Lucas
Chapter 22
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Intussen begon het feest der ongedesemde broden te naderen, dat Pasen heet.
1เทศกาล​ขนมปัง​ไร้เชื้อ ซึ่ง​เรียก​ว่า​ปัสกา กำลัง​ใกล้​เข้า​มา
2En de opperpriesters en schriftgeleerden zochten naar een middel, om Hem te doden; want ze waren bang voor het volk.
2หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​พวก​อาลักษณ์​หา​ทาง​ฆ่า​พระองค์ เพราะ​พวกเขา​กลัว​ประชาชน
3Toen voer de satan in Judas, Iskáriot geheten, een van het twaalftal;
3ซาตาน​เข้า​ไป​ใน​ยูดาส ผู้​ที่​เรียก​ว่า​อิสคาริโอท ซึ่ง​เป็น​หนึ่ง​ใน​สิบสอง​คน
4en hij ging met de opperpriesters en bevelhebbers overleggen, hoe hij Hem aan hen zou overleveren.
4เขา​ไป​หารือ​กับ​หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​หัวหน้า​เจ้าหน้าที่​พระวิหาร ถึง​วิธี​ที่​จะ​มอบ​พระองค์​ให้​พวกเขา
5Ze waren verheugd, en kwamen overeen, hem geld te geven.
5พวกเขา​ดีใจ และ​ตกลง​จะ​ให้​เงิน​แก่​เขา
6Hij stemde toe, en zocht dus naar een gelegenheid, om Hem zonder volksoploop aan hen over te leveren.
6ยูดาส​ตกลง และ​หา​โอกาส​จะ​มอบ​พระองค์​ให้​พวกเขา​ใน​เวลา​ที่​ไม่​มี​ฝูงชน
7Toen nu de dag der ongedesemde broden was gekomen, waarop het Pascha moest worden geofferd,
7วัน​เทศกาล​ขนมปัง​ไร้เชื้อ​มาถึง ซึ่ง​เป็น​วัน​ที่​ต้อง​ถวาย​เครื่องบูชา​ปัสกา
8stuurde Hij Petrus en Johannes heen, en zeide: Gaat voor ons het paasmaal bereiden, opdat we het eten.
8พระเยซู​ส่ง​เปโตร​กับ​ยอห์น​ไป พร้อม​กับ​กล่าว​ว่า “จง​ไป​เตรียม​ปัสกา​ให้​พวกเรา​รับประทาน”
9Ze zeiden Hem: Waar wilt Gij, dat we het bereiden?
9พวกเขา​ถาม​พระองค์​ว่า “ท่าน​ต้องการ​ให้​พวกเรา​เตรียม​ที่​ไหน?”
10Hij zei hun: Zie, als gij de stad binnengaat, zult gij een man tegenkomen, die een kruik water draagt; volgt hem in het huis, waar hij ingaat,
10พระองค์​ตอบ​ว่า “เมื่อ​พวกคุณ​เข้า​ไป​ใน​เมือง จะ​มี​ชาย​คน​หนึ่ง​ถือ​เหยือก​น้ำ​มา​พบ​พวกคุณ จง​ตาม​เขา​เข้า​ไป​ใน​บ้าน​ที่​เขา​เข้า
11en zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt u: Waar is de zaal, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden?
11แล้ว​บอก​เจ้าของบ้าน​ว่า ‘อาจารย์​ถาม​ท่าน​ว่า “ห้อง​รับ​แขก​ที่​เรา​จะ​รับประทาน​ปัสกา​กับ​สาวก​ของ​เรา​อยู่​ที่​ไหน?”’
12En hij zal u een grote opperzaal aanwijzen, van alles voorzien; maakt daar alles gereed.
12เขา​จะ​พา​พวกคุณ​ไป​ดู​ห้อง​ใหญ่​ชั้นบน ซึ่ง​จัด​เครื่องเรือน​ไว้​แล้ว จง​เตรียม​ที่​นั่น”
13Ze gingen heen, en vonden het, zoals Hij het hun had gezegd; en ze maakten het paasmaal gereed.
13พวกเขา​ไป และ​พบ​ทุกสิ่ง​ตาม​ที่​พระเยซู​บอก แล้ว​ก็​เตรียม​ปัสกา
14Op de vastgestelde tijd ging Hij aanliggen aan tafel, en de twaalf apostelen met Hem.
14เมื่อ​ถึง​เวลา พระองค์​นั่งลง​ร่วม​โต๊ะ​กับ​อัครทูต​ทั้ง​สิบสอง​คน
15En Hij sprak tot hen: Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten.
15พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​ปรารถนา​อย่าง​ยิ่ง​ที่​จะ​รับประทาน​ปัสกา​นี้​กับ​พวกคุณ​ก่อน​ที่​เรา​จะ​ทนทุกข์
16Want Ik zeg u, dat Ik het niet meer zal eten, vóór het zijn vervulling bereikt in het koninkrijk Gods.
16เพราะ​เรา​บอก​พวกคุณ​ว่า เรา​จะ​ไม่​รับประทาน​ปัสกา​นี้​อีก​เลย จนกว่า​ปัสกา​นี้​จะ​สำเร็จ​ใน​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า”
17Toen nam Hij een kelk, sprak het dankgebed uit, en zeide: Neemt en verdeelt hem onder elkander.
17พระองค์​รับ​ถ้วย และ​เมื่อ​กล่าว​ขอบพระคุณ​แล้ว ก็​กล่าว​ว่า “จง​รับ​ถ้วย​นี้​ไป และ​แบ่ง​กัน​ดื่ม
18Want Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik de vrucht van de wijnstok niet meer drinken, totdat het koninkrijk Gods is gekomen.
18เพราะ​เรา​บอก​พวกคุณ​ว่า ตั้งแต่​นี้​ไป เรา​จะ​ไม่​ดื่ม​จาก​ผล​ของ​เถาองุ่น​อีก จนกว่า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​จะ​มา”
19Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot mijne gedachtenis.
19พระองค์​หยิบ​ขนมปัง กล่าว​ขอบพระคุณ แล้ว​หัก​และ​ส่ง​ให้​พวกเขา พร้อม​กับ​กล่าว​ว่า “นี่​คือ​กาย​ของ​เรา ซึ่ง​มอบ​ให้​เพื่อ​พวกคุณ จง​ทำ​เช่นนี้​เพื่อ​ระลึก​ถึง​เรา”
20Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten.
20หลัง​อาหาร​ค่ำ พระองค์​หยิบ​ถ้วย​เช่นเดียวกัน และ​กล่าว​ว่า “ถ้วย​นี้​คือ​พันธสัญญา​ใหม่​ใน​โลหิต​ของ​เรา ซึ่ง​หลั่ง​ออก​เพื่อ​พวกคุณ
21Zie, de hand van hem, die Mij verraadt, is met Mij op de tafel.
21แต่​มือ​ของ​คน​ที่​ทรยศ​เรา​อยู่​บน​โต๊ะ​กับ​เรา
22De Mensenzoon gaat wel heen, zoals het is vastgesteld; maar wee dien mens, door wien Hij wordt verraden.
22บุตรมนุษย์​จะ​ไป​ตาม​ที่​กำหนด​ไว้ แต่​วิบัติ​แก่​คน​ที่​ทรยศ​พระองค์!”
23Toen begonnen ze onder elkander te vragen, wie van hen het toch zijn kon, die dat zou doen.
23พวกเขา​จึง​เริ่ม​ถาม​กัน​ว่า​ใคร​ใน​พวกเขา​จะ​ทำ​สิ่ง​นี้
24Nog ontstond er een twist onder hen, wie van hen als de eerste gold.
24แล้ว​ก็​เกิด​การ​โต้เถียง​กัน​ใน​หมู่​พวกเขา​ว่า​ใคร​ใน​พวกเขา​นับ​ว่า​ยิ่งใหญ่​ที่สุด
25Maar Hij zeide hun: De koningen der volken heersen over hen, en die het gezag over hen voeren, laten zich weldoeners noemen.
25พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “กษัตริย์​ของ​บรรดา​ชนชาติ​ปกครอง​พวกเขา​อย่าง​เป็น​เจ้านาย และ​คน​ที่​มี​อำนาจ​เหนือ​พวกเขา​ก็​ได้​ชื่อ​ว่า ‘ผู้​มี​พระคุณ’
26Zo moet het niet zijn onder u; maar de grootste onder u moet als de jongste zijn, en wie aan het hoofd staat, als een die dient!
26แต่​พวกคุณ​อย่า​เป็น​เช่นนั้น คน​ที่​ยิ่งใหญ่​ที่สุด​ใน​พวกคุณ​จง​เป็น​เหมือน​คน​ที่​อ่อนวัย​กว่า และ​คน​ที่​เป็น​ผู้นำ​จง​เป็น​เหมือน​คน​ที่​รับใช้
27Wie toch is groter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet, die aan tafel ligt? Welnu, Ik ben onder u als de dienaar.
27เพราะ​ใคร​ยิ่งใหญ่​กว่า คน​ที่​นั่ง​ร่วม​โต๊ะ หรือ​คน​ที่​รับใช้? ไม่​ใช่​คน​ที่​นั่ง​ร่วม​โต๊ะ​หรือ? แต่​เรา​อยู่​ท่ามกลาง​พวกคุณ​เหมือน​คน​ที่​รับใช้
28Gij zijt Mij trouw gebleven bij mijn beproevingen.
28“พวกคุณ​คือ​คน​ที่​อยู่​กับ​เรา​ตลอด​การ​ทดลอง​ต่าง ๆ ของ​เรา
29Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:
29เรา​มอบ​อาณาจักร​แก่​พวกคุณ เช่นเดียวกับ​ที่​พระบิดา​ของ​เรา​มอบ​อาณาจักร​แก่​เรา
30dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.
30เพื่อ​พวกคุณ​จะ​ได้​กิน​และ​ดื่ม​ที่​โต๊ะ​ของ​เรา​ใน​อาณาจักร​ของ​เรา และ​พวกคุณ​จะ​นั่ง​บน​บัลลังก์ พิพากษา​อิสราเอล​ทั้ง​สิบสอง​เผ่า”
31Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen willen ziften als tarwe.
31องค์พระผู้เป็นเจ้า​กล่าว​ว่า “ซีโมน ซีโมน ซาตาน​ขอ​พวกคุณ​ทุกคน​ไว้ เพื่อ​จะ​ร่อน​พวกคุณ​เหมือน​ข้าวสาลี
32Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken; en gij, wanneer ge u bekeerd hebt, bevestig dan uw broeders.
32แต่​เรา​ได้​อธิษฐาน​เพื่อ​ท่าน เพื่อ​ความเชื่อ​ของ​ท่าน​จะ​ไม่​ล้มเหลว และ​เมื่อ​ท่าน​หันกลับ​มา​แล้ว จง​ทำ​ให้​พี่น้อง​ของ​ท่าน​มั่นคง”
33Hij zei Hem: Heer, ik ben bereid, met U zelfs kerker en dood in te gaan.
33เปโตร​กล่าว​กับ​พระองค์​ว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า ข้าพเจ้า​พร้อม​จะ​ไป​กับ​ท่าน ทั้ง​ไป​คุก​และ​ไป​ตาย!”
34Maar Hij sprak: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, voordat ge driemaal geloochend hebt, Mij te kennen.
34พระองค์​กล่าว​ว่า “เปโตร เรา​บอก​ท่าน​ว่า วันนี้​ไก่​จะ​ไม่​ขัน​ก่อน​ที่​ท่าน​จะ​ปฏิเสธ​สาม​ครั้ง​ว่า​ไม่​รู้จัก​เรา”
35Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets.
35พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เมื่อ​เรา​ส่ง​พวกคุณ​ออก​ไป​โดย​ไม่​มี​ถุงเงิน ย่าม และ​รองเท้าแตะ พวกคุณ​ขาด​สิ่ง​ใด​บ้าง​หรือ?” พวกเขา​ตอบ​ว่า “ไม่​ขาด​อะไร​เลย”
36Hij ging voort: Maar nu, wie een beurs heeft, moet ze meenemen, en ook zijn reiszak; en wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen.
36แล้ว​พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “แต่​ตอนนี้ คน​ที่​มี​ถุงเงิน​ก็​จง​เอา​ไป รวม​ทั้ง​ย่าม​ด้วย ส่วน​คน​ที่​ไม่​มี​ดาบ จง​ขาย​เสื้อคลุม​ของ​ตน​เพื่อ​ซื้อ​ดาบ
37Want Ik zeg u: Ook dit Schriftwoord moet aan Mij worden vervuld: “En Hij is onder de misdadigers gerekend”. Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.
37เพราะ​เรา​บอก​พวกคุณ​ว่า สิ่ง​ที่​เขียน​ไว้​นี้​ยัง​ต้อง​สำเร็จ​ใน​ตัว​เรา คือ ‘เขา​ถูก​นับ​รวม​กับ​พวก​ผู้ละเมิด’ เพราะ​สิ่ง​ที่​กล่าว​ถึง​เรา​กำลัง​สำเร็จ”
38Ze zeiden: Heer, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zei hun: Genoeg.
38พวกเขา​กล่าว​ว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า ที่​นี่​มี​ดาบ​สอง​เล่ม” พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พอ​แล้ว”
39Nu ging Hij naar buiten, en begaf Zich volgens gewoonte naar de Olijfberg; ook zijn leerlingen gingen met Hem mee.
39พระองค์​ออก​ไป และ​ไป​ยัง​ภูเขา​มะกอกเทศ​ตาม​ปกติ พวก​สาวก​ก็​ตาม​พระองค์​ไป
40Daar aangekomen, sprak Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in bekoring komt.
40เมื่อ​ถึง​สถานที่​นั้น พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “จง​อธิษฐาน​เพื่อ​จะ​ไม่​เข้า​สู่​การ​ทดลอง”
41Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp ver, viel op zijn knieën neer,
41พระองค์​แยก​ออก​จาก​พวกเขา​ไป​ไกล​ประมาณ​ระยะ​ขว้าง​ก้อนหิน แล้ว​คุกเข่า​ลง​อธิษฐาน
42en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.
42โดย​กล่าว​ว่า “พระบิดา ถ้า​พระองค์​เต็มใจ ขอ​พระองค์​นำ​ถ้วย​นี้​ไป​จาก​เรา แต่​อย่า​ให้​เป็น​ไป​ตาม​ความ​ประสงค์​ของ​เรา แต่​ตาม​พระประสงค์​ของ​พระองค์”
43Toen verscheen Hem een engel uit de hemel, die Hem sterkte.
43ทูตสวรรค์​องค์​หนึ่ง​จาก​สวรรค์​ปรากฏ​แก่​พระองค์ และ​เสริมกำลัง​พระองค์
44En door doodsangst bevangen, bad Hij nog vuriger, en zijn zweet droop als bloeddruppels neer op de grond.
44เมื่อ​พระองค์​ทุกข์​ระทม​อย่าง​หนัก ก็​ยิ่ง​อธิษฐาน​อย่าง​จริงจัง เหงื่อ​ของ​พระองค์​เป็น​เหมือน​หยด​เลือด​ขนาด​ใหญ่​ตกลง​บน​พื้นดิน
45Toen Hij opstond van zijn gebed, en naar de leerlingen ging, vond Hij ze van droefheid in slaap.
45เมื่อ​พระองค์​ลุก​ขึ้น​จาก​การ​อธิษฐาน และ​กลับ​มา​หา​พวก​สาวก ก็​พบ​พวกเขา​หลับ​อยู่​เพราะ​ความ​โศกเศร้า
46Hij zeide hun: Hoe kunt gij slapen? Staat op, en bidt, dat gij niet in bekoring komt.
46พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ทำไม​พวกคุณ​จึง​หลับ? จง​ลุก​ขึ้น​และ​อธิษฐาน เพื่อ​พวกคุณ​จะ​ไม่​เข้า​สู่​การ​ทดลอง”
47Terwijl Hij nog sprak, zie daar kwam een bende aan; en één van de twaalf, Judas genaamd, ging voor hen uit, en trad op Jesus toe, om Hem te kussen.
47ขณะ​ที่​พระองค์​ยัง​กล่าว​อยู่ ก็​มี​ฝูงชน​กลุ่ม​หนึ่ง​เข้ามา ยูดาส ผู้​เป็น​หนึ่ง​ใน​สิบสอง​คน​นำ​หน้า​พวกเขา และ​เข้า​มา​ใกล้​พระเยซู​เพื่อ​จูบ​พระองค์
48Jesus zei hem: Judas, verraadt ge den Mensenzoon met een kus?
48แต่​พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ยูดาส ท่าน​จะ​ทรยศ​บุตรมนุษย์​ด้วย​การ​จูบ​หรือ?”
49Toen zij, die bij Hem waren, zagen wat er gebeuren ging, zeiden ze Hem: Heer, willen we met het zwaard er op inslaan?
49เมื่อ​คน​ที่​อยู่​รอบ​พระองค์​เห็น​ว่า​กำลัง​จะ​เกิด​อะไร​ขึ้น พวกเขา​ถาม​พระองค์​ว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า ให้​พวกเรา​ใช้​ดาบ​ฟัน​ไหม?”
50En één van hen trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af.
50คน​หนึ่ง​ใน​พวกเขา​ฟัน​คนรับใช้​ของ​มหาปุโรหิต และ​ตัด​หู​ขวา​ของ​เขา​ขาด
51Maar Jesus gaf ten antwoord: Houdt op; genoeg! Hij raakte het oor aan, en genas het.
51แต่​พระเยซู​ตอบ​ว่า “พอ​เถิด ขอ​ให้​เรา​ทำ​สิ่ง​นี้” แล้ว​พระองค์​แตะ​หู​ของ​คน​นั้น​และ​รักษา​เขา
52Nu sprak Jesus tot de opperpriesters, de bevelhebbers van de tempel en de oudsten, die op Hem waren afgekomen: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken.
52พระเยซู​กล่าว​กับ​หัวหน้า​ปุโรหิต หัวหน้า​เจ้าหน้าที่​พระวิหาร และ​พวก​ผู้อาวุโส​ที่​มา​จับ​พระองค์​ว่า “พวกคุณ​ออก​มา​พร้อม​ดาบ​และ​ไม้ตะบอง เหมือน​จะ​มาจับ​โจร​หรือ?
53Dag aan dag was Ik bij u in de tempel, en gij hebt geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur, en dit is de macht der duisternis.
53เมื่อ​เรา​อยู่​กับ​พวกคุณ​ใน​พระวิหาร​ทุก​วัน พวกคุณ​ไม่​ได้​ยื่นมือ​มา​จับ​เรา แต่​นี่​เป็น​เวลา​ของ​พวกคุณ และ​เป็น​อำนาจ​ของ​ความมืด”
54Toen namen ze Hem gevangen, en voerden Hem weg naar het huis van den hogepriester, terwijl Petrus van verre bleef volgen.
54พวกเขา​จับ​พระองค์​และ​นำ​ไป​ยัง​บ้าน​ของ​มหาปุโรหิต ส่วน​เปโตร​ติดตาม​ไป​ห่าง ๆ
55Toen ze nu op de binnenhof vuur hadden ontstoken, en er omheen waren gaan zitten, nam ook Petrus onder hen plaats.
55เมื่อ​พวกเขา​ก่อ​ไฟ​ไว้​กลาง​ลาน​และ​นั่ง​ล้อม​กัน เปโตร​ก็​นั่ง​อยู่​ท่ามกลาง​พวกเขา
56Een der dienstmeisjes zag hem in het licht zitten; ze keek hem aan, en zeide: Ook deze hier was bij Hem.
56สาวใช้​คน​หนึ่ง​เห็น​เขา​นั่ง​อยู่​ใน​แสง​ไฟ นาง​เพ่งดู​เขา และ​กล่าว​ว่า “คน​นี้​ก็​อยู่​กับ​เขา​ด้วย”
57Maar hij loochende het, en sprak: Vrouw, ik ken Hem niet.
57แต่​เปโตร​ปฏิเสธ​พระองค์ โดย​กล่าว​ว่า “ฉัน​ไม่​รู้จัก​เขา”
58Kort daarop zag hem iemand anders, en zeide: Ook gij zijt een van hen. Maar Petrus sprak: Neen man; dat ben ik niet.
58อีก​ครู่​หนึ่ง มี​คน​อื่น​เห็น​เขา และ​กล่าว​ว่า “ท่าน​ก็​เป็น​คน​หนึ่ง​ใน​พวกเขา!” แต่​เปโตร​ตอบ​ว่า “ไม่​ใช่ ฉัน​ไม่​ได้​เป็น!”
59Ongeveer een uur later verzekerde een ander: Ja toch; ook deze hier was met Hem; want ook hij is een Galileër.
59ประมาณ​หนึ่ง​ชั่วโมง​ต่อมา มี​อีก​คน​หนึ่ง​ยืนยัน​อย่าง​หนักแน่น​ว่า “จริง ๆ แล้ว คน​นี้​ก็​อยู่​กับ​เขา เพราะ​เขา​เป็น​ชาว​กาลิลี!”
60Petrus sprak: Man, ik begrijp niet, wat ge zegt. Op hetzelfde ogenblik, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan.
60แต่​เปโตร​กล่าว​ว่า “ฉัน​ไม่​รู้​ว่า​ท่าน​กำลัง​พูด​เรื่อง​อะไร!” ทันใดนั้น ขณะ​ที่​เขา​ยัง​พูด​อยู่ ไก่​ก็​ขัน
61En de Heer keerde Zich om, en zag Petrus aan. Toen dacht Petrus aan het woord van den Heer, en hoe Hij hem had gezegd: Eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochenen.
61องค์พระผู้เป็นเจ้า​หัน​มา​มอง​เปโตร แล้ว​เปโตร​ก็​ระลึก​ถึง​คำ​ที่​องค์พระผู้เป็นเจ้า​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ก่อน​ไก่​ขัน ท่าน​จะ​ปฏิเสธ​เรา​สาม​ครั้ง”
62En hij ging naar buiten, en weende bitter.
62เปโตร​ออก​ไป​ข้างนอก และ​ร้องไห้​อย่าง​ขมขื่น
63De mannen, die Jesus bewaakten, bespotten en mishandelden Hem:
63คน​ที่​คุม​พระเยซู​อยู่เยาะเย้ย​และ​ทุบตี​พระองค์
64ze blinddoekten Hem, en vroegen Hem dan: Profeteer, wie U geslagen heeft?
64พวกเขา​ปิด​ตา​พระองค์ แล้ว​ตี​พระองค์​ที่​ใบหน้า และ​ถาม​ว่า “จง​เผยพระวจนะ​สิ! ใคร​เป็น​คน​ตี​ท่าน?”
65En ze beten Hem veel andere scheldwoorden toe.
65พวกเขา​กล่าว​สบประมาท​พระองค์​อีก​หลาย​อย่าง
66Toen het dag was geworden, kwam de Raad van het volk, opperpriesters en schriftgeleerden bijeen; ze lieten Hem voor hun rechtbank brengen, en zeiden: Zo Gij de Christus zijt, zeg het ons dan.
66พอ​รุ่งเช้า ที่ประชุม​ของ​พวก​ผู้อาวุโส​ของ​ประชาชน รวม​ทั้ง​หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​พวก​อาลักษณ์ ก็​มา​ชุมนุม​กัน และ​นำ​พระองค์​ไป​ยัง​สภา​ของ​พวกเขา โดย​กล่าว​ว่า
67Hij sprak tot hen: Wanneer Ik u iets zeg, gelooft gij het niet;
67“ถ้า​ท่าน​เป็น​พระคริสต์ ก็​จง​บอก​พวกเรา” แต่​พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ถ้า​เรา​บอก พวกคุณ​ก็​จะ​ไม่​เชื่อ
68en wanneer Ik u iets vraag, dan antwoordt gij niet.
68และ​ถ้า​เรา​ถาม พวกคุณ​ก็​จะ​ไม่​ตอบ​เรา หรือ​ปล่อย​เรา​ไป
69Maar van nu af aan zal de Mensenzoon zijn gezeten aan de rechterhand van de kracht Gods.
69แต่​ตั้งแต่​นี้​ไป บุตรมนุษย์​จะ​นั่ง​อยู่​ทาง​ขวา​แห่ง​ฤทธานุภาพ​ของ​พระเจ้า”
70Nu zeiden allen: Gij zijt dus de Zoon van God? Hij sprak tot hen: Gij zegt het; Ik ben het.
70พวกเขา​ทุกคน​ถาม​ว่า “ถ้า​อย่างนั้น ท่าน​ก็​เป็น​พระบุตร​ของ​พระเจ้า​หรือ?” พระองค์​ตอบ​พวกเขา​ว่า “พวกคุณ​พูด​เอง​ว่า เรา​เป็น”
71Toen zeiden ze: Wat hebben we nog getuigenis nodig? We hebben het zelf uit zijn eigen mond gehoord.
71พวกเขา​กล่าว​ว่า “พวกเรา​ยัง​ต้องการ​พยาน​อะไร​อีก? เพราะ​พวกเรา​ได้ยิน​จาก​ปาก​ของ​เขา​เอง​แล้ว!”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.