Jeremia 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Redt u, Benjamins zonen Buiten Jerusalems muren; Blaast de bazuin in Tekóa Hijst het signaal in Bet-Hakkérem! Want uit het noorden komt onheil, Een ontzettende ramp;
1“ลูกหลานเบนยามิน จงหนีออกจากเยรูซาเล็มไปให้พ้นภัย! เป่าแตรที่เทโคอา ชูสัญญาณที่เบธฮัคเคเรม เพราะภัยร้ายกำลังมุ่งมาจากทิศเหนือพร้อมความพินาศใหญ่หลวง
2De bekoorlijke en wufte, De dochter van Sion ga Ik verdelgen.
2เราจะทำลายธิดาศิโยนผู้งดงามและบอบบาง
3De herders trekken er Met hun kudden op af; Ze slaan om haar hun tenten op, En allen weiden hun gronden af.
3ผู้เลี้ยงกับฝูงสัตว์ของตนจะมาหาเธอ จะตั้งกระโจมล้อมเธอทุกด้าน แต่ละคนจะเลี้ยงฝูงสัตว์ในที่ของตน”
4Rust u ten strijde tegen haar uit; Vooruit, bestormen we haar overdag! Helaas, de dag gaat al voorbij, De avond-schaduw wordt langer.
4“จงเตรียมทำสงครามกับเธอ! ลุกขึ้น ให้พวกเราบุกตอนเที่ยง พวกเราถึงคราววิบัติแล้ว! วันคล้อยลง เงายามเย็นยืดยาว
5Vooruit, dan bestormen we haar in de nacht, En vernielen haar burchten; Want Jahweh der heirscharen Heeft het bevolen!
5ลุกขึ้น ให้พวกเราบุกตอนกลางคืน ทำลายวังของเธอ”
6Hakt haar bomen neer, En werpt een wal tegen Jerusalem op; Het is een stad vol bedrog, Binnen haar muren heerst enkel geweld.
6เพราะพระยาห์เวห์แห่งกองทัพกล่าวว่า “จงตัดต้นไม้ ก่อเนินล้อมเยรูซาเล็ม นี่คือเมืองที่ต้องรับโทษ ภายในเธอเต็มไปด้วยการกดขี่
7Zoals een bron haar water laat stromen, Zo stroomt ook zij haar boosheid uit; Men hoort er slechts van geweld en verdrukking, Steeds zie Ik wonden en striemen.
7บ่อปล่อยน้ำออกมาฉันใด เธอก็ปล่อยความชั่วออกมาฉันนั้น ในเธอมีเสียงความรุนแรงและการทำลาย ความเจ็บป่วยและบาดแผลอยู่ต่อหน้าเราเสมอ
8Jerusalem, laat u gezeggen, Opdat Ik van u niet ga walgen, En een woestijn van u maak, Een onbewoond land.
8เยรูซาเล็ม จงรับคำตักเตือน มิฉะนั้นเราจะตีตัวห่างจากเจ้า จะทำให้เจ้ารกร้าง เป็นแผ่นดินที่ไม่มีใครอาศัย”
9Zo spreekt Jahweh der heirscharen: Lees nu als laatste tros aan de wingerd Het overschot van Israël na; Steek uw hand er naar uit, Zoals de wijngaardenier naar de ranken.
9พระยาห์เวห์แห่งกองทัพกล่าวว่า “พวกเขาจะเก็บผู้ที่เหลืออยู่ของอิสราเอลจนหมด เหมือนเก็บองุ่นที่เหลือตามเถา จงยื่นมือกลับไปยังตะกร้าอีก เหมือนคนเก็บองุ่น”
10Tot wien moet ik spreken, Wien nog vermanen, zodat ze luisteren; Zie hun oor is onbesneden, Ze kunnen niet horen! Ja, het woord van Jahweh is hun een bespotting, Ze willen er niet meer naar horen:
10ข้าพเจ้าจะพูดและเตือนใครให้ฟังได้? ดูเถิด หูของพวกเขาไม่ได้เข้าสุหนัต จึงฟังไม่ได้ อีกทั้งคำของพระยาห์เวห์กลายเป็นสิ่งที่พวกเขาดูหมิ่น พวกเขาไม่ยินดีในคำนั้น
11Al lang ben ik vol van Jahweh’s toorn, Nu houd ik hem niet langer in. Stort hem dan uit over het kind op de straat, Over heel de kring van jonge mannen! Waarachtig, mannen en vrouwen worden getroffen, Grijsaards en ouden van dagen!
11เพราะฉะนั้น ข้าพเจ้าจึงเต็มไปด้วยความโกรธของพระยาห์เวห์ เหนื่อยล้ากับการเก็บมันไว้ “จงเทมันลงบนเด็กตามถนน และบนกลุ่มชายหนุ่มที่รวมตัวกัน เพราะสามีและภรรยาจะถูกจับไปด้วยกัน ทั้งคนแก่และคนชราที่อายุยืน
12Hun huizen gaan aan vreemden over, Met akkers en vrouwen er bij; Want Ik heb mijn hand al uitgestrekt Tegen de bewoners van het land, spreekt Jahweh!
12บ้านของพวกเขาจะตกเป็นของคนอื่น พร้อมกับไร่นาและภรรยา เพราะเราจะยื่นมือมาต่อสู้กับผู้ที่อาศัยในแผ่นดิน” พระยาห์เวห์กล่าว
13Want van klein tot groot Azen allen op winst, Profeet en priester Plegen allen bedrog;
13“ตั้งแต่คนเล็กน้อยที่สุดจนถึงคนใหญ่โตที่สุด ทุกคนโลภอยากได้ ตั้งแต่ผู้เผยพระวจนะจนถึงปุโรหิต ทุกคนหลอกลวง
14Ze menen, de wonde van mijn volk te genezen, Door luchthartig te roepen: Vrede, vrede! En er is geen vrede!
14พวกเขารักษาบาดแผลของชนชาติของเราอย่างลวก ๆ พูดว่า ‘ความสงบสุข ความสงบสุข!’ ทั้งที่ไม่มีความสงบสุข
15Ze worden te schande, omdat ze zich schandelijk gedragen, Omdat ze niet blozen en geen schaamte meer kennen; Daarom zullen ze vallen, als alles ineen valt, Struikelen, als Ik op hen afkom, spreekt Jahweh!
15เมื่อทำสิ่งน่ารังเกียจ พวกเขาละอายบ้างไหม? ไม่เลย ไม่ละอายสักนิด หน้าแดงไม่เป็นด้วยซ้ำ เพราะฉะนั้น พวกเขาจะล้มลงในหมู่คนที่ล้ม เมื่อเรามาลงโทษ พวกเขาจะถูกโค่นลง” พระยาห์เวห์กล่าว
16Zo spreekt Jahweh: Gaat op de wegen staan, Ziet uit, en vraagt naar de paden van vroeger: Waar de goede weg is te vinden; Bewandelt die, dan vindt ge rust voor uw ziel! Maar ze zeiden: We volgen hem niet!
16พระยาห์เวห์กล่าวว่า “จงยืนที่ทางต่าง ๆ และมองดู ถามหาทางเก่าแก่ ‘ทางที่ดีอยู่ที่ไหน?’ แล้วเดินไปตามนั้น พวกเจ้าจะพบที่พักให้จิตใจ แต่พวกเขาพูดว่า ‘พวกเราจะไม่เดินไปตามนั้น’
17Toen stelde Ik wachters over hen aan, Die riepen: Hoort het geschal der bazuinen! Maar ze zeiden: We willen niet horen!
17เราตั้งคนเฝ้ายามไว้เหนือพวกเจ้า บอกว่า ‘จงฟังเสียงแตร!’ แต่พวกเขาพูดว่า ‘พวกเราจะไม่ฟัง!’
18Hoort gij het dan, volken, En verneemt mijn besluit, Wat er met hen gaat gebeuren:
18เพราะฉะนั้น ชนชาติทั้งหลาย จงฟัง ชุมนุมชนเอ๋ย จงรู้ว่ามีอะไรอยู่ในหมู่พวกเขา
19Hoort gij het ook, aarde! Zie, Ik ga rampen brengen over dit volk: De vrucht van hun afval. Want ze hebben naar mijn woord niet geluisterd, Mijn wet veracht.
19แผ่นดินเอ๋ย จงฟัง! เราจะนำภัยร้ายมาถึงชนชาตินี้ เป็นผลจากความคิดของพวกเขา เพราะไม่ฟังถ้อยคำของเรา และปฏิเสธข้อบัญญัติของเรา
20Wat geeft Mij de wierook uit Sjeba, De geurige kalmus uit verre landen; Uw brandoffers wil Ik niet meer, Uw slachtoffers behagen Mij niet.
20จะนำกำยานจากเชบาและอ้อยหอมจากแผ่นดินไกลมาให้เราทำไม? เราไม่ยอมรับเครื่องบูชาเผาของพวกเจ้า ไม่พอใจเครื่องบูชาของพวกเจ้า”
21Daarom spreekt Jahweh: Zie, Ik leg voor dit volk Een blok, waarover het struikelt, Waaraan vaders en zonen, Buren en vrienden te gronde gaan.
21เพราะฉะนั้น พระยาห์เวห์กล่าวว่า “จงฟัง เราจะวางสิ่งกีดขวางให้ชนชาตินี้สะดุด พ่อกับลูกจะสะดุดด้วยกัน เพื่อนบ้านกับมิตรสหายจะพินาศ”
22Zo spreekt Jahweh: Zie, daar komt een volk uit het land van het noorden, Een grote natie rukt aan van de grenzen der aarde:
22พระยาห์เวห์กล่าวว่า “ดูเถิด ชนชาติหนึ่งมาจากแผ่นดินทางเหนือ ชนชาติใหญ่จะถูกปลุกขึ้นจากสุดปลายแผ่นดิน
23Met boog en lansen gewapend, Wreed en zonder erbarmen. Hun kreten loeien als de zee, Op rossen jagen ze voort, Toegerust als oorlogsmannen, Tegen u, dochter van Sion.
23พวกเขาถือธนูและหอก โหดร้าย ไร้เมตตา เสียงคำรามเหมือนทะเล พวกเขาขี่ม้า ทุกคนจัดแถวเหมือนนักรบเข้าศึก มาต่อสู้กับเจ้า ธิดาศิโยน”
24We horen wat er van hen wordt verteld, En onze handen hangen er slap van; Angst grijpt ons aan, Weeën als van een barende vrouw.
24พวกเราได้ยินข่าวแล้ว มืออ่อนแรง ความปวดร้าวจับพวกเราไว้ เจ็บเหมือนหญิงกำลังคลอด
25Gaat niet naar buiten, Loopt de wegen niet op, Want het zwaard van den vijand Brengt schrik allerwege!
25อย่าออกไปในทุ่งหรือเดินตามทาง เพราะดาบของศัตรูและความหวาดกลัวอยู่ทุกด้าน
26Dochter van Sion, steek u in zakken, En wentel in as; Rouw als over een enig kind, stoot bittere klachten uit: Want plotseling komt over ons de verwoester!
26ธิดาแห่งชนชาติของข้าพเจ้า จงสวมผ้ากระสอบ เกลือกกลิ้งในขี้เถ้า! คร่ำครวญเหมือนสูญเสียลูกชายคนเดียว ร่ำไห้อย่างขมขื่นที่สุด เพราะผู้ทำลายจะมาถึงพวกเราอย่างฉับพลัน
27Ik heb u bevolen, mijn volk te toetsen, Om hun gedrag te kennen en te keuren:
27“เราตั้งเจ้าเป็นผู้ทดสอบโลหะและเป็นป้อมปราการในหมู่ชนชาติของเรา เพื่อเจ้าจะรู้และทดสอบทางที่พวกเขาเดิน
28Allen zijn ze weerbarstig, Allen even ongedurig; Louter koper en ijzer, Allen even bedorven!
28พวกเขาทุกคนเป็นกบฏร้ายแรง เที่ยวใส่ร้าย เป็นทองสัมฤทธิ์และเหล็ก ทุกคนทำสิ่งเลวทราม
29De blaasbalg puft, Het lood smelt weg door het vuur; Tevergeefs gelouterd: De slakken gaan er niet uit.
29เครื่องสูบลมเป่าแรง ตะกั่วถูกไฟเผาหมด พวกเขาถลุงต่อไปเสียเปล่า เพราะคนชั่วยังไม่ถูกแยกออก
30Afgekeurd zilver zal men ze noemen, Want Jahweh heeft ze afgewezen!
30ผู้คนจะเรียกพวกเขาว่าเงินที่ถูกคัดทิ้ง เพราะพระยาห์เวห์คัดทิ้งพวกเขาแล้ว”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.