Lucas 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Intussen begon het feest der ongedesemde broden te naderen, dat Pasen heet.
1除酵節(又名逾越 節 )近了。
2En de opperpriesters en schriftgeleerden zochten naar een middel, om Hem te doden; want ze waren bang voor het volk.
2祭司長和文士想法子怎麼才能殺害耶穌,是因他們懼怕百姓。
3Toen voer de satan in Judas, Iskáriot geheten, een van het twaalftal;
3這時,撒但入了那稱為 加略 人 猶大 的心;他本是十二門徒裏的一個。
4en hij ging met de opperpriesters en bevelhebbers overleggen, hoe hij Hem aan hen zou overleveren.
4他去和祭司長並守殿官商量,怎麼可以把耶穌交給他們。
5Ze waren verheugd, en kwamen overeen, hem geld te geven.
5他們歡喜,就約定給他銀子。
6Hij stemde toe, en zocht dus naar een gelegenheid, om Hem zonder volksoploop aan hen over te leveren.
6他應允了,就找機會,要趁眾人不在跟前的時候把耶穌交給他們。
7Toen nu de dag der ongedesemde broden was gekomen, waarop het Pascha moest worden geofferd,
7除酵 節 ,須宰逾越 羊羔 的那一天到了。
8stuurde Hij Petrus en Johannes heen, en zeide: Gaat voor ons het paasmaal bereiden, opdat we het eten.
8耶穌打發 彼得 、 約翰 ,說:「你們去為我們預備逾越 節的筵席 ,好叫我們吃。」
9Ze zeiden Hem: Waar wilt Gij, dat we het bereiden?
9他們問他說:「要我們在哪裏預備?」
10Hij zei hun: Zie, als gij de stad binnengaat, zult gij een man tegenkomen, die een kruik water draagt; volgt hem in het huis, waar hij ingaat,
10耶穌說:「你們進了城,必有人拿着一瓶水迎面而來,你們就跟着他,到他所進的房子裏去,
11en zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt u: Waar is de zaal, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden?
11對那家的主人說:『夫子說:客房在哪裏?我與門徒好在那裏吃逾越 節的筵席 。』
12En hij zal u een grote opperzaal aanwijzen, van alles voorzien; maakt daar alles gereed.
12他必指給你們擺設整齊的一間大樓,你們就在那裏預備。」
13Ze gingen heen, en vonden het, zoals Hij het hun had gezegd; en ze maakten het paasmaal gereed.
13他們去了,所遇見的正如耶穌所說的;他們就預備了逾越 節的筵席 。
14Op de vastgestelde tijd ging Hij aanliggen aan tafel, en de twaalf apostelen met Hem.
14時候到了,耶穌坐席,使徒也和他同坐。
15En Hij sprak tot hen: Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten.
15耶穌對他們說:「我很願意在受害以先和你們吃這逾越 節的筵席 。
16Want Ik zeg u, dat Ik het niet meer zal eten, vóór het zijn vervulling bereikt in het koninkrijk Gods.
16我告訴你們,我不 再 吃 這筵席 ,直到成就在上帝的國裏。」
17Toen nam Hij een kelk, sprak het dankgebed uit, en zeide: Neemt en verdeelt hem onder elkander.
17耶穌接過杯來,祝謝了,說:「你們拿這個,大家分着喝。
18Want Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik de vrucht van de wijnstok niet meer drinken, totdat het koninkrijk Gods is gekomen.
18我告訴你們,從今以後,我不再喝這葡萄汁,直等上帝的國來到。」
19Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot mijne gedachtenis.
19又拿起餅來,祝謝了,就擘開,遞給他們,說:「這是我的身體,為你們捨的,你們也應當如此行,為的是記念我。」
20Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten.
20飯後也照樣拿起杯來,說:「這杯是用我血所立的新約,是為你們流出來的。
21Zie, de hand van hem, die Mij verraadt, is met Mij op de tafel.
21看哪, 那賣我之人的手與我一同在桌子上。
22De Mensenzoon gaat wel heen, zoals het is vastgesteld; maar wee dien mens, door wien Hij wordt verraden.
22人子固然要照所預定的去世,但賣人子的人有禍了!」
23Toen begonnen ze onder elkander te vragen, wie van hen het toch zijn kon, die dat zou doen.
23他們就彼此對問,是哪一個要做這事。
24Nog ontstond er een twist onder hen, wie van hen als de eerste gold.
24門徒起了爭論,他們中間哪一個可算為大。
25Maar Hij zeide hun: De koningen der volken heersen over hen, en die het gezag over hen voeren, laten zich weldoeners noemen.
25耶穌說:「外邦人有君王為主治理他們,那掌權管他們的稱為恩主。
26Zo moet het niet zijn onder u; maar de grootste onder u moet als de jongste zijn, en wie aan het hoofd staat, als een die dient!
26但你們不可這樣;你們裏頭為大的,倒要像年幼的,為首領的,倒要像服事人的。
27Wie toch is groter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet, die aan tafel ligt? Welnu, Ik ben onder u als de dienaar.
27是誰為大?是坐席的呢?是服事人的呢?不是坐席的大嗎?然而,我在你們中間如同服事人的。
28Gij zijt Mij trouw gebleven bij mijn beproevingen.
28我在磨煉之中,常和我同在的就是你們。
29Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:
29我將國賜給你們,正如我父賜給我一樣,
30dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.
30叫你們在我國裏,坐在我的席上吃喝,並且坐在寶座上,審判 以色列 十二個支派。」
31Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen willen ziften als tarwe.
31主又說 :「 西門 ! 西門 !撒但想要得着你們,好篩你們像篩麥子一樣;
32Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken; en gij, wanneer ge u bekeerd hebt, bevestig dan uw broeders.
32但我已經為你祈求,叫你不至於失了信心。你回頭以後,要堅固你的弟兄。」
33Hij zei Hem: Heer, ik ben bereid, met U zelfs kerker en dood in te gaan.
33彼得 說:「主啊,我就是同你下監,同你受死,也是甘心!」
34Maar Hij sprak: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, voordat ge driemaal geloochend hebt, Mij te kennen.
34耶穌說:「 彼得 ,我告訴你,今日雞還沒有叫,你要三次說不認得我。」
35Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets.
35耶穌又對他們說:「我差你們出去的時候,沒有錢囊,沒有口袋,沒有鞋,你們缺少甚麼沒有?」他們說:「沒有。」
36Hij ging voort: Maar nu, wie een beurs heeft, moet ze meenemen, en ook zijn reiszak; en wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen.
36耶穌說:「但如今有錢囊的可以帶着,有口袋的也可以帶着,沒有刀的要賣衣服買刀。
37Want Ik zeg u: Ook dit Schriftwoord moet aan Mij worden vervuld: “En Hij is onder de misdadigers gerekend”. Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.
37我告訴你們, 經上 寫着說:『他被列在罪犯之中。』這話必應驗在我身上,因為那關係我的事必然成就。」
38Ze zeiden: Heer, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zei hun: Genoeg.
38他們說:「主啊,請看!這裏有兩把刀。」耶穌說:「夠了。」
39Nu ging Hij naar buiten, en begaf Zich volgens gewoonte naar de Olijfberg; ook zijn leerlingen gingen met Hem mee.
39耶穌出來,照常往 橄欖山 去,門徒也跟隨他。
40Daar aangekomen, sprak Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in bekoring komt.
40到了那地方,就對他們說:「你們要禱告,免得入了迷惑。」
41Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp ver, viel op zijn knieën neer,
41於是離開他們約有扔一塊石頭那麼遠,跪下禱告,
42en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.
42說:「父啊!你若願意,就把這杯撤去;然而,不要成就我的意思,只要成就你的意思。」
43Toen verscheen Hem een engel uit de hemel, die Hem sterkte.
43有一位天使從天上顯現,加添他的力量。
44En door doodsangst bevangen, bad Hij nog vuriger, en zijn zweet droop als bloeddruppels neer op de grond.
44耶穌極其傷痛,禱告更加懇切,汗珠如大血點滴在地上。
45Toen Hij opstond van zijn gebed, en naar de leerlingen ging, vond Hij ze van droefheid in slaap.
45禱告完了,就起來,到門徒那裏,見他們因為憂愁都睡着了,
46Hij zeide hun: Hoe kunt gij slapen? Staat op, en bidt, dat gij niet in bekoring komt.
46就對他們說:「你們為甚麼睡覺呢?起來禱告,免得入了迷惑!」
47Terwijl Hij nog sprak, zie daar kwam een bende aan; en één van de twaalf, Judas genaamd, ging voor hen uit, en trad op Jesus toe, om Hem te kussen.
47說話之間,來了許多人。那十二個門徒裏名叫 猶大 的,走在前頭,就近耶穌,要與他親嘴。
48Jesus zei hem: Judas, verraadt ge den Mensenzoon met een kus?
48耶穌對他說:「 猶大 !你用親嘴 的暗號 賣人子嗎?」
49Toen zij, die bij Hem waren, zagen wat er gebeuren ging, zeiden ze Hem: Heer, willen we met het zwaard er op inslaan?
49左右的人見光景不好,就說:「主啊!我們拿刀砍可以不可以?」
50En één van hen trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af.
50內中有一個人把大祭司的僕人砍了一刀,削掉了他的右耳。
51Maar Jesus gaf ten antwoord: Houdt op; genoeg! Hij raakte het oor aan, en genas het.
51耶穌說:「到了這個地步,由他們吧!」就摸那人的耳朵,把他治好了。
52Nu sprak Jesus tot de opperpriesters, de bevelhebbers van de tempel en de oudsten, die op Hem waren afgekomen: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken.
52耶穌對那些來拿他的祭司長和守殿官並長老說:「你們帶着刀棒出來拿我,如同拿強盜嗎?
53Dag aan dag was Ik bij u in de tempel, en gij hebt geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur, en dit is de macht der duisternis.
53我天天同你們在殿裏,你們不下手拿我。現在卻是你們的時候,黑暗掌權了。」
54Toen namen ze Hem gevangen, en voerden Hem weg naar het huis van den hogepriester, terwijl Petrus van verre bleef volgen.
54他們拿住耶穌,把他帶到大祭司的宅裏。 彼得 遠遠地跟着。
55Toen ze nu op de binnenhof vuur hadden ontstoken, en er omheen waren gaan zitten, nam ook Petrus onder hen plaats.
55他們在院子裏生了火,一同坐着; 彼得 也坐在他們中間。
56Een der dienstmeisjes zag hem in het licht zitten; ze keek hem aan, en zeide: Ook deze hier was bij Hem.
56有一個使女看見 彼得 坐在 火 光裏,就定睛看他,說:「這個人素來也是同那人一夥的。」
57Maar hij loochende het, en sprak: Vrouw, ik ken Hem niet.
57彼得 卻不承認,說:「女子,我不認得他。」
58Kort daarop zag hem iemand anders, en zeide: Ook gij zijt een van hen. Maar Petrus sprak: Neen man; dat ben ik niet.
58過了不多的時候,又有一個人看見他,說:「你也是他們一黨的。」 彼得 說:「你這個人!我不是。」
59Ongeveer een uur later verzekerde een ander: Ja toch; ook deze hier was met Hem; want ook hij is een Galileër.
59約過了一小時,又有一個人極力地說:「他實在是同那人一夥的,因為他也是 加利利 人。」
60Petrus sprak: Man, ik begrijp niet, wat ge zegt. Op hetzelfde ogenblik, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan.
60彼得 說:「你這個人!我不曉得你說的是甚麼!」正說話之間,雞就叫了。
61En de Heer keerde Zich om, en zag Petrus aan. Toen dacht Petrus aan het woord van den Heer, en hoe Hij hem had gezegd: Eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochenen.
61主轉過身來看 彼得 , 彼得 便想起主對他所說的話:「今日雞叫以先,你要三次不認我。」
62En hij ging naar buiten, en weende bitter.
62他就出去痛哭。
63De mannen, die Jesus bewaakten, bespotten en mishandelden Hem:
63看守耶穌的人戲弄他,打他,
64ze blinddoekten Hem, en vroegen Hem dan: Profeteer, wie U geslagen heeft?
64又蒙着他的眼,問他說:「你是先知,告訴我們打你的是誰?」
65En ze beten Hem veel andere scheldwoorden toe.
65他們還用許多別的話辱罵他。
66Toen het dag was geworden, kwam de Raad van het volk, opperpriesters en schriftgeleerden bijeen; ze lieten Hem voor hun rechtbank brengen, en zeiden: Zo Gij de Christus zijt, zeg het ons dan.
66天一亮,民間的眾長老連祭司長帶文士都聚會, 把耶穌帶到他們的公會裏,
67Hij sprak tot hen: Wanneer Ik u iets zeg, gelooft gij het niet;
67說:「你若是基督,就告訴我們。」耶穌說:「我若告訴你們,你們也不信;
68en wanneer Ik u iets vraag, dan antwoordt gij niet.
68我若問你們,你們也不回答。
69Maar van nu af aan zal de Mensenzoon zijn gezeten aan de rechterhand van de kracht Gods.
69從今以後,人子要坐在上帝權能的右邊。」
70Nu zeiden allen: Gij zijt dus de Zoon van God? Hij sprak tot hen: Gij zegt het; Ik ben het.
70他們都說:「這樣,你是上帝的兒子嗎?」耶穌說:「你們所說的是。」
71Toen zeiden ze: Wat hebben we nog getuigenis nodig? We hebben het zelf uit zijn eigen mond gehoord.
71他們說:「何必再用見證呢?他親口所說的,我們都親自聽見了。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.