Prediker
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Een goede naam gaat de fijnste olie te boven, De sterfdag de dag der geboorte.
1良い名は上質な香油にまさり、死ぬ日は生まれる日にまさる。
2Beter gaat men naar een huis, waar men rouwt, Dan naar een huis, waar feest wordt gevierd. Want dat is het einde van iederen mens; Iedere levende neme het ter harte.
2宴会の家へ行くより、喪の家へ行くほうが良い。死はすべての人の終わりであり、生きている者はそれを心に留めるべきだ。
3Beter te treuren dan te lachen; Want een bedrukt gelaat wekt medelijden.
3悲しみは笑いにまさる。顔の悲しみが心を整える。
4Het hart der wijzen is in het huis, waar men rouwt, Het hart der dwazen in het huis van de vreugd.
4知恵ある者の心は喪の家にあり、愚かな者の心は喜びの家にある。
5Beter te luisteren naar de berisping der wijzen, Dan te horen naar het lied van de dwazen.
5愚かな者の歌を聞くより、知恵ある者の叱責を聞くほうが良い。
6Want zoals het knetteren der doornen onder de ketel, Zo is het lachen der dwazen; beide zijn ijdel.
6鍋の下でいばらがはぜる音のように、愚かな者の笑いも空しい。これも空しい。
7Verdrukking maakt van den wijze een dwaas, En geschenken bederven het hart.
7虐げは知恵ある者を愚かにし、賄賂は理解力を滅ぼす。
8Beter het einde van iets dan het begin; Beter lankmoedig van hart dan hoogmoedig.
8物事の終わりは、その始まりにまさる。 忍耐強い心は、高ぶる心にまさる。
9Word niet spoedig vergramd in uw geest, Want gramschap huist in de boezem der dwazen.
9心のうちで性急に怒ってはならない。怒りは愚かな者の胸に宿る。
10Vraag niet, waarom vroeger de tijden beter waren dan nu; Want niet uit wijsheid vraagt ge zo iets.
10「なぜ昔の日々は今より良かったのか」と言ってはならない。それは知恵から出た問いではない。
11Wijsheid staat in waarde gelijk met een erfenis, Een groot goed is het voor hen, die het zonlicht aanschouwen;
11知恵は相続財産と同じように良い。実に、太陽を見る者たちにとって、知恵はさらに優れている。
12Want wijsheid beschermt, en rijkdom beschermt, Maar de kennis der wijsheid geeft bovendien leven aan wie haar bezit.
12知恵は盾となり、金も盾となる。しかし、知識の優れたところは、知恵がそれを持つ者の命を保つことにある。
13Geef acht op het werk van God; Want wie kan recht buigen, wat Hij krom heeft gemaakt?
13神のみわざをよく考えよ。神が曲げたものを、誰がまっすぐにできるだろう。
14Als het dus goed gaat, wees dan blij; Gaat het slecht, wil dan bedenken: Zowel het een als het ander heeft God gemaakt, Opdat de mens niet op de toekomst rekent.
14順境の日には喜び、逆境の日にはよく考えよ。神は一方を他方と並べて造られた。人が自分の後に起こることを何一つ見いだせないように。
15Beide heb ik gezien in mijn vluchtig leven: Soms komt een rechtvaardige om, ondanks zijn deugd, En de boze leeft lang, ondanks zijn zonde.
15私は空しい生涯の日々に、これらすべてを見た。義を行いながら滅びる義人がおり、悪を行いながら長生きする悪人がいる。
16Overdrijf dus uw braafheid niet, en wees niet te wijs; Waarom zoudt gij teleurgesteld worden?
16自分を正しい者としすぎるな。また、自分を知恵ある者としすぎるな。なぜ自らを滅ぼすのか。
17Maar leef er ook niet op los, en wees geen dwaas; Waarom zoudt gij sterven vóór uw tijd?
17悪にふけるな。また、愚かであってはならない。なぜ自分の時が来る前に死ぬのか。
18Beter is, dat ge het ene vasthoudt, En het andere niet laat varen; Want wie God vreest, zal beide volbrengen.
18一方をしっかりつかみ、他方からも手を放さないのが良い。神を恐れる者は、そのどちらにも捕らわれない。
19De wijsheid helpt den wijze meer, Dan tien prinsen in de stad;
19知恵は、町にいる十人の支配者よりも、知恵ある者を強くする。
20Maar niemand is er op aarde zo braaf, Dat hij steeds goed doet en nooit kwaad.
20地上には、善を行い、罪を犯さない義人は一人もいない。
21Let ook niet op alles, wat er gezegd wordt, Opdat ge uw knecht u niet hoort vervloeken.
21人々の語ることに、いちいち心を留めてはならない。自分のしもべがあなたを呪うのを聞くこともある。
22Ge zijt toch uzelf wel bewust, Dat ook gij vaak anderen hebt vervloekt.
22あなた自身も同じように他の人々を呪ったことを、あなたの心は何度も知っているからである。
23Dat alles heb ik met wijsheid doorzocht; Maar hoe meer ik naar de wijsheid streefde, Hoe verder zij van mij week.
23私はこれらすべてを知恵によって確かめた。私は「知恵ある者になろう」と言ったが、知恵は私から遠く離れていた。
24Al wat er gebeurt, is zo ongenaakbaar en diep, Zo diepzinnig; wie kan het doorgronden?
24今あるものは遠く、極めて深い。誰がそれを見いだせるだろう。
25En toch heb ik mij er op toegelegd, Om kennis en doorzicht te verwerven, Om wijsheid te bekomen en inzicht, Om te begrijpen, dat de zonde een dwaasheid is, En wangedrag een zotheid moet zijn.
25私は向きを変え、心を傾けて、知り、探り、知恵と物事の道理を求め、悪は愚かさであり、愚かさは狂気であることを知ろうとした。
26En ik vond, dat de vrouw bitterder is dan de dood, Want zij is een valstrik; Haar hart is een net, haar handen zijn boeien. Wie Gode behaagt, ontsnapt er aan; Maar de zondaar wordt er door gevangen.
26私は、死よりも苦い女を見いだした。その心はわなと網であり、その手は鎖である。神に喜ばれる者は彼女から逃れるが、罪人は彼女に捕らえられる。
27Zie, zegt de Prediker, dit heb ik gevonden: (Alles heb ik beproefd, om een verklaring te vinden,
27伝道者は言う。「見よ、私は一つ一つを照らし合わせ、結論を見いだそうとして、これを見いだした。
28Maar mijn ziel zoekt nog altijd vergeefs;) Eén man vond ik op duizend; Maar een vrouw heb ik er niet onder gevonden.
28私はなおも求めているが、まだ見いだしていない。私は千人のうちに一人の男を見いだしたが、そのすべてのうちに一人の女も見いださなかった。
29Alleen dit heb ik gevonden: God heeft de mensen rechtschapen gemaakt, Maar zelf zoeken zij allerlei slechtheid.
29見よ、私が見いだしたのは、ただこれだけである。神は人間をまっすぐな者に造ったが、彼らは多くの策略を考え出した。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.