Ezechiel 34
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงข้าพเจ้าว่า
2Mensenkind, ge moet profeteren tegen de herders van Israël. Profeteer en zeg tot de herders: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Wee de herders van Israël, die alleen zichzelven weidden! Of moeten de herders hun schápen niet weiden?
2“มนุษย์เอ๋ย จงพยากรณ์กล่าวโทษพวกผู้เลี้ยงแกะแห่งอิสราเอล จงพยากรณ์และบอกผู้เลี้ยงเหล่านั้นว่า ‘พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ วิบัติแก่ผู้เลี้ยงแกะแห่งอิสราเอลที่เลี้ยงแต่ตัวเอง! ผู้เลี้ยงไม่ควรเลี้ยงฝูงแกะหรือ?
3De melk drinkt ge wel op, van de wol maakt ge uw kleding, het gemeste dier slacht ge af, maar weiden doet ge de schapen niet!
3พวกเจ้ากินไขมัน เอาขนแกะมาทำเสื้อ และฆ่าแกะอ้วน แต่ไม่เลี้ยงฝูงแกะ
4Het verzwakte dier hebt ge niet gesterkt, het zieke niet genezen, het gewonde niet verbonden, het verdwaalde niet teruggebracht, het vermiste niet opgezocht, en het gezonde dier hebt ge afgebeuld.
4แกะอ่อนแอพวกเจ้าก็ไม่เสริมกำลัง ตัวป่วยไม่รักษา ตัวบาดเจ็บไม่พันแผล ตัวที่ถูกไล่ไปไม่พากลับ ตัวที่หลงหายไม่ออกตามหา แต่กลับปกครองด้วยกำลังและความโหดร้าย
5Daarom zijn ze uiteengejaagd, omdat niemand ze weidde; zijn ze ten prooi gevallen aan alle wilde beesten.
5แกะจึงกระจัดกระจายเพราะไม่มีผู้เลี้ยง และกลายเป็นอาหารของสัตว์ทุกชนิดในทุ่ง
6Daarom ging mijn kudde dwalen op alle bergen en hoge heuvels, en raakten mijn schapen over heel de aarde verstrooid. Niemand die ernaar vroeg; niemand die ze zocht!
6แกะของเราเร่ร่อนไปตามภูเขาทุกลูกและเนินสูงทุกแห่ง กระจัดกระจายไปทั่วพื้นแผ่นดิน ไม่มีใครออกค้นหาหรือตามหา”
7Daarom herders, luistert naar het woord van Jahweh!
7“‘เพราะฉะนั้น พวกผู้เลี้ยงเอ๋ย จงฟังพระดำรัสของพระยาห์เวห์
8Zowaar Ik leef, spreekt Jahweh, de Heer: Ik zal ze! Omdat mijn kudde geroofd werd en mijn schapen ten offer vielen aan wilde beesten, daar niemand ze weidde; en omdat mijn herders mijn schapen niet bijeenzochten, maar in plaats van mijn schapen, zichzelven weidden:
8พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสว่า “เรามีชีวิตอยู่แน่ฉันใด เพราะแกะของเรากลายเป็นของปล้นและเป็นอาหารของสัตว์ในทุ่งเนื่องจากไม่มีผู้เลี้ยง เพราะผู้เลี้ยงของเราไม่ออกตามหาแกะ แต่เลี้ยงตัวเองและไม่เลี้ยงแกะของเรา
9daarom herders, luistert naar het woord van Jahweh!
9เพราะฉะนั้น พวกผู้เลี้ยงเอ๋ย จงฟังพระดำรัสของพระยาห์เวห์!”
10Zo spreekt Jahweh, de Heer: Ik krijg die herders! Ik zal mijn kudde van hen terugeisen, en hen beletten nog ooit mijn schapen te weiden! Dan zal het gedaan zijn met dat zichzelven maar weiden; dan zal Ik mijn kudde uit hun muil bevrijden, en vallen ze hun nooit meer ten prooi!
10พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ “เราเป็นศัตรูกับพวกผู้เลี้ยง เราจะทวงแกะของเราคืนจากมือพวกเขา และให้พวกเขาเลิกเลี้ยงฝูงแกะ พวกผู้เลี้ยงจะเลี้ยงตัวเองไม่ได้อีก เราจะช่วยแกะของเราออกจากปากพวกเขา ไม่ให้เป็นอาหารของพวกเขา”
11Want dit zegt Jahweh, de Heer: Hier ben Ik zelf! Ik ga zelf naar mijn schapen omzien en ze verzorgen.
11“‘เพราะพระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ “เราเองจะออกค้นหาแกะของเราและตามหาพวกมัน
12Zoals een herder omziet naar zijn kudde, als er een deel van zijn schapen verstrooid is, zo ga ook Ik voor mijn kudde zorgen.
12เหมือนผู้เลี้ยงตามหาฝูงแกะเมื่ออยู่ท่ามกลางแกะที่กระจัดกระจาย เราก็จะตามหาแกะของเรา และช่วยพวกมันออกจากทุกแห่งที่กระจัดกระจายในวันที่มีเมฆและความมืด
13Ik zal ze terugbrengen uit alle plaatsen, waarheen ze waren verstrooid op de dag van wolken en nevel. Ik zal ze terugvoeren uit de volken, hen bijeenbrengen uit de landen, hen leiden naar hun eigen grond, hen weiden op Israëls bergen, in de dalen en in alle bewoonde streken van het land.
13เราจะนำพวกมันออกจากชนชาติต่าง ๆ รวบรวมจากดินแดนทั้งหลาย แล้วพากลับสู่แผ่นดินของตน เราจะเลี้ยงพวกมันตามภูเขาแห่งอิสราเอล ริมลำธาร และทุกถิ่นที่มีคนอาศัยในแผ่นดิน
14Dan weid Ik ze op een vette grond, en op de bergen van Israëls hoogland zullen ze rusten; daar zullen ze zich neervlijen in het malse groen, en grazen ze de vette weiden af op Israëls bergen.
14เราจะเลี้ยงพวกมันในทุ่งหญ้าดี คอกของพวกมันจะอยู่บนภูเขาสูงแห่งอิสราเอล ที่นั่นพวกมันจะนอนในคอกที่ดี และกินหญ้าอุดมบนภูเขาแห่งอิสราเอล
15Ik zal mijn schapen zelf weiden, ze zelf laten legeren, zegt Jahweh, de Heer.
15เราเองจะเป็นผู้เลี้ยงแกะของเรา และจะให้พวกมันนอนพัก” พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
16Het vermiste dier zoek Ik op, het verdwaalde breng Ik terug; het gewonde zal Ik verbinden, het verzwakte sterken, het vette en gezonde dier blijven verzorgen. Ik zal ze weiden, zoals het behoort!
16“เราจะตามหาตัวที่หลงหาย พาตัวที่ถูกไล่ไปกลับมา พันแผลตัวที่บาดเจ็บ และเสริมกำลังตัวที่ป่วย แต่ตัวอ้วนและตัวแข็งแรงเราจะทำลาย เราจะเลี้ยงพวกมันด้วยความยุติธรรม”’
17En nu mijn kudde, wat u zelf betreft, zegt Jahweh, de Heer: Ik zal het ene schaap van het andere scheiden; de rammen van de bokken.
17“ส่วนพวกเจ้า ฝูงแกะของเราเอ๋ย พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘เราจะพิพากษาระหว่างแกะกับแกะ ระหว่างแกะผู้กับแพะผู้
18Is het u niet voldoende, op de beste weide te grazen, dat ge met uw hoeven het overig weiland vertrapt; of van het klaarste water te drinken, dat ge met uw poten de rest van het water bevuilt?
18แค่พวกเจ้ากินหญ้าดีแล้วยังไม่พอหรือ จึงต้องใช้เท้าเหยียบหญ้าที่เหลือ? แค่ดื่มน้ำใสแล้วยังไม่พอหรือ จึงต้องใช้เท้ากวนน้ำที่เหลือให้ขุ่น?
19Moet dan mijn kudde grazen wat uw hoeven hebben vertrapt, drinken wat uw poten hebben bevuild?
19แล้วแกะของเราต้องกินหญ้าที่พวกเจ้าเหยียบ และดื่มน้ำที่พวกเจ้ากวนให้ขุ่น’
20Daarom zegt Jahweh, de Heer: Ik kom op u af, om recht te doen tussen het vetgemeste schaap en het magere dier;
20“เพราะฉะนั้น พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสกับพวกเขาว่า ‘เราเองจะพิพากษาระหว่างแกะอ้วนกับแกะผอม
21want ge hebt zolang met flank en schouder alle zwakke dieren gedrongen en met uw horens gestoten, tot ze buiten de weide gejaagd zijn.
21เพราะพวกเจ้าใช้สีข้างและไหล่กระแทก ใช้เขาขวิดตัวอ่อนแอทั้งหมด จนทำให้พวกมันกระจัดกระจายออกไป
22Ik zal mijn schapen redden, zodat ze niet meer worden geroofd; maar ook zal Ik recht doen tussen het ene schaap en het andere!
22เราจึงจะช่วยฝูงแกะของเรา และพวกมันจะไม่เป็นของปล้นอีก เราจะพิพากษาระหว่างแกะกับแกะ
23Ik zal over hen één Herder aanstellen, om ze te hoeden: mijn dienaar David. Die zal ze weiden, een echte herder voor hen zijn.
23เราจะตั้งผู้เลี้ยงคนเดียวเหนือพวกมัน คือดาวิดผู้รับใช้ของเรา เขาจะเลี้ยงพวกมันและเป็นผู้เลี้ยงของพวกมัน
24Ik, Jahweh, zal hun God zijn, en mijn dienaar David een vorst in hun midden; Ik, Jahweh, heb het gezegd!
24เรา พระยาห์เวห์ จะเป็นพระเจ้าของพวกเขา และดาวิดผู้รับใช้ของเราจะเป็นผู้นำท่ามกลางพวกเขา เรา พระยาห์เวห์ ได้พูดไว้แล้ว
25Ik zal met hen een bond van vrede sluiten, en de wilde beesten uit het land verjagen, zodat zij zelfs op de steppe nog veilig zijn, en in de bossen rustig kunnen slapen.
25“‘เราจะทำพันธสัญญาแห่งสันติภาพกับพวกเขา และทำให้สัตว์ร้ายหมดไปจากแผ่นดิน พวกเขาจะอยู่อย่างปลอดภัยในถิ่นทุรกันดาร และนอนในป่าได้
26Op zijn tijd zal Ik milde regen geven, en de buien laten stromen: malse buien!
26เราจะทำให้พวกเขาและบริเวณรอบภูเขาของเราเป็นพร เราจะให้ฝนตกตามฤดู เป็นสายฝนแห่งพระพร
27zodat de bomen op het veld hun vruchten dragen, en de akker zijn opbrengst zal geven. Dan zullen ze rustig wonen op hun grond, en erkennen, dat Ik Jahweh ben, als Ik de stangen van hun juk heb verbroken, hen uit de vuist van hun verdrukkers heb bevrijd.
27ต้นไม้ในทุ่งจะออกผล แผ่นดินจะให้ผลผลิต และพวกเขาจะอยู่อย่างปลอดภัยในแผ่นดิน เมื่อเราหักคานแอกและช่วยพวกเขาให้พ้นจากมือผู้ทำให้เป็นทาส พวกเขาจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์
28Nooit meer zullen ze een prooi der volken worden, of zullen wilde beesten hen verscheuren; in veiligheid zullen ze wonen, en niemand schrikt ze weer op!
28พวกเขาจะไม่เป็นของปล้นแก่ประชาชาติอีก สัตว์บนแผ่นดินจะไม่กินพวกเขา แต่จะอยู่อย่างปลอดภัย ไม่มีใครทำให้หวาดกลัว
29Ik zal hun gewassen welig doen groeien, zodat er niemand in het land van honger meer omkomt, en ze de spot der volken niet meer hoeven te dragen.
29เราจะทำให้มีพื้นที่เพาะปลูกที่มีชื่อเสียงสำหรับพวกเขา พวกเขาจะไม่ถูกความอดอยากกลืนกินในแผ่นดิน และไม่ต้องแบกรับความอับอายจากประชาชาติอีก
30Zo zullen ze erkennen, dat Ik, Jahweh, hun God ben, en dat Israëls huis mijn volk is, zegt Jahweh, de Heer.
30พวกเขาจะรู้ว่าเรา พระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเขา อยู่กับพวกเขา และชนอิสราเอลคือประชาชนของเรา’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
31Ja, gij zijt mijn kudde, mijn eigen schapen; en Ik ben uw God, zegt Jahweh, de Heer!.
31‘พวกเจ้าเป็นแกะของเรา เป็นแกะในทุ่งหญ้าของเรา พวกเจ้าเป็นมนุษย์ และเราเป็นพระเจ้าของพวกเจ้า’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.