Nehemia 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Bezegeld door den landvoogd Nehemias den zoon van Chakalja, en door Sidki-ja.
1簽名的是: 哈迦利亞 的兒子-省長 尼希米 ,和 西底家 ;
2Door Seraja, Azarja, Jirmeja,
2祭司: 西萊雅 、 亞撒利雅 、 耶利米 、
3Pasjchoer, Amarja, Malki-ja,
3巴施戶珥 、 亞瑪利雅 、 瑪基雅 、
4Chattoesj, Sjebanja, Malloek,
4哈突 、 示巴尼 、 瑪鹿 、
5Charim, Meremot, Obadja,
5哈琳 、 米利末 、 俄巴底亞 、
6Daniël, Ginneton, Baroek,
6但以理 、 近頓 、 巴錄 、
7Mesjoellam, Abi-ja, Mi-Jamin,
7米書蘭 、 亞比雅 、 米雅民 、
8Maäzja, Bilgai en Sjemaja; dit zijn de priesters.
8瑪西亞 、 璧該 、 示瑪雅 ;
9Door de levieten Jesjóea, den zoon van Azana; door Binnoej, uit de zonen van Chenadad, en Kadmiël,
9又有 利未 人,就是 亞散尼 的兒子 耶書亞 、 希拿達 的子孫 賓內 、 甲篾 ;
10met hun broeders Sjebanja, Hodi-ja, Kelita, Pelaja, Chanan,
10還有他們的弟兄 示巴尼 、 荷第雅 、 基利他 、 毗萊雅 、 哈難 、
11Mika, Rechob, Chasjabja,
11米迦 、 利合 、 哈沙比雅 、
12Zakkoer, Sjerebeja, Sjebanja,
12撒刻 、 示利比 、 示巴尼 、
13Hodija, Bani en Beninoe.
13荷第雅 、 巴尼 、 比尼努 ;
14Door de volkshoofden Parosj, Pachat-Moab, Elam, Zattoe, Bani,
14又有民的首領,就是 巴錄 、 巴哈‧摩押 、 以攔 、 薩土 、 巴尼 、
15Boenni, Azgad, Bebai,
15布尼 、 押甲 、 比拜 、
16Adoni-ja, Bigwai, Adin,
16亞多尼雅 、 比革瓦伊 、 亞丁 、
17Ater, Chizki-ja, Azzoer,
17亞特 、 希西家 、 押朔 、
18Hodi-ja, Chasjoem, Besai,
18荷第雅 、 哈順 、 比賽 、
19Charif, Anatot, Nebai,
19哈拉 、 亞拿突 、 尼拜 、
20Magpiasj, Mesjoellam, Chezir,
20抹比押 、 米書蘭 、 希悉 、
21Mesjezabel, Sadok, Jaddóea,
21米示薩別 、 撒督 、 押杜亞 、
22Pelatja, Chanan, Anaja,
22毗拉提 、 哈難 、 亞奈雅 、
23Hosjéa, Chananja, Chassjoeb,
23何細亞 、 哈拿尼雅 、 哈述 、
24Hallochesj, Pilcha, Sjobek,
24哈羅黑 、 毗利哈 、 朔百 、
25Rechoem, Chasjabna, Maäseja,
25利宏 、 哈沙拿 、 瑪西雅 、
26Achi-ja, Chanan, Anan,
26亞希雅 、 哈難 、 亞難 、
27Malloek, Charim en Baäna.
27瑪鹿 、 哈琳 、 巴拿 。
28Het gewone volk, de priesters, levieten, poortwachters, zangers en tempelknechten, allen, die zich hebben afgezonderd van de landsbevolking en zich hebben aangesloten bij de Wet van God, met hun vrouwen, zonen en dochters, voor zover zij tot de jaren van verstand zijn gekomen,
28其餘的民、祭司、 利未 人、守門的、歌唱的、尼提寧,和一切離絕鄰邦居民歸服上帝律法的,並他們的妻子、兒女,凡有知識能明白的,
29in overeenstemming met hun broeders, de adel: zijn overeengekomen onder vloek en eed, te leven naar de Wet van God, die Hij ons heeft gegeven door Moses, Gods dienaar, en nauwgezet alle geboden, voorschriften en instellingen van Jahweh, onzen Heer, te onderhouden.
29都隨從他們貴冑的弟兄,發咒起誓,必遵行上帝藉他僕人 摩西 所傳的律法,謹守遵行耶和華-我們主的一切誡命、典章、律例;
30Verder, dat wij onze dochters niet aan de landsbevolking zullen geven, en hun dochters niet voor onze zonen zullen nemen.
30並不將我們的女兒嫁給這地的居民,也不為我們的兒子娶他們的女兒。
31Dat wij op sabbat of feestdag van de landsbevolking geen waren of koren zullen kopen, als zij die op de sabbat ter markt brengt. Dat wij in het zevende jaar afstand zullen doen van de oogst en van iedere schuldvordering.
31這地的居民若在安息日,或甚麼聖日,帶了貨物或糧食來賣給我們,我們必不買。每逢第七年必不耕種,凡欠我們債的必不追討。
32Verder, dat wij de verplichting op ons nemen, jaarlijks een derde sikkel te geven voor de eredienst in het huis van onzen God:
32我們又為自己定例,每年各人捐銀一舍客勒三分之一,為我們上帝殿的使用,
33voor het toonbrood, het dagelijks spijs- en brandoffer, voor de offers op sabbat, nieuwe maan en hoogfeest, voor het dank- en zondeoffer, om verzoening voor Israël te verkrijgen, en voor de verdere dienst in het huis van God.
33就是為陳設餅、常獻的素祭,和燔祭,安息日、月朔、節期所獻的與聖物,並 以色列 人的贖罪祭,以及我們上帝殿裏一切的費用。
34Dat wij, priesters, levieten en volk, het lot zullen werpen, om jaarlijks op vaste tijden in familiegroepen hout te leveren en naar het huis van God te brengen tot brandstof op het altaar van Jahweh, onzen God, zoals het in de Wet is bepaald.
34我們的祭司、 利未 人,和百姓都掣籤,看每年是哪一族按定期將 獻祭的 柴奉到我們上帝的殿裏,照着律法上所寫的,燒在耶和華-我們上帝的壇上。
35Verder, dat wij de eerstelingen van onze akker en de eerstelingen van al onze vruchtbomen jaarlijks naar het huis van Jahweh zullen brengen.
35又定每年將我們地上初熟的土產和各樣樹上初熟的果子都奉到耶和華的殿裏。
36Dat wij de eerstgeborenen van onze zonen en van ons lastvee, zoals in de Wet is bepaald, met de eerstgeborenen van onze runderen en schapen naar het huis van onzen God zullen brengen voor de priesters, die dienst verrichten in het huis van onzen God.
36又照律法上所寫的,將我們頭胎的兒子和首生的牛羊都奉到我們上帝的殿,交給我們上帝殿裏供職的祭司;
37Dat wij voor de priesters de keur van ons meel, van onze hefoffers, van alle boomvruchten, van most en olie naar de kamers van het huis van onzen God zullen brengen, en voor de levieten de tienden van onze akker. Dat de levieten de tienden in al onze landbouwplaatsen zullen innen,
37並將初熟之麥子所磨的麵和舉祭、各樣樹上 初熟 的果子、新酒與油奉給祭司,收在我們上帝殿的庫房裏,把我們地上所產的十分之一奉給 利未 人,因 利未 人在我們一切城邑的土產中當取十分之一。
38maar dat de priester, de zoon van Aäron, bij de levieten zal zijn, als zij de tienden ophalen. Dat de levieten het tiende deel van de tienden naar het huis van onzen God zullen brengen in de kamers van de opslagplaats.
38利未 人取十分之一的時候, 亞倫 的子孫中,當有一個祭司與 利未 人同在。 利未 人也當從十分之一中取十分之一,奉到我們上帝殿的屋子裏,收在庫房中。
39Dat de kinderen Israëls en de zonen van Levi het hefoffer aan koren, most en olie naar die kamers zullen brengen, waar de vaten voor het heiligdom, voor de dienstdoende priesters en voor de poortwachters en zangers zijn. Dat wij ook het huis van onzen God niet zullen verwaarlozen.
39以色列 人和 利未 人要將五穀、新酒,和油為舉祭,奉到收存聖所器皿的屋子裏,就是供職的祭司、守門的、歌唱的所住的屋子。這樣,我們就不離棄我們上帝的殿。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.