1 ซามูเอล 13
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ซาอูลอายุสามสิบปีเมื่อขึ้นเป็นกษัตริย์ และครองราชย์เหนืออิสราเอลสี่สิบสองปี
1Saul was 1 jaar oud, toen hij koning werd, en… jaar regeerde hij over Israël.
2ซาอูลคัดเลือกชายอิสราเอลสามพันคนไว้กับตน สองพันคนอยู่กับซาอูลที่มิคมาชและภูเขาเบธเอล อีกหนึ่งพันคนอยู่กับโยนาธานที่กิเบอาห์ในเบนยามิน ส่วนคนที่เหลือซาอูลส่งกลับเต็นท์ของตน
2Saul koos drieduizend Israëlieten uit, van wie er tweeduizend bij hem in Mikmas en het gebergte van Betel bleven, en duizend bij Jonatan in Giba van Benjamin; de rest van het volk stuurde hij naar zijn woonplaatsen terug.
3โยนาธานโจมตีกองทหารฟีลิสเตียที่ประจำอยู่ที่เกบา ชาวฟีลิสเตียได้ข่าว ซาอูลจึงให้เป่าแตรไปทั่วแผ่นดินพร้อมประกาศว่า “ให้ชาวฮีบรูได้ยิน!”
3Daar Jonatan den Filistijnsen stadhouder in Giba doodde, vernamen de Filistijnen, dat de Hebreën waren afgevallen en dat Saul over heel het land de krijgstrompet had doen blazen.
4ชาวอิสราเอลทั้งหมดได้ยินข่าวว่าซาอูลโจมตีกองทหารฟีลิสเตีย และอิสราเอลกลายเป็นที่รังเกียจของพวกเขา ประชาชนจึงมารวมตัวตามซาอูลที่กิลกาล
4Maar ook heel Israël hoorde, dat Saul den Filistijnsen stadhouder gedood had, en dat Israël zich de haat van de Filistijnen op de hals had gehaald; waarop het volk zich achter Saul en Jonatan in Gilgal schaarde.
5ชาวฟีลิสเตียรวมพลมาสู้กับอิสราเอล มีรถรบสามหมื่นคัน ทหารม้าหกพันคน และทหารจำนวนมากราวเม็ดทรายริมทะเล พวกเขาขึ้นมาตั้งค่ายที่มิคมาช ทางตะวันออกของเบธอาเวน
5Ook de Filistijnen verenigden zich tot de aanval op Israël; ze hadden drieduizend wagens, zesduizend ruiters, en een voetvolk zo talrijk als het zand aan het strand van de zee. Ze trokken uit, en sloegen hun kamp op bij Mikmas, ten oosten van Bet-Awen.
6เมื่อชาวอิสราเอลเห็นว่าตนตกอยู่ในความคับขัน พวกเขาก็ซ่อนตัวในถ้ำ พุ่มไม้ ซอกหิน สุสาน และหลุม
6De Israëlieten begrepen, dat het er slecht voor hen uitzag, en dat het volk het zwaar te verduren zou krijgen. Ze kropen weg in grotten, spelonken, rotsspleten, ravijnen en putten,
7ชาวฮีบรูบางคนข้ามแม่น้ำจอร์แดนไปยังดินแดนกาดและกิเลอาด ส่วนซาอูลยังอยู่ที่กิลกาล คนที่ติดตามเขาต่างตัวสั่นด้วยความกลัว
7of trokken de Jordaan-wedden over naar de landstreek Gad en Gilad. Saul bevond zich nog in Gilgal, ofschoon heel het volk uit angst van hem wegliep.
8ซาอูลรอเจ็ดวันตามเวลาที่ซามูเอลกำหนด แต่ซามูเอลไม่มาที่กิลกาล ประชาชนก็เริ่มแยกย้ายจากเขา
8Hij wachtte zeven dagen, volgens de termijn, die Samuël had gesteld. Maar toen Samuël niet in Gilgal kwam en het volk van hem wegliep,
9ซาอูลจึงสั่งว่า “เอาเครื่องบูชาเผาทั้งตัวกับเครื่องบูชาแห่งสันติมาให้ฉัน” แล้วเขาก็ถวายเครื่องบูชาเผาทั้งตัว
9beval Saul: Breng mij het brandoffer en de vredeoffers. En zelf droeg hij het brandoffer op.
10พอซาอูลถวายเสร็จ ซามูเอลก็มาถึง ซาอูลออกไปทักทายเขา
10Juist had hij het offer opgedragen, of daar kwam Samuël aan. Saul ging hem tegemoet, om hem te begroeten.
11ซามูเอลถามว่า “ท่านทำอะไรลงไป?” ซาอูลตอบว่า “ฉันเห็นประชาชนแยกย้ายจากฉัน ท่านก็ไม่มาตามวันที่กำหนดไว้ ขณะที่ชาวฟีลิสเตียรวมทัพกันที่มิคมาช
11Maar Samuël vroeg: Wat hebt ge gedaan? Saul antwoordde: Wel, ik bemerkte, dat het volk van mij wegliep. En daar gij niet op de afgesproken tijd kwaamt, en de Filistijnen zich naar Mikmas samentrokken,
12ฉันจึงคิดว่า ‘พวกฟีลิสเตียกำลังจะลงมาโจมตีฉันที่กิลกาล แต่ฉันยังไม่ได้ทูลขอความโปรดปรานจากพระยาห์เวห์’ ฉันเลยฝืนใจถวายเครื่องบูชาเผาทั้งตัว”
12dacht ik: Nu komen de Filistijnen op mij af naar Gilgal, nog eer ik Jahweh gunstig gestemd heb. Dus hakte ik de knoop maar door, en droeg zelf het offer op.
13ซามูเอลกล่าวกับซาอูลว่า “ท่านทำอย่างโง่เขลา ท่านไม่รักษาพระบัญชาที่พระยาห์เวห์พระเจ้าของท่านทรงสั่ง หากรักษา พระยาห์เวห์คงทรงตั้งราชอาณาจักรของท่านเหนืออิสราเอลให้มั่นคงตลอดไป
13Nu sprak Samuël tot Saul: Ge hebt dwaas gehandeld! Zo ge het bevel hadt volbracht, dat Jahweh, uw God, u had gegeven, dan had Jahweh thans uw koningschap over Israël voor altijd bevestigd.
14แต่บัดนี้ราชอาณาจักรของท่านจะไม่ดำรงอยู่ต่อไป พระยาห์เวห์ทรงหาชายที่ตรงตามพระทัยของพระองค์ และตั้งเขาเป็นผู้นำเหนือประชากร เพราะท่านไม่รักษาสิ่งที่พระยาห์เวห์ทรงสั่ง”
14Maar nu zal uw koningschap geen stand houden. Jahweh zal Zich iemand naar zijn hart zoeken en hem tot vorst over zijn volk aanstellen, omdat ge niet onderhouden hebt, wat Jahweh u had bevolen. En Samuël stond op, vertrok uit Gilgal, en ging zijns weegs.
15ซามูเอลลุกขึ้นจากกิลกาลไปยังกิเบอาห์แห่งเบนยามิน ซาอูลนับคนที่ยังอยู่กับเขาได้ราวหกร้อยคน
15Wat er van het volk was overgebleven, volgde Saul ten strijde. Toen zij te Giba van Benjamin waren gekomen, monsterde Saul het volk, dat zich bij hem bevond; het waren ongeveer zeshonderd man.
16ซาอูล โยนาธานบุตรชาย และคนที่อยู่กับทั้งสองพักอยู่ที่เกบาในเบนยามิน ส่วนชาวฟีลิสเตียตั้งค่ายที่มิคมาช
16Zo stonden dus Saul met zijn zoon Jonatan en het volk, dat zich bij hen bevond, te Giba van Benjamin, terwijl de Filistijnen bij Mikmas waren gelegerd.
17กองปล้นสะดมออกจากค่ายฟีลิสเตียเป็นสามกอง กองหนึ่งไปตามทางสู่ออฟราห์ในดินแดนชูอาล
17Intussen verlieten drie plunderende benden het kamp der Filistijnen. De ene trok in de richting van Ofra, naar het land Sjoeal;
18อีกกองไปทางเบธโฮโรน และกองที่สามไปตามทางชายแดนที่มองลงไปเห็นหุบเขาเศโบอิม มุ่งไปทางถิ่นทุรกันดาร
18de tweede in de richting van Bet-Choron; en de derde naar het grensgebied, dat over het Hyena-dal op de steppe uitziet.
19ในดินแดนอิสราเอลไม่มีช่างตีเหล็กเลย เพราะชาวฟีลิสเตียพูดว่า “อย่าให้ชาวฮีบรูทำดาบหรือหอกใช้เอง”
19Nu was er in heel het land Israël geen smid te vinden; want de Filistijnen hadden gezegd: De Hebreën moeten geen zwaarden of speren kunnen vervaardigen.
20ชาวอิสราเอลทุกคนจึงต้องลงไปหาชาวฟีลิสเตียเพื่อลับผาลไถ จอบ ขวาน และเคียวของตน
20Dus moest heel Israël zich tot de Filistijnen wenden, als men een ploeg, een houweel, een bijl of een sikkel te slijpen had.
21ค่าลับจอบ ผาลไถ คราด ขวาน และเหล็กปลายแหลมไล่วัว อย่างละหนึ่งปายิม
21En voor het scherpen van ploeg of houweel vroegen de Filistijnen een derde sikkel, en even zoveel voor het slijpen van bijlen of sikkels.
22ดังนั้นในวันรบ ไม่มีคนที่อยู่กับซาอูลและโยนาธานคนใดถือดาบหรือหอก มีเพียงซาอูลกับโยนาธานบุตรชายเท่านั้นที่มี
22Zo kwam het, dat in de veldslag bij Mikmas niemand van het volk, dat bij Saul en Jonatan was, een zwaard of een lans bezat; alleen Saul en zijn zoon Jonatan waren ermee gewapend.
23กองทหารชาวฟีลิสเตียออกไปยังช่องเขามิคมาช
23Een wachtpost der Filistijnen hield ook de bergpas van Mikmas bezet.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.