Ezechiel 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1In het elfde jaar, op de eerste van de maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
1ในปีที่สิบเอ็ด วันที่หนึ่งของเดือน พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงข้าพเจ้าว่า
2Mensenkind, omdat Tyrus over Jerusalem uitriep: Haha! opengebroken Is de poort der volken; Aan mij gaat over, Heel zijn heerlijkheid!
2“มนุษย์เอ๋ย เพราะไทระพูดถึงเยรูซาเล็มว่า ‘สะใจ! ประตูสู่ชนชาติต่าง ๆ พังแล้ว การค้าของนางจะหันมาหาเรา เราจะมั่งคั่งขึ้นเพราะนางร้างเปล่า’
3Daarom zegt Jahweh, de Heer: Tyrus, Ik kom op u af, Voer tegen u aan Talrijke volken, Zoals de zee haar golven aanspoelt.
3เพราะฉะนั้น พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘ไทระเอ๋ย เราเป็นศัตรูกับเจ้า เราจะนำประชาชาติมากมายขึ้นมาต่อสู้เจ้า เหมือนทะเลซัดคลื่นขึ้นมา
4Die zullen Tyrus’ muren slopen, Zijn torens omverhalen. Ik spoel de grond van hem af, En maak het tot een kale rots.
4พวกเขาจะทำลายกำแพงไทระและพังหอคอย เราจะกวาดแม้แต่ดินออกจากเมืองนั้น จนเหลือเพียงหินเปลือย
5Het wordt een droogplaats van netten Midden in zee! Want Ik heb het gezegd, Is de godsspraak van Jahweh, den Heer! Het zal een prooi der volken worden,
5นางจะกลายเป็นที่ตากอวนกลางทะเล เพราะเราได้พูดไว้แล้ว’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘นางจะเป็นของปล้นแก่ประชาชาติ
6Zijn dochters op het vasteland Zullen met het zwaard worden vermoord; Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
6เมืองบริวารของนางบนแผ่นดินจะถูกฆ่าด้วยดาบ แล้วพวกเขาจะรู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์’
7Want dit zegt Jahweh, de Heer: Zie, Ik ontbied Nabukodonosor naar Tyrus, Den koning van Babel, den koning der koningen uit het noorden: Met paarden, wagens en ruiters, Met een leger van talloze drommen.
7“เพราะพระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘เราจะนำนาบูคัดเนสซาร์ กษัตริย์แห่งบาบิโลน ผู้เป็นกษัตริย์เหนือกษัตริย์ทั้งหลาย มาจากทิศเหนือต่อสู้ไทระ พร้อมม้า รถศึก ทหารม้า และกองทัพประชาชนมากมาย
8Uw dochters op het vasteland Maakt hij af met het zwaard; Tegen u zelf werpt hij verschansingen op, Legt een wal om u heen, Een schilddak heft hij tegen u op!
8เขาจะฆ่าชาวเมืองบริวารของเจ้าบนแผ่นดินด้วยดาบ จะสร้างป้อมล้อม ก่อเชิงเทิน และยกโล่เข้าประชิดเจ้า
9De stoot van zijn stormram richt hij op uw muren, En met zijn breekijzers sloopt hij uw torens;
9เขาจะตั้งเครื่องกระทุ้งกำแพงของเจ้า และใช้ขวานพังหอคอย
10Door de drom van zijn paarden opgejaagd, Zal het stof u bedekken. Door het geratel van ruiters, van wielen en wagens Beginnen uw muren te dreunen, Wanneer hij uw poorten binnenrijdt, Zoals men door de bressen trekt van een stad.
10ฝุ่นจากม้าจำนวนมากจะคลุมเจ้า กำแพงจะสั่นด้วยเสียงทหารม้า เกวียนลำเลียง และรถศึก เมื่อเขาเข้าประตูของเจ้าเหมือนคนบุกเข้าเมืองที่กำแพงแตก
11Met de hoeven van zijn paarden Slaat hij al uw plaveisels aan stukken; En uw bevolking maakt hij af met het zwaard. Uw trotse gedenktekens Smijt hij tegen de grond;
11กีบม้าของเขาจะเหยียบย่ำถนนทุกสาย เขาจะฆ่าประชาชนของเจ้าด้วยดาบ และเสาหลักแห่งกำลังของเจ้าจะล้มลงกับพื้น
12Hij plundert uw rijkdom, Maakt uw handelswaar buit. Hij haalt uw muren omver, Breekt uw praalhuizen af; Uw stenen en balken en puin Werpt hij midden in zee.
12พวกเขาจะปล้นทรัพย์สมบัติและสินค้าของเจ้า พังกำแพงและทำลายบ้านงดงาม แล้วโยนก้อนหิน ไม้ และดินของเจ้าลงกลางน้ำ
13Ik zal doen verstommen De klank uwer liederen; En het getokkel uwer harpen Zal nimmermeer worden gehoord.
13เราจะทำให้เสียงเพลงของเจ้าหยุดลง และจะไม่ได้ยินเสียงพิณของเจ้าอีก
14Ik zal een kale rots van u maken, Ge wordt een droogplaats van netten; Nooit wordt ge meer opgebouwd, Want Ik heb het gezegd, spreekt Jahweh, de Heer!
14เราจะทำให้เจ้าเป็นหินเปลือย เป็นที่ตากอวน และจะไม่มีใครสร้างเจ้าขึ้นใหม่ เพราะเรา พระยาห์เวห์ ได้พูดไว้แล้ว’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
15Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ja, door de dreun van uw val, Door het gekreun der gewonden, En het trekken der zwaarden binnen uw muren, Zullen de eilanden beven!
15“พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสแก่ไทระว่า ‘เมื่อเจ้าถูกโค่นล้ม เสียงผู้บาดเจ็บคร่ำครวญและเสียงการสังหารภายในเจ้า จะไม่ทำให้หมู่เกาะสั่นสะเทือนหรือ?
16Van hun tronen dalen ze neer Alle gebieders der zee; Hun mantels leggen ze af, Hun bonte gewaden trekken ze uit. Ze trekken hun rouwkleding aan, Zetten zich neer op de grond; Elk ogenblik schrikken ze op, Star van ontzetting om u!
16แล้วผู้นำแห่งทะเลทั้งหมดจะลงจากบัลลังก์ ถอดเสื้อคลุมและเสื้อปักออก สวมความสั่นกลัวแทน พวกเขาจะนั่งบนพื้น ตัวสั่นไม่หยุด และตกตะลึงเพราะเจ้า
17Dan heffen ze een klaagzang over u aan, En zeggen tot u: Hoe zijt ge gevallen, van de zeeën verdwenen, Gij hooggeprezen stad! Gij, die machtig waart op de oceaan: Gijzelf en uwe bevolking; Die de schrik aanjoegt Bij al zijn bewoners.
17พวกเขาจะเปล่งบทคร่ำครวญถึงเจ้าและกล่าวว่า “เจ้าถูกทำลายเสียแล้ว เมืองที่คนเดินเรือมาอาศัย เมืองเลื่องชื่อ ผู้เคยเข้มแข็งกลางทะเล ทั้งนางและชาวเมือง เคยทำให้ทุกคนรอบข้างหวาดกลัว!
18Nu ontstellen de kustlanden Op de dag van uw val, Staan de eilanden der zee verbijsterd Over uw lot.
18บัดนี้หมู่เกาะสั่นสะเทือนในวันที่เจ้าล้ม หมู่เกาะกลางทะเลตกตะลึงเมื่อเจ้าสูญสิ้น”
19Want zo spreekt Jahweh, de Heer: Als Ik van u een verwoeste stad heb gemaakt, Aan onbewoonde steden gelijk; Als Ik de oceaan over u heen heb gedreven, En diepe wateren u bedekken:
19“เพราะพระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘เมื่อเราทำให้เจ้าเป็นเมืองร้างเหมือนเมืองไร้ผู้คน เมื่อเรานำห้วงลึกขึ้นมาท่วมเจ้าและน้ำมหาศาลคลุมเจ้า
20Dan stoot Ik u neer, naar die in het graf zijn gedaald, Naar het volk van weleer; Geef u een plaats in de diepte der aarde, In de oeroude puinen. Bij hen, die in het graf zijn gezonken; Opdat ge niet terugkeert, Geen plaats meer inneemt, In het land der levenden.
20เราจะนำเจ้าลงไปอยู่กับคนที่ลงสู่หลุม กับคนสมัยโบราณ และให้เจ้าอาศัยในส่วนลึกของแผ่นดิน ในที่ร้างมาตั้งแต่โบราณร่วมกับคนที่ลงสู่หลุม เพื่อเจ้าจะไม่มีผู้คนอาศัย ส่วนเราจะให้ความรุ่งโรจน์อยู่ในแผ่นดินของคนเป็น
21Ik maak een spookbeeld van u: ge zijt niet meer; Men zal u zoeken, maar u niet vinden, In eeuwigheid niet! Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
21เราจะทำให้เจ้าเป็นสิ่งน่าสะพรึง แล้วเจ้าจะไม่มีอยู่อีก ถึงคนจะค้นหา ก็จะไม่มีวันพบเจ้าอีก’ พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.