Spreuken 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1De wijn is een spotter, de drank luidruchtig; Onwijs is hij, die zich eraan te buiten gaat.
1شراب استهزا میکند و مسکرات عربده میآورد، و هرکه به آن فریفته شود حکیم نیست.
2Een toornig koning brult als een leeuw; Wie hem prikkelt, vergrijpt zich aan zichzelf.
2هیبت پادشاه مثل غرش شیر است، و هرکه خشم او را به هیجان آورد، بهجان خود خطامی ورزد.
3Het is een eer voor den mens, buiten twisten te blijven; Alleen dwazen zoeken ruzie.
3از نزاع دور شدن برای انسان عزت است، اماهر مرد احمق مجادله میکند.
4Als een luiaard in de herfst niet wil ploegen, Zoekt hij in de oogsttijd tevergeefs.
4مرد کاهل بهسبب زمستان شیار نمی کند، لهذا در موسم حصاد گدایی میکند و نمی یابد.
5Diep water is het, wat iemand bij zichzelf overlegt; Maar een verstandig mens weet het te putten.
5مشورت در دل انسان آب عمیق است، امامرد فهیم آن را میکشد.
6Velen worden vriendelijke mensen genoemd; Waar vindt men echter iemand, die betrouwbaar is?
6بسا کسانند که هر یک احسان خویش رااعلام میکنند، اما مرد امین را کیست که پیدا کند.
7Een deugdzaam mens, die onberispelijk wandelt: Ook na zijn dood gaat het zijn kinderen goed.
7مرد عادل که به کاملیت خود سلوک نماید، پسرانش بعد از او خجسته خواهند شد.
8De koning, die op zijn rechterstoel zit, Zift met zijn ogen al wat slecht is.
8پادشاهی که بر کرسی داوری نشیند، تمامی بدی را از چشمان خود پراکنده میسازد.
9Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart rein gehouden, Ik ben vrij van zonde?
9کیست که تواند گوید: «دل خود را طاهرساختم، و از گناه خویش پاک شدم.»
10Tweeërlei gewicht en tweeërlei maat: Jahweh heeft van beide een afschuw.
10سنگهای مختلف و پیمانه های مختلف، هر دوی آنها نزد خداوند مکروه است.
11Zelfs uit het gedrag van een kind kan men opmaken, Of zijn daden zuiver zijn en oprecht.
11طفل نیز از افعالش شناخته میشود، که آیااعمالش پاک و راست است یا نه.
12Een oor dat hoort, en een oog dat ziet: Jahweh heeft ze beide gemaakt.
12گوش شنوا و چشم بینا، خداوند هر دو آنهارا آفریده است.
13Wees niet verzot op slapen, anders wordt ge arm; Houd uw ogen open, en ge krijgt eten genoeg.
13خواب را دوست مدار مبادا فقیر شوی. چشمان خود را باز کن تا از نان سیر گردی.
14Slecht! Slecht! klaagt de koper; Maar als hij is weggegaan, gaat hij er groot op
14مشتری میگوید بد است، بد است، اماچون رفت آنگاه فخر میکند.
15Er is goud, er zijn veel juwelen, Maar het kostbaarst bezit zijn verstandige lippen.
15طلا هست و لعلها بسیار، اما لبهای معرفت جواهر گرانبها است.
16Ontneem hem zijn kleed, want hij bleef borg voor een ander; Eis een pand van hem, terwille van vreemden.
16جامه آنکس را بگیر که به جهت غریب ضامن است، و او را به رهن بگیر که ضامن بیگانگان است.
17Gestolen brood smaakt iemand wel goed, Maar achteraf heeft hij een mond vol zand.
17نان فریب برای انسان لذیذ است، اما بعد دهانش از سنگ ریزهها پر خواهد شد.
18Alleen door beraad komen plannen ten uitvoer; Voer dus de strijd met beleid.
18فکرها به مشورت محکم میشود، و باحسن تدبیر جنگ نما.
19Wie altijd maar babbelt, verraadt licht een geheim; Bemoei u dus niet met een praatvaar.
19کسیکه به نمامی گردش کند اسرار را فاش مینماید، لهذا با کسیکه لبهای خود را میگشایدمعاشرت منما.
20Als iemand zijn vader en moeder vervloekt, Gaat zijn lamp uit, wanneer de duisternis intreedt.
20هرکه پدر و مادر خود را لعنت کندچراغش در ظلمت غلیظ خاموش خواهد شد.
21Een bezit, te spoedig verkregen, Brengt tenslotte geen zegen.
21اموالی که اولا به تعجیل حاصل میشود، عاقبتش مبارک نخواهد شد.
22Zeg niet: Ik zal u het kwaad vergelden! Vertrouw op Jahweh; Hij zal u helpen.
22مگو که از بدی انتقام خواهم کشید، بلکه برخداوند توکل نما و تو را نجات خواهد داد.
23Tweeërlei gewicht is een gruwel voor Jahweh, Een valse weegschaal is kwaad.
23سنگهای مختلف نزد خداوند مکروه است، و ترازوهای متقلب نیکو نیست.
24Door Jahweh zijn de schreden der mensen bepaald; Hoe zou ook de mens zijn weg kunnen zien?
24قدمهای انسان از خداوند است، پس مردراه خود را چگونه بفهمد؟
25In de val loopt hij, die ijlings “Heilig” roept En eerst ná zijn geloften overlegt.
25شخصی که چیزی را به تعجیل مقدس میگوید، و بعد از نذر کردن استفسار میکند، دردام میافتد.
26Een wijs koning zift de bozen uit, En laat het rad over hen heengaan.
26پادشاه حکیم شریران را پراکنده میسازد وچوم را بر ایشان میگرداند.
27Jahweh slaat de geest der mensen gade En doorzoekt alle schuilhoeken der ziel.
27روح انسان، چراغ خداوند است که تمامی عمقهای دل را تفتیش مینماید.
28Liefde en trouw beschermen den koning, Op rechtvaardigheid stut hij zijn troon.
28رحمت و راستی پادشاه را محافظت میکند، و کرسی او به رحمت پایدار خواهد ماند.
29Het sieraad der jongemannen is hun kracht, Grijze haren zijn de pronk van de ouderdom.
29جلال جوانان قوت ایشان است، و عزت پیران موی سفید.
30Bloedige striemen polijsten het hart, Slagen de schuilhoeken der ziel.
30ضربهای سخت از بدی طاهر میکند وتازیانهها به عمق دل فرو میرود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.