Handelingen
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Nog op diezelfde dag brak er een hevige vervolging tegen de kerk van Jerusalem los; en allen verspreidden zich over het land van Judea en Samaria, behalve de apostelen.
1Saulo consentia na sua morte. Naquele dia, levantou-se uma grande perseguição contra a igreja que estava em Jerusalém. Todos foram dispersos pelas regiões da Judeia e Samaria, exceto os apóstolos.
2Vrome mannen droegen Stéfanus ten grave, en bedreven zware rouw over hem.
2Homens piedosos sepultaram Estêvão e fizeram grande pranto por ele.
3Ook Saul woedde tegen de Kerk; hij drong de huizen binnen, en sleepte mannen en vrouwen weg, om ze gevangen te zetten.
3Saulo, porém, assolava a igreja: entrava de casa em casa, arrastava homens e mulheres e os lançava na prisão.
4Zij, die zich hadden verspreid, trokken overal rond, om het woord te verkondigen.
4Portanto, os que foram dispersos iam por toda parte pregando a palavra.
5Zo kwam ook Filippus in de stad Samaria, en preekte hun den Christus.
5Filipe desceu à cidade de Samaria e lhes anunciava o Cristo.
6Eenparig luisterde het volk met grote aandacht naar wat Filippus sprak, daar ze de wonderen hoorden en zagen, die hij verrichtte.
6As multidões, ao ouvirem Filipe e verem os sinais que ele fazia, davam atenção unânime ao que ele dizia.
7Want van vele bezetenen gingen de onreine geesten luid schreeuwende uit; vele lammen en kreupelen werden genezen.
7Pois espíritos imundos saíam de muitos dos que os tinham. Eles saíam gritando em alta voz. Muitos paralíticos e coxos foram curados.
8Zo heerste er in die stad grote vreugde.
8E houve grande alegria naquela cidade.
9Maar in die stad bevond zich een man, Simon genaamd, die reeds vroeger toverkunsten had verricht en het volk van Samaria in verbazing had gebracht; hij beweerde, iets heel bijzonders te zijn.
9Mas havia um certo homem, chamado Simão, que praticava feitiçaria na cidade e maravilhava o povo de Samaria, fazendo-se passar por alguém importante,
10Allen, klein en groot, hingen hem aan, en zeiden: Hij is, wat men noemt, de grote kracht Gods.
10a quem todos davam ouvidos, do menor ao maior, dizendo: “Este homem é o grande poder de Deus.”
11Ze hingen hem aan, omdat hij hen reeds lange tijd door zijn toverkunsten in verbazing had gebracht.
11Eles lhe davam ouvidos porque, por muito tempo, ele os havia maravilhado com suas feitiçarias.
12Maar nu ze aan de prediking van Filippus geloofden over het koninkrijk Gods en over de naam van Jesus Christus, lieten mannen en vrouwen zich dopen.
12Mas, quando creram em Filipe, que pregava o Evangelho a respeito do Reino de Deus e do nome de Jesus Cristo, foram batizados, tanto homens como mulheres.
13Ook Simon zelf geloofde, liet zich dopen, en sloot zich bij Filippus aan. Zo zag hij de tekenen en grote wonderen gebeuren; en hij stond stom van verbazing.
13O próprio Simão também creu. Sendo batizado, ele continuou com Filipe. Vendo os sinais e grandes milagres que aconteciam, ele ficava maravilhado.
14Toen de apostelen te Jerusalem vernamen, dat Samaria het woord Gods had aangenomen, zonden ze Petrus en Johannes er heen.
14Ora, quando os apóstolos que estavam em Jerusalém ouviram que Samaria havia recebido a palavra de Deus, enviaram-lhes Pedro e João;
15Zij kwamen af, en baden voor hen, dat ze den Heiligen Geest zouden ontvangen.
15Ao chegarem, eles oraram por eles para que recebessem o Espírito Santo;
16Want deze was nog op niemand hunner neergedaald; ze waren alleen maar gedoopt in de naam van den Heer Jesus.
16pois ele ainda não havia caído sobre nenhum deles. Eles haviam sido apenas batizados em nome de Cristo Jesus.
17Nu legden ze hun de handen op en ze ontvingen den Heiligen Geest.
17Então lhes impuseram as mãos, e eles receberam o Espírito Santo.
18Toen Simon zag, dat door de handoplegging der apostelen de Geest werd meegedeeld, bood hij hun geld aan
18Ora, quando Simão viu que o Espírito Santo era dado pela imposição das mãos dos apóstolos, ele lhes ofereceu dinheiro,
19en zeide: Geeft ook mij die macht, dat ieder, wien ik de handen opleg, den Heiligen Geest ontvangt.
19dizendo: “Deem-me também este poder, para que todo aquele sobre quem eu impuser as mãos receba o Espírito Santo.”
20Maar Petrus sprak tot hem: Uw geld ga met u ten verderve, omdat ge gemeend hebt, de gave Gods voor geld te verkrijgen.
20Mas Pedro lhe disse: “Que a sua prata pereça com você, porque você pensou que poderia obter o dom de Deus com dinheiro!
21Ge kunt geen deel hieraan hebben; want uw hart is niet oprecht tegenover God.
21Você não tem parte nem direito neste assunto, pois o seu coração não é reto diante de Deus.
22Heb dus berouw over uw boosheid, en bid tot God, dat die toeleg van uw hart u vergeven mag worden;
22Arrependa-se, portanto, desta sua maldade, e peça a Deus para que, se possível, o pensamento do seu coração lhe seja perdoado.
23want ik zie u bitter als gal, en in de ongerechtigheid verstrikt
23Pois vejo que você está envenenado pela amargura e preso à iniquidade.”
24Simon antwoordde Bidt gij voor mij tot den Heer, dat niets van wat gij gezegd hebt, mij treffe.
24Simão respondeu: “Orem por mim ao Senhor, para que nada do que vocês disseram me aconteça.”
25Nadat ze hun getuigenis hadden afgelegd, en het woord des Heren hadden verkondigd, keerden ze naar Jerusalem terug, terwijl ze nog in meerdere dorpen der Samaritanen het evangelie preekten.
25Depois de testemunharem e anunciarem a palavra do Senhor, voltaram para Jerusalém e pregaram o Evangelho em muitas aldeias dos samaritanos.
26En een engel des Heren sprak tot Filippus: Sta op, en ga tegen de middag de weg op, die van Jerusalem naar Gaza loopt, en wel de woestijnweg
26Então um anjo do Senhor falou a Filipe, dizendo: “Levante-se e vá para o sul, para o caminho que desce de Jerusalém a Gaza. Este é um deserto.”
27Hij stond op, en ging. En zie, een man uit Ethiopië, een hooggeplaatst kamerdienaar en opperschatmeester van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, was ter aanbidding naar Jerusalem gekomen.
27Ele se levantou e foi. Havia ali um homem da Etiópia, um eunuco de grande autoridade sob Candace, rainha dos etíopes, responsável por todos os tesouros da rainha, que tinha vindo a Jerusalém para adorar.
28Nu was hij op de terugreis, en zat op zijn wagen den profeet Isaias te lezen.
28Ele estava voltando e, sentado em sua carruagem, lia o profeta Isaías.
29En de Geest sprak tot Filippus: Ga naast die wagen lopen.
29O Espírito disse a Filipe: “Aproxime-se e acompanhe esta carruagem.”
30Filippus ging er naar toe, hoorde hem den profeet Isaias lezen, en zeide: Begrijpt ge wel, wat ge leest?
30Filipe correu para ele, e o ouviu lendo o profeta Isaías, e disse: “Você entende o que está lendo?”
31Hij antwoordde: Hoe zou ik het kunnen, zo niemand mij leiding geeft? Daarop nodigde hij Filippus uit, naast hem te komen zitten.
31Ele disse: “Como poderei, a menos que alguém me explique?” E pediu a Filipe que subisse e se sentasse com ele.
32De Schriftuurplaats, die hij las, was de volgende “Als een schaap wordt Hij ter slachtbank geleid; En als een lam, stom tegenover zijn scheerder, Doet ook Hij zijn mond niet open.
32Ora, a passagem da Escritura que ele estava lendo era esta: “Ele foi levado como ovelha ao matadouro. Como um cordeiro mudo perante o seu tosquiador, assim ele não abre a sua boca.
33In de vernedering wordt zijn vonnis voltrokken; Wie zal zijn geslacht vermelden? Zijn leven wordt weggenomen van de aarde.”
33Em sua humilhação, o seu julgamento foi tirado. Quem declarará a Sua geração? Pois a sua vida é tirada da terra.”
34Nu nam de kamerdienaar het woord, en zei tot Filippus: Ik bid u; van wien zegt de profeet dit? Van zichzelf, of van iemand anders?
34O eunuco respondeu a Filipe: “De quem o profeta está falando? De si mesmo, ou de outra pessoa?”
35Toen begon Filippus te spreken, en te beginnen bij deze schriftuurplaats, verkondigde hij hem de blijde boodschap van Jesus.
35Então Filipe começou a falar e, partindo desta Escritura, anunciou-lhe Jesus.
36En terwijl ze hun weg vervolgden, kwamen ze aan een water. Nu zeide de kamerdienaar: Daar is water; wat belet me, gedoopt te worden?
36Enquanto seguiam pelo caminho, chegaram a um lugar com água; e o eunuco disse: “Eis aqui água. O que me impede de ser batizado?”
37Filippus sprak: Als ge van ganser harte gelooft, dan kan het geschieden. Hij antwoordde: Ik geloof, dat Jesus Christus Gods Zoon is.
no verse 37 in this text
38Hij gaf bevel, de wagen stil te houden, en beiden, Filippus en de kamerdienaar, daalden af in het water. En hij doopte hem.
38Ele mandou parar a carruagem, e ambos desceram à água, tanto Filipe como o eunuco, e ele o batizou.
39Maar toen ze uit het water waren gestapt, voerde de Geest des Heren Filippus weg. De kamerdienaar zag hem niet meer; want vol vreugde reisde hij verder.
39Quando saíram da água, o Espírito do Senhor arrebatou Filipe, e o eunuco não o viu mais, e seguiu o seu caminho cheio de alegria.
40Filippus echter werd te Asjdód aangetroffen; hij reisde alle steden af, om er het evangelie te prediken, totdat hij Cesarea bereikte.
40Mas Filipe foi achado em Azoto. Passando por ali, ele pregava o Evangelho em todas as cidades, até chegar a Cesareia.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.