Handelingen 28
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Toen we gered waren, vernamen we, dat het eiland Malta heette. De eilandbewoners bewezen ons een buitengewone menslievendheid;
1Depois que escapamos, eles descobriram que a ilha se chamava Malta.
2want ze namen ons allen op, en staken een vuur aan, omdat het regende en koud was.
2Os nativos demonstraram uma bondade incomum para conosco; pois acenderam uma fogueira e acolheram a todos nós, por causa da chuva que caía e por causa do frio.
3Terwijl Paulus een hoop dor hout bijeenraapte en op het vuur wierp, schoot er door de hitte een adder uit, en beet zich vast aan zijn hand.
3Mas quando Paulo ajuntou um feixe de gravetos e os colocou no fogo, uma víbora saiu por causa do calor e prendeu-se à sua mão.
4Toen de inlanders het dier aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tot elkander: Die man is zeker een moordenaar; want zelfs na zijn redding uit zee, laat de Gerechtigheid hem niet in leven.
4Quando os nativos viram a criatura pendurada em sua mão, disseram uns aos outros: “Sem dúvida este homem é um assassino, a quem, embora tenha escapado do mar, a Justiça não permitiu que vivesse.”
5Maar hij schudde het dier van zich af in het vuur, en ondervond er hoegenaamd geen letsel van.
5No entanto, ele sacudiu a criatura no fogo e não sofreu nenhum mal.
6Zij verwachtten, dat hij zou opzwellen of plotseling dood zou vallen; maar toen ze na lang wachten zagen, dat hem niets deerde, kwamen ze tot andere gedachten, en zeiden, dat hij een god was.
6Mas eles esperavam que ele fosse inchar ou cair morto de repente; porém, depois de observarem por muito tempo e verem que nada de mal lhe acontecia, mudaram de ideia e disseram que ele era um deus.
7In de nabijheid was een landgoed gelegen, dat aan den bevelhebber van het eiland behoorde, die Públius heette. Deze nam ons welwillend op, en verleende ons gastvrijheid, drie dagen lang.
7Ora, nas vizinhanças daquele lugar havia terras pertencentes ao homem principal da ilha, chamado Públio, o qual nos recebeu e nos hospedou com muita cortesia por três dias.
8Juist lag toen de vader van Públius met koorts en buikloop te bed. Paulus ging naar hem toe, sprak een gebed, legde hem de handen op, en genas hem.
8O pai de Públio estava de cama, doente com febre e disenteria. Paulo entrou para vê-lo, orou e, impondo as mãos sobre ele, o curou.
9Nu kwamen ook de overige zieken van het eiland, en werden genezen.
9Depois disso, os demais que tinham doenças na ilha também vieram e foram curados.
10Ze bewezen ons grote eer, en bij onze afvaart voorzagen ze ons van alles wat we behoefden.
10Eles também nos prestaram muitas honras; e quando embarcamos, colocaram a bordo as coisas de que precisávamos.
11Drie maanden later gingen we aan boord van een alexandrijns schip, dat op het eiland overwinterd had, en de Dioskuren als kenteken droeg.
11Após três meses, embarcamos em um navio de Alexandria que havia passado o inverno na ilha, cuja figura de proa era “Os Irmãos Gêmeos”.
12We gingen te Syracuse aan wal, en bleven er drie dagen lang.
12Aportando em Siracusa, ficamos ali três dias.
13Vandaar zetten we koers langs de kust, en kwamen te Régium aan. ‘s Anderendaags kregen we zuidenwind, en een dag later bereikten we Putéoli.
13Dali, contornando a costa, chegamos a Régio. Depois de um dia, começou a soprar um vento sul, e no segundo dia chegamos a Putéoli,
14Hier troffen we broeders aan, die ons verzochten, zeven dagen bij hen te blijven. Zo trokken we naar Rome op.
14onde encontramos irmãos, e fomos convidados a ficar com eles por sete dias. E assim fomos para Roma.
15Ook vandaar kwamen de broeders, die van ons hadden gehoord, ons tegemoet tot Appii Forum en Tres Tabernae. Toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte moed.
15Dali os irmãos, quando ouviram falar de nós, vieram ao nosso encontro até a Praça de Ápio e as Três Vendas. Quando Paulo os viu, deu graças a Deus e sentiu-se encorajado.
16Toen we te Rome waren gekomen, werd aan Paulus toegestaan, een eigen woning te betrekken, met den soldaat, die hem moest bewaken.
16Quando entramos em Roma, o centurião entregou os prisioneiros ao capitão da guarda, mas Paulo recebeu permissão para morar por conta própria, com o soldado que o guardava.
17Drie dagen later liet hij de voornaamsten der Joden ontbieden; en toen ze bijeen waren, sprak hij hen toe: Mannen broeders, ofschoon ik niets heb misdaan tegen het volk of tegen de gewoonten der vaderen, ben ik toch in Jerusalem gevangen genomen, en in de handen der Romeinen overgeleverd.
17Após três dias, Paulo convocou aqueles que eram os líderes dos judeus. Quando se reuniram, ele lhes disse: “Eu, irmãos, embora não tivesse feito nada contra o povo ou contra os costumes de nossos pais, ainda assim fui entregue como prisioneiro, em Jerusalém, às mãos dos romanos,
18Die hebben me dan ook verhoord, en wilden me in vrijheid stellen, omdat ik niets had misdreven, waar de doodstraf op staat.
18os quais, quando me interrogaram, queriam me libertar, porque não havia em mim motivo algum para morte.
19Maar omdat de Joden zich bleven verzetten, was ik genoodzaakt, mij op Caesar te beroepen; dus volstrekt niet, omdat ik mijn volk van iets wil beschuldigen
19Mas quando os judeus se opuseram a isso, fui obrigado a apelar para César, não que eu tivesse algo de que acusar a minha nação.
20Ziedaar, waarom ik u heb ontboden, om u te zien, en te zeggen: Waarachtig, het is om Israëls Verwachting, dat ik deze keten draag.
20Por esta causa, portanto, pedi para ver e falar com vocês. Pois é por causa da esperança de Israel que estou preso com esta corrente.”
21Ze zeiden tot hem: Wij hebben over u geen brieven uit Judea ontvangen; ook is er geen van de broeders gekomen, die iets verkeerds over u heeft bericht of gezegd.
21Eles lhe disseram: “Nós não recebemos cartas da Judeia a seu respeito, nem nenhum dos irmãos veio aqui relatar ou falar qualquer mal de você.
22We achten het dus billijk, van u te vernemen, wat uw denkbeelden zijn. Want van die sekte is ons slechts bekend, dat ze overal tegenspraak ontmoet.
22Mas desejamos ouvir de você o que você pensa. Pois, no que diz respeito a esta seita, sabemos que em toda parte falam contra ela.”
23Ze bepaalden hem dus een dag, en kwamen toen in grote getale bijeen in zijn woning. En van, s morgens vroeg tot ‘s avonds laat gaf hij hun uitleg, getuigde hun van het koninkrijk Gods, en leverde hun het bewijs over Jesus uit de Wet van Moses en uit de Profeten.
23Depois de marcarem um dia com ele, muitas pessoas foram ao seu alojamento. Ele lhes explicava, testificando sobre o Reino de Deus e persuadindo-os a respeito de Jesus, tanto pela lei de Moisés quanto pelos profetas, desde a manhã até a tarde.
24Sommigen geloofden wat hij zeide, anderen echter geloofden het niet.
24Alguns creram nas coisas que foram ditas, e outros não creram.
25Onder elkander onenig gingen ze uiteen. Toen sprak Paulus dit éne woord: Terecht heeft de Heilige Geest door den profeet Isaias tot onze vaderen gesproken
25Como não concordavam entre si, eles partiram, depois que Paulo disse uma palavra: “Bem falou o Espírito Santo aos nossos pais, por meio do profeta Isaías,
26Ga tot dit volk en zeg: Met de oren zult ge horen, en niet verstaan; En scherp zult ge zien, en niet inzien.
26dizendo: ‘Vá a este povo e diga: ouvindo, vocês ouvirão, mas de modo algum entenderão. Vendo, vocês verão, mas de modo algum perceberão.
27Want verstokt is het hart van dit volk, En hun oren zijn hardhorig, En hun ogen gesloten; Opdat ze niet zouden zien met de ogen, En horen met de oren, En verstaan met het hart; Opdat zij zich niet zouden bekeren, En Ik hen zou genezen.
27Pois o coração deste povo se tornou insensível. Seus ouvidos estão pesados para ouvir. Eles fecharam os seus olhos. Para que não vejam com os olhos, ouçam com os ouvidos, entendam com o coração, e se convertam, e então eu os cure.’
28Weet dan, dat dit heil van God tot de heidenen is gezonden; zij zullen luisteren.
28“Saibam, portanto, que a salvação de Deus é enviada às nações, e elas ouvirão.”
29En terwijl hij dit zeide, gingen de Joden heen, en twistten heftig onder elkander.
29Quando ele disse estas palavras, os judeus partiram, discutindo intensamente entre si.
30Hij bleef twee volle jaren in het huis, dat hij gehuurd had, en ontving er allen, die hem bezochten.
30Paulo permaneceu dois anos inteiros em sua própria casa alugada e recebia a todos os que vinham a ele,
31Hij preekte het koninkrijk Gods, en leerde over den Heer Jesus Christus in alle vrijmoedigheid en ongehinderd.
31pregando o Reino de Deus e ensinando as coisas a respeito do Senhor Jesus Cristo com toda a ousadia, sem impedimento.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.