Lucas
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen Hij nu zijn toespraak tot het volk geheel had beëindigd, ging Hij naar Kafárnaum.
1เมื่อ​พระองค์​กล่าว​เรื่อง​ทั้งหมด​ให้​ประชาชน​ฟัง​จบ​แล้ว ก็​เข้า​ไป​ใน​เมือง​คาเปอรนาอุม
2Zeker honderdman nu had een knecht, aan wien hij zeer gehecht was; deze was ziek, en lag op sterven.
2นายร้อย​คน​หนึ่ง​มี​ผู้รับใช้​ซึ่ง​เขา​รัก​มาก กำลัง​ป่วย​หนัก​ใกล้​จะ​ตาย
3Daar hij van Jesus had horen spreken, zond hij joodse ouderlingen naar Hem toe, met het verzoek, om zijn knecht te komen genezen.
3เมื่อ​นายร้อย​ได้ยิน​เรื่อง​พระเยซู เขา​จึง​ส่ง​ผู้อาวุโส​ชาวยิว​บาง​คน​ไป​หา​พระองค์ เพื่อ​ขอ​ให้​พระองค์​มา​ช่วยชีวิต​ผู้รับใช้​ของ​เขา
4Toen ze bij Jesus waren gekomen, smeekten ze Hem dringend, en zeiden: Hij verdient, dat Gij dit voor hem doet;
4เมื่อ​พวกเขา​มา​ถึง​พระเยซู ก็​วิงวอน​พระองค์​อย่าง​จริงจัง​ว่า “ชาย​คน​นี้​สมควร​ที่​ท่าน​จะ​ช่วย​เขา
5want hij is ons volk genegen, en heeft voor ons de synagoge gebouwd.
5เพราะ​เขา​รัก​ชนชาติ​ของ​เรา และ​เป็น​ผู้​สร้าง​ธรรมศาลา​ให้​เรา”
6Jesus ging dus met hen mee. Toen Hij al dicht bij het huis was gekomen, zond de honderdman vrienden naar Hem toe met de boodschap: Heer, doe geen moeite. Neen, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt.
6พระเยซู​จึง​ไป​กับ​พวกเขา เมื่อ​พระองค์​อยู่​ไม่​ไกล​จาก​บ้าน นายร้อย​ก็​ส่ง​เพื่อน​มา​บอก​พระองค์​ว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า อย่า​ลำบาก​เลย เพราะ​ข้าพเจ้า​ไม่​คู่ควร​ที่​ท่าน​จะ​เข้า​มา​ใต้​หลังคา​บ้าน​ของ​ข้าพเจ้า
7Daarom ook heb ik me zelf niet waardig geacht, om tot U te komen; maar spreek slechts één woord, en mijn knecht zal genezen.
7เพราะ​เหตุนี้ ข้าพเจ้า​จึง​ไม่​คิด​ว่า​ตัวเอง​คู่ควร​แม้​แต่​จะ​มา​หา​ท่าน แต่​ขอ​เพียง​ท่าน​กล่าว​คำ​เดียว ผู้รับใช้​ของ​ข้าพเจ้า​ก็​จะ​หาย
8Want ook ik ben een man, die zelf onder gezag ben gesteld, en soldaten onder me heb. En tot den een zeg ik: Ga, en hij gaat; en tot den ander: Kom, en hij komt; en tot mijn knecht: Doe dit, en hij doet het.
8เพราะ​ข้าพเจ้า​เอง​ก็​เป็น​คน​ที่​อยู่​ใต้​อำนาจ และ​มี​ทหาร​อยู่​ใต้​บังคับบัญชา ข้าพเจ้า​บอก​คน​นี้​ว่า ‘ไป’ เขา​ก็​ไป บอก​อีก​คน​ว่า ‘มา’ เขา​ก็​มา และ​บอก​ผู้รับใช้​ของ​ข้าพเจ้า​ว่า ‘ทำ​สิ่ง​นี้’ เขา​ก็​ทำ”
9Toen Jesus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem; Hij wendde Zich tot de menigte, die Hem volgde, en sprak: Ik zeg u, zo’n groot geloof heb Ik zelfs in Israël niet gevonden.
9เมื่อ​พระเยซู​ได้ยิน​ถ้อยคำ​เหล่านี้ ก็​ประหลาดใจ​ใน​ตัว​เขา แล้ว​หัน​มา​กล่าว​กับ​ฝูงชน​ที่​ติดตาม​พระองค์​ว่า “เรา​บอก​พวกคุณ แม้​แต่​ใน​อิสราเอล เรา​ก็​ยัง​ไม่​พบ​ความเชื่อ​มาก​ถึง​เพียงนี้”
10En bij hun terugkomst thuis vonden de boden den knecht gezond.
10เมื่อ​คน​ที่​ถูก​ส่ง​ไป​กลับ​ถึง​บ้าน ก็​พบ​ว่า​ผู้รับใช้​ที่​เคย​ป่วย​นั้น​หายดี​แล้ว
11Enige tijd later ging Hij naar een stad. Naïn geheten, vergezeld van zijn leerlingen en van een talrijke schare.
11ไม่​นาน​หลัง​จาก​นั้น พระองค์​ไป​ยัง​เมือง​หนึ่ง​ชื่อ​นาอิน สาวก​ของ​พระองค์​จำนวน​มาก​และ​ฝูงชน​กลุ่ม​ใหญ่​ไป​กับ​พระองค์
12Juist toen Hij de stadspoort naderde, werd er een dode uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was. Heel veel mensen uit de stad vergezelden haar.
12เมื่อ​พระองค์​เข้า​ใกล้​ประตูเมือง ก็​มี​คน​หาม​ศพ​ออก​มา ผู้ตาย​เป็น​บุตรชาย​คนเดียว ของ​มารดา และ​นาง​เป็น​หญิงม่าย มี​ชาวเมือง​จำนวน​มาก​อยู่​กับ​นาง
13Toen de Heer haar zag, had Hij innig medelijden met haar, en zeide tot haar: Ween maar niet.
13เมื่อ​องค์พระผู้เป็นเจ้า​เห็น​นาง พระองค์​ก็​สงสาร​นาง และ​กล่าว​ว่า “อย่า​ร้องไห้”
14Hij kwam dichterbij, en raakte de baar aan; de dragers bleven staan. En Hij sprak: Jonge man, Ik zeg u: Sta op.
14พระองค์​เข้า​ไป​ใกล้ และ​แตะ​โลงศพ คน​หาม​ก็​หยุด แล้ว​พระองค์​กล่าว​ว่า “ชายหนุ่ม เรา​บอก​ท่าน จง​ลุก​ขึ้น!”
15De dode richtte zich op, en begon te spreken. Zo gaf Hij hem aan zijn moeder terug.
15คน​ที่​ตาย​แล้ว​ก็​ลุก​ขึ้น​นั่ง และ​เริ่ม​พูด พระองค์​จึง​มอบ​เขา​คืน​ให้​มารดา
16Allen werden door vrees bevangen; ze verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft zijn volk bezocht!
16ทุกคน​เต็ม​ไป​ด้วย​ความยำเกรง และ​ยกย่อง​พระเจ้า โดย​กล่าว​ว่า “ผู้เผยพระวจนะ​ผู้ยิ่งใหญ่​ได้​ปรากฏ​ขึ้น​ท่ามกลาง​พวกเรา!” และ “พระเจ้า​ได้​มา​เยี่ยมเยียน​ประชาชน​ของ​พระองค์!”
17En deze roep over Hem ging heel Judea rond, en overal in de omtrek.
17ข่าว​เรื่อง​พระองค์​แพร่​ไป​ทั่ว​แคว้น​ยูเดีย​และ​บริเวณ​โดยรอบ​ทั้งหมด
18De leerlingen van Johannes gingen hem dit alles vertellen.
18สาวก​ของ​ยอห์น​เล่า​เรื่อง​ทั้งหมด​นี้​ให้​เขา​ฟัง
19Toen riep Johannes twee van zijn leerlingen, en zond hen tot den Heer met de vraag: Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?
19ยอห์น​จึง​เรียก​สาวก​สอง​คน​มา และ​ส่ง​พวกเขา​ไป​หา​พระเยซู เพื่อ​ถาม​ว่า “ท่าน​คือ​ผู้​ที่​จะ​มา หรือ​พวกเรา​ควร​มองหา​คน​อื่น?”
20De mannen gingen dus naar Hem toe en zeiden: Johannes de Doper heeft ons tot U gezonden met de vraag: Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?
20เมื่อ​ชาย​สอง​คน​นั้น​มา​ถึง​พระองค์ ก็​กล่าว​ว่า “ยอห์น​ผู้ทำพิธีบัพติศมา​ส่ง​พวกเรา​มา​ถาม​ท่าน​ว่า ‘ท่าน​คือ​ผู้​ที่​จะ​มา หรือ​พวกเรา​ควร​มองหา​คน​อื่น?’”
21Juist op dat ogenblik genas Hij velen van ziekten, kwalen en boze geesten, en schonk Hij veel blinden het gezicht terug.
21ใน​เวลา​นั้น พระองค์​รักษา​คน​จำนวน​มาก​จาก​โรค​ต่าง ๆ ความเจ็บป่วย​ร้ายแรง และ​วิญญาณ​ชั่ว และ​ทำ​ให้​คนตาบอด​จำนวน​มาก​มองเห็น
22Hij gaf hun dus ten antwoord: Gaat en bericht aan Johannes, wat gij gezien en gehoord hebt. Blinden zien en kreupelen gaan, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden verrijzen en aan armen wordt het evangelie verkondigd.
22พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “จง​กลับ​ไป​บอก​ยอห์น​ถึง​สิ่ง​ที่​พวกคุณ​ได้​เห็น​และ​ได้ยิน คือ คนตาบอด​มองเห็น คนง่อย​เดิน​ได้ คน​เป็น​โรคเรื้อน​ได้​รับ​การ​ชำระ​ให้​สะอาด คนหูหนวก​ได้ยิน คนตาย​ฟื้นขึ้น​จาก​ความตาย และ​มี​การ​ประกาศ​ข่าวดี​แก่​คนยากจน
23Zalig is hij, die zich aan Mij niet ergert.
23คน​ที่​ไม่​สะดุด​เพราะ​เรา​เป็นสุข”
24Toen de boden van Johannes waren vertrokken, begon Hij tot het volk over Johannes te spreken: Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet, dat door de wind wordt bewogen?
24เมื่อ​ผู้ส่งสาร​ของ​ยอห์น​จาก​ไป​แล้ว พระองค์​เริ่ม​กล่าว​กับ​ฝูงชน​ถึง​ยอห์น​ว่า “พวกคุณ​ออก​ไป​ใน​ถิ่นทุรกันดาร​เพื่อ​ดู​อะไร? ต้นอ้อ​ที่​ลม​พัด​ไหว​หรือ?
25Neen; wat zijt gij gaan zien? Een mens in zachte kleren gedost? Zie, die dure kleren en overvloed hebben, zijn in de paleizen der koningen.
25แล้ว​พวกคุณ​ออก​ไป​ดู​อะไร? คน​ที่​สวม​เสื้อผ้า​เนื้อนุ่ม​หรือ? คน​ที่​แต่งกาย​หรูหรา​และ​ใช้​ชีวิต​สุขสบาย​นั้น​อยู่​ใน​วัง​ของ​กษัตริย์
26Wat zijt gij gaan zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, en meer dan een profeet.
26แล้ว​พวกคุณ​ออก​ไป​ดู​อะไร? ผู้เผยพระวจนะ​หรือ? ใช่ เรา​บอก​พวกคุณ และ​เขา​ยิ่ง​กว่า​ผู้เผยพระวจนะ​เสียอีก
27Hij is het, van wien geschreven staat: “Zie Ik zend mijn gezant voor U uit, Die U de weg zal bereiden.”
27เขา​คือ​ผู้​ที่​มี​ข้อความ​เขียน​ไว้​ว่า ‘เรา​ส่ง​ผู้ส่งสาร​ของ​เรา​ไป​ต่อหน้า​ท่าน เขา​จะ​เตรียม​ทาง​ของ​ท่าน​ไว้​ข้างหน้า​ท่าน’
28Ik zeg u: groter profeet dan Johannes de Doper is er niet onder de kinderen der vrouwen. Toch is de kleinste in het koninkrijk Gods groter dan hij.
28“เรา​บอก​พวกคุณ ใน​บรรดา​คน​ที่​เกิด​จาก​ผู้หญิง ไม่​มี​ผู้เผยพระวจนะ​คน​ใด​ยิ่งใหญ่​กว่า​ยอห์น​ผู้ทำพิธีบัพติศมา แต่​ผู้​ที่​เล็กน้อย​ที่สุด​ใน​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​ก็​ยัง​ยิ่งใหญ่​กว่า​เขา”
29Al het volk, zelfs de tollenaars, hebben naar hem geluisterd, en Gods rechtvaardigheid erkend, door het doopsel van Johannes te ontvangen.
29เมื่อ​ประชาชน​ทั้งหมด​และ​พวก​คนเก็บภาษี​ได้ยิน​เช่นนี้ พวกเขา​ยอมรับ​ว่า​พระเจ้า​ยุติธรรม เพราะ​พวกเขา​ได้​รับ​บัพติศมา​ด้วย​บัพติศมา​ของ​ยอห์น
30Maar de farizeën en de wetgeleerden hebben Gods raadsbesluit over zichzelf verijdeld, door zijn doopsel niet te ontvangen.
30แต่​พวก​ฟาริสี​และ​พวก​ผู้เชี่ยวชาญ​ธรรมบัญญัติ​ปฏิเสธ​แผนการ​ของ​พระเจ้า​สำหรับ​ตน เพราะ​พวกเขา​ไม่​ยอม​รับ​บัพติศมา​จาก​ยอห์น
31Waarmee zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken; waaraan zijn ze gelijk?
31“ถ้า​อย่างนั้น เรา​จะ​เปรียบ​คน​ใน​ยุค​นี้​กับ​อะไร? พวกเขา​เหมือน​อะไร?
32Ze zijn gelijk aan kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen en zeggen: We hebben voor u op de fluit gespeeld, En gij hebt niet gedanst; We hebben een treurlied gezongen, En gij hebt niet geschreid.
32พวกเขา​เหมือน​เด็ก ๆ ที่​นั่ง​อยู่​ใน​ตลาด และ​ร้อง​เรียก​หา​กัน​ว่า ‘พวกเรา​เป่าปี่​ให้​พวกคุณ แต่​พวกคุณ​ไม่​เต้น พวกเรา​ร้องเพลง​ไว้ทุกข์ แต่​พวกคุณ​ไม่​ร้องไห้’
33Want Johannes de Doper kwam; hij at geen brood en dronk geen wijn, en gij zegt: Hij is van den duivel bezeten.
33เพราะ​ยอห์น​ผู้ทำพิธีบัพติศมา​มา โดย​ไม่​กิน​ขนมปัง​และ​ไม่​ดื่ม​เหล้าองุ่น พวกคุณ​ก็​พูด​ว่า ‘เขา​มี​ปีศาจ’
34Maar de Mensenzoon kwam; Hij at en dronk, en gij zegt: Zie wat een gulzigaard, wat een wijndrinker, wat een vriend van tollenaars en zondaars.
34บุตรมนุษย์​มา ทั้ง​กิน​และ​ดื่ม พวกคุณ​ก็​พูด​ว่า ‘คน​นี้​เป็น​คน​ตะกละ​และ​คน​ขี้เมา เป็น​เพื่อน​ของ​คนเก็บภาษี​และ​คนบาป!’
35Maar de wijsheid wordt gerechtvaardigd door al haar kinderen.
35แต่​ปัญญา​ได้​รับ​การ​พิสูจน์​ว่า​ถูกต้อง​โดย​ลูก​ทุกคน​ของ​นาง”
36Een der farizeën verzocht Hem eens bij zich ten eten. Hij ging het huis van den farizeër binnen, en lag aan tafel aan.
36ฟาริสี​คน​หนึ่ง​เชิญ​พระองค์​ไป​รับประทาน​อาหาร​ด้วย พระองค์​จึง​เข้า​ไป​ใน​บ้าน​ของ​ฟาริสี​คน​นั้น และ​เอนกาย​ที่​โต๊ะอาหาร
37En zie, daar was een vrouw, die in de stad als zondares bekend stond. Toen ze vernam, dat Hij in het huis van den farizeër aan tafel was, ging ze er heen met een albasten kruik vol balsem.
37มี​หญิง​คน​หนึ่ง​ใน​เมือง​นั้น​ซึ่ง​เป็น​คนบาป เมื่อ​นาง​รู้​ว่า​พระองค์​กำลัง​เอนกาย​รับประทาน​อาหาร​อยู่​ใน​บ้าน​ของ​ฟาริสี นาง​ก็​นำ​ขวด​หิน​อะลาบาสเตอร์​บรรจุ​น้ำมันหอม​มา
38Wenend ging ze achter Hem staan, bij zijn voeten, en begon zijn voeten met tranen te besproeien, en met het hoofdhaar af te drogen. Dan kuste ze zijn voeten, en zalfde ze met balsem.
38นาง​ยืน​ร้องไห้​อยู่​ข้างหลัง​ใกล้​เท้า​ของ​พระองค์ จน​น้ำตา​ไหล​รด​เท้า​ของ​พระองค์ แล้ว​ใช้​ผม​ของ​ตน​เช็ด จูบ​เท้า​ของ​พระองค์ และ​ชโลม​ด้วย​น้ำมันหอม
39Toen de farizeër, die Hem genodigd had, dit zag, zeide hij bij zichzelf: Als Hij een profeet was, zou Hij weten, wie en wat voor een vrouw het is, die Hem aanraakt; een zondares!
39เมื่อ​ฟาริสี​ที่​เชิญ​พระองค์​มา​เห็น​ดังนั้น ก็​คิด​ใน​ใจ​ว่า “ถ้า​คน​นี้​เป็น​ผู้เผยพระวจนะ เขา​คง​รู้​ว่า​หญิง​ที่​แตะ​ต้อง​เขา​เป็น​ใคร และ​เป็น​หญิง​เช่น​ไร คือ​เป็น​คนบาป”
40Nu nam Jesus het woord en sprak tot hem: Simon, Ik heb u iets te zeggen. Hij zeide: Spreek, Meester.
40พระเยซู​ตอบ​เขา​ว่า “ซีโมน เรา​มี​เรื่อง​จะ​บอก​ท่าน” เขา​ตอบ​ว่า “อาจารย์ เชิญ​พูด​เถิด”
41Een geldschieter had twee schuldenaars; de een was hem vijfhonderd tienlingen schuldig, de andere vijftig.
41“เจ้าหนี้​คน​หนึ่ง​มี​ลูกหนี้​สอง​คน คน​หนึ่ง​เป็น​หนี้​ห้าร้อย​เดนาริอุส อีก​คน​หนึ่ง​ห้าสิบ
42Daar ze niet konden betalen, schold hij het beiden kwijt. Wie van de twee zal nu het meest van hem houden?
42เมื่อ​ทั้งสอง​ไม่​มี​เงิน​ใช้หนี้ เจ้าหนี้​ก็​ยกหนี้​ให้​ทั้งคู่ เพราะ​ฉะนั้น ใน​สอง​คน​นี้ ใคร​จะ​รัก​เจ้าหนี้​มาก​กว่า?”
43Simon antwoordde: Ik vermoed: hij, wien hij het meest heeft kwijtgescholden. Hij zei hem: Ge hebt juist geoordeeld.
43ซีโมน​ตอบ​ว่า “ข้าพเจ้า​คิด​ว่า คน​ที่​เขา​ยกหนี้​ให้​มาก​กว่า” พระองค์​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ท่าน​ตัดสิน​ถูกต้อง”
44Nu keerde Hij Zich naar de vrouw, en sprak tot Simon: Ziet ge die vrouw? Ik ben in úw huis gekomen; gij goot geen water op mijn voeten, maar zij heeft mij voeten met haar tranen besproeid en met de haren afgedroogd.
44แล้ว​พระองค์​หัน​ไป​ทาง​หญิง​นั้น และ​กล่าว​กับ​ซีโมน​ว่า “ท่าน​เห็น​หญิง​คน​นี้​ไหม? เรา​เข้า​มา​ใน​บ้าน​ของ​ท่าน ท่าน​ไม่​ได้​ให้​น้ำ​ล้าง​เท้า​เรา แต่​นาง​ทำ​ให้​เท้า​ของ​เรา​เปียก​ด้วย​น้ำตา และ​เช็ด​ด้วย​ผม​ของ​นาง
45Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar zij heeft, sinds Ik binnenkwam, niet opgehouden, mijn voeten te kussen.
45ท่าน​ไม่​ได้​จูบ​ต้อนรับ​เรา แต่​ตั้งแต่​เรา​เข้า​มา นาง​ไม่​หยุด​จูบ​เท้า​ของ​เรา
46Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten met balsem gezalfd.
46ท่าน​ไม่​ได้​ชโลม​ศีรษะ​ของ​เรา​ด้วย​น้ำมัน แต่​นาง​ชโลม​เท้า​ของ​เรา​ด้วย​น้ำมันหอม
47En daarom zeg Ik u: Haar zonden, haar vele zonden zijn haar vergeven; want zij heeft veel liefde getoond. Wien weinig vergeven wordt, toont weinig liefde.
47เพราะ​ฉะนั้น เรา​บอก​ท่าน บาป​มากมาย​ของ​นาง​ได้​รับ​การ​ยกโทษ เพราะ​นาง​รัก​มาก แต่​คน​ที่​ได้​รับ​การ​ยกโทษ​น้อย ก็​รัก​น้อย”
48Nu sprak Hij tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
48พระองค์​กล่าว​กับ​หญิง​นั้น​ว่า “บาป​ของ​ท่าน​ได้​รับ​การ​ยกโทษ​แล้ว”
49De disgenoten begonnen bij zichzelf te zeggen: Wie is Hij, dat Hij zelfs zonden vergeeft?
49คน​ที่​ร่วม​โต๊ะ​กับ​พระองค์​เริ่ม​พูด​กัน​ใน​ใจ​ว่า “คน​นี้​เป็น​ใคร ถึง​กับ​ยกโทษ​บาป​ได้?”
50Maar Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u gered, ga heen in vrede.
50พระองค์​กล่าว​กับ​หญิง​นั้น​ว่า “ความเชื่อ​ของ​ท่าน​ช่วย​ท่าน​ให้​รอด​แล้ว จง​ไป​อย่าง​สงบ”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.