Hosea 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Efraïm verlangt naar wind en jaagt de stormen na, Hij is altijd uit op valsheid en leugen: Met Assjoer sluiten zij een verbond, Naar Egypte brengen zij olie.
1エフライムは風を食べ、 一日中、東風を追う。 偽りと破壊を増し加え、 アッシリアと契約を結び、 油をエジプトへ運ぶ。
2Daarom zal Jahweh Israël richten, En Jakob bestraffen, Hem naar zijn gedrag En zijn werken vergelden.
2主はユダをも訴える。 ヤコブをその歩みに従って罰し、 その行いに応じて報いられる。
3In de moederschoot heeft hij zijn broer onderkropen, In zijn mannelijke kracht met God durven worstelen;
3彼は母の胎内で兄のかかとをつかみ、 成人すると神と争った。
4Met den engel gestreden en hem overwonnen, Wenend hem om genade gesmeekt. In Betel vond hij Hem terug; Daar sprak Jahweh tot hem,
4まことに、御使いと格闘して勝った。 彼は泣いて、御使いに願い求めた。 彼はベテルで神に出会い、 そこで神は私たちに語られた――
5De God der heirscharen, Jahweh is zijn Naam:
5その方は万軍の主。 その御名は主。
6“Met de hulp van uw God keert ge terug; Houd u aan vroomheid en recht, Blijf vertrouwen op uw God In Kanaän voor altijd!”
6それゆえ、あなたの神に立ち返れ。 慈しみと公正を守り、 絶えずあなたの神を待ち望め。
7Maar gaarne bedroog hij met valse schalen,
7商人の手には偽りの秤があり、 彼はだまし取ることを好んでいる。
8Efraïm zeide: Als ik maar rijk word, en vermogen verwerf; Maar al zijn winsten wogen niet op Tegen de misdaad, die hij beging.
8エフライムは言った。 「確かに私は富んだ。 私は自分のために富を得た。 この富のどこを探しても、 罪に問われる不義など、だれにも見つけられない。」
9Ik ben Jahweh, uw God, Van Egypteland af: Ik zal u weer onder tenten doen wonen Als in vroegere tijd.
9「しかし私は、あなたがエジプトの地にいた時から、 あなたの神、主である。 私は再びあなたを天幕に住まわせる。 例祭の日々のように。
10Ik heb tot de profeten gesproken, En vele visioenen doen zien; Door de mond der profeten Kondig ik hun ondergang aan.
10私は預言者たちに語り、 幻を多く与えた。 預言者たちを通して、 たとえを語った。
11In Gilad heerst enkel slechtheid en leugen, In Gilgal brengen ze stieren ten offer: Zo zullen hun altaren tot steenhopen worden In de voren der akkers.
11ギルアデに不義があるなら、 彼らはまことにむなしい。 ギルガルで彼らは雄牛をいけにえにする。 その祭壇は、畑の畝にある石の山のようになる。
12Jakob vluchtte naar de vlakte van Aram, Voor een vrouw heeft Israël gediend en de kudde gehoed:
12ヤコブはアラムの地へ逃げた。 イスラエルは妻を得るために仕え、 妻を得るために羊と牛の群れを守った。
13Maar door een profeet heeft Jahweh Israël uit Egypte geleid, Door een profeet hem gehoed.
13主は一人の預言者によって、 イスラエルをエジプトから導き上げ、 一人の預言者によってイスラエルを守られた。
14Maar Efraïm is bitter Zijn God blijven tarten: Nu zal de Heer zijn bloedschuld wreken, En zijn hoon hem vergelden!
14エフライムは主を激しく怒らせた。 それゆえ、その流血の罪は彼の上に残され、 彼の主 は、その侮辱を彼に返される。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.