Hosea
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Israël, verheug u maar niet, En jubel niet als de heidenen; Want ge hebt ontucht bedreven, ver van uw God, Op hoerenloon geaast op elke dorsvloer van koren.
1イスラエルよ、諸国民のように、 歓喜してはならない。 あなたは自分の神に不実を働き、 どの脱穀場でも、娼婦の報酬を愛した。
2Dorsvloer en perskuip willen niets van hen weten, De most zal hen verloochenen;
2脱穀場もぶどう搾り場も彼らを養わず、 新しいぶどう酒も彼女を裏切る。
3Ze zullen niet blijven in Jahweh’s land, Maar Efraïm moet terug naar Egypte.
3彼らは主の地に住み続けることができない。 エフライムはエジプトへ帰り、 アッシリアで汚れた食物を食べる。
4Ze zullen geen wijn voor Jahweh plengen, Hem geen welgevallige offers meer brengen; Hun brood zal het brood der treurenden zijn, Wie er van eet, wordt onrein. Want hun brood blijft alleen voor henzelf bestemd, Het huis van Jahweh komt het niet in!
4彼らは主にぶどう酒を注ぎのささげ物としてささげず、 そのいけにえも主に喜ばれない。 彼らのいけにえは喪に服す者のパンのようになり、 それを食べる者は皆、汚れる。 彼らのパンは自分の空腹を満たすだけで、 主の家に入ることはない。
5Wat zult ge dan op een hoogtij beginnen, Op een feestdag van Jahweh?
5例祭の日、 主の祭りの日に、 あなたがたは何をするのか。
6Waarachtig, als zij de verwoesting ontlopen, Zal Egypte hen verzamelen, Mof hen begraven; Distels zullen bezit van hun schatkamers nemen, Van hun tenten de doornen.
6見よ、彼らが滅びから逃れても、 エジプトが彼らを集め、 メンフィスが彼らを葬る。 彼らの銀の宝物はいらくさのものとなり、 天幕にはいばらが生える。
7Gekomen zijn de dagen van straf, Gekomen de dagen van vergelding! Israël roept: De profeet is een dwaas, De van geest vervoerde een gek! Bij uw grote schuld voegt ge nog de vervolging:
7処罰の日が来た。 報いの日が来た。 イスラエルは預言者を愚か者とみなし、 霊を受けた者を狂人とみなす。 あなたの罪が多く、 敵意が激しいからだ。
8Efraïm loert aan de tent van den profeet, Spant een net op al zijn wegen, Vervolgt hem nog in het huis van zijn God.
8預言者は私の神とともに、 エフライムを見張る。 しかし、そのすべての道には鳥を捕らえるわながあり、 神の家には敵意が満ちる。
9Ze zijn grondig bedorven, Als in de dagen van Giba: Gedenken zal Hij hun schuld, Hun zonden bestraffen!
9彼らはギブアの日々のように、 深く堕落した。 主は彼らの不義を覚え、 その罪を罰される。
10Als druiven in de woestijn Heb Ik Israël gevonden; Als naar de eerste vrucht van een vroege vijg Omgezien naar uw vaderen. Maar zij liepen over naar Báal-Peor, Wijdden zich toe aan den schandgod, En werden even verfoeilijk Als hun innig-geliefde!
10私は荒野のぶどうのようにイスラエルを見つけた。 初なりのいちじくを見るように、 あなたがたの父祖たちを見た。 しかし彼らはバアル・ペオルへ行き、 恥ずべきものに自分を献げ、 自分たちが愛したもののように忌まわしい者となった。
11De glorie van Efraïm Vliegt weg als een vogel: Geen geboorte, geen schoot, Geen zwangerschap meer!
11エフライムの栄光は鳥のように飛び去る。 出産も、妊娠も、受胎もなくなる。
12Waarachtig, al brengen ze kinderen groot, Ik maak ze kinderloos, zonder bevolking. Maar wee ook hunzelf, Als Ik Mij van hen terugtrek!
12たとえ彼らが子どもを育てても、 私は一人も残らぬまで、彼らから子を奪う。 私が彼らから離れる時、まことに彼らには災いがある。
13Zoals Ik herten haar jongen Tot jachtwild zie werpen, Zo zal Israël zijn zonen Ter slachting verwekken.
13私はエフライムを、 麗しい地に植えられたツロのように見た。 しかしエフライムは、自分の子どもたちを殺す者のもとへ連れ出す。
14Vergeld het hun, Jahweh! Wat zult Gij hun geven? Geef hun een onvruchtbare schoot, Verdroogde borsten.
14主よ、彼らに与えてください。 何をお与えになるのですか。 流産する胎と、乳の枯れた乳房を。
15Al hun zonden liggen in Gilgal opgestapeld: Daar leerde Ik ze haten. Om de boosheid van hun werken verdrijf Ik ze uit mijn huis: Nooit meer heb Ik ze lief!
15「彼らの悪はすべてギルガルにある。 私はそこで彼らを憎んだ。 彼らの悪い行いのために、 私は彼らを私の家から追い出す。 私はもはや彼らを愛さない。 彼らの君主は皆、反逆者だ。
16Efraïm getroffen, zijn wortel verdroogd, Geen vrucht zal het dragen; En al zouden zij kinderen baren, Ik vermoord de kostelijke vrucht van hun schoot.
16エフライムは打たれた。 その根は枯れ、 実を結ぶことはない。 たとえ彼らが子を産んでも、 私はその胎の愛しい子どもたちを殺す。」
17God zal ze verwerpen, Omdat zij niet naar Hem wilden horen; Onder de volken zullen zij zwerven Al hun vorsten zullen vergaan!
17私の神は彼らを退けられる。 彼らが神に聞き従わなかったからだ。 彼らは諸国民の間をさすらう者となる。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.