Ezechiel 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1In het zevende jaar, op de tiende van de vijfde maand, kwamen enigen van Israëls oudsten Jahweh raadplegen. En toen zij voor mij zaten,
1ในปีที่เจ็ด เดือนที่ห้า วันที่สิบของเดือน ผู้อาวุโสของอิสราเอลบางคนมาขอถามพระยาห์เวห์ และนั่งลงตรงหน้าข้าพเจ้า
2werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
2พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงข้าพเจ้าว่า
3Mensenzoon, spreek Israëls oudsten toe, en zeg hun: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Komt ge Mij soms raadplegen? Zo waar Ik leef, Ik laat Mij door u niet raadplegen, zegt Jahweh, de Heer.
3“มนุษย์เอ๋ย จงพูดกับพวกผู้อาวุโสของอิสราเอลว่า ‘พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ พวกเจ้ามาเพื่อถามเราหรือ? เรามีชีวิตอยู่แน่ฉันใด เราจะไม่ยอมให้พวกเจ้าถามเรา’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
4Mensenkind, wilt ge hen vonnissen, wilt ge hen vonnissen? Wijs hen dan op de gruwelen van hun vaderen, en zeg hun: Zo spreekt Jahweh, de Heer!
4“มนุษย์เอ๋ย เจ้าจะพิพากษาพวกเขาไหม? เจ้าจะพิพากษาพวกเขาไหม? จงทำให้พวกเขารู้ถึงสิ่งน่ารังเกียจของบรรพบุรุษ
5Toen Ik Israël uitverkoos, heb Ik mijn hand opgestoken voor de kinderen van Jakobs stam; Ik heb Mij aan hen geopenbaard in het land van Egypte, en mijn hand voor hen opgestoken met de woorden: Ik ben Jahweh, uw God!
5จงบอกพวกเขาว่า ‘พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ในวันที่เราเลือกอิสราเอล เราได้ปฏิญาณต่อเชื้อสายของชนชาติยาโคบ และสำแดงตัวแก่พวกเขาในแผ่นดินอียิปต์ เราปฏิญาณว่า “เราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า”
6In die tijd heb Ik hun met opgestoken hand beloofd, om ze uit Egypte te leiden naar een uitgezocht land, dat droop van melk en honing: de parel van alle landen.
6ในวันนั้นเราปฏิญาณว่าจะนำพวกเขาออกจากแผ่นดินอียิปต์ ไปยังแผ่นดินที่เราเลือกไว้ให้ เป็นแผ่นดินที่มีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์ งดงามเหนือแผ่นดินทั้งปวง
7En Ik sprak tot hen: Laat een ieder zijn ogen van de gruwelbeelden afhouden, en niemand verontreinige zich aan de schandgoden van Egypte; Ik, Jahweh, ben uw God!
7เราบอกพวกเขาว่า “ทุกคนจงโยนสิ่งน่ารังเกียจที่ตาของพวกเจ้าหลงใหลทิ้งไป อย่าทำให้ตัวเองเป็นมลทินด้วยรูปเคารพของอียิปต์ เราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า”
8Maar ze verzetten zich tegen Mij, en wilden niet naar Mij luisteren: niemand hield zijn ogen van de gruwelbeelden af, en ze lieten de schandgoden van Egypte niet varen. Daarom wilde Ik mijn toorn over hen uitstorten, mijn woede op hen koelen midden in het land van Egypte.
8“‘“แต่พวกเขากบฏต่อเราและไม่ยอมฟัง พวกเขาไม่ได้ทิ้งสิ่งน่ารังเกียจที่ตาของตนหลงใหลกันทุกคน และไม่ละทิ้งรูปเคารพของอียิปต์ เราจึงคิดจะเทความเดือดดาลเหนือพวกเขา ระบายความโกรธให้หมดท่ามกลางแผ่นดินอียิปต์
9Maar Ik deed het niet terwille van mijn Naam, opdat die niet ontwijd zou worden in de ogen van de volken, in wier midden zij woonden, in wier bijzijn Ik Mij aan hen geopenbaard had, om ze uit Egypte te leiden.
9แต่เราได้กระทำเพื่อเห็นแก่พระนามของเรา เพื่อไม่ให้พระนามของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ต่อหน้าประชาชาติที่พวกเขาอาศัยอยู่ท่ามกลาง เพราะต่อหน้าประชาชาติเหล่านั้น เราได้สำแดงตัวแก่พวกเขาด้วยการนำพวกเขาออกจากแผ่นดินอียิปต์
10Dus leidde Ik hen uit Egypte, en bracht hen in de woestijn.
10เราจึงนำพวกเขาออกจากแผ่นดินอียิปต์และพาเข้าสู่ถิ่นทุรกันดาร
11Ik gaf hun mijn wetten en openbaarde hun mijn geboden, die de mens moet onderhouden, om te blijven leven.
11เราให้ข้อกำหนดของเรา และทำให้พวกเขารู้คำตัดสินของเรา ซึ่งถ้าคนใดทำตาม เขาจะมีชีวิตอยู่โดยสิ่งเหล่านั้น
12Ook gaf Ik hun mijn sabbatten: het teken tussen Mij en hen, waaraan zij zouden erkennen, dat Ik, Jahweh, het ben, die hen heilig maak.
12เรายังให้วันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราแก่พวกเขา เป็นหมายสำคัญระหว่างเรากับพวกเขา เพื่อพวกเขาจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์ผู้ทำให้พวกเขาศักดิ์สิทธิ์
13Maar het huis van Israël verzette zich tegen Mij in de woestijn; naar mijn wetten leefden ze niet; ze verachtten mijn geboden, die de mens moet onderhouden om te blijven leven, en mijn sabbatten hebben ze schromelijk ontwijd. Daarom wilde Ik in de woestijn mijn toorn over hen uitstorten, en ze verdelgen.
13“‘“แต่ชนอิสราเอลกบฏต่อเราในถิ่นทุรกันดาร ไม่ดำเนินตามข้อกำหนดของเรา และปฏิเสธคำตัดสินของเรา ซึ่งถ้าคนใดทำตาม เขาจะมีชีวิตอยู่โดยสิ่งเหล่านั้น พวกเขาทำให้วันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์อย่างยิ่ง เราจึงคิดจะเทความเดือดดาลเหนือพวกเขาในถิ่นทุรกันดารเพื่อทำลายพวกเขา
14Maar Ik deed het niet terwille van mijn Naam, opdat die niet ontwijd zou worden in de ogen van de volken, in wier bijzijn Ik hen had weggeleid.
14แต่เราได้กระทำเพื่อเห็นแก่พระนามของเรา เพื่อไม่ให้พระนามของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ต่อหน้าประชาชาติ ซึ่งเห็นเราเป็นผู้นำพวกเขาออกมา
15Wel stak Ik in de woestijn mijn hand tegen hen op, dat Ik ze niet zou brengen in het land, dat Ik hun had toegedacht: dat druipt van melk en honing, de parel van alle landen;
15ในถิ่นทุรกันดารเรายังปฏิญาณว่าจะไม่นำพวกเขาเข้าไปในแผ่นดินที่เราให้ไว้ เป็นแผ่นดินที่มีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์ งดงามเหนือแผ่นดินทั้งปวง
16omdat ze mijn geboden verachtten, naar mijn wetten niet leefden, mijn sabbatten ontwijdden, en hun hart aan hun schandgoden gehecht was.
16เพราะพวกเขาปฏิเสธคำตัดสินของเรา ไม่ดำเนินตามข้อกำหนดของเรา และทำให้วันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ เพราะใจของพวกเขาตามรูปเคารพไป
17Maar Ik zag er van af, hen te verdelgen; en zo heb Ik ze niet afgemaakt in de woestijn.
17ถึงกระนั้นเรายังปรานีพวกเขา ไม่ทำลายและไม่กวาดล้างจนหมดสิ้นในถิ่นทุรกันดาร
18Daarna sprak Ik in de woestijn tot hun kinderen: Naar de wijze van uw ouders moogt ge niet leven, aan hun gewoonten niet vasthouden, en aan hun schandgoden u niet verontreinigen.
18เราบอกลูกหลานของพวกเขาในถิ่นทุรกันดารว่า “อย่าดำเนินตามข้อกำหนดของบรรพบุรุษ อย่ารักษาคำตัดสินของพวกเขา และอย่าทำให้ตัวเองเป็นมลทินด้วยรูปเคารพของพวกเขา
19Ik, Jahweh, ben uw God; leeft volgens mijn wetten, onderhoudt nauwkeurig mijn geboden,
19เราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า จงดำเนินตามข้อกำหนดของเรา รักษาคำตัดสินของเรา และปฏิบัติตาม
20houdt mijn sabbatten heilig, opdat ze een teken zijn tussen u en Mij, waaraan gij erkent, dat Ik, Jahweh, uw God ben.
20จงรักษาวันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราให้บริสุทธิ์ วันเหล่านี้จะเป็นหมายสำคัญระหว่างเรากับพวกเจ้า เพื่อพวกเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า”
21Maar ook de kinderen verzetten zich tegen Mij: ze leefden niet naar mijn wetten, ze hebben mijn geboden veracht, die de mens moet onderhouden om te blijven leven, en mijn sabbatten hebben ze ontwijd. Daarom wilde Ik mijn toorn over hen uitstorten, in de woestijn mijn woede op hen koelen.
21“‘“แต่ลูกหลานของพวกเขาก็กบฏต่อเรา ไม่ดำเนินตามข้อกำหนด และไม่รักษาคำตัดสินของเราเพื่อปฏิบัติตาม ซึ่งถ้าคนใดทำตาม เขาจะมีชีวิตอยู่โดยสิ่งเหล่านั้น พวกเขาทำให้วันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ เราจึงคิดจะเทความเดือดดาลเหนือพวกเขา ระบายความโกรธให้หมดในถิ่นทุรกันดาร
22Maar Ik trok mijn hand terug, en deed het niet terwille van mijn Naam, opdat die niet ontwijd zou worden in de ogen der volken, in wier bijzijn Ik hen uitgeleid had.
22ถึงกระนั้นเรายั้งมือไว้ และกระทำเพื่อเห็นแก่พระนามของเรา เพื่อไม่ให้พระนามของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ต่อหน้าประชาชาติ ซึ่งเห็นเราเป็นผู้นำพวกเขาออกมา
23Wel stak Ik in de woestijn mijn hand tegen hen op, om ze onder de volken te verstrooien en ze over de landen te verspreiden;
23ในถิ่นทุรกันดารเรายังปฏิญาณว่าจะกระจายพวกเขาไปท่ามกลางประชาชาติ และทำให้กระจัดกระจายตามดินแดนต่าง ๆ
24omdat zij mijn geboden niet opvolgden, mijn wetten verachtten, mijn sabbatten ontwijdden, en hun ogen aan de schandgoden van hun ouders bleven gehecht.
24เพราะพวกเขาไม่ทำตามคำตัดสินของเรา ปฏิเสธข้อกำหนดของเรา ทำให้วันพักอันศักดิ์สิทธิ์ของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ และตาของพวกเขาตามรูปเคารพของบรรพบุรุษ
25Ook gaf Ik hun wetten, die niet goed waren, geboden waarbij ze niet leven konden:
25เรายังให้ข้อกำหนดที่ไม่ดีแก่พวกเขา และคำตัดสินที่ทำตามแล้วไม่อาจมีชีวิตอยู่ได้
26door hun geschenken, door hun overgave van al wat de moederschoot opent, heb Ik hen verontreinigd, opdat ze zelf versteld zouden staan en erkennen, dat Ik Jahweh ben.
26เราปล่อยให้พวกเขาเป็นมลทินด้วยของถวายของตน เมื่อพวกเขาให้บุตรหัวปีทุกคนผ่านไฟ เพื่อเราจะทำให้พวกเขาพินาศร้างเปล่า และให้รู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์”’
27Spreek daarom, mensenkind, tot het huis van Israël en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ook in een ander opzicht hebben uw vaderen Mij gehoond door hun trouweloze afval.
27“เพราะฉะนั้น มนุษย์เอ๋ย จงพูดกับชนอิสราเอลว่า ‘พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ บรรพบุรุษของพวกเจ้ายังดูหมิ่นเราในเรื่องนี้ด้วย คือประพฤติไม่ซื่อสัตย์ต่อเรา
28Want toen Ik hen naar het land had geleid, dat Ik hun met opgestoken hand beloofd had te geven, en ze al de hoge heuvels zagen en al de schaduwrijke bomen, slachtten ze daar hun offers, brachten daar hun ergerlijke geschenken, ontstaken daar hun welriekend offervuur, en plengden daar hun drankoffers.
28เมื่อเรานำพวกเขาเข้าสู่แผ่นดินที่ปฏิญาณว่าจะให้ พวกเขาเห็นเนินเขาสูงทุกแห่งและต้นไม้ใบดกทุกต้น ก็ถวายเครื่องบูชาที่นั่น นำของถวายซึ่งยั่วยุเราไปวางที่นั่น ทำกลิ่นหอมที่นั่น และเทเครื่องดื่มบูชาที่นั่น
29En Ik sprak tot hen: Wat moet die hoogte, waar gij heen gaat? Daarom heet die nu nog “bama”.
29เราจึงถามว่า “สถานบูชาบนที่สูงที่พวกเจ้าไปนั้นคืออะไร?” จึงเรียกที่นั้นว่า บามาห์ มาจนถึงทุกวันนี้’
30Zeg daarom tot het huis van Israël: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Verontreinigt gij u soms niet op dezelfde manier als uw vaderen; loopt ook gij hun gruwelbeelden niet achterna; hebt ge u niet aan al uw schandgoden tot de dag van heden verontreinigd,
30“เพราะฉะนั้นจงบอกชนอิสราเอลว่า ‘พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ พวกเจ้าทำให้ตัวเองเป็นมลทินตามทางของบรรพบุรุษ และทำตัวเป็นโสเภณีตามสิ่งน่ารังเกียจของพวกเขาหรือ?
31door uw gaven te brengen en uw kinderen door het vuur te doen gaan? En zou Ik mij dan door u laten raadplegen, huis van Israël? Zowaar Ik leef, zegt Jahweh de Heer, Ik laat Mij door u niet raadplegen!
31เมื่อพวกเจ้าถวายของและให้ลูกชายของตนผ่านไฟ พวกเจ้ายังทำให้ตัวเองเป็นมลทินด้วยรูปเคารพทั้งปวงจนถึงวันนี้ แล้วชนอิสราเอลเอ๋ย เราควรยอมให้พวกเจ้ามาถามเราหรือ? พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสว่า เรามีชีวิตอยู่แน่ฉันใด เราจะไม่ยอมให้พวกเจ้าถามเรา
32Waarachtig: de verlangens van u zullen niet worden bevredigd, van u die zegt: wij willen hout en steen dienen, evenals de volken, evenals de stammen van andere landen.
32“‘“สิ่งที่ผุดขึ้นในใจพวกเจ้าจะไม่มีวันเกิดขึ้น พวกเจ้าพูดว่า ‘เราจะเป็นเหมือนประชาชาติอื่น เหมือนตระกูลต่าง ๆ ในดินแดนทั้งหลาย ที่รับใช้ไม้และหิน’
33Zowaar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer; met krachtige hand, met uitgestrekte arm en in vlagen van toorn zal Ik u mijn macht doen gevoelen.
33พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสว่า เรามีชีวิตอยู่แน่ฉันใด เราจะปกครองพวกเจ้าด้วยมืออันทรงพลัง ด้วยแขนที่เหยียดออก และด้วยความเดือดดาลที่เทลงมา
34Ik zal u wegvoeren uit de volken, en u samenbrengen uit de landen waarover ge verstrooid zijt, met krachtige hand, met uitgestrekte arm, en in vlagen van toorn.
34เราจะนำพวกเจ้าออกจากชนชาติต่าง ๆ และรวบรวมจากดินแดนที่กระจัดกระจาย ด้วยมืออันทรงพลัง ด้วยแขนที่เหยียดออก และด้วยความเดือดดาลที่เทลงมา
35Naar de woestijn der volken zal Ik u brengen, daar zal Ik u vonnissen van man tot man.
35เราจะนำพวกเจ้าเข้าสู่ถิ่นทุรกันดารของชนชาติต่าง ๆ แล้วจะพิพากษาพวกเจ้าต่อหน้ากันตรงนั้น
36Zoals Ik in de woestijn van Egypte uw vaderen gevonnist heb, zo zal Ik u vonnissen, zegt Jahweh, de Heer.
36เช่นเดียวกับที่เราพิพากษาบรรพบุรุษของพวกเจ้าในถิ่นทุรกันดารแห่งแผ่นดินอียิปต์ เราก็จะพิพากษาพวกเจ้า” พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
37Onder de knuppel zal Ik u door laten gaan en tuchtigen.
37“เราจะให้พวกเจ้าผ่านใต้ไม้เท้า และจะนำพวกเจ้าเข้าสู่พันธะของพันธสัญญา
38Zo zal Ik uit u verwijderen oproerlingen en kwaadwilligen; uit het land waar ze als vreemden vertoeven, zal Ik ze uitleiden, maar in het land van Israël komen ze niet. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
38เราจะคัดพวกกบฏและผู้ไม่เชื่อฟังเราออกจากท่ามกลางพวกเจ้า เราจะนำพวกเขาออกจากแผ่นดินที่อาศัยอยู่ แต่พวกเขาจะไม่ได้เข้าแผ่นดินอิสราเอล แล้วพวกเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์
39Maar gij, huis van Israël, spreekt Jahweh, de Heer: werpt al uw schandgoden weg, en luistert voortaan naar Mij. Dan zult ge mijn heilige Naam met uw gaven en door uw schandgoden niet meer ontwijden.
39“‘ส่วนพวกเจ้า ชนอิสราเอลเอ๋ย พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ไปเถอะ ทุกคนจงรับใช้รูปเคารพของตนต่อไป ถ้าหลังจากนี้พวกเจ้ายังไม่ยอมฟังเรา แต่ต่อไปพวกเจ้าจะไม่ทำให้พระนามอันศักดิ์สิทธิ์ของเราเสื่อมความศักดิ์สิทธิ์ด้วยของถวายและรูปเคารพของพวกเจ้าอีก
40Want op mijn heilige berg, op Israëls verheven top, zegt Jahweh, de Heer, daar zal heel het huis van Israël Mij dienen; daar zal Ik mijn vreugde aan hen beleven, daar naar uw gaven verlangen, naar uw eerstelingoffers met alles wat ge Mij toewijdt.
40เพราะบนภูเขาศักดิ์สิทธิ์ของเรา บนภูเขาสูงแห่งอิสราเอล” พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัส “ที่นั่นชนอิสราเอลทั้งหมด ทุกคนในแผ่นดิน จะรับใช้เรา ที่นั่นเราจะยอมรับพวกเขา และจะขอรับเครื่องถวาย ผลแรกของสิ่งถวาย และของศักดิ์สิทธิ์ทั้งปวงจากพวกเจ้า
41Als aan een welriekende geur zal Ik aan u mijn vreugde beleven, als Ik u heb weggevoerd uit de volken, en u heb samengebracht uit de landen waarover gij verstrooid zijt; want zo zal Ik door u mijn heiligheid bewijzen in de ogen der volken.
41เราจะยอมรับพวกเจ้าเหมือนกลิ่นหอม เมื่อเรานำพวกเจ้าออกจากชนชาติต่าง ๆ และรวบรวมจากดินแดนที่กระจัดกระจาย เราจะแสดงความศักดิ์สิทธิ์ของเราผ่านพวกเจ้าต่อหน้าประชาชาติ
42Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben. En als Ik u op Israëls grondgebied heb gebracht, in het land, dat Ik met opgestoken hand aan uw vaderen beloofd heb,
42พวกเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์ เมื่อเรานำพวกเจ้าเข้าแผ่นดินอิสราเอล ซึ่งเป็นแผ่นดินที่เราปฏิญาณว่าจะให้แก่บรรพบุรุษของพวกเจ้า
43dan zult ge daar terugdenken aan uw gedrag en uw daden, waardoor ge verontreinigd werdt; dan zal de schande op uw gelaat te lezen staan om al uw vroegere boosheid.
43ที่นั่นพวกเจ้าจะระลึกถึงทางของตนและการกระทำทั้งหมดที่ทำให้ตัวเองเป็นมลทิน แล้วจะรังเกียจตัวเองเพราะความชั่วทั้งปวงที่ได้ทำ
44Zo zult ge, volk van Israël, erkennen, dat Ik Jahweh ben, doordat Ik met u gehandeld heb terwille van mijn Naam, en niet volgens uw slecht gedrag en uw boze daden, zegt Jahweh, de Heer.
44ชนอิสราเอลเอ๋ย พวกเจ้าจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์ เมื่อเราปฏิบัติต่อพวกเจ้าเพื่อเห็นแก่พระนามของเรา ไม่ใช่ตามทางชั่วหรือการกระทำอันเสื่อมทรามของพวกเจ้า” พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้’”
45Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
45พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงข้าพเจ้าว่า
46Mensenkind, wend uw gelaat naar het zuiden, en laat uw woord kletteren tegen het zuiden; profeteer tegen het woud in het zuiden,
46“มนุษย์เอ๋ย จงหันหน้าไปทางใต้ กล่าวถ้อยคำไปทางใต้ และพยากรณ์กล่าวโทษป่าในแดนใต้
47en zeg tot het woud in het zuiden: Luister naar het woord van Jahweh! Zo spreekt Jahweh, de Heer: Zie, Ik ga in u een vuur ontsteken, dat al uw groene en dorre bomen verteren zal. De laaiende vlam zal niet uitdoven; aller gelaat van zuid tot noord zal erdoor worden geschroeid.
47จงบอกป่าแห่งแดนใต้ว่า ‘จงฟังพระดำรัสของพระยาห์เวห์ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ เราจะจุดไฟในเจ้า ไฟจะเผาต้นไม้เขียวทุกต้นและต้นไม้แห้งทุกต้น เปลวไฟที่ลุกโชนจะไม่ดับ และทุกใบหน้าตั้งแต่ใต้จรดเหนือจะถูกมันเผา
48Zo zullen alle schepselen inzien, dat Ik, Jahweh, het aangestoken heb! Neen, geblust wordt het niet!
48มนุษย์ทุกคนจะเห็นว่าเรา พระยาห์เวห์ เป็นผู้จุดไฟนั้น และมันจะไม่ดับ’”
49Maar ik sprak: Ach, Heer Jahweh, ze zeggen van mij: hij spreekt ook altijd in raadsels!
49ข้าพเจ้าจึงทูลว่า “โอ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์! พวกเขาพูดถึงข้าพเจ้าว่า ‘เขาเอาแต่พูดเรื่องเปรียบไม่ใช่หรือ?’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.