloeg ook over op het kamp en het veld. Al het volk, met de wachtposten en roversbenden werd bang; zelfs de aarde beefde, en er ontstond een vreselijke paniek.
16คน​เฝ้า​ยาม​ของ​ซาอูล​ที่​กิเบอาห์​ใน​เบนยามิน​มอง​ไป เห็น​กองทัพ​ฟีลิสเตีย​แตก​กระจัดกระจาย
16Toen de schildwachten van Saul in Giba van Benjamin bemerkten, dat de menigte ontsteld in alle richtingen rende,
17ซาอูล​บอก​คน​ที่​อยู่​ด้วย​ว่า “นับ​ดู​ว่า​ใคร​หาย​ไป” เมื่อ​นับ​แล้ว​ก็​พบ​ว่า​โยนาธาน​กับ​ผู้​ถือ​เครื่อง​อาวุธ​ไม่​อยู่
17gaf Saul aan zijn gevolg het bevel: Onderzoekt eens, wie ons verlaten heeft. En bij het onderzoek bleek, dat Jonatan en zijn wapendrager er niet waren.
18ซาอูล​บอก​อาหิยาห์​ว่า “นำ​หีบ​ของ​พระเจ้า​มา​ที่​นี่” เพราะ​เวลา​นั้น​หีบ​ของ​พระเจ้า​อยู่​กับ​ชาว​อิสราเอล
18Toen zei Saul tot Achija: Breng de ark van God hierheen. Want de ark van God was weer in het bezit van Israël.
19ขณะ​ซาอูล​กำลัง​พูด​กับ​ปุโรหิต เสียง​อึกทึก​ใน​ค่าย​ฟีลิสเตีย​ก็​ดัง​ขึ้น​เรื่อย ๆ ซาอูล​จึง​บอก​ปุโรหิต​ว่า “ชัก​มือ​กลับ​เถอะ!”
19Maar terwijl Saul met den priester sprak, werd het rumoer in het kamp der Filistijnen hoe langer hoe erger. Daarom zei Saul tot den priester: Laat maar!
20ซาอูล​กับ​คน​ที่​อยู่​ด้วย​รวม​ตัว​กัน​แล้ว​เข้า​สู่​สนามรบ เห็น​ชาว​ฟีลิสเตีย​ใช้​ดาบ​ฟัน​กันเอง​ท่ามกลาง​ความ​โกลาหล
20En met al het volk dat bij hem was, stortte hij als één man zich in het gevecht. Maar zie, reeds sloeg daar de een op den ander in, en was er een geweldige verwarring ontstaan.
21ชาว​ฮีบรู​ที่​ก่อน​หน้า​นี้​อยู่​กับ​ชาว​ฟีลิสเตีย​และ​ติดตาม​พวก​เขา​เข้า​ค่าย​จาก​รอบ​ด้าน ก็​เปลี่ยน​มา​เข้า​กับ​ชาว​อิสราเอล​ที่​อยู่​กับ​ซาอูล​และ​โยนาธาน
21Nu liepen ook de Hebreën over, die het vroeger met de Filistijnen gehouden hadden en met hen te velde waren getrokken, en kozen de partij van Israël, dat Saul en Jonatan volgde.
22ชาย​อิสราเอล​ทั้งหมด​ที่​ซ่อน​ตัว​ใน​เขต​ภูเขา​เอฟราอิม​ก็ได้​ยิน​ว่า​ชาว​ฟีลิสเตีย​หนี จึง​ออก​มา​ไล่​ตาม​อย่าง​กระชั้น​ชิด​ใน​การ​รบ
22Ook de Israëlieten, die zich in het Efraïmgebergte schuil hadden gehouden, sloten zich allen in het gevecht bij hen aan, zodra ze vernamen, dat de Filistijnen op de vlucht waren geslagen.
23วัน​นั้น​พระยาห์เวห์​ทรง​ช่วย​อิสราเอล และ​การ​รบ​ลาม​เลย​เบธ​อา​เวน​ไป
23Zo werd Israël die dag door Jahweh bevrijd. Het gevecht strekte zich uit tot over Bet-wen,
24วัน​นั้น​ทหาร​อิสราเอล​ลำบาก​มาก เพราะ​ซาอูล​ให้​ประชาชน​อยู่​ใต้​คำ​สาบาน​ว่า “ใคร​กิน​อาหาร​ก่อน​ค่ำ​ขอ​ให้​ถูก​สาป ฉัน​จะ​ต้อง​แก้​แค้น​ศัตรู​ให้​ได้​ก่อน” จึง​ไม่มี​ใคร​กิน​อะไร​เลย
24en het volk, dat zich aan de zijde van Saul schaarde, groeide aan tot ongeveer tienduizend man. Maar terwijl de strijd zich over heel het Efraïmgebergte verspreidde, beging Saul die dag een grote dwaasheid. Want Saul liet het volk zweren: Gevloekt de man, die iets durft eten voor vanavond, eer ik mij op mijn vijanden gewroken heb. Iedereen onthield zich dan ook van voedsel over het hele land.
25ทุก​คน​เข้าไป​ใน​ป่า ที่​นั่น​มี​น้ำ​ผึ้ง​อยู่​ตาม​พื้น
25Men kwam echter in een bos, waar de honing zo maar op de grond lag.
26เมื่อ​เข้าไป พวก​เขา​เห็น​น้ำ​ผึ้ง​หยด​อยู่ แต่​ไม่มี​ใคร​แตะ​กิน เพราะ​กลัว​คำ​สาบาน
26Toen het volk bij de raten kwam, was de zwerm eruit verdwenen. Toch was er niemand, die de hand naar zijn mond bracht; zoveel ontzag had het volk voor de eed.
27โยนาธาน​ไม่​ได้ยิน​ตอน​พ่อ​สั่ง​ให้​ประชาชน​สาบาน เขา​จึง​ยื่น​ปลาย​ไม้​เท้า​ไป​จุ่ม​รวง​ผึ้ง แล้ว​เอา​มือ​แตะ​ปาก​กิน ดวงตา​ของ​เขา​ก็​สดใส​ขึ้น
27Jonatan echter, die niet gehoord had, dat zijn vader het volk een eed had doen zweren, stak de punt van de stok, die hij in zijn hand had, omlaag, doopte die in de honingraat en bracht de hand naar zijn mond. Zijn ogen begonnen ervan te schitteren.
28ชาย​คน​หนึ่ง​บอก​ว่า “พ่อ​ของ​ท่าน​สั่ง​ประชาชน​อย่าง​เคร่งครัด​ภาย​ใต้​คำ​สาบาน​ว่า ‘ใคร​กิน​อะไร​วัน​นี้​ขอ​ให้​ถูก​สาป’” ประชาชน​จึง​อ่อน​แรง
28Maar iemand uit het volk sprak hem aan, en zeide: Uw vader heeft het volk deze plechtige eed laten zweren: “Gevloekt de man, die vandaag iets eet!” Daar echter het volk uitgeput was,
29โยนาธาน​กล่าว​ว่า “พ่อ​ของ​ฉัน​ทำให้​แผ่น​ดิน​ลำบาก ดูสิ แค่​ชิม​น้ำ​ผึ้ง​นิด​เดียว ตา​ฉัน​ก็​สว่าง​ขึ้น​แล้ว
29gaf Jonatan ten antwoord: Dan heeft mijn vader het land in het ongeluk gestort! Zie maar eens, hoe mijn ogen schitteren, nu ik een beetje van die honing geproefd heb!
30ถ้า​วัน​นี้​ประชาชน​ได้​กิน​ของ​ที่​ยึด​จาก​ศัตรู​อย่าง​เต็ม​ที่ จะ​ฆ่า​ชาว​ฟีลิสเตีย​ได้​มาก​เพียง​ใด! แต่​ตอน​นี้​ชาว​ฟีลิสเตีย​ไม่​ได้​ถูก​สังหาร​มาก​นัก”
30Hoeveel groter zou de nederlaag der Filistijnen geweest zijn, als het volk vandaag genoeg had gegeten van de buit, die het op zijn vijanden heeft behaald.
31วัน​นั้น​พวก​เขา​โจมตี​ชาว​ฟีลิสเตีย​ตั้งแต่​มิคมาช​จนถึง​อัยยาโลน ประชาชน​อ่อน​แรง​มาก
31Die dag ve rsloeg het volk de Filistijnen van Mikm as tot Ajjalon. Maar toen was het ook zo uitgeput,
32จึง​กรู​กัน​ไป​แย่ง​ของ​ที่​ยึด​ได้ นำ​แกะ วัว และ​ลูกวัว​มา​ฆ่า​บน​พื้น แล้ว​กิน​เนื้อ​พร้อม​เลือด
32dat het zich op de buit stortte, schapen, runderen en kalveren nam, ze zo maar op de grond slachtte, en ze met bloed en al opat.
33มี​คน​บอก​ซาอูล​ว่า “ประชาชน​กำลัง​ทำบาป​ต่อ​พระยาห์เวห์​ด้วย​การ​กิน​เนื้อ​พร้อม​เลือด” ซาอูล​กล่าว​ว่า “พวก​เจ้า​ทำ​ผิด​ร้าย​แรง กลิ้ง​หิน​ก้อน​ใหญ่​มา​หา​ฉัน​เดี๋ยว​นี้!”
33Toen men aan Saul berichtte, dat het volk tegen Jahweh zondigde, door ze met bloed en al te eten, sprak hij tot hen, die het hem kwamen vertellen: Rol ogenblikkelijk een grote steen hier naar toe.
34แล้ว​เขา​สั่ง​ว่า “ไป​บอก​ประชาชน​ทุก​คน​ให้​เอา​วัว​และ​แกะ​ของ​ตน​มา​ฆ่า​ที่​นี่​แล้ว​กิน อย่า​ทำบาป​ต่อ​พระยาห์เวห์​ด้วย​การ​กิน​เนื้อ​พร้อม​เลือด” คืน​นั้น​ทุก​คน​จึง​นำ​วัว​ของ​ตน​มา​ฆ่า​ที่​นั่น
34En Saul ging voort: Verspreidt u onder het volk en zegt hun: Laat iedereen zijn rund of schaap bij mij brengen en hierop slachten; dan kunt gij eten en hoeft gij niet tegen Jahweh te zondigen, door ze met bloed en al te eten. Toen bracht iedereen van het volk, wat hij bemachtigd had, daar naar toe, en slachtte het daar.
35ซาอูล​สร้าง​แท่น​บูชา​แด่​พระยาห์เวห์ นี่​เป็น​แท่น​บูชา​แห่ง​แรก​ที่​เขา​สร้าง​แด่​พระองค์
35En Saul bouwde een altaar voor Jahweh; dit was het eerste altaar, dat hij voor Jahweh bouwde.
36ซาอูล​กล่าว​ว่า “คืน​นี้​ลง​ไป​ไล่​ตาม​ชาว​ฟีลิสเตีย​กัน ยึด​ของ​จาก​พวก​เขา​จน​รุ่ง​เช้า อย่า​ให้​เหลือ​สัก​คน” พวก​เขา​ตอบ​ว่า “ทำ​ตาม​ที่​ท่าน​เห็น​ว่า​ดี​เถิด” แต่​ปุโรหิต​กล่าว​ว่า “เรา​มา​ทูล​ถาม​พระเจ้า​กัน​ก่อน”
36Toen sprak Saul: Laat ons vannacht de Filistijnen achtervolgen en ze uitplunderen tot de morgen aanlicht, zonder iemand van hen te sparen. Men antwoordde: Doe wat u goeddunkt! Maar de priester zeide: We moeten ons eerst hier tot God wenden.
37ซาอูล​ทูล​ถาม​พระเจ้า​ว่า “ข้าพเจ้า​ควร​ลง​ไป​ไล่​ตาม​ชาว​ฟีลิสเตีย​หรือ? พระองค์​จะ​ทรง​มอบ​พวก​เขา​ไว้​ใน​มือ​อิสราเอล​ไหม?” แต่​วัน​นั้น​พระองค์​ไม่​ทรง​ตอบ
37Saul vroeg dus aan God: Zal ik de Filistijnen achtervolgen, en zult Gij ze aan Israël overleveren? Maar hij kreeg toen geen antwoord.
38ซาอูล​จึง​กล่าว​ว่า “หัวหน้า​ประชาชน​ทั้งหมด จง​เข้า​มา​ใกล้ ให้​เรา​สืบ​รู้​ว่า​บาป​นี้​เกิด​จาก​ใคร​ใน​วัน​นี้
38Daarom beval Saul: Aanvoerders van het volk, komt allen hierheen en brengt aan het licht, bij wien de schuld hiervan ligt.
39พระยาห์เวห์​ผู้ทรง​ช่วย​อิสราเอล​ทรง​พระชนม์​อยู่​แน่​ฉันใด แม้​ผู้​ทำ​ผิด​จะ​เป็น​โยนาธาน​ลูก​ฉัน เขา​ก็​ต้อง​ตาย​แน่” แต่​ไม่มี​ใคร​ตอบ​เขา
39Zowaar Jahweh leeft, de bevrijder van Israël, al was het mijn eigen zoon Jonatan, de dood zal hij sterven! Maar niemand van het volk durfde hem antwoorden.
40เขา​บอก​ชาว​อิสราเอล​ว่า “พวก​เจ้า​อยู่​ฝั่ง​หนึ่ง ฉัน​กับ​โยนาธาน​ลูก​ฉัน​จะ​อยู่​อีก​ฝั่ง” ประชาชน​ตอบ​ว่า “ทำ​ตาม​ที่​ท่าน​เห็น​ว่า​ดี​เถิด”
40Nu sprak hij tot de Israëlieten: Gij moet aan de ene kant gaan staan; ik met mijn zoon Jonatan zullen aan de andere kant blijven. Het volk gaf Saul ten antwoord: Doe wat u goeddunkt.
41ซาอูล​จึง​ทูล​พระยาห์เวห์​พระเจ้า​แห่ง​อิสราเอล​ว่า “โปรด​ชี้​ให้​เห็น​คำ​ตอบ​ที่​ถูก​ต้อง” ซาอูล​กับ​โยนาธาน​ถูก​เลือก ส่วน​ประชาชน​พ้น​ไป
41En Saul bad tot Jahweh: God van Israël; waarom hebt Gij heden uw dienaar geen antwoord gegeven? Jahweh, God van Israël, zo de schuld bij mij of mijn zoon Jonatan ligt, geef dan Oerim; zo de schuld bij uw volk Israël ligt, geef dan Toemmim. Jonatan en Saul werden aangewezen, en het volk ging vrij uit.
42ซาอูล​กล่าว​ว่า “จับ​สลาก​ระหว่าง​ฉัน​กับ​โยนาธาน​ลูก​ฉัน” สลาก​ตก​แก่​โยนาธาน
42Toen beval Saul: Werpt nu het lot tussen mij en mijn zoon Jonatan. En Jonatan werd aangewezen.
43ซาอูล​ถาม​โยนาธาน​ว่า “บอก​มา​ว่า​เจ้า​ทำ​อะไร” โยนาธาน​ตอบ​ว่า “ผม​เอา​ปลาย​ไม้​เท้า​จุ่ม​น้ำ​ผึ้ง​ชิม​ไป​นิด​เดียว และ​นี่​ผม​ต้อง​ตาย​แล้ว”
43Nu sprak Saul tot Jonatan: Vertel me, wat hebt ge gedaan? En Jonatan vertelde hem: Met de punt van de stok, die ik in mijn hand had, heb ik een beetje honing geproefd; ik ben bereid te sterven.
44ซาอูล​กล่าว​ว่า “ขอ​พระเจ้า​ลงโทษ​ฉัน​อย่าง​หนัก​และ​หนัก​ยิ่ง​กว่า โยนาธาน เจ้า​ต้อง​ตาย​แน่”
44Saul sprak: Zo moge God met mij doen en nog erger, als ge de dood niet zult sterven, Jonatan!
45แต่​ประชาชน​พูด​กับ​ซาอูล​ว่า “โยนาธาน​ผู้​ทำให้​อิสราเอล​ได้​รับ​ชัยชนะ​ยิ่ง​ใหญ่​นี้​จะ​ต้อง​ตาย​หรือ? ไม่​ได้​เด็ด​ขาด! พระยาห์เวห์​ทรง​พระชนม์​อยู่​แน่​ฉันใด แม้​เส้นผม​บน​ศีรษะ​เขา​ก็​จะ​ไม่​ตก​ถึง​พื้น เพราะ​วัน​นี้​เขา​ได้​ร่วม​กับ​พระเจ้า​ช่วย​อิสราเอล” ประชาชน​จึง​ช่วย​โยนาธาน​ไว้ เขา​ไม่​ตาย
45Maar het volk zeide tot Saul: Moet dan Jonatan sterven, hij, die deze grote overwinning bevochten heeft in Israël? Néén, zo waar Jahweh leeft, geen haar van zijn hoofd zal ter aarde vallen; want met de hulp van Jahweh heeft hij ze heden bevochten! Zo werd Jonatan door het volk bevrijd, en hoefde hij niet te sterven.
46ซาอูล​เลิก​ไล่​ตาม​ชาว​ฟีลิสเตีย​และ​ยก​กลับ​ขึ้น​ไป ส่วน​พวก​เขา​ก็​กลับ​ไป​ดิน​แดน​ของ​ตน
46Saul staakte de achtervolging van de Filistijnen, en de Filistijnen trokken zich in hun woonplaatsen terug.
47เมื่อ​ซาอูล​ได้​ปกครอง​อิสราเอล​แล้ว เขา​รบ​กับ​ศัตรู​ทุก​ทิศทาง ทั้ง​โมอับ ชาว​อัมโมน เอโดม กษัตริย์​ทั้ง​หลาย​แห่ง​โศ​บาห์ และ​ชาว​ฟีลิสเตีย ไม่​ว่า​หัน​ไป​รบ​ทาง​ใด เขา​ก็​ชนะ
47Nadat Saul het koningschap over Israël had aanvaard, voerde hij krijg aan alle kanten tegen zijn vijanden: tegen Moab, tegen de Ammonieten, tegen Edom, tegen de koningen van Soba en tegen de Filistijnen; en wie hij ook aanviel, werd door hem overwonnen.
48เขา​รบ​อย่าง​กล้า​หาญ โจมตี​ชาว​อามาเลข​และ​ช่วย​อิสราเอล​ให้​พ้น​มือ​ผู้​ปล้น​สะดม
48Hij ontplooide zulk een kracht, dat hij zelfs Amalek versloeg, en Israël bevrijdde uit de macht van die het plunderden.
49ลูกชาย​ของ​ซาอูล​คือ​โยนาธาน อิชวี และ​มัลคีชูอา ลูกสาว​สอง​คน คน​โต​ชื่อ​เมรับ คน​น้อง​ชื่อ​มีคาล
49De zonen van Saul waren Jonatan, Jisjwi en Malkisjóea; de oudste zijner beide dochters heette Merab, de jongste Mikal.
50ภรรยา​ของ​ซาอูล​ชื่อ​อาหิโนอัม เป็น​บุตร​สาว​ของ​อาหิมาอัส แม่ทัพ​ของ​เขา​ชื่อ​อับเนอร์ เป็น​บุตร​ของ​เนอร์​ผู้​เป็น​ลุง​ของ​ซาอูล
50Zijn vrouw heette Achinóam, en was een dochter van Achimáas. Zijn legeroverste heette Abner, en was een zoon van Ner, den oom van Saul.
51คีช​เป็น​พ่อ​ของ​ซาอูล ส่วน​เนอร์​พ่อ​ของ​อับเนอร์​เป็น​บุตร​ของ​อาบีเอล
51Want Kisj, de vader van Saul, en Ner, de vader van Abner, waren zonen van Abiël.
52ซาอูล​ทำ​สงคราม​หนัก​กับ​ชาว​ฟีลิสเตีย​ตลอด​สมัย​ของ​เขา เมื่อ​เห็น​ชาย​แข็งแกร่ง​หรือ​กล้า​หาญ​คน​ใด ก็​นำ​เข้า​มา​รับ​ใช้​ตน
52Zolang Saul leefde, was het een harde strijd tegen de Filistijnen; en telkens als Saul een flinke kerel zag of een dapper held, verbond hij hem aan zijn dienst.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.