1 ซามูเอล 2
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ฮันนาห์อธิษฐานว่า “ใจของข้าพเจ้าชื่นชมยินดีในพระยาห์เวห์! เขาแห่งพลังของข้าพเจ้าได้รับการชูขึ้นในพระยาห์เวห์ ข้าพเจ้าพูดตอบศัตรูได้อย่างเต็มปาก เพราะข้าพเจ้าชื่นชมยินดีในความรอดที่พระองค์ประทาน
1Toen begon Channa te bidden: Mijn hart springt op om Jahweh, Mijn hoorn verheft zich om mijn God! Ik kan mijn vijanden te woord staan, Daar ik mij verblijd in uw hulp.
2ไม่มีใครบริสุทธิ์ศักดิ์สิทธิ์เหมือนพระยาห์เวห์ เพราะไม่มีใครนอกจากพระองค์ ไม่มีศิลาใดเหมือนพระเจ้าของเรา
2Niemand is heilig als Jahweh, Niemand een rots als onze God!
3“อย่าพูดโอ้อวดไม่หยุด อย่าให้คำเย่อหยิ่งออกจากปาก เพราะพระยาห์เวห์ทรงเป็นพระเจ้าผู้รอบรู้ พระองค์ทรงชั่งน้ำหนักการกระทำทั้งหลาย
3Zit niet voortdurend te zwetsen, Laat uit uw mond geen vermetelheid komen: Want Jahweh is een God, die alles kent; Door Hem worden de daden beproefd.
4“คันธนูของนักรบผู้เกรียงไกรถูกหัก แต่คนที่เคยล้มกลับมีกำลังเป็นอาวุธ
4De boog der sterken ligt geknakt, Maar zwakken zijn met kracht omgord;
5คนที่เคยอิ่มต้องรับจ้างทำงานเพื่อแลกขนมปัง แต่คนที่เคยอดอยากกลับอิ่มหนำ หญิงที่เคยเป็นหมันคลอดลูกถึงเจ็ดคน ส่วนหญิงที่มีลูกมากกลับอ่อนแรง
5Slempers verhuren zich om brood, De hongerigen houden op met werken; De kinderloze baart er zeven, Die kinderen had, is verlept.
6“พระยาห์เวห์ทรงทำให้ตายและให้มีชีวิต ทรงนำลงไปยังแดนคนตาย และทรงนำขึ้นมา
6Jahweh doet sterven en laat leven, Stuurt naar de onderwereld en haalt er uit op;
7พระยาห์เวห์ทรงทำให้ยากจนและมั่งมี ทรงกดให้ต่ำและยกให้สูง
7Jahweh maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, maar kan ook verheffen.
8ทรงยกคนยากไร้ขึ้นจากฝุ่นดิน ทรงพยุงคนขัดสนขึ้นจากกองมูลสัตว์ ให้นั่งร่วมกับเหล่าเจ้านาย และรับบัลลังก์อันรุ่งโรจน์เป็นมรดก เพราะเสาหลักของแผ่นดินโลกเป็นของพระยาห์เวห์ พระองค์ทรงวางโลกไว้บนเสาเหล่านั้น
8Uit het stof beurt Hij den zwakke op, Van de mesthoop haalt Hij den behoeftige weg, Om hun een plaats bij de vorsten te geven, En hun een erezetel te schenken. Want aan Jahweh behoren de zuilen der aarde: Daarop heeft Hij de aardschijf gegrondvest.
9พระองค์ทรงคุ้มครองย่างเท้าของคนที่เป็นของพระองค์ แต่คนชั่วจะถูกทำให้เงียบในความมืด เพราะไม่มีใครชนะได้ด้วยกำลังของตน
9De voeten zijner vromen beschermt Hij, Maar de bozen komen om in het duister. Niet op eigen kracht steunt de mens,
10ผู้ที่ต่อสู้กับพระยาห์เวห์จะถูกบดขยี้ พระองค์จะทรงส่งเสียงฟ้าร้องต่อสู้กับพวกเขาจากท้องฟ้า “พระยาห์เวห์จะทรงพิพากษาจนสุดปลายแผ่นดินโลก จะประทานกำลังแก่กษัตริย์ของพระองค์ และชูเขาของผู้ที่พระองค์ทรงเจิมขึ้น”
10Maar Jahweh vernietigt zijn vijand! De Allerhoogste brult uit de hemel, Jahweh oordeelt de grenzen der aarde; Hij geeft kracht aan zijn Koning, Hij verheft de hoorn van zijn Gezalfde!
11เอลคานาห์กลับบ้านที่รามาห์ ส่วนเด็กชายซามูเอลรับใช้พระยาห์เวห์อยู่ต่อหน้าเอลีปุโรหิต
11Daarop keerde Elkana terug naar zijn huis in Rama, terwijl het kind Jahweh bleef dienen onder het toezicht van den priester Eli.
12บุตรชายของเอลีเป็นคนชั่ว พวกเขาไม่รู้จักพระยาห์เวห์
12Nu waren de zonen van Eli echte Belialskinderen: ze bekommerden zich niet om Jahweh,
13เมื่อชาวอิสราเอลคนใดถวายเครื่องบูชา ปุโรหิตมีธรรมเนียมให้คนรับใช้ถือส้อมสามง่ามเข้ามาขณะกำลังต้มเนื้อ
13noch om het recht der priesters tegenover het volk. Wanneer iemand een offer bracht, dan kwam, terwijl men het vlees kookte, een knecht van den priester met een drietandige vork in zijn hand,
14เขาจะแทงส้อมลงในกระทะ กาต้ม หม้อใบใหญ่ หรือหม้ออย่างใดอย่างหนึ่ง เนื้อทุกชิ้นที่ส้อมเกี่ยวขึ้นมา ปุโรหิตจะเอาไว้เอง พวกเขาทำเช่นนี้กับชาวอิสราเอลทุกคนที่มาที่ชิโลห์
14prikte in de ketel, de pot, de pan of de schotel, en alles wat er aan de vork bleef hangen, behield de priester voor zich. Zo behandelden ze alle Israëlieten, die daar in Sjilo kwamen.
15ยิ่งกว่านั้น ก่อนเผาไขมัน คนรับใช้ของปุโรหิตจะมาบอกผู้ถวายเครื่องบูชาว่า “เอาเนื้อดิบมาให้ปุโรหิตย่าง เขาไม่รับเนื้อต้มจากคุณ”
15Of voordat men het vet had verbrand, kwam de knecht van den priester aan hem, die het offer bracht, zeggen: Geef het vlees maar hier, om het voor den priester te braden; hij wil van u geen gekookt, maar rauw vlees hebben.
16ถ้าคนนั้นตอบว่า “ขอให้เผาไขมันก่อน แล้วค่อยเอาเนื้อไปมากเท่าที่ต้องการ” คนรับใช้จะตอบว่า “ไม่ได้ ต้องให้เดี๋ยวนี้ ถ้าไม่ให้ ฉันจะใช้กำลังเอาไป”
16En als de man dan tegenwierp: Laat men nu eerst het vet verbranden, dan kunt ge krijgen zoveel ge wilt, dan zeide hij: Neen, nu moet ge het geven; anders neem ik het met geweld!
17บาปของชายหนุ่มเหล่านั้นร้ายแรงมากในสายพระเนตรพระยาห์เวห์ เพราะพวกเขาดูหมิ่นเครื่องบูชาของพระยาห์เวห์
17Dat was voor het aanschijn van Jahweh een zeer ernstig vergrijp van die knechten, omdat de mensen het offer van Jahweh gingen verachten.
18ส่วนซามูเอล แม้ยังเป็นเด็ก ก็รับใช้ต่อพระยาห์เวห์โดยสวมเอโฟดผ้าลินิน
18Intussen diende Samuël voor Jahweh’s aanschijn; als kleine jongen was hij reeds met een linnen borstkleed omgord.
19แม่ของเขาตัดเย็บเสื้อคลุมตัวเล็กให้และนำมาให้เขาทุกปี เมื่อนางมากับสามีเพื่อถวายเครื่องบูชาประจำปี
19Bovendien maakte zijn moeder elk jaar een manteltje voor hem, dat ze meebracht, als ze met haar man het jaarlijkse offer kwam brengen.
20เอลีอวยพรเอลคานาห์กับภรรยาว่า “ขอพระยาห์เวห์ประทานลูกหลาน จากหญิงคนนี้แก่ท่านแทนลูกที่นางทูลขอต่อพระยาห์เวห์” แล้วทั้งสองก็กลับบ้าน
20Dan zegende Eli Elkana met zijn vrouw, en zeide: Moge Jahweh u uit deze vrouw nog kinderen schenken als vergoeding voor het pand, dat ze aan Jahweh heeft afgestaan. Dan gingen ze weer naar hun woonplaats terug.
21พระยาห์เวห์ทรงดูแลฮันนาห์ นางตั้งครรภ์และคลอดลูกชายอีกสามคนกับลูกสาวสองคน ส่วนเด็กชายซามูเอลเติบโตขึ้นต่อพระพักตร์พระยาห์เวห์
21En werkelijk: Jahweh bezocht Channa; ze werd zwanger en bracht nog drie zonen en twee dochters ter wereld. Intussen groeide Samuël bij Jahweh op.
22เอลีชรามากแล้ว เขาได้ยินทุกเรื่องที่ลูกชายทำต่อชาวอิสราเอล รวมทั้งเรื่องที่พวกเขาหลับนอนกับหญิงที่รับใช้อยู่ตรงทางเข้าเต็นท์นัดพบ
22Toen Eli op zijn oude dag moest horen, hoe zijn zonen heel Israël behandelden, en hoe zij sliepen met de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingang van de openbaringstent
23เอลีจึงถามลูก ๆ ว่า “ทำไมพวกเจ้าทำเช่นนี้? พ่อได้ยินเรื่องชั่วที่พวกเจ้าทำจากคนเหล่านี้
23verweet hij hun: Waarom doet gij die slechte dingen, die ik van heel het volk heb vernomen?
24ลูกเอ๋ย เรื่องที่พ่อได้ยินไม่ดีเลย พวกเจ้าทำให้ประชาชนของพระยาห์เวห์ไม่เชื่อฟังพระองค์
24Neen, mijn zonen, ze zijn niet fraai, de verhalen, die ik het volk van Jahweh heb horen verspreiden.
25ถ้าคนหนึ่งทำบาปต่ออีกคน พระเจ้าจะทรงตัดสินเขา แต่ถ้าคนทำบาปต่อพระยาห์เวห์ ใครจะช่วยวิงวอนแทนเขาได้?” แต่ลูกชายทั้งสองไม่ฟังพ่อ เพราะพระยาห์เวห์ทรงตั้งพระทัยจะให้พวกเขาตาย
25Beledigt de ene mens den ander, dan zal God voor hem bemiddelen; maar als een mens tegen Jahweh opstaat, wie zal dan voor hem tussenbeide komen? Maar ze luisterden niet naar de waarschuwingen van hun vader; want Jahweh had besloten, hen te doden.
26ส่วนเด็กชายซามูเอลเติบโตขึ้น และเป็นที่โปรดปรานทั้งต่อพระยาห์เวห์และต่อผู้คน
26De jonge Samuël echter werd steeds groter en schoner, voor Jahweh zowel als voor de mensen.
27คนของพระเจ้าคนหนึ่งมาหาเอลีและกล่าวว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘เมื่อบรรพบุรุษของเจ้าอยู่ในอียิปต์เป็นทาสของราชวงศ์ฟาโรห์ เราได้สำแดงตัวแก่ครอบครัวบรรพบุรุษของเจ้าไม่ใช่หรือ?
27Eens kwam een godsman Eli zeggen: Zo spreekt Jahweh! Ik heb mij duidelijk geopenbaard aan uw voorvaderen, toen zij in Egypte slaven waren van Farao’s huis.
28เราเลือกเขาจากทุกเผ่าของอิสราเอลให้เป็นปุโรหิตของเรา ให้ขึ้นไปยังแท่นบูชาของเรา เผาเครื่องหอม และสวมเอโฟดต่อหน้าเรา เราให้เครื่องบูชาทั้งหมดที่ชาวอิสราเอลเผาถวายแก่ครอบครัวบรรพบุรุษของเจ้าไม่ใช่หรือ?
28Want uit alle stammen van Israël heb Ik hen uitverkoren als mijn priesters, om mijn altaar te bestijgen, om wierook te branden en voor mijn aanschijn het borstkleed te dragen. Bovendien stond Ik aan uws vaders huis alle vuuroffers van Israëls zonen af.
29แล้วทำไมพวกเจ้าจึงเหยียบย่ำเครื่องบูชาและเครื่องถวายของเราที่เราสั่งให้ถวายในที่ประทับของเรา? ทำไมเจ้าจึงยกย่องลูกชายมากกว่าเรา จนพวกเจ้าอ้วนพีด้วยส่วนที่ดีที่สุดจากเครื่องถวายทั้งหมดของชาวอิสราเอล ผู้เป็นประชากรของเรา?’
29Waarom zijt ge dan afgunstig op het offer en de gave, die Ik voor Mijzelf heb bestemd? Waarom stelt ge uw zonen boven Mij, door u te goed te doen aan het beste van al wat Israël Mij brengt?
30“ดังนั้นพระยาห์เวห์พระเจ้าของอิสราเอลจึงตรัสว่า ‘เราเคยกล่าวว่าครอบครัวของเจ้าและครอบครัวบรรพบุรุษของเจ้าจะรับใช้ต่อหน้าเราตลอดไป’ แต่บัดนี้พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘จะไม่เป็นเช่นนั้น! เพราะเราจะยกย่องผู้ที่ยกย่องเรา ส่วนผู้ที่ดูหมิ่นเราจะถูกสาปแช่ง
30Daarom, zegt Jahweh, Israëls God! Ik had plechtig verzekerd: Uw huis en het huis van uw vader zullen tot in eeuwigheid voor mijn aanschijn vertoeven. Maar nu zegt Jahweh: Dat zij verre van Mij! Want eert iemand Mij, dan vereer Ik hem; maar veracht iemand Mij, dan wordt hij veracht.
31วันเวลาจะมาถึง เมื่อเราจะตัดกำลังเจ้าและกำลังครอบครัวบรรพบุรุษของเจ้า จนไม่มีผู้ใดในครอบครัวเจ้ามีชีวิตถึงวัยชรา
31Zie, de dagen komen, dat Ik uw arm breek en die van uws vaders huis, zodat er geen grijsaard in uw familie zal zijn.
32เจ้าจะเห็นความทุกข์ที่เกิดแก่ที่ประทับของเรา ท่ามกลางความมั่งคั่งที่เราประทานแก่อิสราเอล จะไม่มีคนชราในครอบครัวเจ้าอีกตลอดไป
32Als een afgunstige toeschouwer zult ge het moeten aanzien, hoeveel goed Ik aan Israël doe; maar nooit zal er een grijsaard in uw familie zijn.
33ส่วนคนของเจ้าที่เราไม่ตัดออกจากแท่นบูชาของเรา จะทำให้เจ้ามองดูจนปวดร้าว และเสียใจอย่างหนัก ลูกหลานทุกคนในครอบครัวเจ้าจะตายเมื่อยังหนุ่ม
33Heel uw talrijke familie zal in de mannelijke leeftijd sterven, behalve één, dien Ik niet van mijn altaar zal verwijderen, om zijn ogen te laten verkwijnen en zijn geest te laten versmachten.
34สิ่งที่จะเกิดแก่โฮฟนีและฟีเนหัส ลูกชายทั้งสองของเจ้า จะเป็นหมายสำคัญแก่เจ้า คือทั้งสองจะตายในวันเดียวกัน
34En wat aan uw beide zonen, Chofni en Pinechas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op dezelfde dag zullen beiden sterven.
35เราจะตั้งปุโรหิตผู้ซื่อสัตย์ขึ้นเพื่อเรา เขาจะทำตามใจและความประสงค์ของเรา เราจะสร้างครอบครัวของเขาให้มั่นคง และเขาจะรับใช้ต่อหน้าผู้ที่เราเจิมไว้ตลอดไป
35Daarna zal Ik mij een betrouwbaar priester aanstellen; iemand die naar mijn wensen en bedoelingen handelt. Hem zal Ik een duurzaam huis bouwen, opdat hij altijd voor het aanschijn van mijn gezalfde vertoeven kan.
36ทุกคนที่เหลืออยู่ในครอบครัวเจ้าจะมาก้มกราบเขาเพื่อขอเงินสักเหรียญกับขนมปังสักก้อน และพูดว่า ‘โปรดให้ข้าพเจ้าได้ทำหน้าที่ปุโรหิตสักตำแหน่ง เพื่อจะมีขนมปังสักคำกิน’”’
36Wie dan nog van uw familie is overgebleven, zal hem op zijn knieën komen smeken om een dagloon en een stuk brood; en hij zal hem vragen: Laat mij toch een of andere priesterlijke functie bekleden, om een stuk brood te eten te hebben.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.