Prediker
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Let op uw wandel, Als ge opgaat naar Gods huis. Want wie daarheen gaat, om te luisteren, Doet beter dan de dwazen, die wel offeren, Maar niet weten, wanneer zij kwaad doen.
1神の家へ行くときは、自分の足に気をつけよ。愚かな者のようにいけにえをささげるより、近づいて聞くほうが良い。彼らは、自分たちが悪を行っていることさえ知らない。
2Wees niet gauw met uw mond, En laat uw hart geen overijlde woorden uiten voor God; Want God is in de hemel, gij hier op aarde. Wees dus spaarzaam met uw woorden;
2口を軽々しく開いてはならない。神の前で何かを口にしようと、心を急がせてはならない。神は天におられ、あなたは地にいる。それゆえ、言葉を少なくせよ。
3Want zoals dromen uit veel beslommeringen ontstaan, Zo komt er van veel spreken onverstandige taal.
3多くの心配から夢が生じるように、多くの言葉から愚かな者の話が生じる。
4Wanneer gij aan God iets belooft, Stel dan de vervulling niet uit; Want lichtzinnigen behagen Hem niet. Volbreng dus wat gij belooft;
4神に誓願を立てるときは、それを果たすのを遅らせてはならない。神は愚かな者を喜ばれない。誓ったことを果たせ。
5Beter is het niet te beloven, Dan uw belofte niet te volbrengen.
5誓願を立てて果たさないよりは、誓願を立てないほうが良い。
6Laat uw mond geen schuld op u werpen, Door voor Gods afgezant te zeggen: Het was onbewust. Waarom zou God om uw woord in toorn ontsteken, En het werk uwer handen vernielen?
6自分の口によって罪に陥ってはならない。使者の前で、「これは間違いでした」と言ってはならない。なぜあなたの言葉で神を怒らせ、あなたの手の働きを滅ぼされるのか。
7Want zoals er in veel dromen dwaasheid schuilt, Zo ook in veelheid van woorden. Vrees daarentegen God.
7多くの夢と多くの言葉には空しさがある。だが、あなたは神を恐れよ。
8Wanneer de arme verdrukt wordt, En recht en wet worden verkracht: Zo ge dat ziet in het land, Verwonder u hierover dan niet. Want de ene beambte helpt den ander, En de hogere helpt hen beiden;
8ある地方で、貧しい者が虐げられ、裁きと義が踏みにじられているのを見ても、そのことに驚いてはならない。高官はさらに上の者に見張られており、その上にも高官たちがいるからである。
9Het enige voordeel, dat het land eruit trekt, Is, dat de koning door zijn land wordt gediend.
9地の産物はすべての者の益となり、王さえ畑に養われる。
10Wie het geld bemint, heeft nooit genoeg; En wie aan rijkdom hangt, heeft er geen voordeel van: Ook dit is ijdelheid.
10銀を愛する者は銀で満足せず、富を愛する者は収入が増えても満足しない。これも空しい。
11Waar rijkdom is, zijn vele klaplopers; De bezitter zelf heeft er geen genot van Dan wat lust van de ogen.
11財産が増えれば、それを食べる者も増える。その所有者にとって、それを目で眺めて楽しむこと以外に何の益があるのか。
12Zoet is de rust van den werkman, Of hij weinig of veel te eten heeft; Maar de overvloed van den rijke Stoort hem nog in de slaap.
12働く者の眠りは、食べるものが少なくても多くても心地よい。しかし、富む者はその豊かさのために眠ることができない。
13Een droevig kwaad zag ik onder de zon: Rijkdom door den bezitter bewaard tot eigen ongeluk.
13私は日の下で、痛ましい悪を見た。所有者が自分の害となるまで富を蓄えていることである。
14Die rijkdom gaat verloren door tegenspoed; En de kinderen, die hij verwekte, bezitten niets meer.
14その富は不幸な出来事によって失われる。彼に息子が生まれても、その手には何も残っていない。
15Zoals hij voortkwam uit de schoot van zijn moeder, Zo gaat hij heen, naakt als hij kwam; Niets neemt hij mee van zijn zwoegen:
15人は母の胎から裸で出て来たように、再び裸で去って行く。その労苦によって得たものを、手に携えて行くことはできない。
16Ook dit is een droevig kwaad. Juist zoals men komt, gaat men heen. Wat voor nut heeft het dan, dat men zich aftobt voor wind?
16これも痛ましい悪である。人は来たときと全く同じように去って行く。風を追って労苦する者に、何の益があるのか。
17Enkel dat men zijn dagen in duisternis doorbrengt, In veel kommer, verdriet en ontstemming.
17その人は一生、闇の中で食べ、大いにいらだち、病み、怒る。
18Zie, zo leerde ik begrijpen, Dat het goed is te eten en te drinken, En te genieten van het werk, Waarmee men zich aftobt onder de zon, Al de levensdagen, die God iemand geeft: Want dit komt hem toe.
18見よ、私が良い、またふさわしいと見たのは、神から与えられた命の日々の間、人が日の下で重ねるすべての労苦のうちに、食べ、飲み、良いものを味わうことである。これがその人の取り分である。
19Geeft God iemand rijkdom en schatten, Stelt Hij hem in staat ervan te gebruiken, Zijn deel ervan te nemen, van zijn arbeid te genieten: Dan is ook dit een gave Gods.
19また、神が富と財産を与え、それを味わい、自分の取り分を受け取り、自分の労苦を喜ぶ力を与えたすべての人にとって、これは神からの賜物である。
20Dan denkt hij niet veel aan de kortheid des levens, Omdat God zijn hart met vreugde vervult.
20その人は自分の生涯の日々をあまり思い返すことがない。神がその心を喜びで満たすからである。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.