Jeremia 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen nu de priester Pasjchoer, de zoon van Immer, die het oppertoezicht had in de tempel van Jahweh, Jeremias deze profetie hoorde spreken,
1ปาชเฮอร์ บุตรอิมเมอร์ ปุโรหิตผู้เป็นหัวหน้าเจ้าหน้าที่ในพระนิเวศของพระยาห์เวห์ ได้ยินเยเรมีย์พยากรณ์เรื่องเหล่านี้
2liet hij den profeet Jeremias geselen, en sloot hem in het blok in de noordelijke Benjamin-poort van Jahweh’s tempel.
2ปาชเฮอร์จึงตีเยเรมีย์ผู้เผยพระวจนะ แล้วจับใส่ขื่อขังที่ประตูเบนยามินด้านบนในพระนิเวศของพระยาห์เวห์
3Eerst de volgende morgen liet Pasjchoer Jeremias uit het blok. Maar nu sprak Jeremias tot hem: Jahweh noemt u geen Pasjchoer, maar “Verschrikking-alom”.
3วันต่อมา ปาชเฮอร์ปล่อยเยเรมีย์จากขื่อขัง เยเรมีย์บอกเขาว่า “พระยาห์เวห์ไม่ได้เรียกท่านว่าปาชเฮอร์ แต่เรียกว่ามาโกร์มิสซาบิบ
4Want zo spreekt Jahweh: Zie, Ik maak u tot een “Verschrikking”, voor u zelf en al uw vrienden; zij zullen vallen door het zwaard van hun vijand, en ùw ogen zullen het zien. Heel Juda lever Ik uit aan den koning van Babel; hij zal ze naar Babel brengen, ze slaan met het zwaard.
4เพราะพระยาห์เวห์กล่าวว่า ‘จงฟัง เราจะทำให้เจ้าเป็นความหวาดกลัวต่อตนเองและเพื่อนทุกคน พวกเขาจะล้มตายด้วยดาบศัตรู ตาของเจ้าจะเห็น เราจะมอบยูดาห์ทั้งหมดไว้ในมือกษัตริย์บาบิโลน เขาจะกวาดต้อนไปเป็นเชลยที่บาบิโลนและฆ่าด้วยดาบ
5Heel de rijkdom dezer stad geef Ik prijs, heel haar have en goed; al de schatten van Juda’s koningen lever Ik aan hun vijanden uit; ze zullen ze plunderen en roven, en ze naar Babel gaan brengen.
5เราจะมอบความมั่งคั่งทั้งหมดของเมืองนี้ ทรัพย์ที่ได้มาทั้งหมดและของมีค่าทุกอย่าง ทั้งสมบัติทั้งหมดของกษัตริย์ยูดาห์ไว้ในมือศัตรู พวกเขาจะยึด เอาไป และขนไปบาบิโลน
6En gij, Pasjchoer, zult met heel uw gezin in ballingschap gaan. In Babel zult ge komen en sterven, daar worden begraven: gij met al uw vrienden, wien ge leugens hebt voorspeld!
6ปาชเฮอร์ เจ้าและทุกคนในบ้านจะไปเป็นเชลย เจ้าจะไปบาบิโลน ตายที่นั่นและถูกฝังที่นั่น ทั้งเจ้าและเพื่อนทั้งหมดที่เจ้าเคยกล่าวคำพยากรณ์เท็จให้ฟัง’”
7Jahweh, Gij hebt mij verlokt, en ik liet mij verlokken; Gij waart mij te sterk, Gij hebt overwonnen: De hele dag word ik uitgelachen, Iedereen hoont mij.
7พระยาห์เวห์ พระองค์ชักจูงข้าพเจ้า ข้าพเจ้าก็ยอม พระองค์แข็งแกร่งกว่าข้าพเจ้าและเอาชนะได้ ข้าพเจ้าตกเป็นที่หัวเราะเยาะทั้งวัน ทุกคนเยาะเย้ย
8Zo dikwijls ik spreek, moet ik schreeuwen, Geweld en verwoesting verkonden; Het woord van Jahweh Brengt iedere dag mij smaad en bespotting.
8ทุกครั้งที่พูด ข้าพเจ้าต้องร้องออกมา ร้องว่า “ความรุนแรงและการทำลาย!” เพราะคำของพระยาห์เวห์ทำให้ข้าพเจ้าถูกดูหมิ่น และเยาะเย้ยทั้งวัน
9Nam ik mij voor: Ik wil er niet meer aan denken, Het niet meer prediken in zijn Naam, Dan werd het een laaiend vuur in mijn hart, In mijn gebeente een brand. Ik doe mijn best, het uit te houden, Maar ik kan het niet langer;
9ถ้าข้าพเจ้าพูดว่าจะไม่กล่าวถึงพระองค์ หรือพูดในนามพระองค์อีก ใจก็เหมือนมีไฟลุกไหม้ ขังอยู่ในกระดูก ข้าพเจ้าเหนื่อยกับการกลั้นไว้ กลั้นไม่ไหว
10Want ik hoor velen al mompelen: Laat ons ook hem “Verschrikking-alom” gaan verkonden! Allen, met wie ik in vriendschap leefde, Loeren op mijn val: “Misschien laat hij zich vangen en verschalken, En kunnen we wraak op hem nemen!”
10เพราะข้าพเจ้าได้ยินหลายคนใส่ร้ายว่า “ความหวาดกลัวทุกด้าน! กล่าวโทษเขาสิ แล้วพวกเราจะกล่าวโทษด้วย!” เพื่อนสนิททั้งหมดของข้าพเจ้าพูดเช่นนี้ พวกเขาคอยดูข้าพเจ้าล้ม “บางทีเขาอาจถูกชักจูงได้ แล้วพวกเราจะเอาชนะ และแก้แค้นเขา”
11Maar Jahweh staat mij terzijde als een machtige held: Mijn vervolgers zullen vallen en machteloos zijn; Ze zullen blozen van schaamte, omdat hun toeleg mislukt, Van eeuwige, onvergetelijke schande!
11แต่พระยาห์เวห์อยู่กับข้าพเจ้าเหมือนผู้กล้าแข็งน่าเกรงขาม ผู้ข่มเหงจึงจะสะดุด เอาชนะไม่ได้ พวกเขาจะผิดหวังอย่างที่สุด เพราะไม่ได้ทำอย่างฉลาด จะเสียเกียรติตลอดไป ไม่มีใครลืม
12Jahweh der heirscharen, Gij toetst den rechtvaardige, Gij doorgrondt nieren en hart; Laat mij zien, hoe Gij wraak op hen neemt, Want U vertrouw ik mijn recht toe.
12แต่พระยาห์เวห์แห่งกองทัพ ผู้ทดสอบคนเที่ยงธรรม ผู้มองเห็นทั้งใจและความคิด โปรดให้ข้าพเจ้าเห็นพระองค์แก้แค้นพวกเขา เพราะข้าพเจ้าแจ้งเรื่องคดีของตนต่อพระองค์แล้ว
13Zingt Jahweh ter eer, Brengt Jahweh lof: Want Hij redt het leven der armen Uit de handen der bozen!
13จงร้องเพลงให้พระยาห์เวห์! จงสรรเสริญพระยาห์เวห์ เพราะพระองค์ช่วยชีวิตคนขัดสนให้พ้นมือคนทำชั่ว
14Vervloekt de dag, Waarop ik werd geboren; De dag, waarop mijn moeder mij baarde, Ontvange geen zegen!
14ขอให้วันที่ข้าพเจ้าเกิดถูกสาปแช่ง อย่าให้วันที่แม่คลอดข้าพเจ้าได้รับพร
15Vervloekt de man, Die mijn vader kwam melden: Een kind, een jongen is u geboren; En die hem geluk er mee wenste!
15ขอให้คนที่แจ้งข่าวให้พ่อข้าพเจ้าถูกสาปแช่ง เขาพูดว่า “ท่านได้ลูกชายแล้ว” ทำให้พ่อดีใจมาก
16Het ga dien man als de steden, Die Jahweh meedogenloos heeft vernield: ‘s Morgens hore hij angstgeschrei, Krijgsrumoer in de middag.
16ให้คนนั้นเป็นเหมือนเมืองที่พระยาห์เวห์โค่นลง โดยไม่เปลี่ยนใจ ให้เขาได้ยินเสียงร้องตอนเช้า และเสียงตะโกนตอนเที่ยง
17Vervloekt de man, Die mij niet in de moederschoot doodde: Dan was mijn moeder mijn graf geworden, Haar schoot voor eeuwig zwanger gebleven.
17เพราะเขาไม่ได้ฆ่าข้าพเจ้าตั้งแต่ในครรภ์ แม่ก็คงเป็นหลุมศพของข้าพเจ้า และแม่ก็คงตั้งครรภ์อยู่ตลอดไป
18Waarom ben ik uit de moederschoot Ter wereld gekomen, Om kommer en jammer te zien, En mijn dagen in schande te slijten?
18ข้าพเจ้าออกจากครรภ์มาทำไม ต้องเห็นความเหน็ดเหนื่อยและความเศร้า ให้วันเวลาของข้าพเจ้าสิ้นไปกับความอับอาย?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.