Handelingen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Toen in die dagen het getal der leerlingen steeds maar bleef stijgen, begonnen de hellenisten tegen de hebreën te mopperen, dat hùn weduwen bij de dagelijkse verzorging ten achter werden gesteld.
1Naqueles dias, enquanto o número dos discípulos aumentava, surgiu uma queixa dos helenistas contra os hebreus, porque as suas viúvas estavam sendo negligenciadas no serviço diário.
2Daarom riep het twaalftal de menigte der leerlingen bijeen, en zeide: Het is niet goed, dat wij het woord Gods verwaarlozen, om aan tafel te dienen.
2Os doze convocaram a multidão dos discípulos e disseram: “Não é apropriado que nós abandonemos a palavra de Deus para servir às mesas.
3Kiest dus, broeders, uit uw midden zeven mannen van goede naam, vol van den Geest en van wijsheid. Hen zullen we aanstellen voor deze taak,
3Portanto, irmãos, escolham entre vocês sete homens de boa reputação, cheios do Espírito Santo e de sabedoria, a quem possamos encarregar desta tarefa.
4terwijl wij zelf zullen voortgaan met het gebed en de dienst van het woord.
4Mas nós perseveraremos na oração e no ministério da palavra.”
5Het voorstel vond bijval bij heel de menigte. Men koos Stéfanus uit, een man vol van geloof en van den Heiligen Geest; ook Filippus, Próchorus, Nikanor, Timon, Pármenas, en Nikolaus, een proseliet uit Antiochië.
5Estas palavras agradaram a toda a multidão. Eles escolheram Estêvão, homem cheio de fé e do Espírito Santo, Filipe, Prócoro, Nicanor, Timão, Pármenas e Nicolau, um prosélito de Antioquia,
6Men stelde ze aan de apostelen voor; deze baden, en legden hun de handen op.
6os quais apresentaram perante os apóstolos. Depois de orarem, impuseram-lhes as mãos.
7En het woord Gods breidde zich uit, en het aantal leerlingen te Jerusalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters trad toe tot het geloof.
7A palavra de Deus crescia, e o número dos discípulos aumentava muito em Jerusalém. Uma grande multidão de sacerdotes obedecia à fé.
8Intussen deed Stéfanus, vol genade en kracht, grote wonderen en tekenen onder het volk.
8Estêvão, cheio de fé e de poder, realizava grandes prodígios e sinais entre o povo.
9Daarom begonnen er sommigen uit de synagoge, welke die der Vrijgelatenen Cyreneërs en Alexandrijnen wordt genoemd, en sommigen uit Cilicië en Azië, met Stéfanus te twisten;
9Mas levantaram-se alguns dos que eram da sinagoga chamada “Dos Libertos”, e dos cireneus, dos alexandrinos, e dos da Cilícia e da Ásia, discutindo com Estêvão.
10maar ze waren niet bestand tegen de wijsheid en den Geest, waarmee hij sprak.
10Eles não conseguiam resistir à sabedoria e ao Espírito pelo qual ele falava.
11Toen stookten ze enige lieden op, om te verklaren: We hebben hem lastertaal horen spreken tegen Moses en tegen God.
11Então induziram secretamente alguns homens a dizer: “Nós o ouvimos proferir palavras blasfemas contra Moisés e contra Deus.”
12Ze hitsten ook het volk, en de oudsten met de schriftgeleerden tegen hem op, overvielen hem, sleepten hem mee, en brachten hem voor de Hoge Raad.
12Eles agitaram o povo, os anciãos e os escribas e, avançando contra ele, o agarraram e o levaram ao Sinédrio,
13Daar lieten ze valse getuigen komen, die zeiden: Deze man spreekt onophoudelijk tegen de heilige plaats en tegen de Wet;
13e apresentaram falsas testemunhas que diziam: “Este homem não cessa de proferir palavras blasfemas contra este lugar santo e contra a lei.
14want we hebben hem horen zeggen, dat die Jesus van Názaret deze plaats zal verwoesten, en de instellingen wijzigen, die Moses ons heeft overgeleverd.
14Pois nós o ouvimos dizer que esse Jesus de Nazaré destruirá este lugar e mudará os costumes que Moisés nos entregou.”
15Allen, die in de Raad zaten, staarden hem aan, en aanschouwden zijn gelaat als dat van een engel.
15Todos os que estavam assentados no Sinédrio, olhando fixamente para ele, viram o seu rosto como se fosse o rosto de um anjo.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.