Jeremia 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Jahweh sprak: Ga naar het paleis van den koning van Juda beneden, en spreek daar dit woord:
1พระยาห์เวห์กล่าวว่า “จงลงไปที่วังของกษัตริย์ยูดาห์ บอกถ้อยคำนี้ที่นั่นว่า
2Verneem het woord van Jahweh, koning van Juda, die op Davids troon zijt gezeten; gijzelf en uw hovelingen, met het volk dat door deze poorten komt!
2‘กษัตริย์ยูดาห์ผู้ประทับบนบัลลังก์ดาวิด จงฟังคำของพระยาห์เวห์ ทั้งท่าน ผู้รับใช้ และประชาชนที่เข้าประตูเหล่านี้
3Zo spreekt Jahweh! Doet recht en gerechtigheid; bevrijdt den verdrukte uit de macht der verdrukkers; kwelt en plaagt geen vreemdeling, geen wees en weduwe; vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.
3พระยาห์เวห์กล่าวดังนี้ “จงให้ความยุติธรรมและความเที่ยงธรรม ช่วยคนที่ถูกปล้นให้พ้นมือผู้กดขี่ อย่าทำผิด อย่าใช้ความรุนแรงกับคนต่างถิ่น ลูกกำพร้าพ่อ หรือหญิงม่าย อย่าให้เลือดผู้บริสุทธิ์หลั่งในที่นี้
4Want wanneer ge trouw dit gebod volbrengt, dan zullen de koningen, die op Davids troon zijn gezeten, op wagens en paarden door de poorten van dit paleis blijven rijden: zijzelf, hun hovelingen en hun volk.
4ถ้าพวกเจ้าทำเช่นนี้จริง กษัตริย์ที่นั่งบนบัลลังก์ดาวิดก็จะเข้าประตูวังนี้ โดยนั่งรถรบและขี่ม้า ทั้งตัวกษัตริย์ ผู้รับใช้และประชาชน
5Maar wanneer ge naar deze woorden niet luistert, dan zweer Ik u bij Mijzelf, is de godsspraak van Jahweh, dat dit paleis een puinhoop zal worden.
5แต่ถ้าพวกเจ้าไม่ฟังถ้อยคำเหล่านี้ เราสาบานด้วยตัวเราเอง” พระยาห์เวห์กล่าว “ว่าวังนี้จะรกร้าง”’”
6Want dit zegt Jahweh over Juda’s koninklijk huis: Al waart ge een Gilad voor Mij, Een Libanon-top: Waarachtig, Ik maak van u een woestijn, Een onbewoonde ruïne.
6เพราะพระยาห์เวห์กล่าวถึงวังของกษัตริย์ยูดาห์ว่า “เจ้าเป็นกิเลอาดสำหรับเรา เป็นยอดแห่งเลบานอน แต่เราจะทำให้เจ้าเป็นถิ่นกันดารแน่นอน เป็นเมืองที่ไม่มีคนอาศัย
7Ik roep vernielers tegen u op, Elk met zijn werktuig; Die houwen de keur van uw ceders omver, En smijten ze in het vuur.
7เราจะเตรียมผู้ทำลายมาต่อสู้กับเจ้า แต่ละคนมีอาวุธ พวกเขาจะตัดต้นซีดาร์ชั้นดีของเจ้า โยนเข้าไฟ
8En als talrijke volken langs deze stad zullen komen, En tot elkaar zullen zeggen: Waarom heeft Jahweh zo gehandeld Met deze machtige stad;
8“ชนชาติหลายชาติจะแวะผ่านเมืองนี้ แต่ละคนถามเพื่อนบ้านว่า ‘ทำไมพระยาห์เวห์ทำอย่างนี้กับเมืองใหญ่นี้?’
9Dan zal men zeggen: Omdat ze hebben verzaakt Het Verbond van Jahweh, hun God, Vreemde goden hebben aanbeden, En die hebben gediend.
9พวกเขาจะตอบว่า ‘เพราะคนที่นี่ละทิ้งพันธสัญญาของพระยาห์เวห์ พระเจ้าของตน กราบไหว้และรับใช้เทพเจ้าอื่น’”
10Weent niet over een dode, en beklaagt hem niet, Maar schreit om hem, die in ballingschap ging; Want hij komt niet meer terug, Om zijn geboorteland nog te zien.
10อย่าร้องไห้ให้คนตาย อย่าคร่ำครวญให้เขา แต่จงร้องไห้อย่างขมขื่นให้คนที่จากไป เพราะเขาจะไม่กลับมาอีก จะไม่เห็นแผ่นดินเกิด
11Zo spreekt Jahweh over Sjalloem, den koning van Juda en zoon van Josias, die na zijn vader Josias regeerde: Die uit deze plaats is vertrokken, Keert er nimmermeer terug;
11เพราะพระยาห์เวห์กล่าวถึงชัลลูม บุตรโยสิยาห์ กษัตริย์ยูดาห์ ผู้ครองราชย์แทนโยสิยาห์บิดาของตน และออกไปจากที่นี้ว่า “เขาจะไม่กลับมาที่นี่อีก
12Hij zal sterven, waar men hem in ballingschap bracht, Dit land zal hij nooit meer aanschouwen!
12แต่จะตายในที่ที่ถูกพาไปเป็นเชลย จะไม่เห็นแผ่นดินนี้อีก”
13Wee hem, die zijn huis met ongerechtigheid bouwt, Zijn zalen met onrecht; Die zijn naaste laat zwoegen om niet, Hem zijn loon niet betaalt.
13“วิบัติจงเกิดแก่คนที่สร้างบ้านด้วยความไม่เที่ยงธรรม สร้างห้องด้วยความอยุติธรรม ใช้แรงงานเพื่อนบ้านโดยไม่จ่ายค่าจ้าง ไม่ให้ค่าแรง
14Die zegt: Een groot huis wil ik bouwen, Met luchtige zalen, Met brede vensters, panelen van ceders, Met vermiljoen-rood beschilderd.
14คนที่พูดว่า ‘ฉันจะสร้างบ้านกว้างและห้องใหญ่ให้ตนเอง’ แล้วเจาะช่องหน้าต่าง ทำเพดานด้วยไม้ซีดาร์ ทาสีแดง
15Zijt ge koning geworden, Om met ceders te pronken? Zeker, ook uw vader heeft gegeten en gedronken, Maar hij deed er recht en gerechtigheid bij:
15“เจ้าควรครองราชย์เพียงเพราะพยายามใช้ไม้ซีดาร์ให้เหนือกว่าผู้อื่นหรือ? บิดาของเจ้าไม่ได้กินดื่ม และทำอย่างยุติธรรมและเที่ยงธรรมหรือ? เขาจึงอยู่ดี
16Hij hielp den zwakke en arme aan hun recht, Toen ging het hem goed. Heet dat niet: Mij kennen, Is de godsspraak van Jahweh!
16เขาตัดสินคดีให้คนจนและคนขัดสน ทุกอย่างจึงเป็นไปด้วยดี นี่ไม่ใช่การรู้จักเราหรือ?” พระยาห์เวห์กล่าว
17Maar gij hebt geen oog en geen hart Dan voor uw voordeel alleen, Voor het vergieten van onschuldig bloed, Voor geweld en verkrachting.
17“แต่ตาและใจของเจ้ามีไว้เพียงเพื่อความโลภ เพื่อให้เลือดผู้บริสุทธิ์หลั่ง เพื่อกดขี่และใช้ความรุนแรง”
18En daarom spreekt Jahweh Over Jojakim, den zoon van Josias, Den koning van Juda: Wee, over dien man! Voor hem geen klaagzang: “Ach mijn broer, ach mijn zuster!” Voor hem geen schreien: “Ach meester, ach hoogheid!”
18เพราะฉะนั้น พระยาห์เวห์กล่าวถึงเยโฮยาคิม บุตรโยสิยาห์ กษัตริย์ยูดาห์ว่า “พวกเขาจะไม่คร่ำครวญให้เขาว่า ‘โอ้ พี่น้องชายของฉันเอ๋ย!’ หรือ ‘โอ้ พี่น้องหญิงเอ๋ย!’ จะไม่คร่ำครวญให้เขาว่า ‘โอ้ นายเหนือหัวเอ๋ย!’ หรือ ‘โอ้ ความรุ่งโรจน์ของเขาเอ๋ย!’
19Neen, zoals men een ezel begraaft, Zal hij worden begraven: Men sleept hem weg en gooit hem neer Buiten Jerusalems poorten.
19เขาจะถูกฝังอย่างลา ถูกลากไปโยนทิ้งนอกประตูเยรูซาเล็ม”
20Klim de Libanon op en schreeuw, Laat het galmen in Basjan, Gilt het van de Abarim uit: Want al uw minnaars liggen verslagen!
20“จงขึ้นไปเลบานอนแล้วร้อง ส่งเสียงในบาชาน ร้องจากอาบาริม เพราะคนรักทั้งหมดของเจ้าถูกทำลายแล้ว
21Ik sprak tot u in tijden van voorspoed, Ge hebt geantwoord: Ik wil niet horen; Dat was van jongsaf uw gedrag, Gij luistert niet naar mijn stem!
21เราพูดกับเจ้าขณะเจ้าเจริญรุ่งเรือง แต่เจ้าพูดว่า ‘ฉันจะไม่ฟัง’ เจ้าเป็นเช่นนี้มาตั้งแต่วัยเยาว์ ไม่เชื่อฟังเสียงของเรา
22De storm zal al uw leiders verstrooien, Uw minnaars zullen in ballingschap gaan; Dan zult ge beschaamd staan, En over al uw leiders blozen.
22ลมจะเลี้ยงผู้เลี้ยงทั้งหมดของเจ้า คนรักของเจ้าจะไปเป็นเชลย แล้วเจ้าจะอับอาย และอดสูเพราะความชั่วทั้งหมดแน่นอน
23Gij, die op de Libanon troont, In de ceders genesteld: Hoe zult ge krijten als uw weeën komen, En smarten als van een barende vrouw?
23ผู้ที่อาศัยในเลบานอน ผู้ทำรังในต้นซีดาร์ เมื่อความเจ็บปวดมาถึง เจ้าน่าสงสารเพียงใด เหมือนหญิงกำลังคลอด!
24Zo waarachtig Ik leef, is de godsspraak van Jahweh: Konjáhoe, Jojakims zoon, en koning van Juda, Al waart ge de zegelring aan mijn rechterhand, Ik trok er u af.
24“เรามีชีวิตอยู่แน่ฉันใด” พระยาห์เวห์กล่าว “ถึงโคนิยาห์ บุตรเยโฮยาคิม กษัตริย์ยูดาห์ จะเป็นแหวนตราที่มือขวาของเรา เราก็จะถอดเจ้าออกจากที่นั่น
25Ik lever u uit aan die uw leven belagen, In de macht van hen, die ge vreest, Aan Nabukodonosor, den koning van Babel, In de macht der Chaldeën.
25จะมอบเจ้าไว้ในมือคนที่หมายเอาชีวิต ในมือคนที่เจ้ากลัว คือเนบูคัดเนสซาร์กษัตริย์บาบิโลนและชาวเคลเดีย
26Ik slinger u weg met uw moeder, die u baarde, Naar het land, waar ge niet zijt geboren: daar zult ge sterven;
26เราจะเหวี่ยงเจ้าและแม่ผู้ให้กำเนิดไปสู่แผ่นดินอื่นที่พวกเจ้าไม่ได้เกิด แล้วพวกเจ้าจะตายที่นั่น
27En naar het land, waarnaar ze zo vurig verlangen, Keren ze nimmermeer terug.
27แต่แผ่นดินที่ใจของพวกเขาอยากกลับไป พวกเขาจะไม่ได้กลับไป”
28Is die man dan een armzalige, verbrijzelde kruik, Konjáhoe een pot, die niemand wil hebben, Dat men hem weggooit, hem en zijn kroost, Wegsmijt naar een land, dat ze niet kennen?
28ชายที่ชื่อโคนิยาห์คนนี้เป็นภาชนะแตกที่คนดูหมิ่นหรือ? เป็นภาชนะที่ไม่มีใครพอใจหรือ? ทำไมเขาและลูกหลานถูกเหวี่ยงออกไป สู่แผ่นดินที่ไม่รู้จัก?
29Land, land, land, Hoor Jahweh’s woord!
29แผ่นดิน แผ่นดิน แผ่นดินเอ๋ย จงฟังคำของพระยาห์เวห์!
30Zo spreekt Jahweh: Teken dien man als kinderloos op, Als een man, wien niets in het leven gelukt; Want van zijn kroost zal het niemand gelukken, Op Davids troon zich te zetten, En weer over Juda te heersen!
30พระยาห์เวห์กล่าวว่า “จงบันทึกว่าชายคนนี้ไร้ลูก เป็นคนที่จะไม่เจริญรุ่งเรืองตลอดชีวิต เพราะจะไม่มีลูกหลานคนใดของเขาเจริญรุ่งเรืองอีก ขณะนั่งบนบัลลังก์ดาวิด และปกครองยูดาห์”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.