Jeremia 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Het woord, dat Jahweh tot Jeremias richtte:
1คำจากพระยาห์เวห์มาถึงเยเรมีย์ว่า
2Hoor de woorden van dit Verbond, en predik ze aan de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem.
2“จงฟังถ้อยคำของพันธสัญญานี้ แล้วบอกชาวยูดาห์และผู้ที่อาศัยในเยรูซาเล็ม
3Dit moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Vervloekt een ieder, die niet luistert naar de woorden van dit Verbond,
3จงบอกพวกเขาว่า พระยาห์เวห์พระเจ้าของอิสราเอลกล่าวดังนี้ ‘คนที่ไม่ฟังถ้อยคำของพันธสัญญานี้ถูกสาปแช่ง
4dat Ik uw vaderen heb voorgeschreven, toen Ik ze uit het land van Egypte, die ijzeroven, heb geleid. Ik heb toen gezegd: Luistert naar Mij, en doet al wat Ik u gebied; dan zult ge mijn volk, en Ik zal uw God zijn.
4เป็นพันธสัญญาที่เราสั่งบรรพบุรุษของพวกเจ้าในวันที่เราพาพวกเขาออกจากแผ่นดินอียิปต์ ออกจากเตาหลอมเหล็ก’ โดยกล่าวว่า ‘จงเชื่อฟังเสียงของเราและทำตามทุกสิ่งที่เราสั่ง พวกเจ้าจะเป็นชนชาติของเรา เราจะเป็นพระเจ้าของพวกเจ้า
5Zo heb Ik de eed gestand gedaan, die Ik aan uw vaderen heb gezworen, om hun een land te geven, dat druipt van melk en honing, zoals het heden nog is. Ik gaf ten antwoord: Zo is het, Jahweh!
5เพื่อเราจะทำให้คำสาบานที่ให้ไว้แก่บรรพบุรุษของพวกเจ้าสำเร็จ คือให้แผ่นดินที่มีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์แก่พวกเขา’ ดังที่เป็นอยู่ในวันนี้” ข้าพเจ้าทูลตอบว่า “อาเมน พระยาห์เวห์”
6En Jahweh zeide tot mij: Verkondig dit alles aan de steden van Juda en in Jerusalems straten! Dit moet ge zeggen: Luistert naar de woorden van dit Verbond, en onderhoudt ze ook.
6พระยาห์เวห์กล่าวกับข้าพเจ้าว่า “จงประกาศถ้อยคำทั้งหมดนี้ตามเมืองต่าง ๆ ของยูดาห์และถนนในเยรูซาเล็มว่า ‘จงฟังถ้อยคำของพันธสัญญานี้และทำตาม
7Want sinds Ik uw vaderen uit Egypteland leidde, tot heden toe, heb Ik ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat ze steeds maar bezworen: Luistert naar Mij!
7เพราะเราตักเตือนบรรพบุรุษของพวกเจ้าอย่างจริงจังตั้งแต่วันที่พาพวกเขาออกจากแผ่นดินอียิปต์จนถึงวันนี้ ตื่นแต่เช้าและตักเตือนครั้งแล้วครั้งเล่าว่า “จงเชื่อฟังเสียงของเรา”
8Maar ze hebben niet geluisterd, niet willen horen; allen zijn de verstoktheid gevolgd van hun boos gemoed. Daarom bracht Ik over hen al de bedreigingen van dit Verbond, dat Ik hun had voorgeschreven, maar dat ze niet onderhielden.
8แต่พวกเขาไม่เชื่อฟัง ไม่เงี่ยหู แต่ละคนทำตามความดื้อรั้นของใจชั่วของตน เราจึงให้ถ้อยคำทุกอย่างในพันธสัญญานี้เกิดกับพวกเขา เราสั่งให้พวกเขาทำตาม แต่พวกเขาไม่ทำ’”
9En weer sprak Jahweh tot mij: Er bestaat een complot onder de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem.
9พระยาห์เวห์กล่าวกับข้าพเจ้าว่า “ชาวยูดาห์และผู้ที่อาศัยในเยรูซาเล็มสมคบคิดกัน
10Ze zijn teruggekeerd tot de vroegere zonden van hun vaders, die naar mijn woorden niet wilden horen; ook zij zijn vreemde goden nagelopen, om die te dienen. Het huis van Israël en het huis van Juda hebben het Verbond verkracht, dat Ik met hun vaders had gesloten.
10พวกเขากลับไปทำผิดเหมือนบรรพบุรุษที่ไม่ยอมฟังถ้อยคำของเรา ตามเทพเจ้าอื่นไปรับใช้ ชนอิสราเอลและชนยูดาห์ละเมิดพันธสัญญาที่เราทำกับบรรพบุรุษของพวกเขา
11Daarom spreekt Jahweh: Ik zal ze! Ik zal rampen over hen brengen, waaraan men niet kan ontsnappen. En als ze dan tot Mij roepen, zal Ik niet naar hen horen.
11เพราะฉะนั้น พระยาห์เวห์กล่าวว่า ‘จงฟัง เราจะนำภัยร้ายมาถึงพวกเขา ซึ่งหนีไม่พ้น พวกเขาจะร้องเรียกเรา แต่เราจะไม่ฟัง
12Dan zullen de steden van Juda en de bewoners van Jerusalem tot de goden schreeuwen, voor wie ze wierook hebben gebrand; maar die zullen ze niet kunnen redden, als hun ramp is gekomen.
12แล้วเมืองต่าง ๆ ของยูดาห์และผู้ที่อาศัยในเยรูซาเล็มจะไปร้องเรียกเทพเจ้าที่พวกเขาเผาเครื่องหอมบูชา แต่เทพเจ้าเหล่านั้นจะช่วยพวกเขาให้รอดในยามเดือดร้อนไม่ได้เลย
13Juda, al hebt ge dan evenveel goden als steden; Jerusalem, al richt ge zoveel altaren op als ge straten bezit: altaren voor de Schande, altaren om aan Báal te offeren!
13ยูดาห์ เจ้ามีเทพเจ้ามากเท่าจำนวนเมือง และตั้งแท่นบูชาแก่สิ่งน่าอับอายมากเท่าจำนวนถนนในเยรูซาเล็ม เป็นแท่นเผาเครื่องหอมบูชาเทพบาอัล’
14En ook gij moet dan niet voor dit volk gaan bidden, geen klaag- of smeekbede voor hen opstieren; want Ik luister niet, wanneer ze tot Mij roepen, als hun ramp is gekomen.
14“เพราะฉะนั้น อย่าวิงวอนเพื่อชนชาตินี้ อย่าร้องขอหรืออธิษฐานเพื่อพวกเขา เพราะเราจะไม่ฟังเมื่อพวกเขาร้องเรียกเราในยามเดือดร้อน
15Wat heeft mijn geliefde in mijn huis te maken, Als ze schanddaden doet? Of zouden gelofte en heilig vlees Uw rampspoed ver van u houden, Dat gij u zo zeker voelt?
15คนรักของเรามาทำอะไรในพระนิเวศของเรา ในเมื่อเธอประพฤติลามกกับคนมากมาย และเนื้ออันบริสุทธิ์ก็จากเจ้าไปแล้ว? เมื่อเจ้าทำชั่ว เจ้ากลับยินดี”
16Een groene olijf met heerlijke vruchten Had Jahweh u genoemd; Maar onder donderend geraas Heeft Hij vuur gelegd aan zijn blaren, En verbranden zijn takken!
16พระยาห์เวห์เรียกเจ้าว่า “ต้นมะกอกเขียวสด งดงามด้วยผลดี” ท่ามกลางเสียงคำรามดังสนั่น พระองค์จุดไฟเผามัน กิ่งของมันหัก
17Jahweh der heirscharen, die u had geplant, Bedreigt u met rampen: Om de misdaad van het huis van Israël en Juda, Die ze bedreven, om Mij te tergen, Door wierook voor Báal te branden!
17เพราะพระยาห์เวห์แห่งกองทัพผู้ปลูกเจ้า ประกาศภัยร้ายที่จะเกิดกับเจ้า เพราะความชั่วของชนอิสราเอลและชนยูดาห์ ซึ่งพวกเขาทำร้ายตนเองโดยยั่วให้เราโกรธด้วยการเผาเครื่องหอมบูชาเทพบาอัล
18Jahweh, Gij hebt het mij bekend gemaakt, zodat ik het weet, Gij hebt mij hun toeleg doen zien;
18พระยาห์เวห์ให้ข้าพเจ้ารู้เรื่องนี้ ข้าพเจ้าจึงรู้ แล้วพระองค์แสดงการกระทำของพวกเขาให้ข้าพเจ้าเห็น
19Ik zelf was als een argeloos lam, Dat naar de slachtbank wordt geleid. Ik wist niet eens, dat zij aanslagen tegen mij smeedden: Komt, laten we de boom in zijn volle kracht vellen, Hem uit het land der levenden rukken, Zodat zijn naam niet meer wordt genoemd.
19แต่ข้าพเจ้าเหมือนลูกแกะเชื่องที่ถูกพาไปฆ่า ไม่รู้ว่าพวกเขาวางแผนต่อต้านข้าพเจ้าว่า “ให้พวกเราทำลายต้นไม้พร้อมกับผล ให้พวกเราตัดเขาออกจากแผ่นดินของคนเป็น เพื่อจะไม่มีใครจำชื่อเขาอีก”
20Jahweh der heirscharen, rechtvaardige Rechter, Die harten en nieren doorgrondt: Laat mij zien, hoe Gij wraak op hen neemt, Want U vertrouw ik mijn recht toe.
20แต่พระยาห์เวห์แห่งกองทัพ ผู้พิพากษาอย่างเที่ยงธรรม ผู้ทดสอบใจและความคิด ข้าพเจ้าจะเห็นพระองค์แก้แค้นพวกเขา เพราะข้าพเจ้าแจ้งเรื่องคดีของตนต่อพระองค์แล้ว
21Daarom spreekt Jahweh van de mannen van Anatot, Die mijn leven belagen, en zeggen: Niet langer zult ge in Jahweh’s Naam profeteren, Zo ge door onze hand niet wilt sterven.
21“เพราะฉะนั้น พระยาห์เวห์กล่าวถึงชาวอานาโธทที่หมายเอาชีวิตเจ้า ผู้พูดว่า ‘อย่ากล่าวคำพยากรณ์ในนามพระยาห์เวห์ มิฉะนั้นพวกเราจะฆ่าเจ้า’
22Waarachtig, zo spreekt Jahweh der heirscharen: Zie, Ik kom op hen af; Hun jongemannen zullen sterven door het zwaard, Hun zonen en dochters van honger.
22เพราะฉะนั้น พระยาห์เวห์แห่งกองทัพจึงกล่าวดังนี้ ‘จงฟัง เราจะลงโทษพวกเขา ชายหนุ่มจะตายด้วยดาบ ลูกชายลูกสาวจะตายเพราะความอดอยาก
23Niets blijft van hen over, Wanneer Ik rampen ga brengen Over Anatots mannen In hun jaar van vergelding!
23จะไม่เหลือใคร เพราะเราจะนำภัยร้ายมาถึงชาวอานาโธทในปีที่พวกเขาต้องรับโทษ’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.