Lucas
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Nu riep Hij het twaalftal bijeen, gaf hun macht en gezag over alle duivels, en tot genezing der zieken,
1พระองค์​เรียก​สิบ​สอง​คน มา​รวม​กัน และ​มอบ​พลัง​และ​สิทธิ​อำนาจ​แก่​พวกเขา​เหนือ​ปีศาจ​ทั้งปวง รวม​ทั้ง​ให้​รักษา​โรค​ต่าง ๆ ได้
2en zond ze uit om het koninkrijk Gods te gaan preken, en zieken te genezen.
2พระองค์​ส่ง​พวก​เขา​ออก​ไป​ประกาศ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​และ​รักษา​คน​เจ็บป่วย
3Hij sprak tot hen: Neemt niets mee op weg; geen stok, geen reiszak, geen brood en geen geld; zelfs geen tweede onderkleed moogt gij hebben.
3พระองค์​กล่าว​กับ​พวก​เขา​ว่า “อย่า​เอา​อะไร​ติด​ตัว​ไป​ใน​การ​เดิน​ทาง ไม่​ว่า​จะ​เป็น​ไม้เท้า ถุง​ย่าม ขนมปัง หรือ​เงิน และ​แต่​ละ​คน​อย่า​มี​เสื้อ​สอง​ตัว
4In welk huis gij ook uw intrek neemt, blijft daar, totdat gij weer afreist.
4เมื่อ​พวกคุณ​เข้า​ไป​ใน​บ้าน​ใด ก็​จง​พัก​อยู่​ที่​นั่น​จน​กว่า​จะ​ออก​จาก​ที่​นั้น
5En waar men u niet ontvangt, verlaat die stad, en schudt zelfs het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.
5ถ้า​มี​คน​ไม่​ต้อนรับ​พวกคุณ เมื่อ​ออก​จาก​เมือง​นั้น จง​สะบัด​แม้​แต่​ฝุ่น​จาก​เท้า​ของ​พวกคุณ​ไว้​เพื่อ​เป็น​พยาน​กล่าว​โทษ​พวกเขา”
6Toen gingen ze heen, en trokken de dorpen rond; ze preekten het evangelie overal, en genazen de zieken.
6พวก​เขา​จึง​ออก​เดิน​ทาง​ไป​ตาม​หมู่​บ้าน​ต่าง ๆ ประกาศ​ข่าว​ดี​และ​รักษา​คน​ให้​หาย​ทุก​แห่ง
7Herodes, de viervorst, vernam het gebeurde, en wist niet, wat hij er van denken moest. Want sommigen zeiden: Johannes is van de doden opgestaan;
7เฮโรด​เจ้าแคว้น​ได้ยิน​เรื่อง​ทั้ง​หมด​ที่​พระองค์​ทำ และ​รู้สึก​สับสน​มาก เพราะ​บาง​คน​พูด​ว่า​ยอห์น​ฟื้นขึ้น​จาก​ความ​ตาย​แล้ว
8anderen: Elias is verschenen; anderen weer: Een van de oude profeten is verrezen.
8บาง​คน​ว่า​เอลียาห์​ปรากฏ​ตัว และ​บาง​คน​ว่า​เหล่า​ผู้​เผยพระวจนะ​ใน​สมัย​ก่อน​คน​หนึ่ง​ฟื้นขึ้น​มา
9Herodes zeide: Ik heb toch Johannes onthoofd; maar wie is deze dan, over wien ik dit alles hoor? En hij zocht een gelegenheid, om Hem te zien.
9เฮโรด​กล่าว​ว่า “ยอห์น​นั้น​เรา​เป็น​คน​ตัด​ศีรษะ แต่​คน​นี้​เป็น​ใคร​กัน​ที่​เรา​ได้ยิน​เรื่อง​เช่น​นี้?” แล้ว​เขา​ก็​พยายาม​หา​โอกาส​พบ​พระองค์
10Toen de apostelen waren teruggekeerd, verhaalden ze Hem alwat ze gedaan hadden. Hij nam ze mee, en vertrok met hen alleen naar een stad, Betsáida genaamd.
10เมื่อ​พวก​อัครทูต​กลับ​มา ก็​เล่า​ทุกสิ่ง​ที่​พวกเขา​ทำ​ให้​พระองค์​ฟัง พระองค์​พา​พวก​เขา​ออก​ไป​ตาม​ลำ​พัง​ยัง​บริเวณ​เปลี่ยว​ของ เมือง​หนึ่ง​ชื่อ​เบธไซดา
11Maar het volk merkte het, en ging Hem achterna. Hij ontving ze, sprak tot hen over het koninkrijk Gods, en Hij genas, wie genezing behoefde.
11แต่​ฝูงชน​รู้​เรื่อง​จึง​ตาม​พระองค์​ไป พระองค์​ต้อนรับ​พวก​เขา พูด​กับ​พวก​เขา​เรื่อง​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า และ​รักษา​คน​ที่​ต้อง​การ​การ​รักษา​ให้​หาย
12Maar toen de avond begon te vallen, kwam het twaalftal naar Hem toe, en zeide: Zend de menigte heen; dan kunnen ze naar de omliggende dorpen en vlekken gaan, om onderkomen en voedsel te vinden; want we zijn hier in een verlaten streek.
12เมื่อ​วัน​เริ่ม​คล้อย​ลง สิบ​สอง​คน​เข้า​มา​หา​พระองค์​และ​กล่าว​ว่า “ขอ​ส่ง​ฝูงชน​ไป​เถิด เพื่อ​พวก​เขา​จะ​ได้​ไป​ตาม​หมู่​บ้าน​และ​ไร่นา​แถบ​นี้ หา​ที่​พัก​และ​หา​อาหาร เพราะ​ที่​นี่​เป็น​ที่​เปลี่ยว”
13Hij sprak tot hen: Geeft gij hun te eten. Ze zeiden: We hebben slechts vijf broden en twee vissen; of zouden we zelf misschien voor al dat volk eten moeten gaan kopen?
13แต่​พระองค์​กล่าว​กับ​พวก​เขา​ว่า “พวกคุณ​จง​หา​อะไร​ให้​พวก​เขา​กิน​เถิด” พวก​เขา​ตอบ​ว่า “พวก​เรา​มี​เพียง​ขนมปัง​ห้า​ก้อน​กับ​ปลา​สอง​ตัว เว้นแต่​ว่า​พวก​เรา​จะ​ไป​ซื้อ​อาหาร​ให้​คน​ทั้ง​หมด​นี้”
14Want er waren ongeveer vijf duizend mannen. Maar Hij zei tot zijn leerlingen: Laat hen in groepen van vijftig gaan zitten.
14เพราะ​มี​ผู้​ชาย​อยู่​ประมาณ​ห้า​พัน​คน พระองค์​กล่าว​กับ​สาวก​ของ​พระองค์​ว่า “จัด​ให้​พวก​เขา​นั่ง​เป็น​กลุ่ม ๆ กลุ่ม​ละ​ประมาณ​ห้า​สิบ​คน”
15Ze deden het, en deden ze allen neerzitten.
15พวก​เขา​ก็​ทำ​เช่น​นั้น และ​จัด​ให้​ทุก​คน​นั่ง​ลง
16Nu nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag ten hemel op, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan de leerlingen, om ze de menigte aan te bieden.
16พระองค์​รับ​ขนมปัง​ห้า​ก้อน​กับ​ปลา​สอง​ตัว​มา แหงน​หน้า​มอง​ท้อง​ฟ้า กล่าว​คำ​อวยพร​แก่​ขนมปัง​กับ​ปลา​เหล่า​นั้น แล้ว​หัก​ส่ง​ให้​สาวก​นำ​ไป​แจก​แก่​ฝูงชน
17Allen aten en werden verzadigd; en ze verzamelden het overschot: twaalf korven met brokken.
17ทุก​คน​กิน​จน​อิ่ม และ​พวก​เขา​เก็บ​เศษ​อาหาร​ที่​เหลือ​ได้​สิบ​สอง​ตะกร้า
18Toen Hij eens in de eenzaamheid aan het bidden was, en de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: Wien zegt het volk, dat Ik ben?
18ขณะ​ที่​พระองค์​กำลัง​อธิษฐาน​ตาม​ลำ​พัง และ​มี​สาวก​อยู่​ใกล้ ๆ พระองค์​ถาม​พวก​เขา​ว่า “ฝูงชน​พูด​ว่า​เรา​เป็น​ใคร?”
19Ze antwoordden: Johannes de Doper; anderen: Elias; anderen weer: Een van de oude profeten is verrezen.
19พวก​เขา​ตอบ​ว่า “บาง​คน​ว่า ‘ยอห์น​ผู้​ทำ​พิธี​บัพติศมา’ บาง​คน​ว่า ‘เอลียาห์’ และ​บาง​คน​ว่า​เป็น​ผู้​เผยพระวจนะ​ใน​สมัย​ก่อน​คน​หนึ่ง​ที่​ฟื้นขึ้น​มา”
20Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde: De Christus van God.
20พระองค์​ถาม​พวก​เขา​ว่า “แล้ว​พวกคุณ​ล่ะ พูด​ว่า​เรา​เป็น​ใคร?” เปโตร​ตอบ​ว่า “พระคริสต์​ของ​พระเจ้า”
21En Hij verbood hun ten strengste, dit aan iemand te zeggen.
21แต่​พระองค์​กำชับ​และ​สั่ง​พวก​เขา​ไม่​ให้​บอก​เรื่อง​นี้​แก่​ใคร
22Nu zeide Hij: De Mensenzoon zal veel moeten lijden, en verworpen worden door de oudsten en opperpriesters en schriftgeleerden. Hij zal worden gedood, en op de derde dag verrijzen.
22โดย​กล่าว​ว่า “บุตร​มนุษย์​จะ​ต้อง​ทนทุกข์​หลาย​อย่าง ถูก​พวก​ผู้​ใหญ่ พวก​หัวหน้า​ปุโรหิต และ​พวก​อาลักษณ์​ปฏิเสธ ถูก​ฆ่า และ​ใน​วัน​ที่​สาม​จะ​ฟื้นขึ้น​จาก​ความ​ตาย”
23Nu sprak Hij tot allen: Zo iemand mijn volgeling wil zijn, dan moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen iedere dag, en Mij volgen.
23พระองค์​กล่าว​กับ​ทุก​คน​ว่า “ถ้า​ใคร​ต้อง​การ​ตาม​เรา​มา ให้​คน​นั้น​ปฏิเสธ​ตน​เอง แบก​กางเขน​ของ​ตน และ​ตาม​เรา​มา
24Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.
24เพราะ​ใคร​ก็​ตาม​ที่​ต้อง​การ​รักษา​ชีวิต​ของ​ตน​ไว้​จะ​สูญเสีย​ชีวิต แต่​ใคร​ก็​ตาม​ที่​สูญเสีย​ชีวิต​เพราะ​เห็น​แก่​เรา จะ​รักษา​ชีวิต​นั้น​ไว้​ได้
25Wat baat het den mens, zo hij de hele wereld wint, maar zichzelf prijsgeeft of schade berokkent?
25คน​เรา​จะ​ได้​ประโยชน์​อะไร ถ้า​ได้​โลก​ทั้ง​โลก​มา แต่​กลับ​สูญเสีย​หรือ​ทำลาย​ตัว​เอง?
26Want wie zich schaamt over Mij en mijn woorden, over hem zal Zich ook de Mensenzoon schamen, als Hij in zijn heerlijkheid komt, en in die van zijn Vader en van de heilige engelen.
26เพราะ​ใคร​ก็​ตาม​ที่​ละอาย​เพราะ​เรา​และ​คำ​ของ​เรา บุตร​มนุษย์​ก็​จะ​ละอาย​เพราะ​คน​นั้น เมื่อ​พระองค์​มา​ใน​พระสิริ​ของ​พระองค์เอง ใน​พระสิริ​ของ​พระบิดา และ​ของ​เหล่า​ทูตสวรรค์​บริสุทธิ์
27Voorwaar, Ik zeg u: Daar zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen smaken, voordat ze het koninkrijk Gods hebben gezien.
27แต่​เรา​บอก​ความ​จริง​แก่​พวกคุณ​ว่า มี​บาง​คน​ที่​ยืน​อยู่​ที่​นี่​ซึ่ง​จะ​ไม่​ลิ้มรส​ความ​ตาย​จน​กว่า​จะ​ได้​เห็น​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า”
28Ongeveer acht dagen later nam Jesus Petrus, Johannes en Jakobus met Zich mee, en ging de berg op, om te bidden.
28ประมาณ​แปด​วัน​หลัง​จาก​กล่าว​เรื่อง​เหล่า​นี้ พระองค์​พา​เปโตร ยอห์น และ​ยากอบ​ขึ้น​ไป​บน​ภูเขา​เพื่อ​อธิษฐาน
29En terwijl Hij bad, veranderde het uiterlijk van zijn gelaat, en zijn kleed werd schitterend wit.
29ขณะ​ที่​พระองค์​กำลัง​อธิษฐาน ลักษณะ​ใบหน้า​ของ​พระองค์​ก็​เปลี่ยน​ไป และ​เสื้อ​ผ้า​ของ​พระองค์​กลาย​เป็น​สีขาว​ส่อง​ประกาย​เจิดจ้า
30Zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Moses en Elias,
30แล้ว​มี​ชาย​สอง​คน​กำลัง​สนทนา​กับ​พระองค์ คือ​โมเสส​กับ​เอลียาห์
31die in heerlijkheid waren verschenen, en zijn dood bespraken, die Hij te Jerusalem zou ondergaan.
31ทั้ง​สอง​ปรากฏ​ด้วย​พระสิริ และ​พูด​ถึง​การ​จาก​ไป​ของ​พระองค์ ซึ่ง​พระองค์​กำลัง​จะ​ทำ​ให้​สำเร็จ​ที่​กรุง​เยรูซาเล็ม
32Petrus en zijn gezellen waren intussen door slaap overmand; eerst bij hun ontwaken zagen ze zijn heerlijkheid en de beide mannen, die bij Hem stonden.
32เปโตร​กับ​คน​ที่​อยู่​กับ​เขา​ง่วง​จัด แต่​เมื่อ​ตื่น​เต็ม​ที่​แล้ว พวก​เขา​เห็น​พระสิริ​ของ​พระองค์​และ​ชาย​สอง​คน​ที่​ยืน​อยู่​กับ​พระองค์
33Toen dezen van Hem weg wilden gaan, sprak Petrus tot Jesus: Meester, het is ons goed, hier te zijn; laat ons drie tenten opslaan, één voor U, één voor Moses en één voor Elias. Hij wist niet goed wat hij zeide.
33ขณะ​ที่​ชาย​ทั้ง​สอง​กำลัง​จาก​พระองค์​ไป เปโตร​กล่าว​กับ​พระเยซู​ว่า “อาจารย์ ดี​จริง ๆ ที่​พวก​เรา​อยู่​ที่​นี่ ให้​พวก​เรา​สร้าง​เพิง​สาม​หลัง หลัง​หนึ่ง​สำหรับ​ท่าน หลัง​หนึ่ง​สำหรับ​โมเสส และ​อีก​หลัง​หนึ่ง​สำหรับ​เอลียาห์” เขา​พูด​โดย​ไม่​รู้​ว่า​ตน​กำลัง​พูด​อะไร
34Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk, die hen overschaduwde; en toen de leerlingen hen de wolk zagen ingaan, werden ze bang.
34ขณะ​ที่​เขา​กำลัง​พูด​อยู่​นั้น มี​เมฆ​ก้อน​หนึ่ง​มา​ปกคลุม​พวก​เขา และ​เมื่อ​พวก​เขา​เข้า​ไป​ใน​เมฆ​ก็​เกิด​ความ​กลัว
35En uit de wolk klonk een stem: Deze is mijn uitverkoren Zoon; luistert naar Hem.
35มี​เสียง​ดัง​ออก​มา​จาก​เมฆ​ว่า “ผู้​นี้​คือ​บุตร​ที่​รัก​ของ​เรา จง​ฟัง​เขา!”
36Terwijl de stem klonk, bevond Zich Jesus alleen. Ze bewaarden het stilzwijgen over wat ze hadden gezien, en vertelden het toen nog aan niemand.
36เมื่อ​เสียง​นั้น​เงียบ​ลง ก็​พบ​ว่า​พระเยซู​อยู่​เพียง​ผู้​เดียว พวกเขา​ยังคง​เงียบ และ​ใน​เวลา​นั้น​ไม่​ได้​บอก​ใคร​ถึง​สิ่ง​ที่​พวก​เขา​เห็น
37Toen ze de volgende dag van de berg afdaalden, kwam een talrijke menigte Hem tegemoet.
37วันรุ่งขึ้น เมื่อ​พวก​เขา​ลง​มา​จาก​ภูเขา ฝูงชน​จำนวน​มาก​ก็​มา​พบ​พระองค์
38En zie, een man uit de menigte riep hun toe, en zeide: Meester, ik bid U, zie neer op mijn zoon; want hij is mijn enig kind.
38ชาย​คน​หนึ่ง​จาก​ฝูงชน​ร้อง​ขึ้น​ว่า “อาจารย์ ข้าพเจ้า​ขอ​ร้อง​ท่าน โปรด​ดู​บุตร​ชาย​ของ​ข้าพเจ้า​ด้วย เพราะ​เขา​เป็น​บุตร​คน​เดียว ของ​ข้าพเจ้า
39Zie, een geest grijpt hem aan, en plotseling gilt hij het uit; hij doet hem stuiptrekken en schuimbekken, en als hij hem heeft uitgeput, verlaat hij hem nòg bijna niet.
39มี​วิญญาณ​หนึ่ง​เข้า​สิง​เขา แล้ว​เขา​ก็​ร้อง​ขึ้น​ทันที วิญญาณ​นั้น​ทำ​ให้​เขา​ชัก​จน​มี​ฟอง​ออก​จาก​ปาก และ​แทบ​ไม่​ยอม​ออก​จาก​เขา ทั้ง​ยัง​ทำ​ร้าย​เขา​อย่าง​หนัก
40Ik heb uw leerlingen verzocht, hem uit te drijven, maar ze konden het niet.
40ข้าพเจ้า​ขอ​ให้​สาวก​ของ​ท่าน​ขับ​มัน​ออก แต่​พวก​เขา​ทำ​ไม่​ได้”
41Jesus antwoordde: O ongelovig en boos geslacht, hoe lang nog zal Ik bij u zijn, en u dulden? Breng uw zoon hier.
41พระเยซู​ตอบ​ว่า “คน​ยุค​ที่​ไร้​ความเชื่อ​และ​บิดเบือน​เอ๋ย เรา​จะ​ต้อง​อยู่​กับ​พวกคุณ​และ​อดทน​ต่อ​พวกคุณ​อีก​นาน​เท่าไร? พา​บุตร​ของ​ท่าน​มา​ที่​นี่​เถิด”
42Terwijl hij naderde, smeet de duivel hem weer tegen de grond, en deed hem stuipen krijgen. Jesus bestrafte den onreinen geest, genas den knaap, en gaf hem aan zijn vader terug.
42ขณะ​ที่​เด็ก​กำลัง​เข้า​มา ปีศาจ​ก็​เหวี่ยง​เขา​ลง​กับ​พื้น​และ​ทำ​ให้​ชัก​อย่าง​รุนแรง แต่​พระเยซู​ตำหนิ​วิญญาณ​ที่​ไม่​บริสุทธิ์ รักษา​เด็ก​ให้​หาย และ​ส่ง​คืน​ให้​บิดา​ของ​เขา
43En allen waren vol van ontzetting voor de majesteit Gods. Maar terwijl iedereen in verwondering was over al wat Hij deed, sprak Hij tot zijn leerlingen:
43ทุก​คน​ต่าง​ประหลาดใจ​ใน​ความ​ยิ่ง​ใหญ่​ของ​พระเจ้า แต่​ขณะ​ที่​ทุก​คน​กำลัง​อัศจรรย์​ใจ​ใน​สิ่ง​ทั้งปวง​ที่​พระเยซู​ทำ พระองค์​กล่าว​กับ​สาวก​ว่า
44Houdt het goed in gedachte: De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen.
44“จง​ให้​ถ้อยคำ​เหล่า​นี้​ซึม​เข้า​ไป​ใน​หู​ของ​พวกคุณ เพราะ​บุตร​มนุษย์​กำลัง​จะ​ถูก​มอบ​ไว้​ใน​มือ​ของ​มนุษย์”
45Ze begrepen dit niet. Het bleef hun duister, en ze verstonden het niet; toch durfden ze Hem ook niet over dit woord ondervragen.
45แต่​พวก​เขา​ไม่​เข้า​ใจ​คำ​กล่าว​นี้ ความ​หมาย​นั้น​ถูก​ซ่อน​ไว้​จาก​พวก​เขา เพื่อ​ไม่​ให้​พวก​เขา​เข้า​ใจ และ​พวก​เขา​ก็​กลัว​ที่​จะ​ถาม​พระองค์​เกี่ยว​กับ​คำ​กล่าว​นี้
46Eens kwam de gedachte bij hen op, wie van hen de grootste zou zijn.
46แล้ว​พวกเขา​ก็​โต้เถียง​กัน​ว่า ใคร​ใน​หมู่​พวก​เขา​เป็น​ใหญ่​ที่​สุด
47Maar Jesus, die de gedachte van hun hart kende, nam een kind, plaatste het naast Zich,
47พระเยซู​ทราบ​ความ​คิด​ใน​ใจ​ของ​พวก​เขา จึง​พา​เด็ก​เล็ก​คน​หนึ่ง​มา​ยืน​ข้าง​พระองค์
48en zei hun: Wie dit kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op, die Mij heeft gezonden. Want wie de kleinste is onder u allen, hij is groot.
48แล้ว​กล่าว​กับ​พวก​เขา​ว่า “ใคร​ก็​ตาม​ที่​ต้อนรับ​เด็ก​เล็ก​คน​นี้​ใน​นาม​ของ​เรา ก็​ต้อนรับ​เรา และ​ใคร​ก็​ตาม​ที่​ต้อนรับ​เรา ก็​ต้อนรับ​พระองค์​ผู้​ส่ง​เรา​มา เพราะ​ผู้​ที่​เล็ก​น้อย​ที่​สุด​ใน​หมู่​พวกคุณ​ทุก​คน ผู้​นั้น​จะ​เป็น​ใหญ่”
49Johannes nam het woord, en sprak: Meester, we hebben iemand duivels uit zien drijven in uw Naam; we hebben het hem verboden, omdat hij zich niet bij ons aansluit.
49ยอห์น​ตอบ​ว่า “อาจารย์ พวก​เรา​เห็น​คน​หนึ่ง​ขับ​ปีศาจ​ใน​นาม​ของ​ท่าน และ​พวก​เรา​ห้าม​เขา เพราะ​เขา​ไม่ได้​ติดตาม​ร่วม​กับ​พวกเรา”
50Jesus zei hem: Verbiedt het hem niet; want wie niet tegen u is, hij is vóór u.
50พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “อย่า​ห้าม​เขา​เลย เพราะ​คน​ที่​ไม่​ต่อต้าน​พวก​เรา​ก็​อยู่​ฝ่าย​พวก​เรา”
51Toen nu de tijd van zijn hemelvaart begon te naderen, besloot Hij naar Jerusalem te gaan.
51เมื่อ​ใกล้​ถึง​วัน​ที่​พระองค์​จะ​ถูก​รับ​ขึ้น​ไป พระองค์​ก็​มุ่งหน้า​อย่าง​แน่วแน่​ไป​กรุง​เยรูซาเล็ม
52Hij zond boden voor Zich uit; ze gingen op reis, en kwamen in een stad der Samaritanen, om Hem een verblijf te bereiden.
52และ​ส่ง​ผู้ส่งสาร​ล่วง​หน้า​ไป พวก​เขา​เข้า​ไป​ใน​หมู่​บ้าน​แห่ง​หนึ่ง​ของ​ชาว​สะมาเรีย​เพื่อ​เตรียม​การ​ต้อนรับ​พระองค์
53Maar men ontving Hem niet, omdat Hij naar Jerusalem reisde.
53แต่​คน​ใน​หมู่​บ้าน​ไม่​ต้อนรับ​พระองค์ เพราะ​พระองค์​กำลัง​มุ่งหน้า​ไป​กรุง​เยรูซาเล็ม
54Toen zijn leerlingen Jakobus en Johannes dit merkten, zeiden ze: Heer, wilt Gij, dat we zeggen, dat er vuur uit de hemel komt, om ze te verdelgen?
54เมื่อ​ยากอบ​กับ​ยอห์น​สาวก​ของ​พระองค์​เห็น​เช่น​นั้น ก็​กล่าว​ว่า “องค์​พระ​ผู้​เป็น​เจ้า ท่าน​ต้อง​การ​ให้​พวก​เรา​สั่ง​ไฟ​จาก​ท้อง​ฟ้า​ลง​มา​เผา​ผลาญ​พวก​เขา​เหมือน​ที่​เอลียาห์​ทำ​หรือ?”
55Maar Hij keerde Zich om, en berispte hen. Hij zeide: Gij weet niet, wat voor geest u bezielt.
55แต่​พระองค์​หัน​มา​ตำหนิ​พวก​เขา​ว่า “พวกคุณ​ไม่​รู้​ว่า​พวกคุณ​มี​จิต​วิญญาณ​แบบ​ใด
56Want de Mensenzoon is niet gekomen, om de zielen der mensen in het verderf te storten, maar om ze te redden. Ze gingen dus naar een ander dorp.
56เพราะ​บุตร​มนุษย์​ไม่​ได้​มา​เพื่อ​ทำลาย​ชีวิต​ของ​มนุษย์ แต่​มา​เพื่อ​ช่วย​พวก​เขา​ให้​รอด” แล้ว​พวก​เขา​ก็​ไป​ยัง​หมู่​บ้าน​อื่น
57Terwijl zij voortreisden, zei iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waarheen Gij ook gaat.
57ขณะ​ที่​พวก​เขา​กำลัง​เดิน​ไป​ตาม​ทาง มี​ชาย​คน​หนึ่ง​กล่าว​กับ​พระองค์​ว่า “องค์​พระ​ผู้​เป็น​เจ้า ข้าพเจ้า​จะ​ติด​ตาม​ท่าน​ไป​ทุก​แห่ง​ที่​ท่าน​ไป”
58Jesus zeide hem: De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht hebben nesten; maar de Mensenzoon heeft niets, om er zijn hoofd op te leggen.
58พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “สุนัข​จิ้งจอก​ยัง​มี​โพรง และ​นก​ใน​ท้อง​ฟ้า​ยัง​มี​รัง แต่​บุตรมนุษย์​ไม่มี​ที่​สำหรับ​วาง​ศีรษะ”
59En tot een ander sprak Hij: Volg Mij. Deze zeide: Heer, sta me toe, eerst mijn vader te gaan begraven.
59พระองค์​กล่าว​กับ​อีก​คน​หนึ่ง​ว่า “จง​ตาม​เรา​มา!” แต่​คน​นั้น​ตอบ​ว่า “องค์​พระ​ผู้​เป็น​เจ้า ขอ​อนุญาต​ให้​ข้าพเจ้า​ไป​ฝังศพ​บิดา​ก่อน”
60Jesus sprak tot hem: Laat de doden hun doden begraven; ga heen, en verkondig het koninkrijk Gods.
60พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ปล่อย​ให้​คน​ตาย​ฝัง​คน​ตาย​ของ​พวก​เขา​เอง​เถิด ส่วน​ท่าน​จง​ไป​ประกาศ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า”
61Weer een ander zeide: Ik zal U volgen Heer; maar sta me toe, eerst van mijn huisgenoten afscheid te nemen.
61อีก​คน​หนึ่ง​กล่าว​ว่า “องค์​พระ​ผู้​เป็น​เจ้า ข้าพเจ้า​จะ​ติด​ตาม​ท่าน แต่​ขอ​อนุญาต​ให้​ข้าพเจ้า​ไป​ลา​คน​ที่​บ้าน​ก่อน”
62Jesus sprak tot hem: Wie zijn hand aan de ploeg slaat en achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods.
62พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ไม่​มี​ใคร​ที่​เอา​มือ​จับ​คันไถ​แล้ว​หัน​กลับ​ไป​มอง​ข้าง​หลัง จะ​เหมาะ​สมกับ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.